"THE RIGHT MAN ON THE RIGHT PLACE"
«_Het doet me groot genoegen dat er van dit werkjen 'n tweede druk
gevraagd wordt. En, ronduit gezegd, het viel me tegen dat die niet
sedert lang noodig was. 't Zal me waarlijk 'n groote voldoening wezen
als deze uitgaaf wat spoediger uitgeput raakt dan de eerste, want--zoo
onbescheiden als men wil, maar heel oprecht--ik geloof met zekeren my
onbekenden recensent in den_ Spectator, _dat er uit deze studie over
Specialiteiten wel iets zou te leeren vallen voor Volksvertegenwoordigers,
Kiezers en ... sommige anderen_.»
Bovenstaande regelen maakten in 't najaar van 1875 den hoofdinhoud uit
van het «_Voorbericht_» waarmee deze tweede druk van m'n opstel over
Specialiteiten in 't licht verschynen zou. Velerlei verdrietige
omstandigheden maakten my het afwerken der in datzelfde _Voorbericht_
toegezegde «Noten» tot-nog-toe onmogelyk.
Bovendien werd me van vele zyden onder 't oog gebracht dat het voor de
koopers van den eersten druk myner werken niet aangenaam is, de volgende
uitgaven daarvan al te zeer uitgebreid te zien.
Na vriendschappelyk overleg met m'n uitgever, verschynt nu deze tweede
druk zonder die noten, en--op weinige min belangryke uitzonderingen
na--_onveranderd_.[1] De toelichtingen die me geschikt voorkomen tot
verdere staving van de juistheid der hoofddenkbeelden waaraan dit
werkje z'n oorsprong te danken heeft, zullen _zoo spoedig mogelijk_
afzonderlyk worden uitgegeven.
Het is my onmogelyk dit berichtje te sluiten, zonder melding te maken
van de echt-humane wyze, waarop ik in deze zaak door den heer WALTMAN[2]
behandeld werd.
Met zachtmoedig geduld droeg hy den last en de schade die myn gedurig
uitstellen hem berokkenden, zonder ooit de verdrietelykheden die van
dat dralen oorzaak waren, te vermeerderen door afdoening te vorderen
op 'n wyze als waartoe hy van _zyn_ standpunt volkomen gerechtigd zou
geweest zyn. Hartelyk dank!
_Wiesbaden Oktober_ 1878. MULTATULI.
Noten:
[1] _Een maand later_. Onder 't gereedmaken van m'n werk voor de pers,
bleek me dat ik myn hier geuit voornemen maar gedeeltelyk volbrengen
kòn. De bydrage tot de physiologie van kamerdienaars, is nieuw. Het
viel my te zwaar die satyre achtertehouden ... er stonden zooveel
knechts op 'n spiegeltje te wachten!
Ook op andere plaatsen heb ik my aan eenige toelichting en uitbreiding
schuldig gemaakt, zonder nu te spreken van de moeite die ik me gaf om,
door 't omwerken van zinsneden die my in 't oorspronkelyke niet
korrekt voorkwamen, de uitdrukking beter in overeenstemming te brengen
met de gedachte. Of die moeite steeds met goed gevolg bekroond werd,
is 'n verdrietige vraag die ik liever niet beantwoord. Het is nu
eenmaal zoo, dat ik hier en daar iets veranderd en bygevoegd heb, en
daarvoor vraag ik met 'n beroep op IDEE 112 verschooning aan de
koopers van de eersten druk.
De uitbreiding en de veranderingen die ik my veroorloofde, zyn evenwel
geenszins van dien aard dat zy de _Noten en Toelichtingen_ overbodig
maken, waarvan ik in bovenstaand berichtje gesproken heb. Ik meen ze
grootendeels gereed te hebben, maar weet by ondervinding dat ik by 't
overgeven van m'n werk aan de pers, gewoonlyk de behoelte aan
omwerking inzie. Voor dien arbeid is gezondheid, stemming, _loisir_
noodig. Zoodra ik kàn!