II.

Het is noch politiek, noch het weesmeisje. Het is over de bron van

Jehizkia, waarover geschreven staat: II Kronyken XXXII: 30: "Diezelve

Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze

regt af beneden naar het westen der stad Davids". Dit is natuurlijk

niet, gelijk Raschi opmerkt, de rivier Gihon genoemd in Genesis II: 13.

De Talmoed leert ons, dat Jehizkia zes dingen heeft gedaan. Drie met

instemming van de Geleerden zijner dagen. En drie tegen hun wil. Tot de

laatste drie behoort het verstoppen van deze rivier Gihon.

Nu eeuwen, eeuwen later, de zestiende, zeventiende eeuw der Christelijke

jaartelling. Syrië en Palestina werden toen overheerscht door eenen

Arabier, genaamd Aboe Sifien, dat beteekent: Vader des Zwaards. Hij liep

door de straten van Jeruzalem en hij hoorde een ruischen van een diep

water. Hij beval dit water op te sporen en bloot te leggen. Toevallig

hoorde hij, dat te Jeruzalem een groot geleerde woonde R. Chaïm Wital,

die het vermogen bezat, wonderen te doen door het uitspreken van Gods

naam op eene bepaalde wijze. Men zegt, dat Mozes op die wijze den

Egyptenaar heeft gedood, waarvan gesproken wordt in Exodus II vers 14.

Aboe Sifien, de Vader des Zwaards, beval nu R. Chaïm Wital de donkere

bron op die geheime wijze te openen. Deze wilde niet. En bevreesd voor

den Vader des Zwaards, vluchtte hij naar Damascus, eenvoudig door het

uitspreken van Gods naam op eene bepaalde wijze. Te Damascus verscheen

hem in zijn droom zijn leermeester overleden, R. Isaäc Luria

Aschkenazie, bijgenaamd Ari de Heilige, wiens naam de Wilnaër Gaon later

nooit zou uitspreken zonder een angstig beven. "Waarom hebt gij

geweigerd de donkere bron te openen? Gij weet, dat Jehizkia de Gihon

heeft afgesloten tegen den raad in van de Wijzen zijner dagen. Gij, R.

Chaïm Wital, zijt eene reïncarnatie van den koning Jehizkia. En Aboe

Sifien is, gelijk zijn naam reeds aanduidt, een reïncarnatie van

Sanherib, want ook dat beteekent Vader des Zwaards. De tijd om de bron

te openen, was nu aangekomen en daarmede het begin van de verlossing van

Israël." Toen zeide R. Chaïm Wital: "laat mij teruggaan naar Jeruzalem

en de bron alsnog openen." "Neen," sprak de Heilige: "de juiste tijd is

nu voorbij." Dat is een element in vele kabbalistische verhalen: het

verzuimen van den Juisten Tijd, door onwetendheid, aarzeling of twijfel.

Zóó bleef de bron gesloten. Nissim Nahum, mijn Sefardische bezoeker,

heeft het verhaal van R. Chaïm Wital gelezen in het boek Sefer Shem

Hagedoliem, dat is het Boek van de Faam der Grooten door R. Chaïm Joseph

David Azoelai, die in den Napoleontischen tijd Rabbijn te Livorno is

geweest. Deze heeft het verhaal te Jeruzalem als overlevering gehoord.

Ook in een ouder boek Get Pachoet wordt er over geschreven. (1740).

De meening der kabbalisten is, dat met het openen van deze bron de

verlossing voor Israël beginnen zal. Men vindt die meening bijvoorbeeld

in het boek Ben Jehojadah van R. Joseph Chaïm, die een jaar of tien

geleden te Bagdad is gestorven.

Jerusalem(#15083) · 第 8 / 59 题