3o. Het schietgeweer zelf.
Bushuis, z. n. o. -- (veroud.) Zeemagazijn, Arsenaal.
Buskruit, z. n. o. -- of alleen Kruit of Buspoeder. Licht ontvlambaar
mengsel van houtskool, salpeter en zwavel, en aldus genoemd naar zijn
voormalige bestemming, om door zijn ontploffing den kogel door een
bus voor hem uit te drijven.
Spreekwijze: Hy vliegt op als B-- (hy is licht in drift ontstoken).
Busschieter, z. n. m. -- (veroud.) Iemand die met een Bus
schiet. Voorheen aan boord dezelfde als de Konstabelsmaat.
By, bw. -- B-- laten komen (meer daarheen zeilen, waar de wind van
daan komt).
By-de-wind, bw. -- Wordt gezegd, wanneer de raas gebrast en de zeilen
uitgezet zijn en met de kiel een scherpe hoek maken. Dicht B--,
scherp B-- zeilen (wanneer die hoek zoo scherp mogelijk is). B--
brassen, opheven, opsteken. Zie Brassen, enz.
Bydraaien, o. w. -- 1o. Onder den wind draaien, met een marszeil vol
en een tegen, ten einde het schip langzaam te doen voortgaan.
2o. Gedwongen naderen: Wy noodzaakten hem by te draaien. Dat schip
wilde het klaringsvaartuig ontzeilen; maar een schot met los kruit
bracht hem tot andere gedachten en deed hem B--.
3o. In 't gevecht B-- is: zich overgeven.
Spreekwijze: Hy draait by (hy drijft zijn opzet niet door, volhardt
niet in zijn meening, geeft het op.)
Voor de nacht B--, om den wal niet te na te komen (tijdige voorzorg
nemen).
Byhalen, b. w. -- of Byzetten. 1o. De zeilen bybrengen en ter windvang
stellen.
2o. Losjens overschilderen. Een sloep buiten om te laten gaan, ten
einde de kale plekken met teer of verf te laten B--. Binnen boord
der oorlogschepen is het gebruikelijk, des Saturdags aan boord de
kale plekken te laten B--, om 's Zondags mooi te zijn.
Byhaven, z. n. v. -- Zie Haven.
Byhouden, b. w. -- Op dezelfde hoogte blijven. Dat schip is een luie
zeiler: het kon de vloot niet B--. Ook 2o. Naderen. Een schip doen B--
(het doen naderen).
Bijl, z. n. m. -- Timmermansgereedschap, bestemd om er mede te
houwen en te kappen; doch ook aan boord bovendien in gebruik, zoo
als wapentuig. (Zie Enterbijl), als om, in geval van nood, en wanneer
spoed vereischt wordt, kabels, stengen of masten mede door of om te
hakken. Zie Kappen.
Den Bijl voor den kop krijgen (afgekeurd worden). Zie Afkeuren.
Spreekwijze: Hy hakt er met een breeden of groven B-- in (hy maakt
veel verteering: ook wel: hy snijdt geweldig op).
Den B-- voor den kop geven (afkeuren).
Bijl, z. n. m. of Bijltjen, z. n. o. -- Bynaam, waarmede de timmerman
aan boord door het volk wordt geroepen of aangesproken. Het Bijltjens
oproer (bekende oploop der Kattenburgers, die voornamelijk uit
scheepstimmerlieden bestonden).
Bylander, z. n. m. -- Platboomd vaartuig, voornamelijk voor de
vrachtvaart bestemd en byna als een snaauw getuigd.
By laten komen, b. w. -- 't Schip aan den wind laten komen.
Bijlbrief, z. n. m. -- Zoo werd, naar het oude recht, de akte genoemd,
waarby hy, die een schip kocht, en de kooppenningen niet geheel kon
voldoen, het schip voor het overige verbond.
Byleggen, o. w. -- Onder klein zeil met dichtgereefde zeilen en
aangebraste raas het schip zoo dicht mogelijk aan den wind houden,
om het tuig van het schip met stormweer niet te vermoeien; daar anders
het tuig van boven neder, of het schip uit elkander, zoû werken.
Van top en takel B-- (met aangebraste raas B--). Men gaat B-- (wanneer
men het, voor-de-wind zeilende, met achteroverstaande zeeën niet meer
houden kan, of dat men het in-de-wind heeft). Voor het groote zeil
B--. Onder groot-stagzeil B--. By blijven liggen.
Bylegger, z. n. m. -- 1o. Schip, dat bylegt. Het is een goede B--
(het kan goed Byleggen).
2o. Schip, naar elders bestemd, met hetwelk men uit zee binnen valt
uit nood of om te overwinteren: of ook een schip, dat geen bepaalde
bestemming heeft en waarmede men een zeehaven aandoet om nader last
te ontfangen. De bepalingen omtrent de B--s vindt men in de Alg. wet,
van 26 Aug. 1822, vierde Hoofdst. art. 25-29.
Spreekwijze: Hy is een B-- (hy draait by. (Zie Bydraaien) ook: hy
speelt op zien komen).
2o. Tegenwind, die belet zeil te voeren.
Bystaan, o. w. -- Wordt van de zeilen gezegd, als zy op hun plaats
geheschen en gespannen zijn. Dat schip heeft geen enkel zeil B--.
Bysteken, b. w. -- Het schip met den kop aan den wind laten komen om
by te draaien of by te gaan liggen.
Bijt, z. n. v. -- Wak, opengehakte plaats in het ijs.
Spreekwijze: Als een eend in de B-- vallen (ergends by ongeluk
inraken).
Bijten (in of uit), b. w. -- Een schip, dat buiten of binnen de haven
in 't ijs bezet is, door het hakken van bijten of sloppen in 't ijs,
weder brengen waar het wezen moet.
Byvieren, b. w. -- Laten schieten. Zie Vieren.
Byvoet, z. n. m. -- (veroud.) of Smeerrak; touwrak tot onderra.
Byzaadhout, z. n. o. -- Stukken hout, aan den voet van den grooten
mast, evenwijdig met het Zaadhout geplaatst, en dienende tot steun
voor het spoor van den grooten mast.
Byzeilen, z. n. v. mv. -- Hulpzeilen.
Byzetten, b. w. -- Uitspannen. Een zeil B-- (het op zijn plaats
brengen en spannen) alle zeilen B--.
Spreekwijze: Alle zeilen B-- (spoed maken).
De zeeman zet gerust dan alle zeilen by
En troost zich met de gonst der winden en 't getij.
Vondel.