TWEEDE VAL.

De vier heilige Evangelisten:

Hij ligt, door uwe schuld, o Lucifer, gevallen,

die, nijdig opgestaan, met honderd duizendtallen

der uwen, nedervielt voor Michaëls "Wie is

Gods weêrga?" in den poel der diepe duisternis!

--Gij stondt en wildet hem, gekropen vóór uw' voeten,

eens, in de wildernis, met 's werelds eere groeten:

hij brak uw' boosheid dan. Gij vluchtet.--Neêr nu ligt

in 't stof der aarden, ja, zijn Godlijk aangezicht.

Verkondt het al die u als opperheer aanschouwen,

verkondt het, en verheugt, is 't mooglijk, uw getrouwen:

eer 't morgen dag is, heeft hij u, in 't voorgeborcht,

geroofd de zielen, die gij in uw' strikken worgt.

--Van hier!--Gaat hangen hem, en galgen, op de rotse,

en weet wie--hij of gij--zal zegepralen,--trotse!

Laatste verzen · 第 30 / 155 题