[1] Wel zeker! «_Hy is op die plaats de rechte man_» of: «_die_
plaats _is voor hem de rechte_.» Zóó zou zich iemand uitdrukken, wiens
denkvermogen zich de weelde van eigen equipage kan veroorloven en dus
niet met huurfrazen behoeft te ryden.
[2] «Ik weet het niet.»
[3] Een citaat is het, en wel 'n historisch. «_Ietoe andjieng belanda
bakkelahi sama tahi_!» riepen de Jakartanen. By eigen ervaring weet ik
dat de in dat verwyt gekenschetste nationale hebbelykheid nog altyd in
volle kracht is blyven bestaan.
[4] Er zyn er nu 'n dozyn meer, maar gemakshalve zal ik ze
_septuaginters_ blyven noemen. «Elf-en-dertigers» zou ook 'n goede
benaming zyn.
[5] _Noot van_ 1878, Tot m'n verdriet voel ik me genoodzaakt deze
bemoedigende premisse intetrekken. Gedurende de zes, zeven jaren die
er sedert het schryven van dit werk verliepen, ben ik door nauwkeurig
achtslaan op de verschynselen en ingespannen nadenken tot de
overtuiging gekomen, dat onze scholen--lage, middelbare en
hoogere--_inderdaad_ slecht zyn. De pas verschenen Onderwyswet--'n
hoogst onvryzinnig-liberalistisch prul--zal de kroon zetten op 't
spelletje van bederf, dat sedert jaren door ministers van allerlei
wankleur, geholpen door kamerleden van gelyk allooi--liefst
_Specialiteiten_!--in den Haag gespeeld werd.
[6] _Noot van_ 1878. Slechts zeer onopmerkzame lezers zullen _deze_
bemoediging voor iets anders dan ironie hebben gehouden. Als zoodanig
slechts behoeft ze dan ook niet te worden ingetrokken. De toestand in
Indië is erbarmelijk. De zaken gaan er zoo hard achteruit als 'n
Fransche maarschalk loopen kan.
[7] _Noot van_ 1878. Het openlyk en loyaal _verkoopen_ van plaatsen in
de Vertegenwoordiging van Stad of Land, _aan den meest-biedende,_ zou
nog beter zyn. Voor dat stelsel laat zich veel aanvoeren, vooral
wanneer men het beschouwt in tegenstelling met het _tegenwoordige_ dat
even onzedelyk als onstaatkundig is.
[8] Historisch.
[9] Noot van 1878. De hier geleverde schetsjes van de werking der
distriktskiezery stellen de zaak te gunstig voor. Ik geef daarin nog
toe dat de kiezers _zeker voorwendsel_ zouden kunnen aanvoeren,
waardoor hun keuze wel niet gerechtvaardigd, maar toch eenigszins
verklaard wordt. In de werkelykheid echter meent men zelfs dat
voorwendsel te kunnen missen. Niemand die de onlangs verschenen
brochure van den heer Van Vloten: _Kiezersindrukken, te boek gesteld
tot waarschuwing en opwekking van ieder naar ware vryzinnigheid
strevend Nederlander_, aandachtig leest, zal durven beweren dat ik my
te sterker uitdrukte, toen ik in m'n _Pruisen en Nederland_ zeide:
«_wie 't oog slaat op de keukens waar de parlementspoppen gebakken
worden, is er misselyk van_». Ook de t.z.p. aangehaalde woorden van
LOUIS REYBAUD--den eerlyken en scherpzinnigen auteur van _Jerôme
Paturot_--roep ik by dezen in 't geheugen van ieder die de publieke
zaak met _gezond verstand_ en _goede trouw_ wil behandeld zien.
[10] Overal namelyk waar de toeschouwer zich niet juist op de loodlyn
bevindt, die op 't midden van een der zyden valt, en. deze gunstige
kans is oneindig-klein. Van alle andere punten gezien, is 't ding
scheef. De specialiteit-bouwheer schynt niet geweten te hebben dat de
ellipsvorm voor koepeldaken ongeschikt is.
[11] _Noot van_ 1878. Men beweert dat er in 't bouwontwerp van dat
reusachtig «Volksvlytpaleis» niet op 'n trap gerekend was, en dit komt
gelooflijk voor als men 't spiraaltje beschouwd dat nu als zoodanig
moet dienst doen. De schuld zal aan de Grieken liggen, die verzuimd
hebben ons voorbeelden van wenteltrappen in harmonie met 'n gebouw
natelaten. Zoodra 'n specialiteit geen «modellen» vindt, staat hy met
de handen verkeerd.
[12] «_Forsch_» vind ik voorgeschreven in 'n boekje van de
letterspecialiteiten D.V. & T.W. Als superlatief pryzen die heeren
«_forscht_» aan. Jongelui die by zulke handleidingen tot wèlschryven
geen litterarische meesterstukken leveren, verdienen gesmoord te
worden tusschen de drukproeven van 't _Woordenboek der Nederlandsche
taal_.
[13] «We hebben gemeend» dat te moeten doen, staat er. _Gemeend_ ...
wel verbazend! Zulke apenkool wordt met allen schyn van ernst door
vakmannen opgedischt, en de onnoozele leek doet zonder protest z'n
maal met die kost. Als ik my den tyd gunde, zou ik nog zotter
staaltjes van specialiteiten-wysheid op dit gebied kunnen aanvoeren,
o, in menigte.
[14] Uit schaamte voor de drukkery heb ik de vryheid genomen de
woorden van den advokaat in 't Hollandsch overtezetten. _Hy_ drukte
zich aldus uit:
«_En zeer zeker is het een aardige aanwyzing, werpt het een
eigenaardige blik in het karakter van den beschuldigde, als men leest
het inschrift_ ... enz.
Ziedaar 'n «het» dat «een blik werpt als men leest». We komen niet te
weten wie die «het» is, en wat Z.Ed. werpt als men niet leest.
Ter-schadeloosstelling voor deze gaping evenwel wordt ons hier--als
men leest--gelegenheid geboden een niet-aardigen blik te werpen op de
wèl-eigenaardige _onzuiverheid van uitdrukking_ die oorzaak, gevolg en
kenmerk is van begripsverwarring en onzedelykheid (_Zie_ IDEE 692, _in
de latere uitgaven_: 1057).
[15] Een dergelyk voorbeeld van verstandsverkrachting of misselyk
hofmaken aan bygeloof, vindt de lezer in IDEE 606 (_nieuwe nummering_:
908) en onlangs vernamen wy uit de troonrede, dat we--onder 't
«liberaal» ministerie-_Kappeyne_!--dit jaar (1878) zullen geregeerd
worden «met Gods hulp.» Mag ik den heer Kappeyne doen opmerken, dat
die God 'n landverrader is? Om nu van z'n intieme relatien met _zeer
veel_ Buitenlandsche Mogendheden niet te spreken, is het 'n
uitgemaakte zaak dat hy in byzonder-vriendschappelyke verstandhouding
staat met de Atchinezen, een volkje dat hem fanatiek vereert en zich
brutaal durft beroepen op zyn bescherming.
[16] Bij de behandeling dezer zaak heb ik gebruik gemaakt van het
werkje: «_Rechtsgeding tegen_ HENDRIK JACOBUS JUT _en zyne huisvrouw_
CHRISTINA GOEDVOLK _beschuldigd_ ... enz. _door_ B. DE VRIES.
_sGravenhage by_ H.C. SUSAN, C.H. ZOON, 1876». 't Is me niet bewust
dat de delinkwenten--ik bedoel hier de moordenaars niet--tegen den
inhoud van dat boekje geprotesteerd hebben, en ik meen dus me daaraan
te moeten houden. Mochten de heeren rechtenmeesters die zich
verbeelden JUT en KRISTIEN verdedigd te hebben, ontevreden zyn met m'n
oordeel over hun arbeid, ik ben niet ongenegen tot nadere toelichting.
De stof is rijk.
[17] Over DE VLETTER heb ik roerende mededeelingen te doen, die in de
_Noten en Toelichtingen_ zullen worden opgenomen zoodra de staat myner
gezondheid me zal toelaten die gereed te maken voor de pers. Ik
bezocht den armen man herhaaldelyk in de gevangenis te 's Gravenhage,
en ontying vele brieven van hem uit het tuchthuis. Zyn veroordeeling
was 'n misdaad.
[18] _Quia triumviralie supplicio adfici virginem inauditum habebatur_
zegt die geschiedschryver. (_Annales V. cap. 9_)
[19] De lezer sla eens IDEE 279 op. Hy zal in dat nummer 'n aardig
staal vinden van akademisch-geleerde rechtskrankzinnigheid.
[20] Ik kende het woord _Actuaire_ niet, en heb 't opgezocht in
LITTRÉ, die 't dan ook 'n _néologisme_ noemt en 't eerst in z'n
_Supplément_ heeft opgenomen. Ziehier wat hy er van zegt:
«_mathématicien chargé de contrôler d'après le calcul des probabilités
les bases des contrats viagers ou d'assurances_». Men ziet alzoo dat
de beteekenis van 't woord _Actuaire_ louter konventioneel is. Iets
anders moet men dan ook niet zoeken by LITTRÉ, 'n specialiteit--in
Fransche onwetendheid--op 't gebied van etymologie en algemeene
taalkennis.
[21] Vgl. in den IIIn bundel IDEEN, de nummers die over kunst en
kritiek handelen.
[22] «_Als de schoone Amalia uit haar bedwelming ontwaakt, is de
bekoorlyke Emilia neergezegen_» enz. Er zijn meer dergelyke oud-nieuwe
snufjes in omloop, waarover bygelegenheid 'n woordje.
[23] Ik had hier honderd andere veldheeren kunnen noemen. De
krygsgeschiedenis is er vol van. De specialiteit van dien MAURITS was:
_door brandschatten en plunderen z'n beurs te spekken_. En daar
SPINOLA hem hierin niet te-keer ging, mag men 't er voor houden dat
die twee specialiteiten in krygskunde tot hetzelfde gild behoorden.
Het wordt tyd dat men de «_Geschiedenis_» eens bestudeere in àndere
werken dan onze schoolboekjes, specialiteiten gewoonlyk in
chauvinistische vervalsching!
[24] IDEEN, _bundel_ II, _vyfde druk, blz_. 59.
[25] IDEE 322.
[26] Zie nummer 19 der Noten in de laatste uitgaaf van den _Max
Havelaar_.
[27] Ik spreek hier nog niet eens van de armzalige rol die de
specialiteiten van politie en justitie in deze zaak hebben gespeeld
voor zy de ware schuldigen ontdekten en in hechtenis namen. De daarin
tentoon-gespreide onbekwaamheid gaat in 't ongeloofelyke over!
[28] Een koddig staal van dien advokatenbluf vindt men in BILDERDIJK'S
brief aan juffrouw WOESTHOYEN, van 22 April 1784. _(Bilderdyks Eerste
Huwelyk_, enz. _Leiden by E. J. Brill_.)
[29] Zie de parabel van den bruggeman in IDEE 340.
[30] De aangehaalde zinsneden zyn ontleend aan 'n allerzotst artikel
in _Eigen Haard_, waarin de schryver zich verbeelt den heer GOUDSMIT
'n eerzuil te stichten. De achtenswaardige man zal er niet mee
ingenomen zyn. Komiek-onhandig is de verwaandheid waarmee die
christelyke jurist den heer GOUDSMIT wel vergeven wil dat-i maar 'n
Israëliet is. Het model van dien flater zal zeker uit de pandekten
gehaald zyn, maar _elegantie_ is wat ànders, dunkt me.
[31] Zie de parabel van de pasteibakkers in nummer 453 van de IDEEN.
[32] By-gelegenheid 'n schoofje stalen van de ontwikkeling die de heer
HUET aan de wondervolle werking van het door hem uitgevonden
«instrument» te danken heeft. Ik zal dat niet dan met weerzin leveren,
maar nu eenmaal in m'n VIn bundel IDEEN 't ongeluk gehad hebbende z'n
_kritische methode_ aantepryzen--in-tegenstelling namelyk van 't
gebruikelyke ongemotiveerd mooi-of leelyk-vinden--moet ik me
waarborgen tegen de verdenking dat ik party-trek voor z'n _taal_, z'n
_wyze van uitdrukking_, z'n _betoogtrant_, z'n meeningen over _Kunst,
Letterkunde, Moraal, Poëzie_ en ... meer nog, helaas, al noemde ik
veel. Het meeste werk dat de heer HUET in den laatsten tyd geleverd
heeft, is kopie _for the million_, en zelfs als zoodanig vry slecht.
[33] Zie de polemiek over VAN HAREN, en vgl. IDEEN II, 5e _dr. blz_.
11.
[34] Ik zag hem voor 'n twaalftal jaren. 't Is te hopen dat de arme
krankzinnige overleden zy. Doch ook in dat geval zullen vele inwoners
van Delft en 's Hage de zaak kunnen bevestigen. Voor 'n aalmoes of 'n
stuk brood dankte hy trappelend en brieschend. Snyender satire op 't
specialiteiten-systeem is niet denkbaar.