AANTEEKENINGEN

[1] Storfürsten is een Zweedsch woord en beteekent grootvorst. "Stor"

is ons "stoer"; de o wordt als oe uitgesproken.

[2] Baccalaureat is het eindexamen van het gymnasium.

[3] Kort geleden verzocht ik, dat men mij uit Helsingfors eene

photographie van Sveåborg te sturen, maar ik kreeg ten antwoord dat

er geen van het fort bestaat.

[4] Schumann was de moordenaar van Bobrikof.

[5] In Finland wordt het eten op zweedsche manier bereid.

[6] Smörgos is een zeer uitgebreid hors d'oeuvre.

[7] Knäckebröd is hard, bruin brood van ongerezen meel gemaakt,

en het best te vergelijken met het joden-paaschbrood.

Van het grieksche koningshuis.

Toen een plechtige deputatie verleden jaar naar Noorwegen kwam,

om aan den kleinzoon van den onlangs overleden koning Christiaan IX

de koningskroon van Noorwegen aan te bieden, die door Karel, tweeden

zoon van den kroonprins gracelijk werd aanvaard, toen moet bij velen

de herinnering zijn gewekt aan een dergelijk voorval, dat van groote

beteekenis is gebleken.

Twee-en-veertig jaar vroeger toch werd een grieksche deputatie

door den deenschen koning Frederik VII op 25 April 1863 ontvangen,

een gezantschap, dat naar de stad aan de Sont was gesneld om den

toenmaligen kroonprins Wilhelm van Denemarken de grieksche koningskroon

aan te bieden.

Maar veel, veel grooter moeilijkheden wachtten den toenmaals

achttienjarigen Wilhelm, die als koning den naam van George I aannam,

dan Karel, die zich den koningsnaam Haakon VII zag verleend, in

Noorwegen vond. Hij toch, George, kwam in een land, welks taal en zeden

hem onbekend waren, heerscher zou hij zijn over een volk, waarop de

spreuk van den oud-egyptischen priester nog altijd van toepassing is:

"Gij, Hellenen, blijft eeuwig kinderen, jong en onervaren zijt ge,

en ge hebt geen kennis of ervaring in den loop der jaren opgedaan".

Alle schrikbeelden der meest woeste anarchie hadden na de

onttroning van koning Otto den rustigen en kalmen gang van zaken

verstoord. Daarbij kwam een vernielend, op de spits gedreven woeden

der partijen, dat zich in alle hoeken van het land openbaarde en

onuitroeibaar scheen. En het grieksche volk bevond zich toentertijd

nog op een betrekkelijk lagen trap van beschaving.

Er waren immers pas dertig jaren verloopen, sedert de beiersche majoor

Von Predl van het eerste in een moskee te Nauplia gegeven hofbal de

volgende schildering had ontworpen: "Een mislukte fanfare begroette

het verschijnen van den door jongelingen in schitterend witte gewaden

omstuwden koning. Toen de aanwezige heeren uitgenoodigd werden, de

toen zelfs in de kerk altijd op het hoofd gehouden fez af te zetten,

gaven de meesten er de voorkeur aan, zich met booze gezichten

te verwijderen. De dames zaten in een dichte groep bij elkaâr,

ineengedoken op de stoelen, met de knieën tot de kin opgetrokken. Zij

steunden op de handen een hoofd met een ongehoorde massa zwart haar,

dat niet sierlijk was om aan te zien, en stopten zich den mond

voortdurend vol zoetigheden".

Niettegenstaande dien weinig gekuischten vorm van optreden, waaraan

het volk gewend was, wist de jonge koning der Hellenen het met hen

te vinden, werkte zich meer en meer in zijn moeilijke plichten in

en maakte zich vertrouwd met de meest gecompliceerde verhoudingen,

zoodat het schip van staat gelukkig voorbij een aantal met vernieling

dreigende klippen werd gevoerd.

Dat er inderdaad veel van die klippen waren, blijkt uit een terugblik

op de voornaamste gebeurtenissen van de grieksche geschiedenis in de

afgeloopen vier tientallen van jaren.

Op de in Mei 1864 voltrokken vereeniging van de Jonische eilanden

met het moederland volgde twee jaren later de opstand op Kreta,

die Griekenland voor de ergste verwikkelingen stelde. Eerst in 1881

zag de koning, die de nationale wenschen steeds met liefde en juist

begrip kon navoelen en er zooveel mogelijk aan tegemoet kwam, de op de

aanhechting van Thessalië en Epirus aan Griekenland gerichte hoop van

zijn volk in zoo ver verwezenlijkt, dat Griekenland een vergrooting

van grondgebied erlangde van 13369 KM2 met 300.000 inwoners.

Maar het jaar 1886 bracht de blokkade der grieksche havens door

de vlooten der groote mogendheden. Het jaar 1893 moet met zijn

staatsbankroet dan verder als een zeer noodlottig jaar worden

aangewezen en het jaar 1897 leidde tot de oorlogstoestanden, die

begonnen met de bezetting van Kreta door grieksche troepen. De

gebeurtenissen voerden, zooals nog allen versch in het geheugen

ligt, tot de benoeming van prins George tot hoogen commissaris der

mogendheden op Kreta en tot instelling der internationale financiëele

contrôle ter bescherming van de bezitters van grieksche staatspapieren.

Men kan van den koning der Hellenen niet anders getuigen, dan dat hij

gedurende zijn aan zooveel gebeurtenissen rijk bestuur veel overleg

en veel diplomatiek talent heeft aan den dag gelegd. De zaak van

het hellenisme heeft echter het allermeest geprofiteerd door zijn

jaarlijks gehouden groote reizen naar de europeesche hoven, die hem

in persoonlijke aanraking brachten met de leidende ministers, en die

door bloedverwantschap met zooveel vorstelijke personen een beslist

vriendschappelijk karakter hadden.

Er is wel eens wat gebeurd, wat niet had moeten geschieden, maar

dat was het gevolg van het gebrekkige inzicht, dat het altijd nog

oppermachtige partijbelang achterstaan moest bij de zaak van het

algemeen belang.

De grootsche ontwikkeling, die het land op de meest uiteenloopende

gebieden heeft verkregen, is voor een zeer groot deel verdienste van

den koning. Zoo heeft hij, met onbuigbare wilskracht, onafgebroken

gewerkt voor de verheffing van den verwaarloosden landbouw, van

het schoolwezen, de kunstbeoefening en de wetenschap. Voor dien

verrassenden vooruitgang van het land pleit ook de omstandigheid,

dat, terwijl de eerste in Griekenland aanwezige straatweg tusschen

Athene en den Piraeus in de jaren tusschen 1830 en 1840 van de

vorige eeuw door beiersche soldaten was aangelegd, tegenwoordig de

voornaamste plaatsen van eenige beteekenis in Griekenland door een

flink spoorwegnet aan elkaâr zijn verbonden. De lijn, door de fransche

Batignolle-maatschappij in aanleg genomen tusschen Athene en Larissa

nadert mede haar voltooiing.

Koning George behoort ongetwijfeld tot de vlijtige vorsten van

Europa. Nadat hij tot laat in den nacht aan zijn schrijftafel heeft

gezeten, staat hij 's winters en 's zomers den volgenden morgen om

zeven uur op. Bij audiënties legt hij een groote levendigheid aan den

dag en is in het uitspreken van zijn oordeel bijzonder openhartig,

terwijl zijn meening altijd doordringt tot de kern der zaak. Zijne

tot in de kleinste kleinigheden voldoende kennis van zaken is

verwonderlijk. Dikwijls glijdt in den loop van het gesprek een hem

eigen ironisch, maar toegefelijk lachje over zijn gezicht.

Bij plezierritten op zijn mooien, zilverkleurigen schimmel beantwoordt

hij de groeten ook van de eenvoudigste menschen met aantrekkelijke

vriendelijkheid. Een aanslag op zijn leven heeft niet ontbroken

onder zijn ervaringen, en van grooten persoonlijken moed getuigde

toen zijn mannelijk optreden, toen hij in het rijtuig zijn dochter

met zijn eigen lichaam tegen de kogels trachtte te beschermen.

Er was een eigenaardig piëteitsgevoel in de gewoonte van den koning,

om op den verjaardag van wijlen zijn vader, koning Christiaan IX van

Denemarken alle in Athene wonende Denen op een maaltijd ten paleize

uit te noodigen.

Sedert het jaar 1867 is koning George getrouwd met de russische

grootvorstin Olga, die zeer godsdienstig is en opgaat in de talrijke,

door haar in het leven geroepen en steeds met ruime hand onderhouden

instellingen van weldadigheid. De troonopvolger Constantijn, die een

voortreffelijk duitsche opvoeding heeft genoten van den tegenwoordigen

consul-generaal Dr. Lüders, wijdt zich met geheel zijn ziel aan

zijn groote en moeilijke taak, de reorganisatie van het leger naar

duitsch model.

Zijn voortreffelijk karakter, zijn ridderlijk wezen en zijn

vriendelijke aard hebben hem in de harten van het grieksche volk een

groote plaats doen innemen. Ook de kroonprinses, de zuster van den

duitschen keizer, is buitengewoon populair. Het kroonprinselijk paar

woont met de vier kinderen, van wie de oudste prins in aard veel op

den duitschen keizer moet gelijken, in zijn marmeren slot, gelegen

aan den Slissos. De tweede zoon van den koning, prins George, is

regeeringscommissaris op Kreta en heeft nog niet zijn vurig verlangen

tot vereeniging van Kreta met Griekenland vervuld mogen zien.

De met grootvorstin Helene van Rusland getrouwde prins Nicolaas

schrijft als overste veel over de krijgskunde, zijn vak bij

uitnemendheid. Hij is overste bij een artillerieregement en heeft veel

geschriften van duitsche militaire schrijvers in het Nieuw-Grieksch

vertaald.

Prins Andreas, de vierde zoon, is met prinses Alice van Battenberg

getrouwd, en prins Christophorus is pas negentien. Van de beide

dochters van het koninklijke paar is de met grootvorst Constantijn

getrouwde prinses Alexandra vroeg gestorven, terwijl prinses Marie

met grootvorst George getrouwd is.

In het begin van het jaar spreidt het hof in Griekenland veel pracht

en staatsie ten toon. In het koninklijk paleis hebben dan hofbals

plaats, die met grooten luister zijn omgeven. Ook de viering van

den Nieuwjaarsdag heeft met bij zonder veel glans plaats, en de

gezamenlijke koninklijke familie hoort dan in de metropolitaankerk

de mis. Er is daarbij altijd een eigenaardige gehechtheid aan de

traditie als er een wijding plaats heeft in de open lucht, en de

geestelijkheid zich vertoont in van goud schitterende gewaden.

Om een goede voorstelling te krijgen van Athene's wondersnelle

ontwikkeling onder koning George, moet men zich herinneren, dat de

oude Muzenstad Athene nog in de eerste jaren der vorige eeuw niet

veel meer was dan een puinhoop, waarop hier en daar een cypres en

een palm verrezen, een aanblik die een droevigen indruk maakte.

De huizenzee, die zich daar nu verheft, schittert in de zon, en de

stad met meer dan 130.000 inwoners kijkt uit over hoogten en laagten

met den Piraeus als bloeiende havenstad van 50.000 inwoners.

Het somberste gedeelte van deze stad vol marmeren gebouwen van

oogverblindende pracht is de psyri, waar de vrouwen den heelen dag

op de velden eetbare kruiden zoeken tot voedsel voor haar gezinnen,

waar de knapen voor een vergoeding in eens van 300 tot 500 drachmen,

het latere uitzet hunner zusters, in dienst treden bij een ondernemer,

terwijl de mannen dikwijls onder het mes van een zoogenaamden vriend

in de eene of andere spelonk den dood vinden. In dat donkere Athene

blijven der politie nog veel geheimen ononthuld. In die psyri woont

ook het meerendeel der ongeveer 300 zielen tellende joodsche gemeente

van Athene, in wier synagoge de godsdienst in het Hebreeuwsch wordt

gehouden, terwijl de joden thuis en bij hun handel Spaansch spreken.

Van de Atheensche bouwresten, die aan de donkerste periode in

Griekenlands geschiedenis herinneren, toen de vlag van den profeet

gebiedend over de onderworpen stad waaide, is de laatste moskee het

interessantst.

Voor dat gebouw gebruikte in het jaar 1750 de toenmalige woiwode

van Athene een der korintische reuzenzuilen van het Olympieion,

den geweldigen, door Hadrianus opgerichten tempel. Volgens een

veelzeggende overlevering klaagden de overige zuilen 's nachts zoo

lang om de geroofde zuster, tot de woiwode, die gewaagd had, haar

aan te raken en mee te voeren, voor de losgebarsten volkswoede moest

vluchten. Verder zijn er overblijfselen te vinden van het paleis van

den woiwode, dat zich binnen de muren van het gymnasium of renperk

van Hadrianus breed en forsch verhief, en een turksch bedehuis heeft

zijn metamorphose moeten beleven in een katholieke kerk, die ligt

aan de ontgraven ruïnen der romeinsche markt.

De stad en de Attische vlakte worden, om zoo te zeggen, door de

Acropolis beheerscht en geadeld, door dien burcht, waar de adem van

grootsche herinneringen en verheven zwaarmoedigheid overheen zweeft,

en waar de schoonheid op haar snellen, vluchtigen gang door de tijden

en de volken zich voor een poos neergelaten heeft.

Het meest onweerstaanbaar openbaart zich de bekoring van den Acropolis,

als de vlammende verlichting van een griekschen zonsondergang zee en

hemel met een tooverachtig kleurenspel gloeiend overdekt, terwijl

de stad met haar kerken en torens in dien magischen gloed van de

dalende zon ligt, en over de attische vlakte en de bergen de bontste

kleuren sidderen, of als het droomerig zilveren licht der maan over

de uitgebreide, witte ruïnenwereld wordt uitgegoten en haar hallen

vervult met den wonderbaarlijksten glans. Als geen geluid de heilige

stilte verbreekt dan de klacht van den nachtwind, die nu en dan met

kleine huiveringen over de gevels van 't verwoeste huis van Pallas

Athene strijkt.

Als doel van pelgrimstochten voor archaeologen uit alle deelen der

wereld werd deze verheven rots reeds dikwijls uitgekozen, maar in de

lente van het vorige jaar was zij dat voor allen samen, toen in het

Parthenon de eerste internationale archaeologenbijeenkomst plaats had,

een congres dat vooral aan de warme belangstelling van den koning

zijn ontstaan te danken had.

Het grieksche volk weet, wat het zijn koning heeft te danken;

het waardeert in hooge mate diens verdiensten voor de zaak van het

Hellenisme en daarom is het niet te verwonderen, dat het hem liefde

en vereering toedraagt.

In Roemenië.

Naar het Fransch van Th. Hebbelynck.

De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906 · 第 17 / 49 题