LIED

Proza: Ik ga langs een kleine vallei, ik trek terug langs een kleine

vallei; ik neem drie kleine muizen op, die Ntenda di Mputu [295]

daar gelaten heeft.

Lied: Ntenda di Mputu was bezig een steen aan 't scherpen.

Terwijl hij een steen scherpte, wierp een buffel hem in de

[rivier.

De buffel wierp hem in de rivier; gij, haast u naar het dorp.

Haast u naar het dorp, en verwittigt Mbala zi Mbata [295].

Mbala zi Mbata, dat hij boonen in eene flesch brenge!

De boonen, die in de flesch zijn, zal ik aan de toovenaars

[geven om mij te heelen.

De toovenaars zullen mij heelen en de ziekte van mijn lichaam

[afnemen.

De ziekte, die op mijn lichaam lag, heeft andermans kinderen

[aangetast.

Andermans kinderen hebben de kern van de palmnoot op hunnen

[nek in stukken geslagen. Io! [296]

Kisantu.

Uit den Kunstschat der Bakongos · 第 150 / 153 题