De dienst van uwen leedigen tijd.
Ik zal het grazige pad frisch houden waar
gij des morgens wandelt, waar uw voeten
loovend gegroet zullen worden bij iederen
tred, door de bloemen, die verlangen te
sterven.
Ik zal u wiegen in een schommel tusschen
de takken van den saptaparna-boom, waar
de vroege avondmaan uw kleed zal trachten
te kussen door het loover.
Ik zal de lamp, die brandt naast uw bed,
met geurige olie vullen, en uw voetbank versieren
met sandel- en safraandeeg in wonderbare
teekening.