13 Nov. 1904.

Californië is bij de groote massa in Europa alleen nog bekend als

land waar goud wordt gevonden; waar in de jaren 1848 tot 1880 ieder

heentrok die wilde "goudzoeken".

Er wordt ook nu nog altijd goud gevonden, maar de grond en daardoor de

mijnen zijn in handen gekomen van groote maatschappijen. Het vinden

van goud is nu niet meer een fortuintje voor den delver maar voor de

Maatschappij in wier dienst hij arbeidt. Vandaar dat de goudmijnen van

Californië haar aantrekkingskracht voor fortuin-zoekende Europeanen

sedert lang hebben verloren.

In dat mijnwerk vond de kleine bevolking van Californië langen tijd

bijna uitsluitend een middel van bestaan. Totdat in de zeventiger

jaren zich hier en daar immigranten vestigden, die zich toelegden op

vruchtenteelt, door het klimaat daartoe als aangewezen. De gebrekkige

middelen tot irrigatie van den bodem, maakten dat bedrijf in den

aanvang weinig loonend. Toen evenwel de wijze van irrigeeren verbeterd

en minder kostbaar werd, bleek spoedig de groote geschiktheid van

den bodem voor vruchtenteelt, sinaasappelen, citroenen, pruimen,

perziken, peren, appelen, walnoten enz. en worden thans, met

buitengewoon gunstigen uitslag, velden met vruchtboomen in midden-

en zuid-Californië aangelegd.

In sommige streken probeert men ook al de bloementeelt en reeds wordt

in den omtrek van Los Angeles op groote schaal een proef genomen

met het kweeken van rozenstammen, waarvoor de navraag bestaat in

Oostelijk Amerika, aan welke navraag thans hoofdzakelijk door Europa,

ook door de bloemenkweekers van Nederland, wordt voldaan. Naar mij

werd medegedeeld, zijn de kosten van kweeken der rozenstammen in

dit zonnig gedeelte van Californië zoo goedkoop, dat Europa een zeer

ernstige concurrent ook voor dit artikel krijgt, indien de proefneming,

op groote schaal begonnen, mocht slagen.

Hier in Zuid-Californië vindt men prachtige boomgaarden van

sinaasappelen, duizenden hectaren groot, waar nog slechts 3 jaren

geleden wildernis was en waarvan men reeds over 2 jaren een oogst

verwacht, die alle kosten van aanleg, irrigatie en vruchtbaarmaking

van den grond ruimschoots vergoedt. Die verwachting is gebaseerd op

de ervaring met aangrenzende velden opgedaan, waar boomen staan van

20 tot 30 jaar oud.

Een aardig voorbeeld van de wijze waarop een ieder in zuidelijk

Californië zijn voordeel weet te doen met de nieuwe industrie, levert

een paar onderwijzeressen te Riverside, waarover ik in mijn vorig

artikel schreef. Zij kochten een halve acre (nog geen kwart bunder)

grond en bouwden daarop voor hun beiden de woning. Het voor dien koop

en bouw benoodigde geld werd opgenomen. De grond, niet voor de woning

noodig, werd bebouwd met sinaasappelboomen, waarvan de opbrengst,

thans na 7 jaren, voldoende is geweest om het opgenomen geld af te

betalen, zoodat zij thans niet alleen vrij wonen, maar bovendien een

flinke jaarlijksche inkomst uit hun boomgaard genieten.

Engelschen hebben zich hier gevestigd en met Engelsch kapitaal zijn

tienduizenden hectaren woestenij in boomgaarden omgezet, tot niet

gering voordeel der ondernemers.

Maar tevens ten voordeele van allen, die bij deze industrie zijn

betrokken, want overal heerscht een welvaart, als waarvan wij in ons

land geen begrip hebben. Deze industrie roept nederzettingen in het

leven, die in de streek gevestigd blijven en daarom voor Californië een

zegen zijn. De vlottende bevolking, niet aan het land gehecht, ziet

men hier liever niet. Men bevordert daarentegen zooveel mogelijk de

vestiging van hen, die door land- of tuinbouw en vruchtenteelt uit te

oefenen een vaste, blijvende bevolking uitmaken. De behoefte aan zulk

eene bevolking wordt over geheel Californië sterk gevoeld, omdat men

meer en meer overtuigd wordt, dat groote schatten aan den vruchtbaren

grond, in verband met het warme klimaat, zijn te onttrekken, indien

daaraan slechts de zorgvuldige arbeid besteed wordt, die alleen een

geduldige land- en tuinbouwbevolking in zoo hooge mate bezit. Wanneer

men bedenkt dat Californië zoo groot is als Italië en ternauwernood

twee millioen inwoners telt, waarvan een groot deel zich bezig houdt

met mijnwerk of zich ophoudt in de groote steden--San Francisco met

de voorsteden telt alleen 700.000 inwoners--dan kan men zoo ongeveer

nagaan hoe weinig het landbouwbedrijf hier op dezen daarvoor zoo

geëigenden bodem tot zijn recht komt.

Wie hier met beleid en deskundig te werk gaat, 't zij met de

vruchtenteelt, 't zij met den landbouw of de veehouderij, kan verzekerd

zijn binnen weinige jaren een gezeten grondeigenaar te zijn. Hier wordt

arbeid, en vooral toewijdenden arbeid verlangd; wie dien geeft, is

zeker van een welvarend bestaan; heel wat welvarender en met heel wat

beter vooruitzichten dan voor dienzelfden arbeid in Nederland genoten

wordt. Hier koopt de landbouwarbeider of tuinder van zijn bespaarde

penningen weinige acres (1 acre is 0.4 Hectare) grond. Goed gelegen

vruchtbare grond kost van honderd tot vijfhonderd gulden per acre. Drie

vierden van den koopprijs behoeft hij eerst te betalen in 3 jaren,

jaarlijks een derde. Dat kan hij gewoonlijk doen van de opbrengst van

zijn land en is hij zoodoende na drie jaren eigenaar van zijn grond en

leeft er al die jaren heel wat beter van dan zijn collega in Nederland.

Hij, die met een klein kapitaaltje van 2500 à 5000 gulden en toegerust

met de algemeene kennis omtrent landbouw, veeteelt, vruchtenteelt of

boom- en bloemkweekerij zich hier komt vestigen, kan zeker zijn van

een welvarend bestaan. Natuurlijk dient de grond met beleid gekozen

en daaromtrent overleg gepleegd te worden met de besturen der Kamers

van Koophandel of andere vertrouwde lichamen of personen. De Kamers

van Koophandel worden nu in den laatsten tijd tot op de kleinste

plaatsen opgericht en verrichten met haar deskundige en betrouwbare

adviezen aan particulieren en corporatiën een zeer verdienstelijken

arbeid. Door coöperatie worden de noodige werktuigen, zaden enz. tot

kostenden prijs aangeschaft.

In sommige plaatsen, o.a. te Riverside, worden de irrigatiewerken

coöperatief aangelegd en onderhouden. Te Santa Barbara was een groote

coöperatieve werkplaats van over de 100 deelnemers voor het drogen,

sorteeren en verpakken van eigen verbouwde walnoten. In dit deel van

Californië ziet men de walnoot-boomen bij duizenden, keurig onderhouden

en zonder een grasje of plantje tusschen de boomen. Elders vindt men

de coöperatieve zuivelfabrieken precies als in ons land werkende. De

coöperatie moge hier niet zoo algemeen worden toegepast als in

sommige landen van Europa, het beginsel wint hier veld en maakt in

het landbouw- en vruchtenteelt-bedrijf groote vorderingen.

Overal ontdekte ik de sporen van bekendheid met dezen gunstigen

toestand in de oude landen van Europa. Want Zweden, Denen, Russen,

Engelschen, Duitschers, Zwitsers, Italianen en natuurlijk ook

Amerikanen trof ik hier aan, die na weinige jaren volhardenden arbeid

thans zeer gezeten burgers van Californië zijn. Alleen Nederlanders

kwam ik op mijn tocht niet tegen. En toch moet onze land- en

tuinbouwschool in de laatste jaren een aantal deskundige jongelieden

hebben afgeleverd, dat aangewezen was de groote welvaart deelachtig

te worden, die in hun vak hier in zoo ruime mate door emigranten van

andere natiën wordt genoten.

Waar zitten toch die tientallen, honderden wellicht, die dat weinigje

ondernemingsgeest behoeven om met de te Wageningen opgedane kennis

hier in weinige jaren hun toekomst te verzekeren?

Toen ik van San Francisco door de Santa Clara Vallei reisde, meer dan

100 kilometer langs de boomgaarden met pruimen, abrikozen, perziken

en pereboomen met de daarvoor noodige drogerijen en pakkerijen,

hoorde ik gewagen van het Engelsch, Duitsch of Zweedsch kapitaal,

waarmede deze of gene plantage was aangelegd en dat daarvan nu groote

inkomsten genoot. Van een Nederlandsche kolonie of van Nederlandsch

kapitaal dat de rijke vruchten van deze opkomende industrie geniet,

hoorde ik nergens.

Nog liggen honderdduizenden hectaren braak; nog vindt de ondernemende

Hollander hier een ruim veld om door arbeid en vlijt (niet door geluk,

zooals weleer de goudzoekers van dit land) zich een ruim bestaan

te verzekeren. Zal hij zoo lang wachten, tot de room van de melk

is? Californië's bevolking is geheel onvoldoende om den rijken bodem

naar eisch te ontginnen. Het behoeft daarvoor deskundigen arbeid uit de

oude landen van Europa. Andere landen doen daarmede hun voordeel. Zal

Nederland achter blijven?

Zijn de vooruitzichten van hen die zich in Californië aan de

vruchtenteelt wijden, veelbelovend te noemen, niet minder is dat

het geval voor hen, die er het landbouwbedrijf en de zuivelbereiding

gaan beoefenen.

Gedurende de jaren dat de groote vallei van 4 1/2 millioen hectaren,

waarover ik in mijn vorig artikel schreef, spaarzaam bevolkt was,

werd de beschikbare vruchtbare grond in cultuur gebracht zonder

onderzoek naar andere gronden, die òf voor het vervoer der producten

niet gunstig gelegen waren òf onder water stonden. Er zijn in dat dal

o.a. twee groote rivieren: de Sacramento en de San Joaquin, die in

midden-Californië in velerlei vertakkingen tot elkander komen en een

uitgestrekt bezonken land vormen van ongeveer vierhonderd duizend

hectaren oppervlakte. Die grond, drooggemaakt en ingepolderd, is

gebleken uit zeer vruchtbaren veengrond te bestaan, geschikt voor

den graanbouw en de groenteteelt, en nog meer voor veeteelt en

zuivelbedrijf: melkerij.

De inpoldering geschiedt nagenoeg als bij ons te lande. Voor het

inlaten van water heeft men slechts hier en daar de sluizen open

te zetten, voor het uitpompen op den rivierboezem gebruikt men

verplaatsbare stoompompen. Het eerste is zelden noodig; het laatste

veelvuldig. Dijken van voldoende hoogte beschermen het land tegen

overstroomingen.

Toen men voor weinige jaren ontdekte welke groote vruchtbaarheid deze

drooggemaakte gronden bezitten, is men aan het droogleggen er van

gegaan en gaat men daarmede nog steeds voort. Bovendien versterkt

men nu ook de dijken hoogerop gelegen langs genoemde rivieren en

beveiligt daardoor het achtergelegen land tegen overstrooming. Tot de

energieksten onder hen, die hun land tegen water wisten te beschermen,

behoort ditmaal een Nederlander, de heer P. J. van Löben Sels,

ex-consul van Nederland te San Francisco. De Sacramento-rivier

afvarende, werd mij zijn land, "Vorden" genaamd, ruim 1600 hectaren

groot, gewezen. Het behoorde tot de weinige landen, die dit voorjaar

door den sterken vloed bergwater niet ondergeloopen waren. Toen

ik hem later sprak, vernam ik, dat hij voor eenige jaren geruimen

tijd in Nederland vertoefde om de wijze van inpolderen en bedijken

te bestudeeren en dat hij nu, door toepassing van hetgeen hij daar

leerde, voor groote schade is bewaard gebleven. Het bleek mij trouwens

uit een bezoek aan een der grootste inpolderingen die thans onder

handen genomen is, die van de "Middle River Company", in de buurt van

Stockton, dat ons land, vóór men aldaar tot de inpoldering overging,

werd bezocht door de directeuren, de heeren Phillips, waarvan de

oudste broer ter bestudeering van het stelsel bij ons toegepast, nog

niet van Nederland was teruggekeerd toen ik deze bezitting bezocht [1].

Hier worden ruim vijfduizend hectaren prachtige zwarte veengrond aan

het water onttrokken. Een groote uitgestrektheid was reeds bebouwd met

aardappelen, uien, boonen en asperges. Een fabriek voor het inmaken

van asperges in blikken was op het asperge-land in aanbouw.

Op een uur afstand per boot bezocht ik een ander droog gelegd

land; daarop was een groote melkerij van over de 200 koeien

gevestigd. Het meerendeel uitgelezen melkvee, kort geleden van

Nederland geïmporteerd. Aan het hoofd stond een Deen. Van hem

vernam ik bijzonderheden omtrent de prijzen die bedongen worden voor

zuivelproducten, waaruit ten duidelijkste bleek, hoe winstgevend het

bedrijf van veehouder en zuivelbereider hier moet zijn, waar men den

vruchtbaren grond, die geen bemesting behoeft, koopt voor zeshonderd

tot zestienhonderd gulden per hectare en waar men een klimaat

heeft dat zoo goed als geen risico oplevert voor het welslagen van

den oogst. Men krijgt hier van alfalfa-velden vier, soms vijf goede

oogsten per jaar. Toen ik mij vóór ongeveer een week te Fresno bevond,

was men dáár van hetzelfde land, voor de vijfde maal in dit jaar,

aan het oogsten van alfalfa.

Deze bouw schijnt inderdaad in het landbouw-bedrijf de grootste

voordeelen op te leveren. Fresno en omgeving behoort niet tot de

zooeven genoemde ingepolderde landen. Daar is gebrek aan water en

moeten dan ook de alfalfa-landen door irrigatie vruchtbaar gemaakt

worden, wat heel eenvoudig en goedkoop kan geschieden met water van

in de nabijheid gelegen bergen. Ik zag daar gronden te koop voor

f 250 de bunder, die bij deskundige bebouwing van vijf bunder met

alfalfa, in vier jaren niet alleen ruimschoots het onderhoud van een

gezin opbrengen, maar zooveel meer als noodig is om den koopprijs af

te betalen.

Hier wordt algemeen aangenomen, dat 5 hectaren noodig zijn om bij

zorgvuldige bebouwing--landbouw, melkerij of vruchtenteelt--een gezin

te onderhouden en in 4 à 5 jaren den koopprijs af te lossen. Bij

den aanvang moet 1/4 van den koopprijs dadelijk betaald worden. Bij

verbouwing van sinaasappelen wordt voor de afbetaling ongeveer op 7

jaren gerekend.

Het is opmerkelijk hoe weinig nog het Nederlandsche element ook in

het landbouwbedrijf en de veehouderij in midden-Californië wordt

waargenomen. Men vindt hier Zwitsersche, Duitsche, Deensche en

zelfs Russische kolonies, alle zeer welvarend, maar een Nederlandsche

kolonie, waarvoor deze bedrijven zoo bij uitstek geschikt mogen heeten,

vindt men hier nog niet. Wel Nederlandsch vee, maar emigranten van

andere natiën om de voordeelen te behalen die dat vee op Californischen

bodem afwerpt. En van Nederlandsch kapitaal om die inpolderingen en

droogmakingen tot stand te brengen, hoorde ik al evenmin.

De buitensporige voordeelen aan die droogmakingen verbonden genieten

Amerikanen en Engelschen, die hier met de ervaring in Nederland

omtrent inpolderingen opgedaan komen woekeren. En onze geldmannen,

die beter dan eenig ander in staat zijn om de voordeelen van dergelijke

ondernemingen te beoordeelen, houden zich van verre.

Niet lang geleden had ik gelegenheid eene conferentie bij te

wonen, waar een nieuw plan van inpoldering werd besproken

en toegelicht. Het betrof het Yolo-bassin, in de Delta der

Sacramento en San Joaquin-rivieren gelegen, een oppervlakte van

12000 hectaren. Daarvoor is ongeveer f 2 1/2 millioen noodig en

komt dit vruchtbaar land na droogmaking op even f 200 per bunder te

staan, terwijl de verkoopprijs reeds dadelijk op het dubbele werd

berekend. Hoewel de schattingen mij zeer vertrouwbaar voorkwamen,

zou ik daaraan toch geen al te groote waarde hebben gehecht, ware het

niet, dat de heer P. J. van Löben Sels, aan wiens oordeel in deze ik

groote waarde hecht, mij verzekerde dat de voorgespiegelde cijfers

voor deze onderneming eer te ongunstig dan te gunstig gesteld waren.

Met dit kijkje op de voordeelen die dergelijke ondernemingen hier

behalen, besluit ik dit opstel over Californië. Veel, tienmaal meer dan

ik hier opsomde, zou ik nog zeggen over dit rijke land der toekomst,

indien niet de ruimte van een dagblad mij grenzen stelde. Dit ééne

wil ik er nog aan toevoegen.

Indien een groep van 25 à 30 gezinnen van kleine landbouwers en

veehouders in ons land zich vereenigden om naar Californië te gaan

en een vertrouwd deskundig man daarheen zonden om geschikte gronden

te koopen en het noodige te regelen voor de vestiging aldaar, dan

zou door samenwerking op coöperatieven grondslag voor zulk een groep

landgenooten een welvaart ontstaan en genoten worden, als waarvan

zij te voren nooit gedroomd hebben.

Brieven uit en over Amerika · 第 22 / 32 题