Neemt weg mij dien ketel, dat uitzicht weer hebben op aarde de Asen."

Maar Roodspeer wilde niet dat de vuren weggenomen werden. Toen

verhaalde Vermomde de wonderen van den wereldboom, die groeit door

alle tijden:

--"Schrikesch lijdt meer schade dan de menschen weten. Hol wordt het

hout. Want van de kruin knabbelen herten de knoppen, aan de wortels

knagen de kaken van Nijdhaag, den draak. En Knaagtand, de eekhoorn,

rent op en weer neer staag langs den stam,--woorden van Arend, die

hoog in den top zit, vertelt het aan Nijdhaag, den draak.

Meer monsterige maden dan menig man meent woelen krioelend om den

voet van Schrikesch. Elkander omslingerend in 't slijmerige graf

slurpen ze, slapend, het sap uit de wortels.

Drie wortels zijn er, die naar drie zijden dringen, tot boven Helleland

de eene, een andere tot het land der Reuzen, de derde tot waar de

menschen wonen.

Vele zijn de stroomen, die aan Schrikesch' stam ontspringen. Stormen

stuwen de golven, die volken omvatten, naar het land van de menschen

en veel verder naar Helleland heen.

Stroomen, die aan Schrikesch' stam ontspringen, koele, krachtige,

wielende wateren vloeien den hoogheiligen Asen toe.

Thonarr waadt dagelijks door het water, als hij daar daalt naar den

raad aan den Schrikesch. Dan gaat hij over de brandende godenbrug,

waar fel vlamt flakkerende gloed.

Daarheen rijden ook alle de goden om te beraden, iederen dag. Goudig

van glans zijn de paarden der Asen, stevig van stap,--vlug vliegen

ze op hunne lichte hoeven, zilver waaien de manen in den wind ...

Zegen van Uller en aller goden goede gunst voor wie wegneemt de

vlammende vuren.

De Edda · 第 15 / 42 题