Eenige oogenblikken later kwam Olivier Sinclair, nadat hij den
straatweg met versnelden pas had afgelegd, voor den ingang der grot
aan, ter plaatse, waar de basalt-trap zich verheft.
De gebroeders Melvill en ook Partridge waren hem op de hielen gevolgd.
Juffrouw Bess was te Clam Shell gebleven, om alles onder
onuitsprekelijke angsten voor de ontvangst van Helena, wanneer zij
terugkwam, voor te bereiden.
De zee was nu dermate gezwollen, dat zij het bovenste trapportaal
bereikte. Zij sloeg reeds over de leuning en belemmerde iederen
toegang langs het pad.
Uit de onmogelijkheid om binnen de grot te kunnen dringen volgde
natuurlijk ook de onwaarschijnlijke kans om er uit te kunnen komen. Was
miss Campbell daar binnen, dan was zij gevangen! Maar hoe zou men
dit te weten komen?
»Helena! Helena!"
Zou die naam, uitgegalmd te midden van het onafgebroken geklots der
golven, wel kans hebben om gehoord te worden? Het was inderdaad
een gedonder èn van den wind èn van de zee, die zich daar met
onbeschrijfelijk geweld binnen die grot stortte. Noch geluid, noch
oog waren machtig genoeg, om daar thans door te dringen.
»Misschien is miss Campbell daar niet in," zei broeder Sam, die zich
aan die hoop wenschte vast te klemmen.
»Waar zou ze dan zijn?" vroeg broeder Sib.
»Ja juist, waar zou zij dan zijn!" riep Olivier Sinclair uit. »Heb
ik haar dan niet te vergeefs op het plat van het eiland, en te midden
van de rotsen langs het strand, ja overal gezocht? Zou zij niet reeds
bij ons teruggekomen zijn, wanneer dit mogelijk ware?"
»Neen zij is daar!.... daar!"
En men herinnerde zich het geestdriftvolle maar vermetel onbezonnen
verlangen, dat het jonge meisje verscheidene malen had aan den dag
gelegd, om eens een storm in de grot van Fingal te kunnen bijwonen. Had
zij dan vergeten, dat de zee, door den orkaan opgezweept, daar binnen
moest dringen, haar met haar razende golven tot aan het gewelf vullen
en er een gevangenis van zou maken, welker deur met geen geweld was
open te breken?
Wat kon men nu beproeven, om bij haar te komen en haar te redden?
Onder den aandrang van den orkaan, die dezen hoek van het eilandje
met volle kracht geeselde, verhieven zich de golven soms tot bij het
bovenste gedeelte van het gewelf. Daar braken zij met een oorverdoovend
geraas. Het te veel binnen gedrongen water werd door den terugstoot
naar buiten geworpen en viel in schuimende stroomen terug op de
buitenste rotsen, even als de waterstralen van den Niagara-val. Maar
het benedenste gedeelte der golven, onder den machtigen aandrang van de
deining uit volle zee, stortte zich met de kracht van een bergstroom,
wiens afsluitdijk plotseling bezweken is, binnen de grot. Het was
dus tegen den achterwand zelf der spelonk, dat de zee klotste met
oorverdoovend geweld.
Op welke plek daar binnen zou miss Campbell een toevlucht, die voor
dien golfslag veilig zou zijn, hebben gevonden? De opening der
grot was geheel en al aan de woede der wilde baren blootgesteld,
die bij hunne uitstrooming, zoowel als bij hun binnenkomen, het pad
onweerstaanbaar moesten schoonvegen.
En toch, men trachtte nog te twijfelen, of het jonge meisje daar
zou zijn. Hoe zou zij weerstand hebben kunnen bieden aan zoo'n
binnendringen der woedende zee in dit slop zonder uitgang? Was haar
verminkt en verscheurd lichaam, door den terugstroom meegesleurd,
niet reeds naar buiten gevoerd? Had de aanrollende zee, die langs de
kust liep, haar reeds snel meegesleept onder langs den straatweg en
de klippen, tot bij de grot van Clam Shell?
»Helena! Helena!!"
Die naam weerklonk onophoudelijk te midden van het geloei van den
wind, het gedonder en het geklots der golven. Maar geen kreet die
daarop antwoord gaf, of ook antwoord kon geven.
»Neen! neen! zij is niet in die grot!" herhaalden de gebroeders
Melvill als wanhopigen.
»Jawel, zij is er!" bevestigde Olivier Sinclair met overtuiging.
En met den vinger wees hij op een stuk stof, dat door den terugloop
der golven op een der basalttreden geslingerd werd.
Olivier Sinclair stormde de trap af, om die lap te bezichtigen.
Het was de »snod," het Schotsche lint, dat miss Campbell in heur
haren droeg.
Was thans nog twijfel mogelijk?
Maar wanneer dat lint haar ontrukt had kunnen worden, was miss Campbell
dan niet door denzelfden golfslag tegen de wanden van Fingal's spelonk
verbrijzeld en verpletterd?
»Oh! ik moet het weten?" riep Olivier Sinclair uit.
En van een terugstrooming der golven gebruikmakende, die het pad
halverwege ontblootte, greep hij de eerste spijlen der trapleuning;
maar een onmetelijke watermassa stortte zich op hem, sloeg hem van
de been en smakte hem op het trapportaal neer.
Wanneer Partridge zich niet met het grootste levensgevaar op
hem geworpen en hem gegrepen had, Olivier Sinclair ware tot op de
benedenste treden naar onderen gerold en zou de zee hem medegesleept
hebben, zonder dat het mogelijk was, hem hulp te verleenen.
De jonkman was opgestaan, maar voelde zijn ijver, om binnen de grot
te dringen, niet verkoelen.
»Miss Campbell is daar!" herhaalde hij voortdurend. »Zij is levend daar
binnen, dewijl haar lichaam niet naar buiten geworpen is, even als dit
lapje stof! Het is dus niet onmogelijk dat zij een toevlucht binnen
een of andere uitholling gevonden zal hebben! Maar haar krachten
zullen weldra uitgeput zijn! Zij zal onmogelijk weerstand kunnen
bieden tot op het oogenblik, dat de eb zal ingetreden zijn!... Wij
moeten haar dus bereiken!"
»Ik zal gaan!" zei Partridge.
»Neen!... ik!" antwoordde Olivier Sinclair.
Een uiterste middel om bij miss Campbell te komen, zou door hem
beproefd worden. Evenwel zelfs dat middel zou ter nauwernood één kans
van slagen aanbieden tegen negen en negentig anderen van mislukken.
»Wacht ons hier, heeren," zei hij tot de gebroeders Melvill. »Binnen
vijf minuten zijn wij terug. Kom Partridge!"
De beide ooms bleven daar op dien uithoek van het eilandje
wachten, beschut boven op de steile kust, alwaar de zee hen niet
kon bereiken. Olivier Sinclair en Partridge spoedden intusschen in
allerijl voort naar de grot van Clam Shell.
Vijf minuten later verschenen de jonkman en de oude dienaar weer;
zij sleepten de kleine vlet van de Clorinda, die kapitein Olduck ten
gerieve der toeristen had achtergelaten, over den straatweg voort.
Zou Olivier Sinclair zich door de zee binnen de grot laten stuwen,
nu men langs den landweg daar niet kon inkomen?
Ja, dat ging hij beproeven. Hij aarzelde evenwel niet. Het schuitje
werd beneden bij de trap, achter een der basalttreden, buiten de
branding gebracht.
»Ik ga met u!" zei Partridge.
»Neen," zei Olivier Sinclair. »Dat kan niet. De kleine vlet mag niet
noodeloos worden overladen. Is miss Campbell nog levend, dan zouden
drie menschen in dat vaartuigje moeten. Neen, ik zal mij alleen
wel behelpen!"
»Olivier!" riepen de twee broeders, die hunne snikken niet konden
bedwingen. »Olivier! o Olivier! red onze dochter!"
De jonkman drukte hun de hand, sprong in de vlet, zette zich op
de middenbank, greep de beide roeiriemen en bereikte behendig de
terugstrooming; hij wachtte het aanrollen af eener groote baar,
die hem vlak voor de Fingal's grot bracht.
De vlet werd door deze omhoog getild; maar Olivier Sinclair slaagde
er in haar, door een behendige behandeling der roeiriemen, op den
kop der golf te houden. Ware ze dwarszee's geraakt, dan zou zij
onvermijdelijk hebben moeten omslaan.
Die eerste maal heesch de zee het nietige vaartuig bijna tot bij de
hoogte op van het gewelf. Men kon vreezen, dat de notendop zich tegen
de rotsmassa zou verpletteren, maar toen de golf terugliep sleepte
zij dien in haar onweerstaanbare strooming naar volle zee mede.
Drie maal werd de sloep zoo opgetild en met reuzenkracht naar de
grot gestuwd. Maar telkens werd ze weer achteruit gesleurd, zonder
zich een doortocht te hebben kunnen banen door de watermassa, die den
ingang versperde. Olivier Sinclair, geheel en al kalm, en zich zelven
volkomen meester, hield de vlet met zijn roeiriemen in evenwicht.
Eindelijk tilde een hoogere golftop het nietig vaartuig op. Het
balanceerde een ondeelbaar oogenblik, ter hoogte bijna van het
bovenplat van het eiland, op den rug van dien vloeibaren berg. Toen
ontstond een schrikkelijk diepe voor, tot aan den voet der grot, en
werd Olivier Sinclair in schuine richting voortgestuwd, alsof hij de
hellingen van een machtigen waterval afdaalde.
Een kreet van schrik ontsnapte aan al de getuigen van dit vreeselijk
tooneel. Het was alsof het vaartuig werkelijk en onweerstaanbaar
tegen de basaltzuilen van den linker hoek aan den ingang der grot
ging verbrijzeld worden.
Maar de kloeke jongeling gaf met zijn roeiriemen steun aan zijn
vlet. Gedurende een kortstondig oogenblik verscheen de ingang als
genaakbaar en schoot hij met de snelheid van een voortgedreven
pijl vooruit, alvorens de zee teruggerold en zich in een overgroote
baar omgekruld kon hebben, en verdween hij voor aller oogen in het
innerlijke der donkere grot.
Een seconde later plofte de watermassa als een onmetelijke sneeuwval
neer en sloeg tot aan den uitersten bovenkant van het eilandje.
Zou de vlet nu tegen den achterwand van de grot verbrijzeld zijn en
moest men nu twee slachtoffers van dien storm te betreuren hebben in
plaats van een?
Toch was daar niets van aan. Olivier Sinclair was met groote snelheid
voortgeschoten, zonder de ongelijke zoldering van het gewelf te
raken. Hij had zich in het vaartuig plat op den buik moeten werpen, om
den schok met de basaltbundels, die omlaag hingen en van alle kanten
uitstaken, te ontgaan. Dat was hem gelukt. In minder dan een seconde
had hij den tegenovergestelden rotswand bereikt en koesterde slechts
ééne vrees, namelijk die van door den terugloop der watermassa weer
naar buiten te worden meegesleept, zonder zich aan eenig uitstekend
punt daarbinnen te hebben kunnen vastklemmen.
Gelukkig stootte de vlet, door eene baar voortgestuwd, welker kracht
door een teruggolving zeer verzwakt was, tegen de zuilen die het
buffetorgel vormden, waarvan wij vroeger spraken, en dat tegen
den achterwand van Fingal's kelder verrees, en werd meer dan half
verbrijzeld door den schok. Maar Olivier Sinclair had gelegenheid een
stuk basalt met de hand te grijpen en zich daaraan met de wanhopige
kracht eens drenkelings vast te klemmen. Een oogenblik later kon hij
zich omhoog hijschen en buiten het bereik der zee zijn werk vervolgen.
Terstond daarop werd de ontredderde vlet door een terugrollende
baar medegevoerd en naar buiten geslingerd. Toen zij dat wrak zagen
verschijnen, konden de gebroeders Melvill en ook Partridge niet anders
meenen, dan dat de koene redder zelf was omgekomen.