Levend in een hut, door de inboorlingen gebouwd, koopt zoo iemand

alle kokosnoten die hem worden gebracht en zoekt voor de eenzaamheid

troost bij de flesch. Veel heeft hij niet te doen; het blijft bij

eenig toezicht op de beide Kanaken, die hij gewoonlijk in dienst

heeft, om de noten in tweeën te splijten. Elke helft wordt aan de zon

blootgesteld of aan de hitte van een vuur en het gedroogde vleesch

wordt daarna uit de noot gehaald en heet copra. Dat product wordt

naar Marseille vervoerd en doet er dienst bij de zeepfabricatie.

Vanaf de kust van Ambrym bespeurt men in het Westen een vrij lang,

bergachtig eiland, Mallicolo, welbekend op het oogenblik der bezetting,

omdat daar een zekere J. woonde, die door de inboorlingen werd

gedood. Zijn dood diende tot voorwendsel voor het zenden van soldaten,

die de veiligheid van onze landgenooten moesten waarborgen. Er werd te

Port Sandwich een post gevestigd. Nu wendden wij ons naar die plaats,

na op Ambrym onze taak te hebben volbracht.

Dick A. diende ons tot loods en leidde ons zonder aarzeling in

de straat, die uitkwam in de ruime baai van Port-Sandwich. Eerst

voeren wij langs de Maskelyne-eilanden, ten zuiden van Mallicolo

gelegen. Men deed er aan vischvangst, en de Europeanen die er woonden,

met name de heer Mac L., vonden daarin zelfs een bestaan. Wie in

deze streken vertoeft hoort vaak van den laatste spreken; zijn naam

komt telkens weer voor in de gesprekken, niet alleen van blanken,

doch ook van Kanaken. Hij is een der laatste vertegenwoordigers

van die groep handelaars, die onder de namen van walvischvaarders,

sandelhoutinzamelaars, houders van slavenschepen oudtijds in dezen

archipel berucht werden en door hun zeeschuimerij en hun willekeurig

optreden de vijandige gevoelens tegen de blanken deden ontstaan,

die nu nog bij de inboorlingen worden opgemerkt.

Hij was dertig jaren geleden zonder een cent in den archipel gekomen

en bezit nu een vermogen van eenige millioenen, verkregen door den

handel met de inboorlingen, toen er nog in 't minst geen regel daarin

was gebracht; en gelukkige speculaties met grond hadden het hunne

tot zijn fortuin bijgedragen. Uit staatkundig oogpunt was hij een

verbitterd vijand van den franschen invloed, en hij streed daartegen

al lange jaren met de grootste geestkracht; van zedelijkheidsstandpunt

kende hij geen scrupules, zooals gebleken is uit de quaesties, die

hij had met de Caledonische Maatschappij. Zóó is de heer Mac L.,

wiens naam door elken reiziger dadelijk nadat hij aan wal stapt wordt

vernomen; ik moest hem wel met een paar woorden teekenen, en ik heb

hem dikwijls ontmoet.

Maar om terug te komen op de Maskelyne-eilanden, er zijn er daarvan

drie. Oudtijds waren ze bewoond door een talrijke bevolking, maar

nu zijn ze zoo goed als verlaten, en we zagen slechts nu en dan

eens een boot langs de kust varen. De weinig teergevoelige wervers

hebben menigmaal gewapende expedities naar den wal gezonden, die de

inboorlingen met geweld meevoerden, de dorpen verbrandden en zelfs

vóór hun komst overal schrik en angst verspreidden in de bewoonde

oorden. Aan die daden van zeeroof moet de ontvolking van vele eilanden

worden toegeschreven.

Wij kwamen te Port-Sandwich en legden aan in een prachtige, goed

beschutte haven. Wij waren daar in een betrekkelijk beschaafd land;

't is de hoofdstad van den archipel, de stad der pretjes op de

Nieuwe-Hebriden; daar ontmoeten elkander de coprahandelaars van de

naburige eilanden en komen er hun opgespaard geld verteren. Men kan

er waarnemen, hoe zakken copra omgezet worden in kisten jenever,

tot groot genoegen van die echte drinkers van den Stillen Oceaan.

Wat is Port-Sandwich? Enkele huizen aan weerskanten van de baai,

één winkel van de Caledonische Maatschappij, een kolendepôt, een

kade, dat is het eenige, wat er nog te zien is in die veiligste

haven van de geheele eilandengroep. Maar men moet niet op den schijn

afgaan; feitelijk wordt daar veel handel gedreven, schepen van alle

nationaliteiten laten er het anker vallen en brengen er leven en

beweging; zij laten er koopwaren achter, nemen de producten van

het land in en brengen die naar Nouméa, Sydney, Queensland of de

Fidsji-eilanden.

Het is ook een centrum der landbouwkolonisatie. Ik ging aan land,

om den heer G., agent van de Nieuwe-Hebridenmaatschappij een bezoek

te brengen. Hij verheugde zich erin, mij de aanplantingen van maïs

en koffie te kunnen vertoonen, door hem in het leven geroepen, in

't belang der maatschappij die hij vertegenwoordigde. Hij bood mij

allervriendelijkst gastvrijheid aan, en in de schaduw van het aardige

huis op het strand heb ik prettige oogenblikken gesleten en ik heb er,

beter dan mij aan boord mogelijk was, mijn aanteekeningen van de reis

kunnen uitwerken.

Er zijn niet veel Kanaken te Port-Sandwich, en men moet naar het

binnenland gaan om eenigszins talrijke groepen aan te treffen. Wij

zetten dus koers naar de westkust van Mallicolo, passeerden weer de

Maskelyne-eilanden en sloegen vervolgens eene noordelijke richting

in. De westkust vertoonde een dor, verlaten aanzien. De Nieuwe-Hebriden

zijn over 't algemeen merkwaardig om hun weelderigen plantengroei,

om hun prachtige bosschen, zich uitstrekkend tot het strand der zee,

en men staat verbaasd over den rijkdom van den grond, bedekt met zoo

velerlei planten en zulke reusachtige boomen. Maar in dit gedeelte van

Mallicolo is de toestand niet zoo liefelijk; de kust is er steil en

wordt gevormd door kale rotsen, verdord er uit ziende en geschroeid

door den fellen zonneschijn. Wel ziet men in de diepte een paar groene

heuvels, maar men moet vrij ver in het binnenland doordringen, om

geschikten bouwgrond aan te treffen. Kokospalmen komen aan het strand

weinig voor, en de Kanaken hebben geen enkele aanplanting gewaagd.

In de baai in 't Zuidwesten, waar wij hadden geankerd, wordt de natuur

iets beter, dank zij den drie rivieren, die er zich in zee storten en

door nog al vruchtbare dalen stroomen. Zelfs ziet men na 't passeeren

van de rots aan den ingang der baai bouquetten van kokospalmen,

die de inlandsche dorpen voor het oog verbergen. Nauwelijks hadden

wij op eenige meters afstands van het dorp het anker laten vallen,

of wij zagen talrijke booten met inboorlingen op ons afkomen,

luidruchtig op de _Lady Saint Aubyn_ aanroeiend. De aanblik van die

Kanaken was zonderling; allen hadden ze verbazend puntig toeloopende

hoofden, glimmende, met kokosvet ingesmeerde haren en armbanden,

van parelen of van varkenstanden gemaakt. Die puntige vorm van den

schedel is kenschetsend voor de bewoners van Mallicolo. Dit was het

eenige punt, waar ik die eigenaardige misvorming heb aangetroffen,

die een gevolg is van bepaalde manipulaties, op de hoofden der kleine

kinderen toegepast. Er worden daarvoor banden van boomschors gebezigd,

die om de hoofdjes worden gewikkeld, om er den gewenschten vorm aan

te geven. In een der booten zag ik een zoo toegetakeld klein kindje.

Ik heb talrijke wapenen aangekocht, want de inboorlingen hier

verkochten gereedelijk hun knotsen en pijlen en bogen. De knots is van

zeer hard hout gemaakt, en heeft een lengte van ongeveer een meter,

op het eind uitloopend in een kraagje, dat tot steun dient voor de

hand; de bogen werden gespannen met vezels van bananen.

Deze inboorlingen hebben een groote vaardigheid in het maken van

pijlen, en zij kunnen ze, heet het, vergiftigen; die, welke ik heb

kunnen koopen, waren opgeborgen in een doos, die de punten verborg,

zoodat men zich er niet aan kon verwonden. Zij zijn overtuigd van de

werkdadigheid van het gif, maar ik kan zeggen, dat de proeven, met

die pijlen genomen, niet konden doen besluiten tot de aanwezigheid

van eenig vergif. Hoe het zij, zij passen de volgende methode toe,

met het doel de pijlen te vergiftigen. Zij halen uit een bepaalden boom

een kleverig sap, waarmee zij de pijlpunt bestrijken; vervolgens nemen

ze wat aarde, afkomstig van een ongezonde plek of uit een moeras van

wortelboomen en laten de punt daarin eenigen tijd staan. Vervolgens

wordt alles in de zon gedroogd.

Die wapens hebben den naam van zeer gevaarlijk te zijn. Toen ik ze

uit de doos haalde, om ze te bezien, gingen alle inboorlingen, die

in een kring om mij heen stonden, ver uiteen en waarschuwden mij

voor het gevaar, dat mij bedreigde, als ik ook maar het geringste

wondje kreeg. Toch zou het misschien voorbarig en gevaarlijk zijn,

ze als volkomen onschadelijk te beschouwen. De voorbeelden van den

commodore Goodenough, van bisschop Patteson en van veel Europeanen,

die aan tetanus of spierkramp overleden ten gevolge hunner wonden,

zijn nog van te recenten datum, dan dat men de vraag van de al of

niet vergiftigheid als opgelost zou kunnen bespeuren.

De inboorlingen van de zuidwestelijke baai hadden juist bezoek gehad

van een duitsch werfschip van de Samoa-eilanden; doch niemand van de

bewoners had zich willen laten aanwerven wegens de slechte behandeling,

die de arbeiders in de werkplaatsen op die eilanden ondervinden.

Bovendien had eenige jaren geleden Duitschland een oorlogsschip

gezonden, om den moord van een Duitscher te Mallicolo te wreken;

de herinnering aan de kanonkogels had de duitsche vlag niet populair

gemaakt bij deze inboorlingen. Zoo althans luidden de inlichtingen,

mij verstrekt door een inboorling, die drie jaar op de Samoa-eilanden

had gewoond.

Mijn wandelingen over het eiland voerden mij een paar keeren naar een

dorp, aan den rand van een lagune gelegen, die vrij diep landwaarts

in drong; de hutten waren alle van riet en bamboes opgetrokken;

maar het huis van het hoofd was gemakkelijk herkenbaar aan de heg er

omheen en aan de groote schelpen en onderkaken van varkens, die het

dak versierden. Het hoofd heeft ook nog een ander voorrecht; bij zijn

dood wordt namelijk zijn lichaam in stroo en in lianen gewikkeld en

zoo met klei bestreken en gekleurd met zwarte, roode en blauwe verf,

waarna het in een bepaald gebouw wordt geborgen, dat de lijken der

stamhoofden bevat.

Ik heb het kunstenaarstalent van deze Kanaken kunnen bewonderen in

de koppen van klei of leem, die men in de hutten aantreft, en in de

maskers van boomschors met groote, puntige hoeden gekroond, die zij

gebruiken bij de groote feesten of _sinn-sinn_. Maar ik zou niet

durven zeggen, dat de vormen of de teekeningen tot modellen konden

dienen voor onze europeesche kunstenaars.

Bij mijn omzwervingen door het dorp heb ik weinig vrouwen ontmoet; die

ik zag, waren gekleed in een zeer primitief costuum, bestaande uit een

gordel van pandanusbladeren, maar ik heb tevens kunnen constateeren,

dat ze alle de snijtanden in de bovenkaak misten, een eigenaardige

mode op het eiland Mallicolo.

De zuidwestelijke baai is de eenige goede reede aan de kust; wij gingen

dus nergens aan wal, behalve met kleinere bootjes. In de Espièglebaai

begonnen wij te onderhandelen met enkele inboorlingen, die ons

beschroomd naderden. Men bespeurt wel, dat dit deel van het eiland

zelden bezoek krijgt. De bewoners keken den Europeaan verbaasd aan,

en toen ze een beetje vertrouwd met hem raakten, werd hij betast, alsof

ze wilden voelen of hij wel van eenzelfde maaksel was als zij. Een der

Kanaken met witte, scherpe tanden voelde mijn armen en kuiten en scheen

bij zich zelven iets te overleggen, waarvan ik de strekking ten halve

begreep. De kannibalenneiging van de inboorlingen dezer kust is bekend,

en mijn vriend taxeerde mij denkelijk eens, om te zien of ik al goed

was voor een feestmaal van menscheneters. Bij sommige stammen bepalen

ze zich er niet toe, door bewegingen hun gedachten aan te duiden,

maar uiten een paar woorden, die "goed om te eten" beduiden en die

u doen beseffen, met welke oogen ze uw persoon zoo nauwlettend opnemen.

Mallicolo is niet zeer vruchtbaar in het gedeelte dat wij nu bezochten;

er waren weinig plantages en de grond was er dor; hij bestond enkel uit

vulkanische rotsen, waarop geen boom of plant groeide. Wij haastten

ons, dat ongastvrij oord te verlaten, en wij bereikten al gauw de

Bougainvillestraat, die dit eiland van Espiritu Santo scheidt. Door

die straat voer Bougainville, toen hij het eiland ontdekte. Langen tijd

had men de Nieuwe-Hebriden beschouwd als deel uitmakend van het groote

Zuidelijke vastland; maar de fransche zeevaarder bracht de waarheid

aan het licht, door aan te toonen, dat zij een eilandengroep vormen,

terwijl Cook later de zuidelijke eilanden er van zou ontdekken.

Het zal misschien interessant zijn, den lezer er aan te herinneren,

dat bij gelegenheid van deze reis een vrouw voor de eerste maal de reis

om de wereld deed. Dat feit werd door Bougainville ontdekt, juist toen

hij zich bij Mallicolo bevond. Ziehier, in welke omstandigheden. Het

gerucht liep aan boord van de _Etoile_, dat de bediende van den heer

de Commerçon een vrouw was. Die persoon, Baré geheeten, volgde den

meester overal heen, had mee de bergen aan de Magellaensstraat bestegen

en deinsde voor geen enkelen vermoeienden tocht terug. De bewoners

van Tahiti hadden het eerst hare sekse geraden, die door niemand der

medepassagiers nog was vermoed; zij gedroeg zich trouwens altijd kalm

en behoorlijk als een teruggetrokken, stille jonge man. Bougainville

liet haar bij zich komen en zij bekende, dat ze uit droefheid over

den dood van haar verloofde mannenkleeren was gaan dragen en zich

als knecht had verhuurd.

Wij deden zulk een ontdekking niet aan boord van de _Lady Saint Aubyn_,

maar na een doodkalmen overtocht, die door geen enkel incident werd

gekenmerkt, lieten wij het anker vallen bij het eiland Vao, vóór de

oostkust van Mallicolo. Al spoedig kregen we hier bezoek van een

landgenoot, pater L., een zendeling der Maristen, die sedert twee

jaren te Mallicolo woont en de inboorlingen tot het katholieke geloof

tracht te bekeeren. Hij heeft niet veel succes, want de bewoners van

dit eiland zijn afkeerig van europeeschen invloed; zij leven slechts

van roof en plundering en hebben volstrekt geen vreedzame gevoelens

tegenover den zendeling, dien zij elk oogenblik met den dood bedreigen.

Ik bewonder den moed van dezen Franschman, wiens handelingen waarlijk

wel de vergelijking kunnen doorstaan met die van de engelsche

presbyteriaansche zendelingen; geen zucht naar winst doet hem in deze

streken blijven en hij tracht ook niet, zich een behagelijk interieur

te bezorgen, dat nadeel zou kunnen doen aan de zaak die hij wil

dienen. Ik bracht een bezoek aan zijn huis, van riet opgetrokken en

met allerprimitiefste meubels; een houten tafel, twee matten stoelen,

een bed in een hoek was alle ameublement; zijn voedsel was hoogst

eenvoudig en bestond uit knollen en beschuit met hetgeen eenige

blikjes opleverden. Ik dronk er echter een uitstekend glas bier,

bereid uit een plant van die streek.

Vao is een dichtbevolkt eilandje, maar toen wij het anker er

uitwierpen, ontdekten wij geen enkelen inboorling op het strand; alle

Kanaken waren inderdaad naar liet groote eiland Mallicolo gegaan, om er

op de plantages te werken of om met het geweer in de hand de arbeiders

te verdedigen tegen aanvallen van de inboorlingen uit het binnenland.

Tegen vier uur in den avond zagen wij ze terugkeeren naar hun dorpen

op het kleine eiland; enkelen verkochten ons in 't voorbijgaan hunne

aardvruchten en boden mij een plaats aan in hun booten. Zij zetten

mij aan het strand af, en ik behoefde maar enkele schreden te doen,

om in het dorp te komen. Een troep varkens en honden liep dadelijk

om mij heen en wilde mij de nadering beletten; maar de inboorlingen

kwamen er op toe en verjoegen de dieren met hun stokken. Ik beloonde

mijn redders door pijpen en tabak onder hen uit te deelen; die

edelmoedigheid bezorgde mij hun vertrouwen, en zoo kon ik met hen

een gesprek beginnen.

Sedert eenige dagen was een der hoofden uit het dorp boos op de

blanken, omdat Mac L., van wien ik reeds heb gesproken, hem zijn

zoon had ontroofd, die nu te Port-Vila bij dien Engelschman moest

werken. Hij ontvouwde mij zijn grieven, en de goudgalons ziende op

de mouwen van mijn buis, vroeg hij mij, of ik hem door middel van de

oorlogsschepen recht wilde doen weervaren; als belooning zou ik een

hermaphroditisch varken ontvangen. Dat was een prachtig cadeau in

de oogen der inboorlingen, want voor een hermaphroditisch varken kan

men het ver brengen in den stam, zich een hooge positie verschaffen

en zelfs een vrouw koopen.

Wij hadden spoedig ons recruteeringswerk op het eiland Vao ten einde

gebracht. De nabijheid van de coprahandelaars maakte, dat de menschen

hun kokosnoten aan den man konden brengen en dat ze in ruil daarvoor

europeesche waren konden erlangen; dus gevoelden zij geen behoefte,

om elders hun kostwinning te zoeken en verlieten niet graag hun

geboortegrond. Wij vervolgden onze vaart naar het Noorden van den

archipel en waren voornemens, het noordelijkste en grootste eiland

van de groep te bezoeken, het eiland Spiritu Santo of kortweg Santo.

Wij voeren om de zuidpunt van het eiland Malo heen en konden een

fransche driekleur ontdekken, die ons in 't voorbijgaan groette. Dat

was de woning van pater D., een fransch zendeling, die reeds dertig

jaren in de Stille Zuidzee verblijf houdt. Hij heeft de eilanders

op de Fidsji-eilanden bekeerd, en beproeft thans de inboorlingen van

Malo tot het Katholicisme te brengen.

Door een gunstigen wind gedreven, kwam de _Lady Saint Aubyn_ in het

Bruatkanaal, dat het eiland Aoré van Malo scheidt en langs Tongoa

gaat, waar de dweepzieke Presbyteriaan A. woont, om vervolgens het

anker uit te werpen bij kaap Lisburn op de westkust van Spiritu Santo.

Ik heb weinig zulke schilderachtige plaatsen gezien als het dorp

Nouvin, tegenover hetwelk wij stilhielden; het was gebouwd op de

helling van een heuvel, aan welks voet een bevaarbare rivier stroomde;

de oevers waren met boomen en struiken begroeid, waardoor de reizigers

beschut waren tegen de felle zonnestralen, en de zandige bedding van

den helderen stroom lokte uit tot het nemen van een verfrisschend bad.

Maar het komt mij voor, dat de inboorlingen van Nouvin een heiligen

schrik hebben voor het heldere water, want ze zijn bedekt met een laag

oud vuil, en de lompen, die maar povertjes hun naaktheid bedekken,

schijnen al heel zelden met de wasch kennis te hebben gemaakt. Zij

maken hun leelijkheid en hun vuilheid nog erger door de verf, die

zij op zich smeren; haren en baard bedekken ze met rood oker, en als

sieraden droegen ze banden van schelpen om de armen en bloemen in

de haren.

Behaagzucht schijnt niet in 't bijzonder eigen aan de vrouwen, want

de mannen toonen zich hier niet minder ijdel, en beide geslachten

meenen zich mooi te maken door misvormingen van den neus en de

ooren. De haartooi wisselt af naar den smaak der heeren en dames;

de eenen droegen zeer korte haren, de anderen waren kaal geschoren

en er waren er, die een klein bundeltje hadden laten staan of die het

haar hadden laten groeien en het in een vlecht hadden bijeengebracht.

Ik heb in hun handen een wapen opgemerkt, dat in 't bijzonder aan

Santo eigen is, een assegaai van ongeveer 2 1/2 M. lengte, van hout;

de bovenkant is belegd met menschenbeenderen over een aanmerkelijke

lengte en het wapen loopt uit in drie beenderen als een drietand. De

wonden die er door worden gemaakt, zijn zeer gevaarlijk, want die

beenderen breken af en blijven in de wond achter, waarvan zij de

genezing tegenhouden. Voor een doosje buskruit kon ik verscheidene

van die wapens koopen.

Wij maakten ons gereed, om langs de westkust te gaan. Dit deel van het

eiland is bergachtig; de dalen zijn zeer smal en niet vruchtbaar. Er

is veel overeenkomst tusschen deze westkust van het eiland Santo en

de oostkust van Nieuw-Caledonië; sommige mijnontginners hebben dan

ook gehoopt, dat het eiland rijk aan mineralen zou wezen en hebben er

met dat doel onderzoekingen gedaan. Ik geloof niet, dat hun pogingen

met succes bekroond zijn geworden.

Toen wij te Poussey passeerden, sprak een inboorling ons over een

blanke, die eenige maanden geleden op de kust was ontscheept en er nu

nog aan het graven was. Tot nu toe was het hem nog alleen gelukt, de

inboorlingen te verbazen, die, toen ze zagen, dat hij gewicht hechtte

aan steenen, hem voor een krankzinnige hielden. Het was een zekere

V. een bevrijde gevangene uit Nouméa; hij heeft van zijn tocht niet

veel kostbaar gesteente meegebracht, maar wel veel koortsaanvallen.

In de buurt van Poussey kwamen ons veel booten tegen, sommige met

varkens, andere met aardvruchten of met suikerriet geladen. Dat punt

aan de kust is een plaats, waar veel inlanders uit het binnenland

samenkomen met die van de Saint-Philippebaai en Poussey. Die laatste

verkoopen, in ruil voor de levensmiddelen, welke hun worden gebracht,

het aardewerk dat zij zelf fabriceeren en dat zij alleen kunnen maken

op het eiland. Het zijn aarden potten van verschillende grootte,

vaak met lijnteekeningen versierd, en vrijwat weerstand biedend aan

de hitte; ze worden voor het koken van het voedsel gebruikt.

Het scheen mij, dat de inboorlingen van Santo niet zoo laag stonden

als die van de zuidelijker eilanden. Wij kregen te Poussey een man

met zijn vrouw aan boord, die wel naar Nouméa wilden meegaan; maar

zij stelden als voorwaarde, dat ze in hetzelfde huis en op dezelfde

plantage moesten dienen. Ze hielden elkander teeder aan de hand en

schenen ware genegenheid voor elkaâr te koesteren. De positie der

vrouwen scheen hier over 't algemeen beter dan in de andere deelen

van den archipel.

Buitendien werden de inboorlingen ook intelligenter, hoe verder wij

naar het Noorden van den archipel vorderen; ze kregen meer besef

ook van zedelijkheid en zorgden vooruit voor wat hun materiëel

bestaan kon verbeteren. Zij eten vrij smakelijk, en een van de

door ons aangeworvenen kreeg van zijn vrienden een gerecht cadeau,

in bananenbladeren gewikkeld, dat heel lekker rook en bestond uit

varkensvleesch met aardvruchten en kokosmelk toebereid. Zij gebruikten

het òf met houten vorken òf door er balletjes van te rollen en die

in den mond te steken.

Ik kreeg een uitnoodiging, om aan het festijn deel te nemen, en

ik proefde het inlandsche gerecht, dat niet kwaad smaakte en zeer

voedzaam moet zijn.

Onder de inboorlingen, die wij ontmoetten, hadden sommigen een

lichte huidskleur, anderen waren donkerder en allen hadden sterker

krullende haren dan de bewoners der zuidelijker eilanden en vooral van

Erromango. In voorbijgegane eeuwen moeten volken van verschillende

afkomst zich hier neergezet, en hebben zich met de autochthone

bevolking vermengd; dus is het niet verwonderlijk, dat wij vrij sterke

individueele verschillen aantroffen. Maar het gemiddelde type was

niet leelijk; het ras van Santo was sterk en gespierd.

De vereeniging van de vele bewoners uit verschillende hoeken van het

eiland op de markt te Poussey gaf aanleiding tot feesten en nationale

dansen. Het heeft mij zeer gespeten, dat ik eenige dagen te laat kwam,

want anders had ik een zonderlinge plechtigheid kunnen bijwonen,

eigen alleen aan dit eiland.

Ofschoon ik het zelf niet heb gezien, kan ik den lust niet weerstaan,

er van te vertellen naar de beschrijving, die de inboorlingen mij

er van hebben gegeven. Het feest wordt geleid door het hoofd van den

stam, welke man rood is gekleurd en met bloemen is behangen. Kleine

speenvarkentjes worden vastgebonden en ingepakt neergelegd op de markt

bij de op den grond gezeten jongelieden. Op een gegeven oogenblik

loopen twee mannen naar de jongelieden toe en moeten blijven staan, om

van ieder een zweepslag te ontvangen. Vaak bedekken zij hun bovenlijf

met schors, om de gevoeligheid der slagen te keeren. Ieder man uit

den stam moet aan de plechtigheid deelnemen. Al dien tijd dansen

en springen vijf of zes inboorlingen op het feestterrein rond,

en op dat oogenblik worden de kleine ingepakte varkentjes hoog in

de lucht opgegooid en moeten op het hoofd der dansers terugvallen,

die ze moeten vangen of oprapen.

Ik zou graag nog langer te Poussey zijn gebleven, om beter en langer de

zeden dier inboorlingen te kunnen bestudeeren; maar ons werven had er

geen succes. Wij moesten onzen weg dus vervolgen naar kaap Cumberland,

de noordelijkste punt van den archipel. We voeren gemakkelijk er

omheen, liepen in de Saint-Philippebaai binnen en ankerden dichtbij

een rivier, die den naam van "de Jordaan" droeg. Daar had Quiros

zijn Nieuw-Jeruzalem willen stichten, toen hij de eilanden in 1606

ontdekte. Hij hield processies aan den wal, liet het kruis rondom de

baai voeren en maakte zich gereed om de fondamenten te leggen van

zijn heilige stad, toen zijn metgezellen in opstand kwamen en hem

dwongen naar Spanje terug te keeren.

Enkele reizigers hebben beweerd, dat de spaansche zeevaarder zijn

plannen wel reeds ten uitvoer had gebracht, dat hij een stad had

gesticht met muren er omheen, waarvan de sporen nog over zouden

zijn. Maar ik vermoed, dat die inlichtingen alleen in het brein

dergenen, die ze heetten te hebben ontvangen, waren ontstaan. Ik heb

herhaaldelijk wandelingen op het eiland gedaan, en ik heb niet het

minste spoor kunnen ontdekken van een oude stad. Bovendien behoeft

men slechts het rapport van Quiros te lezen, om verzekerd te zijn,

dat zijn plan niet werd volvoerd; 't is dus noodelooze moeite naar

sporen te zoeken van iets, dat niet heeft bestaan, en het moet iets

van een tweede gezicht geweest zijn, als er personen geconstateerd

hebben, dat ze muren van Nieuw-Jeruzalem hebben aanschouwd.

Ik zal niet zeggen, dat de plaats slecht gekozen zou zijn; integendeel

ben ik er van overtuigd, dat een ernstige poging tot kolonisatie in de

Saint-Philippebaai kans van slagen zou hebben. De haven is buitengewoon

ruim en heeft talrijke ankerplaatsen, maar zij is ongelukkig niet

beschut tegen de noordenwinden. Acht rivieren storten zich uit in de

baai en stroomen door diepe, vruchtbare dalen; de kuststrook is met een

weelderigen plantengroei bedekt, en op korten afstand ziet men reeds

velden met humuslagen, die voor allerlei culturen geschikt zouden zijn.

De bewoners zijn nog al zacht en vreedzaam. De Saint-Philippe baai is

een der weinige plaatsen op de Nieuwe-Hebriden, waar nooit aanvallen

op Europeanen zijn voorgekomen; de inboorlingen komen ons vriendelijk

bezoeken en zijn gelukkig, hun producten te verkoopen tegen kruit

en lood. Zij houden veel van de jacht en zijn buitengewoon behendig

in het dooden van de talrijke wilde eenden, die rondvliegen aan de

oevers van de Jordaan.

Hier trekken, evenals te Mallicolo, de vrouwen zich de beide voortanden

uit van de bovenkaak; zij dragen geen andere kleeding dan een gordel

om de lendenen. De mannen dragen een band om het middel, waaraan

een vlechtwerk hangt, dat de geslachtsorganen verbergt. De beide

geslachten houden er van, zich het gelaat rood te verven, en enkelen

doorboren zich het tusschenschot van den neus met een stukje koraal.

De Saint-Philippebaai ligt ten noorden van den archipel der

Nieuwe-Hebriden; dus moeten wij ons wel weer zuidwaarts begeven, om

met de werving op die eilanden voort te gaan, eer we ons tot de groep

der Salomonseilanden wenden. De inlichtingen, die wij op reis hadden

gekregen, gaven ons hoop, dat we op het eiland Aoba talrijke contracten

zouden sluiten; daar, zoo heette het, wenschten de bewoners in Nouméa

te werken, wanneer ze in betaling geweren kregen en ammunitie. Wij

verlieten onze ankerplaats aan de Jordaan, en na kaap Quiros te zijn

omgezeild, wendden wij den steven naar het eiland Aoba.

De zuidoostenwinden, die hevig bliezen, vertraagden onze vaart,

en ondanks den geringen afstand tusschen Santo en Aoba deden wij er

drie dagen over, eer we op de noordoostkust van laatstgenoemd eiland,

te Naboekiriki, landden. We gingen een kleine baai voorbij, die in

den laatsten tijd op Nieuw-Caledonië zeer bekend was geworden. Daar

woonde namelijk een coprahandelaar van fransche afkomst, de heer M...,

wel bekend te Nouméa; enkele weken geleden was hij door de inboorlingen

vermoord geworden; zijn lijk werd teruggevonden, in den grond begraven.

Ofschoon zij in beschaving zich boven de andere eilanders verheffen,

en ondanks hun nauwe aanraking met de weer hooger staande Polynesiërs,

hebben de inboorlingen van Aoba toch niet geheel hun bloeddorstige

neigingen overwonnen; ze zijn altijd gevaarlijk en verdienen in

't geheel geen vertrouwen.

De bewoners van den oever der zee werpen alle verantwoordelijkheid

voor zulke misdaden op de Kanaken uit het binnenland of van het bosch;

zij zouden bijna van verontwaardiging blozen, als men hen van zulke

wandaden beschuldigde, maar het is toch zaak, ook tegenover hen op

zijn hoede te zijn.

Toch kan ik geen weerstand bieden van het verlangen, om het dorp

Naboekiriki te bezoeken. Het hoofd van den stam is ons komen zien

en inviteerde ons, om ten hunnent te verschijnen. Eenmaal aan land,

volgden wij een smal pad door het bosch en kwamen weldra op een

open plek, een plein, met hutten eromheen, die goed gebouwd waren,

met matten uitgespreid op den vloer en zonder al te veel rook. In

een hoekje stonden de trommels of liever holle boomstammen, die als

muziekinstrumenten werden gebruikt, maar ze lagen op den grond en

stonden niet overeind, zooals te Mélé.

Ik zag buiten het dorp een platform; daar troonde het hoofd van den

stam op de dagen van _sinn-sinn_ of groote feestelijkheden; zijn taak

was het, bij die gelegenheden met zijn pijlen de varkens te dooden,

die ieder inwoner moet leveren en die vervolgens worden gebruikt bij

de feestmaaltijden van het volk.

Dit dorpshoofd ontving ons zeer vriendelijk; ik ontving een

welkomstcadeau van hem, bestaande in een kip en veel bananen; ik

gaf hem daarvoor tabak, een flesch jenever en daar ik wist, dat

geweven stoffen te Aoba zeer op prijs werden gesteld, deed ik er

mijn zijden halsdoek bij, waarmee hij prijken zal op de dagen der

groote plechtigheden. De eenige kleeding van deze menschen bestaat

in een lap katoen tot bedekking van hun naaktheid; als zij daarvoor

geen europeesche weefsels hebben, nemen ze eigen gevlochten matjes,

soms niet zonder smaak gefabriceerd.

Zooals ik boven zeide, de bewoners van Aoba verschillen vrijwat

van de andere bewoners der Nieuwe Hebriden; dat hangt samen met de

ligging van het eiland, die zeer gunstig voor vreemde immigratie is,

met name van de Samoa-eilanden. In een betrekkelijk nog niet ver

achter ons liggenden tijd moet Aoba Polynesiërs hebben opgenomen,

komend van de naburige eilandengroepen. Die hebben zich vermengd met

de oorspronkelijke bewoners, en zoo is dat bijzondere ras ontstaan,

dat een eigenaardigen lichaamsbouw en eigen gewoonten en zeden

kan aanwijzen. In een groep menschen van de Nieuwe-Hebriden zal ik

altijd de Kanaken uit Aoba kunnen ontdekken aan hun groote gestalte,

hun intelligent gelaat, het niet zeer geaccentueerde prognatisme,

de krullende haren en vooral aan de lichte gelaatskleur. Evenals

de Polynesiërs wonen deze Kanaken niet in kleine dorpen bijeen,

maar vormen groote stammen of volken, wier hoofden eene absolute

heerschappij uitoefenen. Hun taal bevat veel bestanddeelen, die aan de

dialecten van Tahiti, Tonga en Samoa herinneren. Ik zal niet verder

ingaan op de ethnologische verschillen; men zou veel ruimte noodig

hebben, om ze nauwkeurig na te gaan. Maar ik ben blij, Aoba te hebben

bezocht, want op dat eiland heb ik de ingewikkelde quaestie van de

verhuizingen in de Stille Zuidzee kunnen bestudeeren.

Die vermenging met polynesisch bloed verklaart de groote losheid van

zeden, die dit eiland kenmerkt; de Papoea is namelijk zeer jaloersch

en onttrekt zijn vrouw liefst aan alle onbescheiden blikken; maar de

bewoner van Aoba is niet zoo scrupuleus en aarzelt niet, zijn vrouw

volle vrijheid te laten. De jonge meisjes zijn ook ver van beschroomd

en vluchten niet bij de nadering van een vreemde, zooals op de andere

eilanden; met een lapje rood katoen of een parasol wordt haar deugd

gemakkelijk op zij gezet.

Ik verliet het dorp Naboekiriki en alle bewoners deden mij uitgeleide

tot op het strand. We liepen een groep jonge vrouwen voorbij, die

in zee hadden gezwommen en zingend naar het dorp terugkeerden;

zij groetten mij lachend en schenen zich vroolijk te maken over

den vreemdeling.

Een kleine boot wachtte, om mij naar ons schip terug te brengen,

en even later zette de _Lady Saint Aubyn_ naar Walhara koers.

Daarna gingen wij naar Duin-Dui, waar ik een Kanakeninboorling

ontmoette, die eigendommen had in Queensland. Hij sprak zuiver

Engelsch en had met parelvisscherij in de Torres-straat zich een groot

fortuin verworven. Daarna was hij te Brisbane gaan wonen en had een

Engelsche getrouwd. Hij was nu een paar maanden in zijn geboorteland

komen doorbrengen en was voornemens, spoedig naar Australië terug te

keeren. Zijn voorbeeld toont aan, hoe dit ras zich op kan werken en

pleit voor de intelligentie der bewoners van Aoba.

Wij passeerden het eiland Aurora, dat kort na ons vertrek een treurige

vermaardheid heeft verkregen door een catastrophe, die schrik

en ontsteltenis verspreide onder de zeevaarders van den Stillen

Oceaan en vooral onder hen, die, als wij, zich met de werving van

arbeidskrachten bezighielden.

Wij hadden te Port Havannah een jongen Creool van Mauritius ontmoet,

die in den archipel reisde met zijn schip, de _Constantine_, waarop

een fransche kapitein het bevel voerde. Hij liet het anker vallen

vóór de kust van Aurora met het plan, er eenige inboorlingen te huren,

maar de bewoners van het eiland maakten misbruik van het vertrouwen,

dat de Creool in hen stelde, en vermoordden hem en den kapitein met

enkelen der bemanning, terwijl het schip in brand werd gestoken.

Alle eilanden van de groep der Nieuwe-Hebriden zijn gevaarlijk; er is

er geen enkel, waar men een onbepaald vertrouwen in de inboorlingen

kan stellen. Maar Aurora of Maïro verdient speciaal den slechten naam,

dien het heeft; men moet daar bij uitstek voorzichtig zijn.

Overigens kan men aan hun gewoonten al gauw merken, met welke soort

van menschen men te doen heeft; als een der Kanaken sterft, is het de

gewoonte een anderen te dooden, om den doode gezelschap te houden; het

is niets ongewoons, dat een moeder haren zoon vraagt om haar te dooden,

ten einde een gestorven dochter niet alleen de reis te laten doen.

Geen enkele Europeaan hield ten tijde van ons bezoek op Maïro verblijf,

en ik geloof niet, dat er ooit een blanke heeft gewoond. Het gemis

aan veiligheid, de afwezigheid van havens houden vreemde schepen op

een afstand; de bevolking is er echter talrijk en de plantengroei

weelderig; men vindt er vooral veel broodboomen, die er het

hoofdvoedsel leveren evenals op Tahiti. Het eiland is goed besproeid,

en van het dek der boot konden wij watervallen onderscheiden, die

van groote hoogte neervielen en een schilderachtig aanzien aan het

eiland gaven.

Daarna verlieten wij den archipel der Nieuwe-Hebriden. Met een

gunstigen wind zette ons scheepje koers naar het Noordwesten, en wel

naar de Salomonseilanden, waarvan ongeveer 800 mijlen ons scheidden.

De archipel der Salomons-eilanden werd door Mendana in 1564 ontdekt,

en sinds dien tijd is hij alleen bezocht geworden in de 18de eeuw

door Surville en d'Entrecasteaux. Ten tijde van zijne expeditie

naar het eiland Vanikoro deed Dumont d'Urville deze eilanden aan;

maar sinds dien tijd is er nooit een fransch oorlogschip verschenen.

Onze aardrijkskundige litteratuur levert ook in 't geheel geen

documenten over de Salomons-eilanden, al zijn ze belangrijk genoeg

ook uit het oogpunt van den reiziger. Hun oppervlakte is tienmaal

die van Corsica. De grootste eilanden zijn Bougainville, Choiseul,

Isabel, Malaïta, San Cristoval en Guadalcanar; de drie laatste hebben

wij bezocht.

Het deed ons allen veel genoegen, die zoo weinig bekende streken

te leeren kennen. Honderdmaal had men ons de vijandige gezindheid

der bewoners voor oogen gesteld, hun woeste zeden en hun aanvallen

op Europeanen.

Welk vertrouwen verdienden die verhalen? Zullen wij ook van dergelijke

aanvallen te lijden hebben. De uitkomst zou ons dat alles precies

leeren.

Den 30_sten_ September, tegen acht uur's morgens, werd dus het land

met vreugde begroet, en onze oogen trachtten het kleine stipje te

herkennen, dat alleen een zeer doordringend oog kon onderscheiden.

Wij naderden de kust bij de oostpunt van de zuidkust op het eiland

San-Cristoval.

Maar weldra ging de wind liggen; wij konden niet voort, en eerst om

drie uur in den namiddag konden wij er aan denken, aan land te gaan,

terwijl ons schip, daar er geen haven was, op twee mijlen afstands

van de kust moest blijven.

De beide bij ons schip behoorende booten werden meegenomen, en ik nam

er in plaats met de wapens en de ammunitie, om ons te verdedigen, en

met de ruilwaren en geschenken, die voor ons de inboorlingen gunstig

moeten stemmen.

Wij wendden ons naar het dorp Makira, waarvan de hutten, aan het

strand gelegen, aardig tegen het groen uitkwamen en veel geleken op

groote bijenkorven. Zij werden overschaduwd door tal van kokospalmen

en stonden te midden van een weelderigen plantengroei, herinnerend

aan dien der tropische landen. Geen duimbreed gronds, of er hadden

zich planten ontwikkeld, en er waren hier en daar dichte bosschen

verrezen, waarin licht en lucht slechts met moeite doordrongen.

Onze beide bootjes bleven bijeen, om elkander zoo noodig wederkeerig te

beschermen; dat was een eisch van voorzichtigheid, want een verrassing

of plotselinge aanval van de zijde der inboorlingen behoorde niet tot

de onmogelijkheden. Op eenige meters afstands van het dorp zagen wij

de inboorlingen ons te gemoet komen, allen gewapend met assegaaien,

knotsen en andere wapens, zoo niet tot den aanval, dan toch ter

verdediging geschikt, want zij kenden ook onze bedoelingen niet.

Er werd een gesprek aangeknoopt. Onze hoedanigheid van Franschen en

onze komst uit Nouméa scheen de bewoners niet af te schrikken, dus

hebben onze voorgangers er geen slechten indruk achtergelaten. Zoodra

ze waren gerustgesteld, naderden ze ons; ze vroegen om 't hardst om

tabak, pijpen en lucifers, en hun geestdrift steeg ten top, toen wij

hun een geweer en patronen gaven en dat beloofden aan elken inboorling,

die te Nouméa wilde komen werken. Dadelijk verklaarden twee sterke,

jonge mannen zich bereid om te vertrekken, en zonder op de smeekingen

en vertoogen van hunne vrienden te letten, klommen ze in de boot en

plantten zich op de achterbank.

De tegenwerpingen van de ouders zonken in het niet voor de betaling,

die voor beide verbintenissen werd uitgekeerd; wij gaven hun een

Snidergeweer, 20 patronen, 1 K.G. tabak, 20 pijpen, 20 doosjes

lucifers, een groot mes en eenig glaswerk, alles misschien ter waarde

van ongeveer 30 francs.

Ik kon op mijn gemak deze inboorlingen bekijken, die om ons heen

drongen, begeerig om ons wat te verkoopen, armbanden, wapens e.d. In

enkele minuten deed ik voor een zeer bescheiden sommetje den aankoop

van vele ethnographisch interessante voorwerpen, die een plaats

zullen erlangen in 't museum op het Trocadéro. Ik wachtte tot ik weer

aan boord zou zijn, om ze te rangschikken en te onderzoeken wat ze

mij zouden kunnen leeren over het karakter van dit ras, dat mij op

het eerste gezicht uit verschillende elementen scheen samengesteld,

goed van elkander te onderscheiden door kleur, vooruitsteken van de

wangbeenderen en soort van haar.

Dadelijk bij onze nadering had mij het groote aantal vrouwen en

kinderen getroffen, dat op ons was komen toeloopen en ons met

nieuwsgierige blikken bekeek; het was een goed voorteeken, want

in geval van vijandige bedoelingen zouden de mannen, om vrijer in

hunne bewegingen te zijn, wel hun gezinnen op den achtergrond hebben

gehouden.

Die vrouwen kwamen geheel naakt op het strand; ze hadden zelfs niet het

vijgenblaadje, dat Eva beroemd heeft gemaakt; ze waren slank gebouwd,

en het ontbrak haar niet aan een zekere gratie. Het onbescheiden

kijken van de vreemdelingen scheen haar niet te verontrusten en ook

niet de jaloezie der mannen gaande te maken.

Zij vroegen vrijmoedig om tabak, en er waren een paar tandelooze

oudjes, die een stompje pijp in den mond hadden, 't welk bij gebrek

aan voedsel lang had gerust. Deze kust wordt zeer zelden door vreemde

schepen aangedaan, en europeesche waren zijn er schaarsch.

Het was een wedstrijd, wie van haar het snelst haar parelmoeren

armbanden en oorringen of neusversierselen zou afdoen, om ze af te

staan tegen een doosje lucifers, een pakje tabak of een halssieraad

van koralen. De katoenen of andere geweven stoffen hadden hier in

't geheel geen waarde; die zijn overbodige luxe voor de schoonen van

de Salomonseilanden.

De sympathieke ontvangst, die wij genoten, haalde ons over, uit de

booten te stappen en het dorp van dichterbij te bezien. Het lag eenige

meters van het strand verwijderd, en op den rug van een inboorling

gezeten, zette ik voor de eerste maal den voet op den grond der

Salomons-eilanden, of eigenlijk raakte mijn voet eerst later den

grond. In betaling gaf ik mijn drager een patroon en nam hem als

gids aan.

De huizen stonden achter elkander tegen een heuvelhelling aan, die

tot het strand doorliep. Om er te komen, moesten wij over groote

boomstammen springen, die door den storm gevallen waren, en die door

de zorgeloosheid der inboorlingen maar op den weg waren blijven

liggen. Overal stonden verder reuzenboomen, die diepe schaduwen

wierpen over de lage, primitieve hutten. Men behoeft geen bekwaam

bouwmeester te zijn, om in een oogenblik zoo'n huis te verwaardigen,

waarin deze menschen wonen met heel hun gezin en hun honden en

varkens. Eenige bamboestaken, dicht aaneen in den grond gestoken en

door lianen aaneengebonden, een paar palen nog om het stroodak te

steunen, een opening aan elken kant en 't huis is gereed; de grond

zelf dient als vloer, een paar steenen als vuurhaard, dorre bladeren

als familielegersteden. In den eenen hoek lagen wapens, in een anderen

houten drinknappen en eenige matten, dat was alle meubileering. Een

deur ontbrak, er was niets te halen voor dieven.

Met de grootste vriendelijkheid lieten de inboorlingen mij binnen in

hunne huizen, en ze zouden het zelfs onvriendelijk hebben gevonden,

als ik aan hunne uitnoodiging geen gevolg had gegeven. Zij schenen

mij iets beters te verdienen dan hun slechten naam, en voorwaar,

toen ik in een der hutten was, om naar een zeldzaam wapen te kijken,

zou het hun niet moeilijk zijn gevallen mij het leven te benemen.

Daar het al laat was, konden wij niet lang te Makira blijven, en zoo

groot en vast was ons vertrouwen nog niet, dat wij den nacht aan den

wal durfden doorbrengen. Begeleid door de geheele bevolking, mannen

vrouwen en kinderen, bereikten wij weer onze booten, die aan de hoede

van enkele matrozen waren overgelaten geweest, en een half uur later

waren we aan boord van de _Lady Saint Aubyn_ terug. Verrukt over ons

eerste uitstapje en rijk voorzien van ethnographica, namen wij ons

voor, zoo dikwijls het ons mogelijk zou wezen, aan land te gaan.

Maar ik was nog niet lang aan boord terug, of ik bespeurde, dat

eerlijkheid geen hoofddeugd van deze primitieve wilden was; en de

verdwijning van mijn revolver en mijn patronenkoker waarschuwde mij,

dat ik voortaan beter het oog zou hebben te houden op hun lange

vingers. De talrijke assegaaien, die ik had meegebracht, stelden mij

niet schadeloos voor het verlies van mijn eigen wapen; maar sommige

ervan waren mooi, wel vier meter lang en uitloopend in punten van been

of van ijzer. De behendigheid in het werpen is bij deze inboorlingen

verbazingwekkend; op een dertigtal meters afstands missen zij nooit

het doel, dat zij zich hebben gesteld.

Wij verlieten dien nacht de kust en wendden ons naar het eiland Santa

Anna ten zuiden van San Cristoval; wij meenden er een tolk te zoeken,

want zoo iemand kunnen wij niet missen bij onzen arbeid van de werving.

Den volgenden morgen tegen zes uur in den morgen lieten wij, na om

kaap Surville heengevaren te zijn, het anker vallen te Uaah, dat is de

inlandsche naam van Santa Anna. Dadelijk stak er een boot van wal en

voer op ons af, zij bracht het hoofd May naar ons over, een man, die

bij de kooplieden welbekend is en die zeer gevreesd is bij de stammen,

naar wier dorpen het hem behaagt, zijn oorlogsbooten te zenden. Zijn

oorlogzuchtige bedoelingen waren algemeen bekend en zij brachten

hem later veel geschenken in vanwege de hoofden der dorpen, die wij

langs de kust van San Cristoval bezochten. Hij bood ons namelijk zijn

diensten aan als loods en tolk, en wij namen die zonder aarzeling aan.

Hij inviteerde ons, om zijn dorp te bezoeken en bood ons een plaats

aan in zijn wankel bootje; maar wij gaven er de voorkeur aan, in

de boot van ons schip te gaan, en deze zette ons spoedig aan het

strand af in een zandige kleine baai. Nauwelijks aangekomen, werden

wij bezocht door een van die geïsoleerde Europeanen op de eilanden

van de Stille Zuidzee, die zich zelfs niet meer de plaats hunner

geboorte herinneren, en die in hun avontuurlijk leven alle eilanden

zoowat hebben bezocht. 't Was de heer F., een in Finland geboren Rus;

hij woont al sinds een tiental jaren op de Salomons-eilanden en wordt

er niet bepaald rijk door den coprahandel.

Hij woont er vrij goed in een houten huis met een veranda eromheen,

dat hij aardig heeft ingericht en versierd met allerlei inlandsche

wapens en veel cosmopolitische chromolithografieën; hij heeft zelfs,

wat in dat land het toppunt van deftigheid vertegenwoordigt, een

franschen kok.

Maar het schijnt dat die landgenoot er niet naar verlangt, kennis

met ons te maken; ik begrijp zijn aarzeling, toen hij eindelijk

besloot, zijne opwachting te maken. Wij ontdekten in hem al spoedig

een strafgevangene, ontsnapt uit Nieuw-Caledonië. Enkele maanden

tevoren waren drie misdadigers ontvlucht uit de zuiderbaai met een

klein scheepje, dat hen naar de Loyalty-eilanden had gebracht, een

dépendance van onze kolonie. Daar zij meenden, in een onafhankelijken

archipel te zijn aangeland, gingen zij vol vertrouwen aan wal,

maar ze werden gevangen genomen en voor den administrateur dezer

eilanden gebracht. Ze wisten echter opnieuw te ontkomen, en, dezen

keer gelukkiger terechtkomend, deden ze het eiland Guadalcanar aan,

na een lastigen overtocht. Zij deden zich voor als schipbreukelingen

van een fransch schip op weg naar Batavia en werden door de blanken

van de Salomons-eilanden goed opgenomen. Ik meende den Rus van Santa

Anna maar niet nader te moeten inlichten omtrent de herkomst van

zijn kok. Moge deze zich een nieuwe levensbladzijde van maagdelijke

moraliteit hebben omgeslagen en aldus zijn vroegere fouten boeten.

Ons bezoek bij den heer F... was van korten duur; ik haastte mij om een

toertje te gaan maken in het inlandsche dorp en daar enkele gegevens te

verzamelen. Wij konden er onbeschroomd binnengaan en ons vrij onder de

Kanaken bewegen; Santa Anna is het beschaafdste eiland van de groep,

en kapitein Mac Donald, een ervaren reiziger uit den Stillen Oceaan,

heeft er lang gewoond, zonder ooit aan gevaar te zijn blootgesteld.

Onze aankomst werd met een groot geschreeuw begroet; de mannen liepen

ons tegemoet, terwijl de vrouwen zich beschroomd en angstig achter

in de hutten verscholen en niet voor den dag durfden komen.

De mannen waren vriendelijker; zij liepen met ons mee en brachten ons

dadelijk in de hut, waar de oorlogsbooten lagen. Dat huisje was het

belangrijkste monument van het geheele eiland; de inboorlingen waren

er trotsch op en wilden er gaarne de honneurs van waarnemen voor de

vreemdelingen. Het ongeveer 4 M. hooge huis werd gesteund op palen

van beeldhouwwerk, die dieren en menschen moesten verbeelden.

Het is de karakteristieke eigenaardigheid van de inboorlingen van Santa

Anna, dat zij knap zijn in het maken van booten; men kan het eiland de

scheepswerf noemen van den geheelen archipel. Wij zagen er de echte

oorlogsjonk van wel 7 à 8 M. lengte, waar 60 à 70 roeiers plaats in

vinden; een speciale zitplaats is achterin de boot bestemd voor den

leider, die het gevecht regelt. De booten hebben geen steunbladen,

zooals de booten der inboorlingen van de Nieuwe-Hebriden en van

Nieuw-Caledonië vertoonen.

De vaartuigen hier waren met parelmoer ingelegd, aan beide

uiteinden omhooggebogen en van teekeningen voorzien; aan de randen

waren gebeeldhouwde dieren aangebracht, als honden en vogels;

tusschen bloemguirlanden; de stevigheid is buitengewoon groot en de

zeewaardigheid voldoende, om te maken, dat de inboorlingen er 50 à

60 mijlen mee kunnen roeien, want van zeilen maken ze nooit gebruik.

Het gebouw, waarin de booten werden bewaard, stond onder de bescherming

van een godheid, aan wie een menschenleven wordt geofferd telkens

als er een nieuwe oorlogsboot van stapel loopt. Ook is er een boot

speciaal voor den god bestemd, en in een hoek stonden artikelen,

als huisraad en allerlei vazen, te zijnen gebruike. Nooit willen de

inboorlingen een dier voorwerpen afstaan, hoe hoog de prijs ook zij,

die hun ervoor wordt geboden, en ze zouden den vreemdeling niet sparen,

die het mocht willen wagen, met hun vooroordeelen en hun bijgeloof

te spotten.

Het bezoek aan het dorp Santa Anna hield ons den geheelen morgen

bezig. Op den middag verlieten wij het eiland, om ons naar de

noordkust van het eiland San Cristoval te begeven. May vergezelde ons

en diende ons tot loods, om ons de haven Fanariki te helpen bereiken;

wij hoopten er den volgenden morgen vroeg aan te komen.

Gedurende den korten overtocht kon ik een algemeen overzicht krijgen

van de eilanden, die het zuidelijk gedeelte van den archipel uitmaken;

Malaïta, San Cristoval, Hougué, Santa Catalina en Santa Anna kwamen

duidelijk uit, en we konden alle goed herkennen.

De duur van een nacht was voldoende, om de weinige mijlen af te

leggen die ons van Fanariki scheidden. Zoodra de _Lady Saint Aubyn_

voor anker lag, gingen wij aan land, om een bezoek te brengen aan

het dorpshoofd, dat den naam van Quarter droeg. Allereerst was het

bij de recruteering noodig, dat wij de goede gezindheid verwierven

van de hoofden. Zij hebben een onbeperkt gezag en besluiten niet om

een inboorling te laten vertrekken, als ze niet eerst veel geschenken

hebben ontvangen en veel drank hebben genoten. Toen dan ook Quarter van

onzen kapitein een flesch jenever en een prachtig Lefaucheux-geweer had

ontvangen, beloofde hij ons zijne medewerking en verzekerde ons, dat

wij veel verbintenissen zouden kunnen aangaan op zijn grondgebied. Dat

laatste beteekent trouwens nog niet veel bij deze koninkjes van de

Salomons-eilanden. De inboorlingen vormen namelijk kleine verspreide

groepen, en het gezag van een inboorling en hoofd reikt niet verder

dan eenige mijlen van de plaats, waar hij woont.

Quarter aarzelde dan ook, ondanks zijn groot gezag in eigen dorp,

den voet te zetten op het terrein zijner buren; hij heeft altijd zoo

een en ander op zijn geweten, en hij is niet gemakkelijk tegenover

de bevolking om hem heen. May, onze loods en Quarter, onze gast,

zijn twee beroemde jagers op menschen; zij begrijpen elkander en

zijn vereenigd in een vriendschap, die bevestigd is door veel samen

vergoten menschenbloed.

De onderdanen van Quarter zijn volstrekt niet veilig, en hij beschikt

naar willekeur over leven en goed der zijnen. Hij wou ons zelfs wel

eens toonen, hoe weinig hij geeft om een menschenleven meer of minder,

en hij zou niet aarzelen, te onzer eer een paar zijner landgenooten

te offeren. Maar wij haastten ons hem te zeggen, dat we hem op zijn

woord geloofden, en dat we heelemaal geen bewijzen voor zijn bewering

verlangden.

Intusschen was zijn houding tegenover Europeanen welwillend, en dank

zij zijne bescherming, konden wij in alle gerustheid de omstreken

van het dorp bezoeken.

We zagen bij die gelegenheid ook de aanplantingen van de inboorlingen

op de helling der bergen. De Kanaken of liever hun vrouwen ontbosschen

het terrein door verbranding en planten er daarna hun aardvruchten. Zij

eten die taro's en buitendien veel bananen, hun hoofdvoedsel, dat

zij zoowel gekookt als rauw tot zich nemen.

Toen we die plantages hadden bekeken, liepen wij die gedeelten van

het bosch in, waar de bijl van den mensch nog nooit had gekapt; wij

konden oordeelen over de vruchtbaarheid van den grond en bemerken,

hoeveel voordeelen die zou kunnen opleveren, als ervaren landbouwers

er aan het werk gingen. Onder de reuzenboomen, die men overal ziet,

ligt een dikke humuslaag, waaruit bij de warmte en de vochtigheid

vaak schadelijke dampen opstijgen; maar als er meer licht en meer

lucht in die bosschen werd toegelaten, zou het land gezonder worden

en de grond zou er niet minder vruchtbaar om zijn.

Op onze wandeling ontmoetten wij eene groep jonge vrouwen, die gebukt

gingen onder den oogst van bananen, voor Fanariki bestemd; zij liepen

onder toezicht van een inboorling. Hoewel haar levenswijze niet maakt,

dat haar schoonheid lang bewaard blijft, zag ik er toch onder, die

er aardig uitzagen, en ze zouden zelfs mooi kunnen heeten, als ze

niet tot allerlei dwaze ontsieringen waren overgegaan.

Een van haar had het tusschenschot van den neus doorboord en had er een

ring van schildpad aan gehangen; eene andere had het oorlelletje zoo

uitgerekt, dat zij er een houten blokje of schijfje had kunnen insteken

van 0.05 M. middellijn. Men ziet het, de behaagzucht is nergens de

wereld uit. De dames hadden regelmatige trekken, zijdeachtige, niet

gekroesde haren als bij negerinnen, en ze waren goed geproportionneerd.

Zoo kwamen wij terug in Fanariki. In onze afwezigheid hadden de onzen

veel succes gehad met het werven; vijf inboorlingen gingen mee op ons

schip, namelijk Sohima, Toro, Tarimbanne, Tagaro en Soemanson. Zij

vonden het aardig, te gaan naar een land van blanken, en onbewust

zullen zij meehelpen tot den vooruitgang van de fransche kolonisatie

in Nieuw-Caledonië. Het waren knappe, sterke, jonge mannen tusschen

18 en 22 jaar; hen trokken de zucht naar het onbekende en de zin

voor avonturen, en zij moeten moed hebben, om weg te gaan, want

in hun verbeelding zien ze niet alleen wonderen, maar wel degelijk

ook gevaren.

Er wordt gewoonlijk beweerd, dat zij gaan op bevel hunner hoofden of

van hun ouders; maar dat is een vergissing; zij moeten integendeel

meestal den tegenstand van de ouders overwinnen en den onwil van hun

hoofden, die het volstrekt niet prettig vinden, het aantal hunner

strijders te zien verminderen.

Door velerlei geschenken moeten wij de smart der scheiding

verzachten. Maar zoodra het schip de kust verliet, werden we met

geschreeuw uitgeleid, en ik heb wel jonge meisjes zwemmend onze boot

zien volgen en pogingen zien aanwenden, om door waarschuwingen en

gebeden den broeder terug te houden, die haar misschien voor altijd

ging verlaten.

Wij vervolgden onzen weg naar de Wannoni-baai, De pas ingescheepte

Kanaken verzochten mij, of ik hen op mijn register wilde

inschrijven. Ze wisten, dat die plechtige formaliteit onmisbaar is,

als hun contract geldig zal zijn. Het is in hun belang, als de plaats

hunner geboorte staat opgeschreven en de duur van hun contract, opdat

men hen, als het tijd is, naar huis kunne terugbrengen, namelijk als

de drie jaren, waarvoor ze zich verbinden, om zijn.

Ik liet hun een volledig stel kleederen geven en een deken; hoewel

ze een lange reis gingen ondernemen, was er geen sprake van bagage,

en naakt als wormen trokken ze uit hun dorp weg. Toch zag ik nog,

dat ze allen een heel klein gevlochten zakje droegen, en door

nieuwsgierigheid gedreven, zag ik na, wat er in was. Het bevatte een

beschilderd bamboekokertje met de ingrediënten voor het sirih-kauwen,

een paar arekanoten dus, wat tabak en betelbladeren. Ze doen allen

aan het betel- of sirih-kauwen, deze inboorlingen, en de gewoonte moet

door de Maleiers er zijn ingevoerd. Dit is niet het eenige bewijs van

maleischen invloed; men vindt, uit anthropologisch en ethnographisch

oogpunt kijkend, er nog zeer veel sporen van.

Wij kwamen te Wannoni aan en ankerden in een ruime baai, tegen

de heerschende zuidoostenwinden beschut. De inlichtingen, die wij

hadden ingewonnen, leerden ons, dat dit deel der kust zeer bevolkt

was, en dat de inboorlingen uit het binnenland er dikwijls kwamen

handel drijven. Wij zouden dus die menschen uit de wildernis kunnen

aanschouwen, die aanmerkelijk verschillen van de kustbewoners.

Ik geef aan elken zeevaarder, die deze eilanden bezoekt, den raad, de

Wannoni-baai niet voorbij te gaan; hij zal er in overvloed zoet water

kunnen innemen uit twee groote rivieren, die in de baai uitloopen,

en als het noodig is kan hij van de inboorlingen proviand koopen, als

bananen, suikerriet, aardvruchten en varkens. Wij bereikten een dorp,

dat ongeveer 500 inwoners had. De huizen waren gelegen op de oevers

van één der rivieren, en wij hielden gemeenschap met de overzijde

door onze bootjes; de inboorlingen waren nog niet zoo slim geweest,

om de noodzakelijkheid van een brug in te zien.

Wij ontmoetten vrouwen aan hare huiselijke bezigheden, bananen

bereidend voor den avondmaaltijd, of visch schoonmakend, en bereikten

weldra het voornaamste huis uit het dorp. Bij elken stam heeft men een

gemeenschappelijk huis, dat tot plaats van samenkomst dient voor het

mannelijk deel der bevolking; de vrouwen mogen er niet binnenkomen,

omdat haar maatschappelijke rang te laag is, dan dat zij een woordje

zouden mogen meespreken bij de discussies van haar echtgenooten.

Op het platform vóór de hut stonden de mannen dan ook druk te praten

over het mooie weêr en de lange dagen en vertelden elkander, wat ze

hadden gezien op hun reizen naar Queensland en Nieuw-Caledonië en de

Samoa-eilanden. Ze besloten er ook tot komende oorlogsexpedities en

kozen de plaatsen uit, die van de kusten in de buurt in aanmerking

kwamen voor het zenden van oorlogsbooten.

Onze komst wekte de algemeene nieuwsgierigheid, en, getrouw aan de

algemeene bedelachtigheid, begonnen ook zij te vragen naar pijpen en

naar tabak. Ik heb tot principe aangenomen, nooit eenig geschenk te

geven, waarvoor geen wederdienst wordt bewezen. Eén van hen verdween

uit de groep, om uit zijn huis een prachtigen boog met pijlen te

halen, en na lange onderhandelingen gaf ik hem er tien rollen tabak

voor in betaling. De boog was werkelijk mooi en artistiek gemaakt;

hij was aan de rugzijde met parelmoer ingelegd en was gespannen met

een zeer stevig koord van gevlochten lianenvezels; zoo'n boog heb ik

op mijn latere omzwervingen nergens meer aangetroffen, en het museum

op het Trocadéro zal met dit eenig exemplaar worden verrijkt.

De inboorling, die hem mij verkocht, beweerde hem te hebben gekocht

van een inboorling uit Malaïta; maar ik vrees, dat dit niet waar

is en dat het alleen gezegd wordt, om de waarde van het voorwerp

te verhoogen. Deze eilandbewoners gaan immers juist door voor de

handigste en bekwaamste.

Ik kon ook een stuk beeldhouwwerk van hout bemachtigen boven van

een huis; en ik kocht andere ethnografische voorwerpen, als vazen,

borden en ander houten huisraad.

Zooals ieder europeesche natie haar eigen oorlogswapen heeft en

een veelgebruikt soort van geweer, zoo vindt men op de groep der

Salomons-eilanden knotsen van verschillende soort; ieder eiland heeft

er zijn eigene, door de inboorlingen in aanval en in verweer nog liever

gebruikt dan de assegaai, waarmee ze zoo uiterst behendig werpen.

De knots van San Cristoval is van zeer hard hout, en heeft den vorm van

een sikkel van soms wel 1.50 M. lengte. Het is een geducht wapen in de

handen der inboorlingen, en vaak heeft het hun gediend, om Europeanen

uit den weg te ruimen. Wie er een slag mee heeft ontvangen staat niet

weer op.

Bij gelegenheid van ons bezoek aan het dorp in de Wannoni-baai deden

wij een uitstapje in het binnenland en voeren een eind de rivier op;

wij kwamen daarbij ook weer in bosschen, nog niet door menschenhanden

aangeraakt. Er waren veel vogels, en hun gekweel was de eenige

verlevendiging der eenzaamheid; als de inboorlingen er door gaan,

houden ze zich zoo stil mogelijk, en trachten hun aanwezigheid te

verbergen, uit vrees dat een achter een boom verscholen vijand hen

onverhoeds mocht aanvallen en hen berooven van het weinige, dat zij

bij zich dragen.

Warmte en vocht zijn de beste hulpmiddelen voor de ontwikkeling van den

plantengroei, en die worden op de Salomons-eilanden aangetroffen. Zoo

konden wij op die wandeling langs de smalle boschpaden reuzenboomen

bewonderen, waaronder veel bananen met groote luchtwortels. Kokospalmen

waren er niet veel, die bleven meestal tot het strand beperkt; ze

waren minder algemeen dan op de Nieuwe-Hebriden en de Fidsji-eilanden,

en de coprahandel, de verkoop van het gedroogde kokosnotenvleesch,

is veel minder algemeen hier dan in beide genoemde archipels.

Maar daarentegen komt hier de boom voor, die plantaardig ivoor levert;

het is ook een palmsoort, die den wetenschappelijken naam _Phytelephas

macrocarpus_ draagt en een eigenaardig voorkomen heeft. De bladeren

zitten laag, bijna op den grond en komen voort uit een lagen stronk,

die een weinig op een cactusplant gelijkt. Hij brengt zaden voort, die

vóór ze rijp zijn, een waterig vocht bevatten, dat later melkachtig

van kleur en consistentie wordt en eindelijk een witte kleverige

massa vormt. Is het zaad, dat de grootte van een dikke kastanje heeft,

volkomen rijp, dan is die massa hard geworden als ivoor en lijkt daar

ook precies op. Daar die stof veel duurder is, wordt het plantaardig

ivoor er dikwijls voor gebruikt; men maakt er sieraden van en voert

de stof in groote hoeveelheid uit van de Salomonseilanden; er wordt

200 francs voor een ton betaald.

Aan de beide rivieroevers vonden wij telkens sporen van kaaimans;

die dieren krioelen in de wateren van den archipel, maar ze worden

bijna nooit buitgemaakt, altijd zijn ze den inboorlingen te slim af.

Wij hadden geen enkelen inboorling gezien en kregen van dat

verschijnsel de verklaring, toen wij in Wannoni terugkwamen en

daar hoorden, dat er oorlog was tusschen hen en de stammen in het

binnenland.

De aanleiding tot die onderlinge gevechten der naburige stammen is

soms de behoefte aan slaven, dan weer de roof eener vrouw, die als

een moderne Helena een oorlog van Troje teweegbrengt.

Maar ten tijde van onze komst was men bereid, een wapenstilstand af te

kondigen tusschen de beide oorlogvoerende partijen. De inboorlingen

van de kust wilden wel toestaan, dat die uit de wildernis met ons

handel kwamen drijven. Eenige dagen later werd ons dan ook de komst

aangekondigd van de boschmenschen, op de aangeduide plaats verschenen,

op neutraal terrein aan de baai. Zij waren driehonderd in getal,

mannen van elken leeftijd en vrouwen en kinderen.

Wij gingen aan wal, om de onderhandelingen te beginnen; pas hadden

we elkander begroet, of vier jonge mannen sprongen in onze boot en

ondanks de smeekingen van hun vrienden verklaarden zij zich bereid,

mee naar Nouméa te gaan. De betaling geschiedde terstond, maar daar

er meer inboorlingen lust hadden, met ons te gaan, begonnen ze heftig

tegen elkander uit te varen, en wij waren genoodzaakt, maar gauw

aan boord terug te gaan. Het was gelukkig, dat een tweede gewapende

boot bij ons was, om de menschen aan het strand in bedwang te houden,

anders zou het ons moeite hebben gekost, de _Lady Saint Aubyn_ weer

te bereiken, zonder door assegaaien te worden geraakt.

We spoedden ons haastig van daar weg en ankerden een paar dagen later

in de Paola-baai bij Tavaro, de plaats, waar de inboorlingen van het

noordelijk deel der kust veel samenkomen, omdat men er beschut is

tegen de heerschende zuidoostenwinden, en men er gemakkelijk zoet

water kan krijgen uit een breede, snelstroomende rivier.

Nadat we te Tavaro een paar contracten hadden afgesloten, begaven

wij ons naar het eiland Hougué en zouden daarna varen langs het

eiland Malaïta.

Door gunstigen wind gedreven, naderden wij weldra Hougué, herkenbaar

aan zijn ronde gedaante, als een rond stuk koraal op de zee

neergelegd. Het is een laag eiland met een weelderigen plantengroei,

waaronder de inlandsche hutten aan het strand zich verbergen.

Er wonen ongeveer 800 inboorlingen, echte zeeroovers, wel beveiligd

tegen vreemde invallen, omdat ze zelf herhaaldelijk de anderen

bedreigen. Ook hier leefde een uit Nieuw-Caledonië ontvluchte

Franschman onder de Kanaken en deelde in hun leven; hij heeft het

niet noodig geacht, ons met een bezoek te vereeren, maar hij is sedert

dien al weer opgepakt en in de gevangenis van Nouméa teruggegebracht.

Wij zetten onzen weg voort, en al spoedig kwam het eiland Malaïta in

het gezicht. Er zijn weinig eilanden in de Stille Zuidzee, zoo bekend

als Malaïta. Het gaat voor het gevaarlijkste van de Salomonseilanden

door, waar de aanvallen op blanken het talrijkst zijn. Toen wij er

waren, sprak men nog van een onlangs voorgevallen catastrophe, die

schrik had verspreid onder de blanken in de buurt. Een klein schip

was de oostkust genaderd boven Port-Adam en was door de inboorlingen

aangevallen; de kapitein en de stuurman waren gedood en het scheepje

was verbrand, na geplunderd te zijn.

Er moest met de uiterste voorzichtigheid worden opgetreden bij de

onderhandelingen, en wij namen aan boord alle mogelijke voorzorgen.

Maar niet alle plekjes op Malaïta zijn even gevaarlijk. Port-Adam, onze

eerste aanlegplaats, had vroeger een treurige reputatie, maar sedert

eenige jaren is het aan de engelsche zendelingen gelukt, er eenige

vermaners of leermeesters te plaatsen, en de geest der inboorlingen

is daardoor wezenlijk beter geworden, zoodat vreemdelingen er nu niet

meer zooveel gevaar loopen.

Zoo konden wij dus hier leeren kennen de Kanaken, nadat ze een

zeer licht tintje van beschaving hebben opgedaan en niet meer die

woestheid vertoonen, die zoo kenmerkend is voor het ras. De huizen

waren hier beter ingericht dan bij de echte heidenen; we vonden er

enkele europeesche waren en een paar godsdienstige boeken, in de taal

van het land overgebracht.

Uit Port-Adam krijgt men gewoonlijk de tolken, die bij de werving

niet mogen ontbreken. Hoewel ze tot één archipel behooren, hebben

de bewoners van bijna alle eilanden een eigen dialect, dat op

een naburig eiland niet wordt verstaan, en soms wordt er zelfs een

verschillende taal gesproken in dorpen, die 60 à 70 K.M. van elkander

zijn verwijderd. Er is wel veel overeenkomst tusschen de verschillende

talen; als men een weinig op de hoogte is van het oceanische idioom,

bemerkt men spoedig, dat het alles dialecten zijn van de papoea-branche

der maleisch-polynesische talen.

Toch kunnen een inboorling van San Cristoval en een van Malaïta

elkander niet verstaan of begrijpen; daar heb ik meermalen voorbeelden

van gezien.

Port-Adam is de beste haven van Malaïta, gelegen aan een lagune,

waardoor men gemakkelijk met niet te groote schepen van den eenen

naar den anderen kant van het eiland kan komen.

Wij volgden na Port-Adam de westkust van Malaïta naar Pioe, en onderweg

werden allerlei plaatsen aangedaan, waar we talrijke inlichtingen

konden krijgen over de inboorlingen en over de fauna en de flora van

dit eiland. Het is het minst bekende van de geheele groep, het eenige

ook, waar nooit een Europeaan aan den wal heeft vertoefd.

Wij vonden er den broodboom en den amandel, den arecapalm, allerlei

lianen, veel Rubiaceeën en Orchideeën; de _Hibiscus_ groeit er

in overvloed en, evenals de Olijf in oude tijden, is hij een

vredessymbool.

Maar de fauna is minder rijk dan de flora; er waren bijna geen dieren

op het eiland. Soms brachten de inboorlingen ons een paar magere

kippen, die onzen kok tot wanhoop brachten, en dan weer kregen wij

eieren, driemaal zoo groot als gewone; die moeten worden gelegd door

een zeer kleine kip, welke ze in het zand legt en ze onder den invloed

der zonnestralen laat uitbroeden. Ondanks mijn ijverig zoeken heb

ik geen dier vogels kunnen bemachtigen; maar ik heb te dikwijls hun

eieren geproefd, die ik niemand kan aanbevelen.

Koning op dit eiland is het varken; men koopt een vrouw voor tien

varkens; met een varken betaalt men het contract van een inboorling,

en overspel zoowel als moord en alle andere zonden, worden geboet

door de aanbieding van één of meer varkens aan het hoofd van den stam.

Zij vormen echter niet het eenige ruilmiddel. Wij zagen vaak

vrouwen en mannen, versierd met halssieraden van hondentanden, die

ze tot geen prijs wilden afstaan; die tanden vormen de inlandsche

muntstukken. Maar slechts twee tanden hebben waarde, dat zijn die,

welke onmiddellijk aan de kiezen of maaltanden aansluiten; de andere

dienen alleen tot sieraad.

De westkust van het eiland was dicht bevolkt, en de dorpen lagen er

idyllisch in de schaduw van kokospalmen; het zou moeilijk zijn, ook

maar bij benadering de geheele bevolking van het eiland op te geven,

maar zeker is het, dat er nog meer menschen in het binnenland wonen

dan aan de kust.

Het gezag van een inlandsch hoofd strekt zich soms uit over 5000 à

6000 onderdanen; zekere hoofden hebben zich vrij groote rijken weten te

verwerven, waarover zij als onbeperkte heerschers regeeren; soms hebben

ze 700 à 800 krijgers in hun dienst. Dus is het gemakkelijker, de

politieke organisatie te bestudeeren op Malaïta dan op San Cristoval.

De waardigheid van dorpshoofd kan erfelijk zijn, of ook wel wordt zij

verkregen door rijkdom of door sterk sprekende physieke meerderheid

boven de andere inwoners.

Onder hem staat een ander hoofd, die een invloedrijke positie heeft

weten te verwerven door zijn moed. Dat is dan de oorlogsleider,

waarvan wij een type aantreffen in den persoon van Aio, wel bekend

niet enkel op de Salomons-eilanden, maar ook op de Nieuwe-Hebriden en

zelfs op Nieuw-Caledonië, waar hij aan den gouverneur is voorgesteld

geworden. Aio is begiftigd met een alles te boven gaanden moed, en

bij menige gelegenheid heeft hij niet geaarzeld, vreemde booten aan te

vallen. Er heeft echter niet altijd zegen op zijn werk gerust, waardoor

hij ten laatste een onvrijwillige reis naar Nouméa heeft moeten maken.

Dan was er nog de toovenaar, zooveel als de ta-ka-ta van de stammen op

Nieuw-Caledonië. Vaak wezen de inboorlingen ons een lid van hun stam,

die, zeiden zij, naar believen regen of mooi weer kan maken.

Hun geloof raakt niet aan het wankelen, als het beloofde weder

uitblijft en de aardvruchten bij gebrek aan regen verdrogen; er is

dan blijkbaar altijd een uitlegging gereed, waardoor het gemis aan

welslagen aan allerlei andere dingen te wijten is dan aan 't gemis

van bekwaamheid bij hun toovenaar.

Te Pioe zagen wij het grootste aantal inboorlingen op ééne plaats

bijeengekomen. De bewoners van de kuststreek en die uit de bosschen

van het binnenland waren er vergaderd. Te midden dier menigte, waarbij

individuen te vinden waren van elken leeftijd en beide seksen, was

het gemakkelijk, twee typen te onderscheiden, die uit physiek oogpunt

veel verschilden. Naast den inboorling met Papoea-trekken vonden wij

vele inboorlingen, die onmiddellijk den Polynesiër verrieden.

De beide rassen, het papoesche en het maleisch-polynesische, hebben

inderdaad den archipel bevolkt. Het schijnt, dat de landverhuizers van

maleisch-polynesische afkomst de kust bezetten en de eerste bewoners,

die Papoea's waren, naar het binnenland hebben teruggedrongen.

Toen wij Malaïta verlieten, zouden wij naar het eiland Isabel hebben

willen gaan en de baai der Mille-Vaisseaux hebben willen bezoeken,

waaraan talrijke fransche herinneringen zijn verbonden. Doch sinds

1885 heeft het noordelijk deel van den archipel de opperhoogheid van

Duitschland moeten erkennen, en die mogendheid heeft de werving op

haar grondgebied verboden.

Wij hadden slechts vergunning om te werven in het onafhankelijke deel

der eilandengroep, en het deed ons leed, zonder er stil te houden,

de bewuste baai te moeten voorbij varen aan de zuidkust van het

eiland Isabel. Daar legde Dumont d'Urville aan op zijn reis naar de

Salomons-eilanden, en de haven van Astrolabe, aan die baai gelegen,

werd door fransche officieren zeer nauwkeurig hydrographisch opgenomen,

terwijl het te betreuren is, dat ook niet andere punten van de kust

zoo goed bekend zijn.

Op het eiland Isabel, waar wij niet veel succes hadden, eindigde ons

recruteeringswerk. Wij hadden 112 inboorlingen aan boord, voor wie

wij zeker wisten te Nouméa werk te zullen vinden, en nu waren wij

verheugd naar Nieuw-Caledonië te kunnen terugkeeren, naar beschaafder

streken. Maar wij waren toch voldaan over ons bezoek aan deze eilanden,

die zoo weinig bekend en zoo interessant zijn. Het geluk had ons

gediend, en wij waren welwillend ontvangen door de inboorlingen, die

zulk een slechten naam hebben; ze hadden ons tenminste geen openlijke

vijandschap getoond.

Den 17den November om zes uur 's avonds ankerde de _Lady Saint Aubyn_

in de haven van Nouméa, waar zij te huis was.

De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906 · 第 34 / 49 题