14 Sept.

Even moet ik mijne artikelen, over Amerika en zijne bewoners,

onderbreken met mededeelingen betreffende de Interparlementaire

Conferentie, dezer dagen te St. Louis bij gelegenheid der

Wereldtentoonstelling gehouden.

Het schijnt mij niet overbodig in herinnering te brengen dat de

"Union Interparlementaire pour l'Arbitrage et la paix" zooals

de officieele titel luidt, eene internationale vereeniging is,

van groepen van leden en oud-leden van parlementen, die ieder in

eigen land zich geconstitueerd hebben, met het doel, te bevorderen

dat in de wetgeving, of in tractaten met andere naties, bepalingen

worden opgenomen, strekkende om alle geschillen aan de uitspraak van

scheidsrechters te onderwerpen.

In den beginne werd jaarlijks door de "Union" vergaderd in een der

hoofdsteden van Europa; sedert 1900 evenwel, worden de vergaderingen

niet meer zoo dikwerf belegd. Er zijn nu 17 groepen aangesloten,

te zamen uitmakende over de 2000 leden. Deze behooren tot de meest

uiteenloopende politieke richtingen; van den behoudendsten centrumman

tot den vurigsten sociaal-democraat. In de laatste jaren hebben de

verschillende landen, waar de vergadering werd gehouden, gewedijverd

in het recipieeren der leden van de "Union" en hunne dames, met het

gevolg dat de belangstelling voor die vergaderingen steeds toenam. De

ontvangst te Budapest, daarna te Christiania, vervolgens te Weenen,

was in één woord schitterend.

En dit alles wordt nu nog overtroffen door Amerika, waarvan de

volksvertegenwoordiging eene uitnoodiging zond, onder bijvoeging,

dat de leden en hunne dames van 7 tot 24 September als gasten van

het Amerikaansche volk zouden worden beschouwd.

Ongeveer 250 personen hebben aan die uitnoodiging gehoor gegeven en

deze maken nu kennis met de wijze waarop Amerika's bevolking die taak

van gastvrouw vervult.

De conferentie was voor 12, 13 en 14 September te St. Louis

uitgeschreven, maar reeds den 6den Sept. trad de gastvrouw in functie

en van dien datum af putten een aantal personen en comités zich uit,

om den gasten het verblijf op Amerikaanschen bodem zoo aangenaam

mogelijk te maken. De leden en hunne dames waren nog te New-York,

toen zij op 6 September genoodigd werden voor een boot-tocht op de

Hudson-rivier. Door het departement van Marine was een tweetal groote

stoombooten beschikbaar gesteld, en het departement van Oorlog ontving

de leden op een lunch te West-Point op de terreinen der zoo prachtig

gelegen opleidingsschool voor officieren. Met een extra-trein keerde

het gezelschap 's avonds laat naar New-York terug. Den volgenden

ochtend, 9 uur, moesten allen gepakt en gezakt zich bevinden aan het

station van den Pennsylvania Spoorweg, want van dáár zou de reis naar

St. Louis aanvangen. Met twee extra treinen, elk samengesteld uit 10

Pullman Cars, werd de reis volbracht.

Na een paar uur sporens waren wij te Philadelphia. Het bestuur dier

gemeente onthaalde het gezelschap op een lunch, een rit door de stad

en haar prachtige omgeving, die ons op menig punt aan Zwitserland

herinnerde, en eindelijk op een diner in den tuin van een dier groote

clubs, waaraan elke stad in Amerika zoo rijk is.

Toen wij 's avonds in onzen trein terugkeerden, waren de zitplaatsen

in gemakkelijke bedden omgezet en sliepen wij spoedig in deze bijna

geruischloos rijdende en goed veerende wagons.

Toen wij ontwaakten waren we te Pittsburg en werden daar rondgeleid in

twee der groote fabrieken van Carnegie. Het was voor ons, leeken, zeer

interessant te zien hoe duizenden en nog eens duizenden daar werkten

om de ijzererts om te zetten in spoorwegstaven of in stalen platen

voor den scheepsbouw. Het is ongelooflijk zoo spoedig dat proces wordt

afgewikkeld. Terwijl wij daar stonden zagen wij de bakken met gloeiend,

vloeiend ijzer aanvoeren. Een op grooten afstand geplaatste arbeider

deed door de beweging van een kruk die bakken omvallen in groote

ronde reservoirs. Daarin werd de inhoud op nog hoogere temperatuur

gebracht en een mengsel bijgevoegd dat het geheel tot de qualiteit

van staal maakte, welke gewenscht werd. De gloeiend vloeiende inhoud

ging daarna weer in langwerpige bakken. In enkele minuten was zij

een stijf geworden wit-gloeiend langwerpig blok, anderhalven meter

hoog en een meter in omtrek. Dat gloeiende blok werd weer machinaal

onder werktuigen gebracht die het rekten tot het de dikte van een

spoorstaaf had gekregen. Het was dan ruim twee spoorstaven lang. Met

een scherpe machine werd in een oogwenk die staaf gesneden op de

lengte die spoorstaven moeten hebben en de beide op maat gebrachte

rails vielen kant en klaar naast het laatst gebruikte werktuig neer.

Opvallend was het hoe weinig werklieden bij dit geheele proces werkzaam

waren en hoe snel en nauwkeurig de werktuigen, die er bij gebruikt

werden, in beweging kwamen.

Men meene evenwel niet dat hier weinig personeel werkzaam was. In de 4

fabrieken van The Carnegie Steelworks Company te Pittsburg zijn 28,000

man werkzaam. Deze 4 fabrieken maken een deel uit van de groote trust,

bekend onder den naam van The United States Steel Corporation.

Ik had het voorrecht met een der hoofdbeambten van deze groote

onderneming in aanraking te komen en vernam daardoor het een en ander

van de verhouding tusschen werkgever en arbeider, dat mij van belang

toeschijnt hier even te vermelden. Over de verhouding van kapitaal en

arbeid in Amerika en over de arbeidersbeweging in het algemeen stel

ik mij voor nog mededeelingen te doen, zoodra ik nog enkele leiders

dier beweging zal hebben gesproken.

Bedoelde beambte deelde mij mede, wat trouwens in een der werken

van Carnegie is te vinden, dat deze als werkgever een organisatie

van den arbeid niet erkent en daarvan bij onderhandelingen over den

arbeidstoestand op zijn fabrieken niets wil weten.

Hij gaat uit van de leer, dat een werkgever al het mogelijke behoort

te doen om den toestand zijner werklieden te verbeteren, en dat hij

met andere werklieden of leiders van werklieden daarbij niets te maken

heeft. Willen de werklieden zijner fabrieken hun wensch tot verandering

van toestanden op het werk te kennen geven, dan kunnen zij uit hun

midden een comité benoemen, waarmede hij steeds bereid is in overleg

te treden. Hoe hij zijn taak als werkgever opvat, bleek mij uit de vele

instellingen, die hij ten behoeve van zijn personeel in het leven riep.

Behalve schaft- en badlokalen, recreatiegebouwen, waaronder een

uitgebreide bibliotheek, opleidingscholen e.d., is een fonds

geformeerd, waaruit in geval van ongeval, ziekte of ouderdom de

werklieden, zonder daartoe bij te dragen, een uitkeering ontvangen. Dit

niet bijdragen der werklieden heeft daarom beteekenis, omdat op de

fabrieken van Carnegie de hoogste loonen worden betaald. Bij ongeval

ontvangt de ongehuwde man 75 (Amerik.) cents per dag, de gehuwde $1.40,

zoolang de arts der fabriek hem niet voor werken geschikt houdt. Er

is een groot aantal artsen aan de fabrieken verbonden, daar de

werklieden vrije geneeskundige hulp erlangen. Bij overlijden ontvangt

de weduwe duizend dollar en honderd dollar voor ieder kind. In geval

van ziekte ontvangen zij eene uitkeering en in geval van ouderdom,

na langer dan 12 jaren in dienst der onderneming te zijn geweest,

ontvangt de man een pensioen gelijk aan 40% van het door hem genoten

loon. Behalve hetgeen de onderneming als zoodanig stort in het fonds,

draagt Carnegie daarin persoonlijk jaarlijks $ 200,000 bij en gaf

hij bij de oprichting er van een som van $ 4 millioen. Een en ander

stemt zeker tot groote ingenomenheid met hetgeen deze kolossus onder de

fabrikanten doet ten behoeve van hen, die medewerken tot instandhouding

en aangroeiïng van zijn onmetelijk fortuin. Maar laat het ons vooral

niet blind maken voor het onjuiste in zijn systeem van bescherming

zijner werklieden, hetwelk uitsluit dat zij als vrije individuen den

weg kunnen behandelen, dien zij in het belang van zichzelf en van hunne

medearbeiders noodig oordeelen ter bevordering van hunne belangen.

Niet te erkennen de vakvereenigingen en daarmede niet te willen

onderhandelen, moge voor het personeel van Carnegie niet erg zijn,

omdat dit op zoo royale wijze door hem wordt bedacht; voor anderen,

wier gevoelen jegens hun personeel niet van zoo groote sympathie

getuigt, kan dat zeer schadelijke gevolgen voor de werklieden

hebben. En daarvoor is dan Carnegie mede verantwoordelijk, want de

minder goedgezinden onder zijn mede-ondernemers zullen zich op zijn

stelsel beroepen, wanneer zij in geval van conflict met hun personeel,

met de vakvereeniging niet te doen willen hebben. Natuurlijk om de

niet uitgesproken overweging, dat zij hun werkvolk gemakkelijk onder

den duim kunnen houden, indien zij met de vakvereeniging geen rekening

behoeven te houden.

Maar daarover in volgende opstellen. Alleen wil ik hier nog vermelden

dat de skilled labor betaald wordt met van $ 3.50 per dag tot $ 10. En

dat de unskilled labor $ 1.60 per dag ontvangt. Daarvoor zijn alleen

een paar krachtige armen noodig en lust om 8 uren per etmaal te werken.

Mij werd nog verzekerd dat immigranten, kersvers uit Europa aangekomen

en die geen vak kennen, voor $ 1.60 in aanmerking komen en dat die

aan deze fabrieken altijd plaatsing kunnen vinden.

De skilled labor wordt hier veel door Duitschers, de unskilled door

Hongaren en Polen verricht.

Ik moet nu het doel onzer reis verder bespreken. Na een spoorwegrit

van nog eens 20 uren, waren wij in St. Louis. Dáár werd het geheele

gezelschap ingekwartierd in het groote "Southern Hotel". Het had

heel wat voeten in den aard eer ieder zijn kamer en zijn bagage had,

want de hotels hebben het nu natuurlijk heel druk en terwijl de

"Parliamentaries", zooals wij hier kortweg genoemd worden, geholpen

werden, stroomde het, aan de drie ingangen van dit ontzaglijk groot

hotel, maar altijd weer nieuwe gasten, die elders geen onderkomen

konden vinden.

In het feestgebouw van het tentoonstellingsterrein, werd de

interparlementaire unie geopend met een welkomstgroet van den

vertegenwoordiger van President Roosevelt. In hartelijke woorden,

geheel in overeenstemming met de royale ontvangst, gaf deze

vertegenwoordiger van het hoofd van den Staat uiting aan diens

gevoelens van sympathie voor het streven der "Interparliamentary

Union".

De eerste dag der zitting werd in beslag genomen door de rapporten

der verschillende groepen, over de vorderingen in elk land gemaakt

voor de vredes-idee. De bekende figuren: graaf Apponyi, Hon. Stanhope,

Prof. Hoffmann, John Lund, La Fontaine, Emile Vandervelde ontbraken

niet op 't appèl.

In de mededeelingen, die gedrukt worden en zeer belangrijk zullen

blijken te zijn, met het oog op de vorderingen die de vredesidée

overal maakte, ontbrak natuurlijk niet de herinnering aan het groote

aandeel dat de Interparlementaire Unie heeft gehad in den stoot, die

de bijeenroeping der regeerings-gevolmachtigden te 's-Gravenhage in

1899 ten gevolge had.

Den volgenden dag werd de zitting gewijd aan een voorstel van het

Amerikaansche Parlementslid Burton, dat tot strekking had president

Roosevelt uit te noodigen, alle landen bijeen te roepen voor een tweede

vredes-conferentie, waar dan o.a. behandeld moet worden het recht der

staten, die zich bij voorbaat neutraal verklaren bij verwikkeling

tusschen andere staten; de beperking der legers; het sluiten van

tractaten met de clausule van arbitrage ingeval van geschil.

Dit vèr strekkend en gewichtig besluit werd met algemeene stemmen

genomen, na een talentvolle zakelijke toelichting van den voorsteller

en een met gloed uitgesproken ondersteuning van den groot-redenaar

Apponyi.

Dit besluit is inderdaad het glanspunt van de gehouden conferentie

te noemen en zoo het tot resultaat mocht hebben, dat binnen niet al

te langen tijd, een tweede Internationaal Vredes-congres der natiën

wordt gehouden, dan zal zeker ieder den dag loven, waarop de ijverige

talentvolle president dezer 12e conferentie Hon. Richard Barthold,

de parlementariërs te Weenen het vorig jaar uitnoodigde om dit jaar

naar St. Louis te komen.

Ons Nederlanders deed het goed dat èn bij de toelichting van dit

voorstel èn herhaaldelijk in de rapporten van den eersten dag der

conferentie, hulde gebracht werd aan het verdrag in Februari van dit

jaar tusschen Denemarken en Nederland gesloten.

Onze regeering en die van Denemarken moeten wij dankbaar zijn dat

zij door dit verdrag, dat als een voorbeeld anderen natiën werd

voorgehouden, de eer van hun landen in het buitenland zoo waardiglijk

hebben opgehouden.

Alle geschillen, die niet door de diplomatie kunnen worden bijgelegd,

zullen door het scheidsgerecht te 's Gravenhage moeten worden beslecht.

Het verdrag is voor onbepaalden tijd gesloten en duurt nog een jaar

voort na de opzegging er van door een der partijen.

Iedere Staat, die daartoe den wensch te kennen geeft, kan er zich

bij aansluiten.

Bij de warme hulde aan deze overeenkomst gebracht door Mr. H. Louis

Israëls in "l'Europeén" van 25 Juni 1904 sloten verschillende

buitenlandsche sprekers van naam zich aan.

De laatste dag was gewijd aan een voorstel van Zwitserland betreffende

meer actief optreden der Unie; voorts werd bepaald dat de volgende

conferentie te Brussel zal worden gehouden.

Na de gewone plichtplegingen sluiting van de conferentie.

Hedenavond gaat het gezelschap weer in de gereedstaande treinen,

voor een bezoek aan Kansas-City, vervolgens Denver, waar het door

den Staat Colorado zal worden ontvangen. Daarna uitstapjes naar de

Rockey Mountains en dan terug over Chicago, Niagara Falls, Buffalo

naar New-York.

Alvorens Amerika te verlaten wordt een bezoek gebracht aan Washington,

waar de President den leden der Unie eene audientie verleent.

Brieven uit en over Amerika · 第 12 / 32 题