VOORREDE.

By elken Nederlander, immers by den zoodanige, die dezen naam niet

uit kracht eener wet, maar uit hoofde zijner afkomst voert, bestaat,

in meerdere of mindere mate, zekere ingenomenheid met het Zeewezen,

't zij, dat wy die reeds van kinds af inademen met den zeewind, die

over onze velden blaast, 't zij, dat wy haar oorsprong zoeken moeten

in de herinneringen van onzen ouden roem en vervlogen grootheid ter

zee, 't zij, dat hier die beide oorzaken, de fyzieke en de moreele,

te samen werken. Ook my waren, van zoo verre my heugt, zeegezichten,

zeetochtjens, verhalen van zeegevechten en zeeavonturen, welkom en

aangenaam. Ofschoon tot op een-en-twintigjarigen leeftijd een eenige

zoon, en dus niet voor de zeedienst bestemd, bleef niet-te-min my ten

allen tijde de neiging by voor al wat tot de zee betrekking had. De

omstandigheid, dat ik ten gevolge van een ambt, 't welk ik lange

jaren bekleedde, gehouden was, telken jare eenige dagen op zee--al was

het dan ook maar op een binnenzee--door te brengen, en dat my later

bezigheden van geheel anderen aart nu en dan naar Engeland riepen,

strekten om die neiging gedeeltelijk te voldoen en tevens om haar aan

te wakkeren: en meer dan eene episode uit mijn werken is haar oorsprong

verschuldigd aan de ondervinding, op dergelijke tochtjens verkregen.

Behalve voor 't zeewezen heb ik, mede reeds zeer vroeg, een zonderlinge

liefde gehad voor Woordeboeken [1]. Het feit moge eenige bevreemding

baren, het is niet-te-min volkomen waar, en ik was een knaap van nog

geen tien jaar, toen ik niet alleen talrijke Dictionnaires d'anecdotes

en Dictionnaires de la fable van buiten kende, maar ook het min

behagelijke woordeboek van Chomel, en een menigte artikelen van de

Encyclopédie gelezen had. Men kan alzoo begrijpen welk een byzonderen

smaak ik moest vinden in een werk, dat niet alleen tot de kategorie der

woordeboeken behoorde, maar bovendien het Zeewezen betrof, te weten

Winschotens Seeman. Ik was toen nog op dien gelukkigen leeftijd,

waarin men gelooft, dat al wat in boeken gedrukt staat, waar is,

even als alles wat groote menschen zeggen:--latere ondervinding nam

my op een en ander punt vele begoochelingen weg, en zoo begon ik van

lieverlede te bemerken, dat ook Winschoten, in zijn narichten, maar

vooral in zijn afleidingen, geen byzonder vertrouwen verdiende. Deze

ontdekking deed voor jaren by my de lust ontslaan, een verbeterde

uitgave van dat werk te bezorgen, waarin niet alleen de misslagen

van den schrijver hersteld, maar ook de talrijke ruimten zoo veel

mogelijk zouden aangevuld worden. Reeds lang ging ik van dit ontwerp

zwanger, toen my de verzameling van Spreekwoorden bekend werd, door

den Heer Sprenger van Eyk verklaard [2]. Een mijner vrienden, voormalig

zee-officier, aan wien ik dit werk ter lezing had verstrekt, deelde my

daaromtrent een tal van aanmerkingen mede, hoofdzakelijk strekkende

om te bewijzen, dat de geleerde schrijver zich over 't algemeen te

veel, of door zijn verbeelding of door verkeerde voorlichting, had

laten leiden, en zijn arbeid alzoo met even veel omzichtigheid diende

geraadpleegd te worden als die van Winschoten. De overtuiging hiervan

geleidde my tot een andere, namelijk van het nut om een "verbeterden

Winschoten" tevens te doen strekken tot een "betere handleiding voor

hen, die den oorsprong en de beteekenis willen leeren kennen van

spreekwijzen, aan het zeewezen ontleend." Zoo zette ik my nu aan het

verzamelen van bouwstoffen en aan het raadplegen van verschillende

schrijvers, wier arbeid my van dienst kon zijn;--maar jaar op jaar

weerhielden my verschillende omstandigheden om met ernst de handen

aan 't werk te slaan en uit den verspreiden voorraad mijn gebouw op

te timmeren. Gewis zal die vertraging niemand verwonderen. By elk

ander werk behoeft men alleen de luchtige schets van 't geheel op het

papier, des noods in 't hoofd, te hebben, en men kan met schrijven

een aanvang maken. Heeft men den kop, men komt van lieverlede ook

aan den staart. Maar een Woordeboek is hierin van alle andere werken

onderscheiden, dat het kop noch staart heeft, dat het als een cirkel

in 't rond loopt, dat de deelen in gestadige betrekking tot elkander

staan en dat men niet aan 't drukken, ja niet aan 't overschrijven,

gaan kan, voor dat het boek volledig is afgewerkt. Volledig!--een

Woordeboek heeft nog dit eigenaardige, dat het nimmer volledig kan

genoemd worden, en dat, ook in de beste, op de duizend woorden,

die er in staan, er doorgaands honderd gemist worden.

Ik was dan ook, toen ik nu drie jaar geleden aan 't drukken begon, ten

volle overtuigd, dat al mijn moeite en nasporingen my niet in staat

zouden stellen meer dan een zeer gebrekkig werk te leveren;--doch

ik begreep, dat my deze bedenking niet moest afschrikken. Waar het

volkomene onbereikbaar is, moet men zich met het mogelijke te vrede

stellen, en beter half-werk dan in 't geheel geen. Bovendien kan mijn

arbeid voor 't minst dit nut hebben, dat hy zaakkundigen, zoo wel

in 't vak van 't zeewezen als in dat der taal, aanleiding geeft tot

opmerkingen, tot aanvullingen, tot verbeteringen, waarvan, is het niet

in een tweede uitgave van dit--(zoo verre gaat mijn verwaandheid niet,

dat ik daarop rekenen zoû), dan althands in het--Algemeen Woordeboek,

dat onder handen is, gebruik zal kunnen gemaakt worden.

De omstandigheid, dat met het drukken van een boeksken, dat nog geen

achttien gewone vellen druks beslaat, byna drie jaren zijn verstreken,

moge strekken tot een bewijs, dat hiermede niet lichtvaardig is te

werk gegaan. Ik heb--om in deze voorrede van een Woordeboek over

't Zeewezen althands eene spreekwijze te bezigen, aan dat zeewezen

ontleend--ik heb niet bloot op mijn eigen kompas willen varen, en zoo

wel mijn handschrift, als de drukproeven zijn herhaaldelijk, sommige

door meer dan eenen zaakkundige, nagezien. En dat heen en weêr reizen

der proeven, én dat trekken van menigvuldige reviziën, én de daarover

gewisselde korrespondentie, heeft--moeilijkheden van anderen aart, by

woordeboeken meestal onvermijdelijk, niet medegerekend--het afdrukken

merkelijk vertraagd. Moge nu een weinig belangstelling in dien arbeid

het bewijs leveren der waarheid van hetgeen ik in de eerste regels

van dit voorbericht nederschreef.

Zeemans-Woordeboek Behelzende een verklaring der woorden, by scheepvaart en den handel in gebruik en een opgave der algemeene wetsbepalingen daartoe · 第 5 / 74 题