Elfvoud, O.
Elfvoudig.
Elger (aalgeer), M., elgers.
Elisie, V.
Elixir en Elixer, O., elixir en elixers.
Elk.
Elkaar (_afbreken_ elk-aar).
Elkander (_afbreken_ elk-ander).
Elkeen.
Elleboog, M., -bogen; -boogje. O., -jes.
Elleboogsbeen, O., -beenderen.
Elleboogsknokkel, M., -knokkels.
Elleboogslengte, V., -lengten.
Elleboogsmouw, V., -mouwen.
Ellemaat, V., -maten.
Ellende, V., ellenden.
Ellendeling, M. en V., ellendelingen. V. ook ellendelinge.
Ellendig, ellendiger, ellendigst.
Ellendigheid, V.
Ellestok, M., -stokken.
Ellewaar, V., -waren.
Ellewinkel, M., -winkels.
Ellips, V., ellipsen.
Ellipsoïde, V., ellipsoïden.
Elliptisch.
Elpenbeen, O.
Elpenbeenen (bnw.).
Els (boom), M., elzen.
Els (priem), V., elzen. Elsje, O., -jes.
Elzeblad, O., -bladen en -bladeren.
Elzeboom, M., -boomen.
Elzenbosch, O., -bosschen.
Elzenheg, V., -heggen.
Elzenhout, O.
Elzenlaan, V., -lanen; -laantje, O., -jes.
Elzestam, M., -stammen.
Elzestruik, M., -struiken.
Elzetak, M., -takken; -takje, O., -jes.
Email, O.
Emailleeren, emailleerde, heeft geëmailleerd.
Emancipatie, V.
Emancipeeren, emancipeerde, heeft geëmancipeerd.
Emballage, V.
Embargo, O.
Emblema, O., emblema's en emblemata.
Embryo, O., embryo's.
Embryologie, V.
Embryoloog, M., -logen.
Emeritus.
Emigrant, M., emigranten.
Emigrante, V., emigranten.
Emigratie, V.
Emigreeren, emigreerde, is geëmigreerd.
Eminent, eminenter, eminentst.
Eminentie, V., eminentiën.
Emissie, V., emissies.
Emitteeren, emitteerde, heeft geëmitteerd.
Emmer, M., emmers. Emmertje, O., -jes.
Emolument, O., emolumenten.
Emphase, V.
Empirie, V.
Empirisch.
Emplooi, O., emplooien.
Emulsie, V., emulsies.
En.
Encycliek, V., encyclieken.
Encyclopedie, V., encyclopedieën.
Encyclopedisch.
End. (Zie Einde).
Endeldarm, M., -darmen.
Endosseeren, endosseerde, heeft geëndosseerd.