"Na het eten gaan onze logétjes één, twee, drie naar bed," zei
vader. "Die kleine kanaries moeten nu ook slapen, anders kunnen het
nooit groote worden. Maar morgen vroeg, als haantje kukelekaantje
jullie wakker heeft geroepen, dan maar gauw je kleertjes aan en den
tuin in."
*****
"Een, twee, drie, instappen," zei Nel, toen ze een uurtje later Hansje
had uitgekleed en in bed tilde.
"Wacht, eerst even bellen," zei Bob en greep een tafelbel, waarmee hij,
voor Door dit verhinderen kon, luid ging bellen.
Kee kwam verschrikt naar boven vliegen.
"Och, lieve tijd, wat is hier te doen?" riep ze. "Toch geen ongeluk
gebeurd?"
"Gauw instappen, de trein gaat dadelijk weg," zei Bob tot Keetje,
niet begrijpende, dat hij haar zoo had doen schrikken.
Kee, die eerst van plan was boos te worden, omdat hij haar voor niets
naar boven had laten komen, kon toch haar lachen niet bedwingen bij
het gezicht van die twee grappige broekemannetjes. "Tuut," riep ze
en zette den kleinen Bob in bed. "Goeie reis, hoor, goeie reis,"
en met haar zakdoek wuivende verdween ze.
Nel en Door gierden het uit.
"Dumderdedumderdedum," en vier kleine voetjes trappelden, dat het
geheele bed schudde.
* * * * *
"Het zal mij benieuwen, of die dreumesjes gauw den slaap zullen
vatten," zei Nel, toen ze beneden in de huiskamer kwam.
"'k Zal eens kijken, of ze slapen," zei Door een kwartiertje
later.--"Als roosjes, hoor!" kwam ze terug.