VAN DE EENE BOOT OP DE ANDERE.

Na het half-koude, half-warme maal, waaruit het ontbijt bestond--dat,

tusschen twee haakjes gezegd, overheerlijk was--en in het eetsalon van

de Columbia voorgediend werd, stegen miss Campbell en de gebroeders

Melvill andermaal op het dek.

Helena kon een kreet van teleurstelling niet weerhouden, toen zij

haar plaats op het halfdek weer ingenomen had.

»Waar is mijn zee-horizon?" vroeg zij.

Hare ooms moesten bekennen, dat die horizon er niet meer was. Sedert

eenige minuten was hij verdwenen. De stoomboot, die noordelijk voorlag,

stevende op dat oogenblik door de Straat van Kyles of van Bute.

»Dat is niet mooi, oom Sam!" sprak Miss Campbell met een lichten

toon van verwijt in de stem en met een zweem van pruilen op de

schoone lippen.

»Maar, mijn lief kind...."

»Dat zal ik niet licht vergeten, oom Sib!"

De twee broeders wisten geen antwoord te geven, en toch kon men hun

de schuld niet geven, dat de Columbia, na haren koers gewijzigd te

hebben, verder noordwaarts stevende.

Er bestaan inderdaad twee wegen, of beter twee vaarwaters, die nog

al sterk uiteenloopen, om over zee van Glasgow naar Oban te geraken.

De een--die door de Columbia niet ingeslagen was--is de langste. Die

voert langs Bothesay, de hoofdplaats van het eiland Bute, welke

natuurlijk aangedaan wordt. Dat stadje wordt beheerscht door een

oud kasteel, dat uit de elfde eeuw dagteekent, en is in het westen

omgeven door hooge glens, die haar haven tegen de stormwinden uit

volle zee dekken. Van Rothesay kan de stoomboot verder de Clyde-baai

afzakken, vervolgens de wester kuststreek van het Bute-eiland langs

stevenen, groot en klein Cumbray in het gezicht loopen en verder

in die richting voortstoomen, totdat de meest zuidelijke punt van

het eiland Arran bereikt is. Dat eiland behoort in zijn geheel,

van zijn grondvesten van rotslagen tot op den top van den Goatfell,

die zich op nagenoeg achthonderd meter boven de oppervlakte der zee

verheft, aan den hertog van Hamilton. Bij die zuidpunt gekomen,

legt de roerganger zijn roer te boord, totdat de weststreek van

het kompas met de zeilstreek overeenkomt, waardoor het eiland Arran

gerond wordt. Men stevent verder rond om den grooten vinger van het

schiereiland Cantyre, om langs de westkust daarvan op te stoomen,

waarna men in de Gigha-engte komt, die het smalste gedeelte uitmaakt

van de Sond-straat, die tusschen de eilanden Islay en Jura doorvoert,

waarna men in het meest opene gedeelte, van de Forth- of Lorn-baai

geraakt, welker teruggetrokken hoek zich een weinig boven Oban sluit.

Goed gerekend, wanneer miss Campbell eenige reden tot pruilen had, dan

zouden de beide ooms toch ook reden hebben om te betreuren, dat die weg

niet was ingeslagen. Wanneer men toch die kuststreek van het eiland

Islay gevolgd had, dan zouden zij met eigen oogen gezien hebben de

verblijfplaats der Mac Donalds, die, in het begin der zeventiende eeuw

overwonnen en verjaagd, de plaats moesten ruimen voor de Campbells. Bij

het gezicht van de plaats, waar die historische feiten voorgevallen

waren, die de beide broeders van nabij betroffen, zouden zij niet

alleen hun hart hebben voelen kloppen, maar ook Juffrouw Bess en

Partridge zouden hunne aandoening niet meester gebleven zijn.

En wat miss Campbell betrof, voor haar oogen zou die zoo zeer betreurde

gezichteinder zich gedurende veel langer tijd uitgestrekt hebben. Want

inderdaad, van de punt van de Arran tot aan het voorgebergte van

Cantyre heeft men de volle zee in het zuiden en van die punt van

Cantyre tot aan het uiteinde van Islay heeft men de volle zee in het

westen, dat wil zeggen die vloeibare onmetelijkheid, die slechts op

een afstand van ruim drie duizend mijl door het Amerikaansch vasteland

begrensd wordt.

Maar die weg is, zooals gezegd werd, de langste; hij is ook de meest

moeitevolle en niet van gevaren ontbloot. Men heeft met dat slag

van toeristen rekening moeten houden, die afgeschrikt worden door de

gebeurlijkheden van een overtocht soms bij ruw weer, wanneer de zee

veelal hol staat in die streken der Hebriden.

De ingenieurs hebben dan ook, in navolging van de Lesseps de gedachte

geopperd en uitgevoerd, om van dat schiereiland Cantyre een eiland

te maken. Onder hunne leiding werd het kanaal van Crinan in het

noordelijkste gedeelte van het schiereiland gegraven. Daardoor wordt de

reis minstens tweehonderd mijl bekort, en een vaartuig heeft slechts

drie of vier uur noodig om het door te stevenen.

Door dien weg zou de Columbia tusschen al die inhammen en zeeëngten,

met geen ander uitzicht dan kale stranden, dan bergen en wouden,

den overtocht van Glasgow naar Oban beëindigen. Van al de passagiers

aan boord was miss Campbell zeer waarschijnlijk de eenige die de niet

gevolgde reisroute betreurde, maar zij moest wel in het onvermijdelijke

berusten. Daarenboven zou zij dien zee-gezichteinder niet weervinden,

wanneer men eenige uren later het kanaal van Crinan zou verlaten

hebben, nog lang voordat de zon de kim met haar schijf zou aanraken?

Terzelfder tijd, toen de naplakkers aan tafel de eetzaal verlieten

om zich op het dek te begeven, stoomde de Columbia het kleine eiland

Elbangreig voorbij, hetwelk aan den ingang van Loch Ridden gelegen

is. Op dat eilandje bestaat een versterkte plaats, die tot laatste

schuiloord strekte aan den hertog van Argyle, toen die held, ten

onder gebracht in den strijd voor de staatkundige en godsdienstige

onafhankelijkheid van Schotland naar Edinburg gebracht werd, om daar

het leven onder de valbijl zijns vaderlands te laten.

Toen stevende de stoomboot zuidwaarts, alsof zij op haar schreden wilde

terugkeeren, volvoerde den doortocht door de zeeëngte van Bute, te

midden van dat bewonderenswaardige panorama van eilanden, die òf kaal

en onvruchtbaar, òf met zwaar bosch bedekt waren, en welker scherpe en

woeste omtrekken door een lichten nevel verzacht waren. Eindelijk na

de kaap Ardlamont gerond te hebben, werd de noordwaartsche richting

hernomen door Loch Fyne waarbij het dorp East-Farbert op de kust van

Cantyre gelegen, ter linkerzijde gelaten werd. Vervolgens werd Kaap

Ardrishaig voorbijgestoomd, en zoo het gehucht Lochgilphead bereikt,

waar zich de monding van het kanaal Crinan bevindt.

Daar moesten de reizigers de Columbia verlaten, omdat zij van te

groot charter was voor de vaart op het kanaal. Door dien doorsteek,

die een sterk waterverval heeft, waardoor niet minder dan vijftien

sluizen benoodigd zijn op haar lengte van slechts negen mijl, kunnen

slechts smalle vaartuigen van weinig diepgang varen.

De kleine stoomboot the Linnet wachtte de passagiers van de

Columbia. De overscheping had in weinige oogenblikken plaats. Ieder

zocht een goed plekje op het halfdek, waarop men evenwel zeer

opeengedrongen zat. Daarna stoomde the Linnet met spoed tusschen

de kanaaloevers voort, terwijl een »bagpiper", een doedelzakartist,

in het nationaal kostuum gekleed, zijn bevreemdend instrument liet

weerklinken. Niets weemoediger dan die vreemdsoortige muziek, welker

ontwikkeling slechts de uitgestrektheid van een octaaf bereikt en

waarbij de gevoelsnoot ontbreekt even als in de deuntjes uit den tijd

der vervlogen eeuwen.

Het is een bevallige vaart op dit kanaal, dat nu eens tusschen

hooge oevers is uitgegraven, dan eens langs de hellingen van een met

heideplanten begroeiden heuvel voert, waaraan het als vastgehaakt

schijnt; dat hier een uitgestrekt vlak bouwland doorsnijdt, om elders

weer tusschen de zware muren van de schutkolken besloten te worden. In

het sas is er telkenmale oponthoud. Terwijl de sluiswachters zich

haasten om het vaartuig te schutten, komen jonge lieden, jonge meisjes

en kinderen de reizigers met beleefden groet versch gewonnen melk

aanbieden, en babbelen daarbij de gaëlische volkstaal, die door de

Kelten vroeger algemeen gebruikt werd, en meestal onverstaanbaar is,

zelfs voor Engelsche ooren.

Zes uren later--er had oponthoud plaats gehad bij een sluis, welker

deuren slecht sloten--waren de gehuchten en de pachthoeven van dit

wel wat droefgeestig land, alsook de uitgestrekte moerassen van de

Add, die op den rechteroever van het kanaal, aangetroffen werden,

voorbij gestevend. The Linnet stopte een oogenblik later bij het

dorp Ballanoch. Daar had een tweede overscheping plaats en werden de

passagiers van de Columbia de passagiers van de Glengarry. Die boot

stevende noordwestwaarts, om de baai van Crinan uittestoomen en de

punt te ronden, waarop zich het oude feodale kasteel van Duntroon

Castle verheft.

Sedert men het eiland Bute voorbijgestevend was, alwaar men er een

stukje van had kunnen snappen, was geen zee-gezichteinder meer te

zien geweest.

Men kan begrijpen welk ongeduld miss Campbell bezielde. Op die wateren,

wier gezichtskring overal begrensd was, kon zij zich verbeelden ten

volle in Schotland te zijn, in de meerstreken, te midden van het land

van Rob Roy. Overal werden schilderachtige eilanden aangetroffen,

met hunne zachte afrondingen en begroeid met berke- en beukeboomen.

Eindelijk stevende de Glengarry de noorder punt van het eiland Jura

om, en toen vertoonde zich de zee tusschen dit punt en het eilandje

Scarba, dat er als afgescheurd is in al haar uitgestrektheid, tot

waar de hemel de waterlijn schijnt te ontmoeten.

»Daar is ze! waarde Helena!" riep broeder Sam, terwijl hij de hand

naar het westen uitstrekte.

»Het was waarachtig onze schuld niet," vervolgde broeder Sib, »dat

die verwenschte eilanden, die de oude Nick hale! ze voor uwe oogen

verborgen."

»Vergiffenis zij u geschonken, waarde oompjes," antwoordde miss

Campbell met een bekoorlijken glimlach. »Maar... dat het niet weer

gebeure!"

De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht · 第 13 / 68 题