EEN CROQUET-PARTIJ.

Ja, het moet erkend worden! de gebroeders Melvill begonnen de dagen te

tellen; het zou niet lang meer duren of zij zouden de uren tellen. Dat

ging volstrekt niet zoo als zij het verlangden. Zichtbaar werd hunne

nicht door de verveling overmeesterd. De behoefte aan eenzaamheid,

die haar overviel, de weinige voorkomendheid, die zij den geleerden

Beerenkooi betoonde, wat deze zich minder aantrok, dan zij zelven

deden, dat alles was niet geschikt om hun verblijf te Oban te

veraangenamen. Zij wisten niet wat te verzinnen, om afwisseling

in die eentonigheid te brengen. Te vergeefs bespiedden zij iedere

weersverandering. Zij vertelden elkander, dat miss Campbell, wanneer

eenmaal aan haren wensch voldaan was, meer handelbaar althans voor

hen zou worden.

Want het is ergerlijk om te vertellen; sedert twee dagen vergat

Helena--meer afgetrokken dan gewoonlijk--de twee oudjes hunnen

morgenkus te geven, die hen voor het overige gedeelte van den dag in

zoo'n goede luim bracht.

De barometer evenwel bleef ongevoelig voor de verwijten der beide ooms

en weigerde een aanstaande weersverandering te voorspellen. Met hoeveel

zorgen zij ook wel tienmaal per dag met een kleinen, korten slag op het

werktuig tikten, om een wijzer-slingering te veroorzaken, helaas! de

wijzer steeg geen enkele streep! O! die barometers! fatale dingen!

Intusschen baarde het vernuftig brein der gebroeders Melvill een

denkbeeld. In den namiddag van den 11den Augustus kwam hun in de

gedachte, een partij croquet aan miss Campbell voor te stellen, ten

einde haar, zoo mogelijk, eenige verstrooiing te bezorgen. Helena

weigerde niet, hoewel zij wist, dat Aristobulus Beerenkooi meê zou

doen; maar zij wist dat zij met haar toestemming hare ooms zeer veel

genoegen zou doen.

Hier dient gezegd, dat broeder Sam zoowel als broeder Sib, er een eer

in stelde, den roem weg te dragen van tot de eerste spelers gerekend

te worden in dit spel, hetwelk in het Vereenigd Koninkrijk zoo zeer

geliefkoosd is. Dat spel is niets anders, zooals men weet, dan het

oude »mail", dat meer geschikt gemaakt is voor de vrouwelijke jeugd.

Juist waren er te Oban verscheidene banen geopend, en kon een ieder

zich in de geheimen van het croquet-spel inwijden. Dat men zich

in het meerendeel der badplaatsen vergenoegt met een baan min of

meer gewaterpast, op een grasveld of op het strand, bewijst het

min-eischende der spelers of hun weinigen ijver voor deze edele

uitspanning. Hier waren de banen niet zanderig; maar met graszoden

belegd, zooals het behoort. Het waren zoogenaamde »croquet-grounds",

die iederen avond door middel van sproeipompen bevochtigd en iederen

morgen met een bijzonder werktuig gewalsd werden, zoodat zij er zacht

en glad uitzagen als zijden stof, die gemangeld was. Kleine steenen

teerlings, die met de oppervlakte van den grond gelijk kwamen, waren

bestemd om er èn de paaltjes èn de ringen in te planten. Een grachtje,

eenige duimen diep gegraven, begrensde daarenboven iedere baan, die

haar twaalf honderd vierkante meters besloeg, een uitgestrektheid,

die voor de ontwikkeling van het spel noodig is. Hoe dikwijls hadden

de gebroeders Melvill niet met geheim verlangen, ja met afgunst, de

jongelieden en de jonge meisjes waargenomen, die zich op de fraaie

banen oefenden. Maar welk genot ook voor hen, toen miss Campbell hunne

uitnoodiging aannam. Zij zouden haar dus eenige afleiding kunnen

bezorgen en te gelijkertijd hun zoo geliefkoosd spel beoefenen te

midden van een groot aantal toeschouwers, die hun hier, evenmin als

te Helenaburg zouden ontbreken. Die ijdele gekken!

Toen Aristobulus Beerenkooi verwittigd werd, stemde hij er in toe zijn

werkzaamheden te schorsen, en verscheen op het bepaalde uur in het

strijdperk. Hij had de verwaandheid te meenen, dat hij theoretisch

zoowel als praktisch sterk in het croquet-spel was, dat hij het als

wetenschappelijk man, als meet- en wiskundige, in één woord door a +

b speelde, zooals het een ijdel xhoofd betaamde.

Wat miss Campbell maar half aanstond, was dat zij dien jeugdigen pedant

natuurlijk tot partner zoude hebben. En kon dat ook wel anders? Zou zij

haar beide ooms het verdriet aandoen, om hen in den strijd te scheiden,

om hen den een' tegenover den anderen te plaatsen, zij die steeds zoo

met hart en ziel vereenigd waren, die nooit dan als partners te samen

gespeeld hadden? Neen, dat zou zij niet over haar hart kunnen krijgen.

»Wat ben ik gelukkig," zei Aristobulus Beerenkooi in den beginne,

»uw meespeler te zijn, en wanneer gij mij toestaat, dan zal ik de

bepaalde oorzaken van de bewegingen der ballen uitleggen...."

»Mijnheer Beerenkooi," antwoordde Helena, terwijl zij hem een oogenblik

terzijde nam, »wij moeten mijn ooms laten winnen."

»Winnen?...."

»Ja... maar zonder zulks te laten merken."

»Maar, miss Campbell...."

»Zij zouden zich te ongelukkig gevoelen, wanneer zij verloren."

»Maar.... met uw verlof!..." antwoordde Aristobulus Beerenkooi,

»dat croquet-spel is mij meetkundig bekend, daarop kan ik mij

verhoovaardigen! Ik heb het verband der rechte lijnen, en de waarde

der kromme lijnen berekend, en ik meen de pretentie te mogen koesteren,

dat...."

»En ik koester geenerlei pretentie, dan om aan onze tegenstanders

aangenaam te zijn. Zij zijn daarenboven zeer sterk in het croquet-spel,

zijt dus gewaarschuwd; want ik geloof niet, dat al uw geleerdheid in

het krijt kan treden met hunne behendigheid."

»Dat zullen wij zien," mompelde Aristobulus Beerenkooi, wien geen

overweging, welke ook, kon overhalen, zich vrijwillig te laten

overwinnen, zelfs niet wanneer het gold miss Campbell aangenaam

te zijn.

Middelerwijl was de kist, waarin de piketten, de teekens, de ringen,

de ballen en de houten hamers besloten waren, door een der bedienden

op den »crocket ground" gebracht.

De ringen, ten getale van negen, werden ruitvormig op de kleine

teerlingsteenen geplaatst, en de beide piketten wezen de uiteinden

aan van de groote as van die ruit.

»Nu moeten wij trekken," zei broeder Sam.

De marken werden in een hoed gedaan en ieder trok er een blindweg.

Het lot had de navolgende kleuren voor de volgorde der partij

uitgedeeld: een blauwen bal en hamer aan broeder Sam, een rooden bal

en hamer aan Beerenkooi, een gelen bal en hamer aan broeder Sib en

eindelijk een groenen bal en hamer aan miss Campbell.

»In afwachting dat de straal van dezelfde kleur voor mij verschijne,"

lachte zij. »Dat is waarlijk een goed voorteeken!"

Het was aan broeder Sam om te beginnen, hetgeen hij deed, na eerst

een duchtig snuifje met zijn partner gewisseld te hebben.

Gij moest hem hebben kunnen zien, het lichaam noch te rechtop noch

te veel voorover gebogen, het hoofd licht gedraaid, om den bal op

de goede plaats te kunnen treffen, de beide handen, de een naast de

andere op den steel van den hamer, de linker onder, de rechter boven,

de beenen tegen elkander gesloten, de knieën lichtelijk doorgebogen,

om veerkrachtig den invloed van den slag tegen te gaan, de linkervoet

geplaatst vóór den bal, de rechtervoet eenigszins achterwaarts! In

één woord, het type van den echten croquetspeler!

Toen verhief broeder Sam zijn hamer. Zachtkens liet hij hem een halven

cirkel beschrijven, toen gaf hij zijn bal, die juist op achttien

duim van den »fock" of eersten piketpaal geplaatst was, een slag, en

had niet noodig om dienzelfden eersten slag driemaal uit te voeren,

een recht dat hem onbetwistbaar toekwam.

En waarlijk, zijn bal, behendig voortgestuwd, vloog onder den eersten

ring en daarna onder den tweeden ring door, een andere slag bracht

den bal onder door den derden ring en het was eerst bij den vierden,

dat hij bleef liggen, omdat hij te veel het ijzer geraakt had.

Dat was prachtig voor een eerste begin. Een vleiend gemompel liet

zich dan ook onder de toeschouwers hooren, die buiten het grachtsboord

stonden hetwelk de bezode baan omgaf.

Het was toen de beurt van Aristobulus Beerenkooi om te spelen. Dat

liep minder gelukkig af. Gebrek aan behendigheid of ongeluk, hoe het

ook zij, hij moest driemaal overdoen, alvorens zijn bal onder den

eersten ring door te brengen, maar hij miste den tweeden.

»Wellicht heeft die bal geen gelijkmatig evenwicht," legde hij aan

miss Campbell uit. In dat geval doet het zwaartepunt, dat buiten het

middelpunt gelegen is, den bal in zijn baan afwijken."

»Aan u, oom Sib, om te spelen!" riep miss Campbell, zonder naar die

wetenschappelijke uitlegging te luisteren.

Broeder Sib was zijn broeder Sam ten volle waardig. Zijn bal vloog door

twee ringen heen en bleef bij dien van Aristobulus Beerenkooi liggen,

die hem, nadat hij hem geroqueerd had, dat wil zeggen: achterwaarts

geslagen, behulpzaam was om door den derden ring te komen, waarna hij

den bal van den jongen geleerde andermaal roqueerde. Deze laatste

vertoonde een uitdrukking op het gelaat, alsof hij zeggen wilde:

»dat zullen we straks beter doen". Eindelijk lei broeder Sib de

beide ballen naast elkander, zette den voet op zijn eigen bal, en gaf

dien een forschen slag met den hamer, om dien van zijn tegenpartij

te croquetteeren, dat wil zeggen, dat hij hem door den terugslag op

ruim zestig pas ver over de grensgracht voortstuwde.

Aristobulus Beerenkooi moest zijn bal naloopen, maar hij deed dat met

deftigheid, als een bezonnen mensch, en wachtte daarna in de houding

van een generaal, die nadenkt en een grooten slag voorbereidt.

Miss Campbell plaatste op hare beurt haar groenen bal en deed hem

behendig de beide eerste ringen doorgaan.

De partij werd zoo voortgezet en verliep op de meest gunstige wijze

voor de gebroeders Melvill, die hun hart konden ophalen met de

ballen van hunne tegenpartij te roqueeren en te croqueeren. Welk een

moord! Zij gaven elkaar kleine teekens, zij verstonden elkander op

een blik, zonder noodig te hebben te spreken, en geraakten eindelijk

tot groot genoegen van hunne nicht, maar tot groot ongenoegen van

Aristobulus Beerenkooi, in het voordeel.

Toen miss Campbell evenwel, nadat het spel ongeveer vijf minuten

geduurd had, bemerkte, dat zij genoegzaam ten achteren was; begon

zij meer ernstig te spelen en ontwikkelde meer behendigheid dan

haar partner, die haar niettemin zijn wetenschappelijke raadgevingen

niet onthield.

»De weerkaatsingshoek," zeide hij tot het jonge meisje, »is gelijk

aan den invallingshoek, en dat zal u de richting, die de ballen nemen

moeten aanduiden. Gij moet dus uw voordeel doen met...."

»Doet gij er uw voordeel maar mede," antwoordde miss Campbell

hem. »Kijk mijnheer, ik ben u al drie ringen vooruit!"

En waarlijk, Aristobulus Beerenkooi bleef erbarmelijk achter. Tien

maal had hij reeds getracht door den dubbelen middenring te geraken

zonder dat het hem gelukt was. Hij gaf toen de schuld aan dien ring;

hij liet hem rechtbuigen en de opening wijzigen en beproefde toen

andermaal zijn goed geluk. Maar dat was hem al evenmin gunstig. Zijn

bal raakte telkenmale het ijzer, en de arme Aristobulus slaagde niet

er door te komen.

Waarlijk, miss Campbell zou redenen gehad hebben, zich over haren

partner te beklagen. Zij speelde zeer goed en verdiende ten volle de

loftuigingen, waarmede hare ooms niet kwistig omsprongen. Er was niets

bekoorlijkers te zien, dan haar zoo ongedwongen overgave aan dit spel,

dat zich uitmuntend leent, om de bevalligheden des lichaams te doen

uitkomen. Haar rechter voet half opgeheven bij de punt, ten einde

haren bal in het oogenblik van croqueeren in bedwang te houden; hare

armen kittig afgerond, wanneer zij den hamer een halven boog liet

beschrijven; de opgewektheid van haar lief gelaat, dat lichtelijk

naar den grond gekeerd was; haar fraaie leest, die veerkrachtig

heerlijk zich bewoog; alles vormde een geheel, dat aanbiddelijk en wel

beschouwenswaard was. En toch zag Aristobulus Beerenkooi er niets van.

Het moet erkend, dat die jeugdige geleerde woedend was. En inderdaad,

de gebroeders Melvill hadden thans een voorsprong, die bijna onmogelijk

meer in te halen was. De afwisselingen van het croquetspel zijn evenwel

zoo onverwacht, dat men aan de overwinning nimmer moet wanhopen.

De partij werd dus onder die ongelijke omstandigheden voortgezet,

toen plotseling een gebeurtenis plaats greep.

De gelegenheid opende zich voor Aristobulus Beerenkooi, om den bal

van broeder Sam, die door den middenring reeds terug gekomen was,

waarvoor hij halsstarrig liggen bleef, te roqueeren. Hij gevoelde zich

waarlijk ontstemd, hoewel hij moeite deed, om er niets van voor de

omstanders te laten blijken, en wilde zich door een meesterstuk weer

verheffen. Voornamelijk wilde hij zijn tegenpartij met gelijke munt

betalen, en zijn bal buiten de grenzen van de baan zenden. Hij plaatste

dus zijn bal tegen dien van broeder Sam, hij zorgde er voor, dat de

beide ballen elkander aanraakten, door de grassprietjes er nauwkeurig

tusschen weg te nemen, hij plaatste zijn linker voet op zijn bal en,

zijn hamer bijna een geheelen boog latende beschrijven om meer kracht

aan den slag te geven, zwaaide hij gezwind met dit werktuig.

Maar welken schreeuw ontsnapte hem! Het was een gehuil van pijn! De

hamer, slecht bestuurd, had niet den bal, maar den enkel van den

lomperd geraakt, die daar nu stond op éen been rond te hinken, terwijl

hij, ongetwijfeld zeer natuurlijk, kreten uitstiet, die hem evenwel

vrij bespottelijk maakten.

De gebroeders Melvill ijlden tot hem. Gelukkig had het leer van zijn

halve laars den slag gebroken; de kneuzing had dan ook eigenlijk niet

veel te beteekenen. Maar Aristobulus Beerenkooi vermeende aldus zijn

ongelukkig wedervaren te moeten uitleggen:

»De straal, door mijn hamer voorgesteld," zei hij doceerende,

terwijl hij een grijns van pijn niet kon onderdrukken, »heeft een

concentrischen cirkel beschreven, ten opzichte van dien, welke den

tangens van den grond had moeten uitmaken, door dat ik den straal te

kort nam. Vandaar de schok...."

»En dus zullen wij de partij maar opgeven?" viel miss Campbell hem

vragenderwijs in de rede.

»De partij opgeven?" riep Aristobulus Beerenkooi uit. »Ons

gewonnen geven? Dat nooit! Wanneer men de kansformules van de

waarschijnlijkheids-rekening betracht, zal men zien, dat...."

»Welnu, laat ons dan doorspelen!" antwoordde miss Campbell.

Maar alle kansformules der wereld zouden niet veel kansen verschaft

hebben aan de tegenstanders van de twee ooms. Reeds was broeder Sam

»rover", dat wil zeggen, dat hij zijn bal door al de ringen gebracht

had, en den »besan" of het aankomstpaaltje geraakt had, zoodat zijn

spel nog maar bestond in het croqueeren en roqeeren van al de ballen,

die hem daartoe wenschelijk voorkwamen.

En inderdaad was de partij eenige oogenblikken later onherroepelijk

gewonnen, en triomfeerden de gebroeders Melvill, maar met

bescheidenheid, zoo als het grooten meesters betaamt. Wat den grooten

Aristobulus Beerenkooi aangaat, dien was het, in weerwil van zijn

aanmatiging, niet gelukt zijn bal door den middenring te brengen.

Toen wilde miss Campbell waarschijnlijk meer spijt te kennen geven, dan

zij werkelijk gevoelde, en bracht zij haren bal een flinken slag met

haren hamer toe, zonder evenwel eenigermate de richting te berekenen.

De bal vloog buiten den omtrek der baan, door het grachtje

aangegeven. Hij rolde naar den kant der zee, trof een strandkeisteen,

sprong op en--zooals Aristobulus Beerenkooi zou zeggen,--onder den

invloed zijner zwaarte, vermenigvuldigd met het vierkant der snelheid,

bereikte hij aldus het strand.

Maar daar trof hij al zeer ongelukkig!

Een jeugdig artist zat daar voor zijn schildersezel en was bezig

een zeegezicht te schetsen, dat door de zuiderpunt van de reede van

Oban begrensd werd. De bal vloog midden in het doek en besmeerde

haar groen kleed met al de kleuren van het palet, dat hij rakelings

voorbij snorde, wierp den schildersezel omver en stuwde dien eenige

passen voort.

De jonge schilder keerde zich om en sprak bedaard:

»Het is gewoonte, alvorens een bombardement te beginnen, de menschen

te waarschuwen! Wij zijn waarlijk hier niet veilig!"

Miss Campbell, die een voorgevoel van het ongeluk had, nog vóór de

bal zijn doel bereikte, snelde zoo hard zij kon naar het strand.

»Och! mijnheer," sprak zij tot den jeugdigen kunstenaar, »wil mij

mijn onhandigheid vergeven!"

De jonkman stond op en groette het mooie meisje, dat geheel beteuterd

vóór hem stond, en haar verontschuldigingen stamelde....

Het was de schipbreukeling van de Corryvrekan-kolk!

De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht · 第 23 / 68 题