De vorigen, Dokter.
DOKTER. (dompt verslagen op den stoel bij de deur....) Da’s vreeselijk,
vreeselijk....
HOPE. (ziet hem aan, barst los)... Mijn schuld! Mijn schuld!... Ik heb
’m tot ’t laatst voorgelogen.... En om dat kind, dat vreemde kind,
heeft-ie mìj, mìj... (zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).