Gelijk een been ten honde,
zoo smijt gij mij, voor dank,
wat geld! te geenen stonde,
of ware ik nog zoo krank,
en wille ik het! Gaat henen,
ten duivel snelt;
hij breke u hals en schenen;
't is Judasgeld!
15-16/10/'95.
DE XIV STONDEN
OF
DE BLOEDIGE DAGVAART ONS HEEREN
1895
CRUCIFIXUS ETIAM PRO NOBIS; SUB PONTIO PILATO
PASSUS, ET SEPULTUS EST. ET RESURREXIT.
_Credo._