Californië is bij de groote massa in Europa alleen nog bekend als
land waar goud wordt gevonden; waar in de jaren 1848 tot 1880 ieder
heentrok die wilde "goudzoeken".
Er wordt ook nu nog altijd goud gevonden, maar de grond en daardoor de
mijnen zijn in handen gekomen van groote maatschappijen. Het vinden
van goud is nu niet meer een fortuintje voor den delver maar voor de
Maatschappij in wier dienst hij arbeidt. Vandaar dat de goudmijnen van
Californië haar aantrekkingskracht voor fortuin-zoekende Europeanen
sedert lang hebben verloren.
In dat mijnwerk vond de kleine bevolking van Californië langen tijd
bijna uitsluitend een middel van bestaan. Totdat in de zeventiger
jaren zich hier en daar immigranten vestigden, die zich toelegden op
vruchtenteelt, door het klimaat daartoe als aangewezen. De gebrekkige
middelen tot irrigatie van den bodem, maakten dat bedrijf in den
aanvang weinig loonend. Toen evenwel de wijze van irrigeeren verbeterd
en minder kostbaar werd, bleek spoedig de groote geschiktheid van
den bodem voor vruchtenteelt, sinaasappelen, citroenen, pruimen,
perziken, peren, appelen, walnoten enz. en worden thans, met
buitengewoon gunstigen uitslag, velden met vruchtboomen in midden-
en zuid-Californië aangelegd.
In sommige streken probeert men ook al de bloementeelt en reeds wordt
in den omtrek van Los Angeles op groote schaal een proef genomen
met het kweeken van rozenstammen, waarvoor de navraag bestaat in
Oostelijk Amerika, aan welke navraag thans hoofdzakelijk door Europa,
ook door de bloemenkweekers van Nederland, wordt voldaan. Naar mij
werd medegedeeld, zijn de kosten van kweeken der rozenstammen in
dit zonnig gedeelte van Californië zoo goedkoop, dat Europa een zeer
ernstige concurrent ook voor dit artikel krijgt, indien de proefneming,
op groote schaal begonnen, mocht slagen.
Hier in Zuid-Californië vindt men prachtige boomgaarden van
sinaasappelen, duizenden hectaren groot, waar nog slechts 3 jaren
geleden wildernis was en waarvan men reeds over 2 jaren een oogst
verwacht, die alle kosten van aanleg, irrigatie en vruchtbaarmaking
van den grond ruimschoots vergoedt. Die verwachting is gebaseerd op
de ervaring met aangrenzende velden opgedaan, waar boomen staan van
20 tot 30 jaar oud.
Een aardig voorbeeld van de wijze waarop een ieder in zuidelijk
Californië zijn voordeel weet te doen met de nieuwe industrie, levert
een paar onderwijzeressen te Riverside, waarover ik in mijn vorig
artikel schreef. Zij kochten een halve acre (nog geen kwart bunder)
grond en bouwden daarop voor hun beiden de woning. Het voor dien koop
en bouw benoodigde geld werd opgenomen. De grond, niet voor de woning
noodig, werd bebouwd met sinaasappelboomen, waarvan de opbrengst,
thans na 7 jaren, voldoende is geweest om het opgenomen geld af te
betalen, zoodat zij thans niet alleen vrij wonen, maar bovendien een
flinke jaarlijksche inkomst uit hun boomgaard genieten.
Engelschen hebben zich hier gevestigd en met Engelsch kapitaal zijn
tienduizenden hectaren woestenij in boomgaarden omgezet, tot niet
gering voordeel der ondernemers.
Maar tevens ten voordeele van allen, die bij deze industrie zijn
betrokken, want overal heerscht een welvaart, als waarvan wij in ons
land geen begrip hebben. Deze industrie roept nederzettingen in het
leven, die in de streek gevestigd blijven en daarom voor Californië een
zegen zijn. De vlottende bevolking, niet aan het land gehecht, ziet
men hier liever niet. Men bevordert daarentegen zooveel mogelijk de
vestiging van hen, die door land- of tuinbouw en vruchtenteelt uit te
oefenen een vaste, blijvende bevolking uitmaken. De behoefte aan zulk
eene bevolking wordt over geheel Californië sterk gevoeld, omdat men
meer en meer overtuigd wordt, dat groote schatten aan den vruchtbaren
grond, in verband met het warme klimaat, zijn te onttrekken, indien
daaraan slechts de zorgvuldige arbeid besteed wordt, die alleen een
geduldige land- en tuinbouwbevolking in zoo hooge mate bezit. Wanneer
men bedenkt dat Californië zoo groot is als Italië en ternauwernood
twee millioen inwoners telt, waarvan een groot deel zich bezig houdt
met mijnwerk of zich ophoudt in de groote steden--San Francisco met
de voorsteden telt alleen 700.000 inwoners--dan kan men zoo ongeveer
nagaan hoe weinig het landbouwbedrijf hier op dezen daarvoor zoo
geëigenden bodem tot zijn recht komt.
Wie hier met beleid en deskundig te werk gaat, 't zij met de
vruchtenteelt, 't zij met den landbouw of de veehouderij, kan verzekerd
zijn binnen weinige jaren een gezeten grondeigenaar te zijn. Hier wordt
arbeid, en vooral toewijdenden arbeid verlangd; wie dien geeft, is
zeker van een welvarend bestaan; heel wat welvarender en met heel wat
beter vooruitzichten dan voor dienzelfden arbeid in Nederland genoten
wordt. Hier koopt de landbouwarbeider of tuinder van zijn bespaarde
penningen weinige acres (1 acre is 0.4 Hectare) grond. Goed gelegen
vruchtbare grond kost van honderd tot vijfhonderd gulden per acre. Drie
vierden van den koopprijs behoeft hij eerst te betalen in 3 jaren,
jaarlijks een derde. Dat kan hij gewoonlijk doen van de opbrengst van
zijn land en is hij zoodoende na drie jaren eigenaar van zijn grond en
leeft er al die jaren heel wat beter van dan zijn collega in Nederland.
Hij, die met een klein kapitaaltje van 2500 à 5000 gulden en toegerust
met de algemeene kennis omtrent landbouw, veeteelt, vruchtenteelt of
boom- en bloemkweekerij zich hier komt vestigen, kan zeker zijn van
een welvarend bestaan. Natuurlijk dient de grond met beleid gekozen
en daaromtrent overleg gepleegd te worden met de besturen der Kamers
van Koophandel of andere vertrouwde lichamen of personen. De Kamers
van Koophandel worden nu in den laatsten tijd tot op de kleinste
plaatsen opgericht en verrichten met haar deskundige en betrouwbare
adviezen aan particulieren en corporatiën een zeer verdienstelijken
arbeid. Door coöperatie worden de noodige werktuigen, zaden enz. tot
kostenden prijs aangeschaft.
In sommige plaatsen, o.a. te Riverside, worden de irrigatiewerken
coöperatief aangelegd en onderhouden. Te Santa Barbara was een groote
coöperatieve werkplaats van over de 100 deelnemers voor het drogen,
sorteeren en verpakken van eigen verbouwde walnoten. In dit deel van
Californië ziet men de walnoot-boomen bij duizenden, keurig onderhouden
en zonder een grasje of plantje tusschen de boomen. Elders vindt men
de coöperatieve zuivelfabrieken precies als in ons land werkende. De
coöperatie moge hier niet zoo algemeen worden toegepast als in
sommige landen van Europa, het beginsel wint hier veld en maakt in
het landbouw- en vruchtenteelt-bedrijf groote vorderingen.
Overal ontdekte ik de sporen van bekendheid met dezen gunstigen
toestand in de oude landen van Europa. Want Zweden, Denen, Russen,
Engelschen, Duitschers, Zwitsers, Italianen en natuurlijk ook
Amerikanen trof ik hier aan, die na weinige jaren volhardenden arbeid
thans zeer gezeten burgers van Californië zijn. Alleen Nederlanders
kwam ik op mijn tocht niet tegen. En toch moet onze land- en
tuinbouwschool in de laatste jaren een aantal deskundige jongelieden
hebben afgeleverd, dat aangewezen was de groote welvaart deelachtig
te worden, die in hun vak hier in zoo ruime mate door emigranten van
andere natiën wordt genoten.
Waar zitten toch die tientallen, honderden wellicht, die dat weinigje
ondernemingsgeest behoeven om met de te Wageningen opgedane kennis
hier in weinige jaren hun toekomst te verzekeren?
Toen ik van San Francisco door de Santa Clara Vallei reisde, meer dan
100 kilometer langs de boomgaarden met pruimen, abrikozen, perziken
en pereboomen met de daarvoor noodige drogerijen en pakkerijen,
hoorde ik gewagen van het Engelsch, Duitsch of Zweedsch kapitaal,
waarmede deze of gene plantage was aangelegd en dat daarvan nu groote
inkomsten genoot. Van een Nederlandsche kolonie of van Nederlandsch
kapitaal dat de rijke vruchten van deze opkomende industrie geniet,
hoorde ik nergens.
Nog liggen honderdduizenden hectaren braak; nog vindt de ondernemende
Hollander hier een ruim veld om door arbeid en vlijt (niet door geluk,
zooals weleer de goudzoekers van dit land) zich een ruim bestaan
te verzekeren. Zal hij zoo lang wachten, tot de room van de melk
is? Californië's bevolking is geheel onvoldoende om den rijken bodem
naar eisch te ontginnen. Het behoeft daarvoor deskundigen arbeid uit de
oude landen van Europa. Andere landen doen daarmede hun voordeel. Zal
Nederland achter blijven?
Zijn de vooruitzichten van hen die zich in Californië aan de
vruchtenteelt wijden, veelbelovend te noemen, niet minder is dat
het geval voor hen, die er het landbouwbedrijf en de zuivelbereiding
gaan beoefenen.
Gedurende de jaren dat de groote vallei van 4 1/2 millioen hectaren,
waarover ik in mijn vorig artikel schreef, spaarzaam bevolkt was,
werd de beschikbare vruchtbare grond in cultuur gebracht zonder
onderzoek naar andere gronden, die òf voor het vervoer der producten
niet gunstig gelegen waren òf onder water stonden. Er zijn in dat dal
o.a. twee groote rivieren: de Sacramento en de San Joaquin, die in
midden-Californië in velerlei vertakkingen tot elkander komen en een
uitgestrekt bezonken land vormen van ongeveer vierhonderd duizend
hectaren oppervlakte. Die grond, drooggemaakt en ingepolderd, is
gebleken uit zeer vruchtbaren veengrond te bestaan, geschikt voor
den graanbouw en de groenteteelt, en nog meer voor veeteelt en
zuivelbedrijf: melkerij.
De inpoldering geschiedt nagenoeg als bij ons te lande. Voor het
inlaten van water heeft men slechts hier en daar de sluizen open
te zetten, voor het uitpompen op den rivierboezem gebruikt men
verplaatsbare stoompompen. Het eerste is zelden noodig; het laatste
veelvuldig. Dijken van voldoende hoogte beschermen het land tegen
overstroomingen.
Toen men voor weinige jaren ontdekte welke groote vruchtbaarheid deze
drooggemaakte gronden bezitten, is men aan het droogleggen er van
gegaan en gaat men daarmede nog steeds voort. Bovendien versterkt
men nu ook de dijken hoogerop gelegen langs genoemde rivieren en
beveiligt daardoor het achtergelegen land tegen overstrooming. Tot de
energieksten onder hen, die hun land tegen water wisten te beschermen,
behoort ditmaal een Nederlander, de heer P. J. van Löben Sels,
ex-consul van Nederland te San Francisco. De Sacramento-rivier
afvarende, werd mij zijn land, "Vorden" genaamd, ruim 1600 hectaren
groot, gewezen. Het behoorde tot de weinige landen, die dit voorjaar
door den sterken vloed bergwater niet ondergeloopen waren. Toen
ik hem later sprak, vernam ik, dat hij voor eenige jaren geruimen
tijd in Nederland vertoefde om de wijze van inpolderen en bedijken
te bestudeeren en dat hij nu, door toepassing van hetgeen hij daar
leerde, voor groote schade is bewaard gebleven. Het bleek mij trouwens
uit een bezoek aan een der grootste inpolderingen die thans onder
handen genomen is, die van de "Middle River Company", in de buurt van
Stockton, dat ons land, vóór men aldaar tot de inpoldering overging,
werd bezocht door de directeuren, de heeren Phillips, waarvan de
oudste broer ter bestudeering van het stelsel bij ons toegepast, nog
niet van Nederland was teruggekeerd toen ik deze bezitting bezocht [1].
Hier worden ruim vijfduizend hectaren prachtige zwarte veengrond aan
het water onttrokken. Een groote uitgestrektheid was reeds bebouwd met
aardappelen, uien, boonen en asperges. Een fabriek voor het inmaken
van asperges in blikken was op het asperge-land in aanbouw.
Op een uur afstand per boot bezocht ik een ander droog gelegd
land; daarop was een groote melkerij van over de 200 koeien
gevestigd. Het meerendeel uitgelezen melkvee, kort geleden van
Nederland geïmporteerd. Aan het hoofd stond een Deen. Van hem
vernam ik bijzonderheden omtrent de prijzen die bedongen worden voor
zuivelproducten, waaruit ten duidelijkste bleek, hoe winstgevend het
bedrijf van veehouder en zuivelbereider hier moet zijn, waar men den
vruchtbaren grond, die geen bemesting behoeft, koopt voor zeshonderd
tot zestienhonderd gulden per hectare en waar men een klimaat
heeft dat zoo goed als geen risico oplevert voor het welslagen van
den oogst. Men krijgt hier van alfalfa-velden vier, soms vijf goede
oogsten per jaar. Toen ik mij vóór ongeveer een week te Fresno bevond,
was men dáár van hetzelfde land, voor de vijfde maal in dit jaar,
aan het oogsten van alfalfa.
Deze bouw schijnt inderdaad in het landbouw-bedrijf de grootste
voordeelen op te leveren. Fresno en omgeving behoort niet tot de
zooeven genoemde ingepolderde landen. Daar is gebrek aan water en
moeten dan ook de alfalfa-landen door irrigatie vruchtbaar gemaakt
worden, wat heel eenvoudig en goedkoop kan geschieden met water van
in de nabijheid gelegen bergen. Ik zag daar gronden te koop voor
f 250 de bunder, die bij deskundige bebouwing van vijf bunder met
alfalfa, in vier jaren niet alleen ruimschoots het onderhoud van een
gezin opbrengen, maar zooveel meer als noodig is om den koopprijs af
te betalen.
Hier wordt algemeen aangenomen, dat 5 hectaren noodig zijn om bij
zorgvuldige bebouwing--landbouw, melkerij of vruchtenteelt--een gezin
te onderhouden en in 4 à 5 jaren den koopprijs af te lossen. Bij
den aanvang moet 1/4 van den koopprijs dadelijk betaald worden. Bij
verbouwing van sinaasappelen wordt voor de afbetaling ongeveer op 7
jaren gerekend.
Het is opmerkelijk hoe weinig nog het Nederlandsche element ook in
het landbouwbedrijf en de veehouderij in midden-Californië wordt
waargenomen. Men vindt hier Zwitsersche, Duitsche, Deensche en
zelfs Russische kolonies, alle zeer welvarend, maar een Nederlandsche
kolonie, waarvoor deze bedrijven zoo bij uitstek geschikt mogen heeten,
vindt men hier nog niet. Wel Nederlandsch vee, maar emigranten van
andere natiën om de voordeelen te behalen die dat vee op Californischen
bodem afwerpt. En van Nederlandsch kapitaal om die inpolderingen en
droogmakingen tot stand te brengen, hoorde ik al evenmin.
De buitensporige voordeelen aan die droogmakingen verbonden genieten
Amerikanen en Engelschen, die hier met de ervaring in Nederland
omtrent inpolderingen opgedaan komen woekeren. En onze geldmannen,
die beter dan eenig ander in staat zijn om de voordeelen van dergelijke
ondernemingen te beoordeelen, houden zich van verre.
Niet lang geleden had ik gelegenheid eene conferentie bij te
wonen, waar een nieuw plan van inpoldering werd besproken
en toegelicht. Het betrof het Yolo-bassin, in de Delta der
Sacramento en San Joaquin-rivieren gelegen, een oppervlakte van
12000 hectaren. Daarvoor is ongeveer f 2 1/2 millioen noodig en
komt dit vruchtbaar land na droogmaking op even f 200 per bunder te
staan, terwijl de verkoopprijs reeds dadelijk op het dubbele werd
berekend. Hoewel de schattingen mij zeer vertrouwbaar voorkwamen,
zou ik daaraan toch geen al te groote waarde hebben gehecht, ware het
niet, dat de heer P. J. van Löben Sels, aan wiens oordeel in deze ik
groote waarde hecht, mij verzekerde dat de voorgespiegelde cijfers
voor deze onderneming eer te ongunstig dan te gunstig gesteld waren.
Met dit kijkje op de voordeelen die dergelijke ondernemingen hier
behalen, besluit ik dit opstel over Californië. Veel, tienmaal meer dan
ik hier opsomde, zou ik nog zeggen over dit rijke land der toekomst,
indien niet de ruimte van een dagblad mij grenzen stelde. Dit ééne
wil ik er nog aan toevoegen.
Indien een groep van 25 à 30 gezinnen van kleine landbouwers en
veehouders in ons land zich vereenigden om naar Californië te gaan
en een vertrouwd deskundig man daarheen zonden om geschikte gronden
te koopen en het noodige te regelen voor de vestiging aldaar, dan
zou door samenwerking op coöperatieven grondslag voor zulk een groep
landgenooten een welvaart ontstaan en genoten worden, als waarvan
zij te voren nooit gedroomd hebben.