IX.

In de Herfstmaand, als de muggen niet meer bijten, stak de Zwijger

te Sint-Vijt den Rijn over met zes stukken veldgeschut en vier zware

kanonnen, en met veertienduizend Vlamingen, Walen en Duitschers.

Onder de geel-en-roode vendels van Alva, den bloedigen hertog, stapten

zes en twintigduizend vijfhonderd man, vergezeld van zeventien stukken

veldgeschut en negen zware kanonnen.

Maar de Zwijger kon in dien strijd geenerlei voordeel behalen, want

Alva weigerde gedurig 't gevecht.

En zijn broeder Lodewijk, die reeds vele steden gewonnen en vele booten

op den Rijn gekaapt had, verloor bij Jemmingen, in Friesland, tegen

den zoon des hertogen, zestien kanonnen, vijftien honderd peerden en

twintig vendels, door de schuld der lafhertige huurknechten, die geld

vroegen als er te vechten viel.

En te midden van puin en van bloed en van tranen, zocht Uilenspiegel

te vergeefs de redding van den vaderlandschen bodem.

En, heel de Nederlanden door, werden onschuldige slachtofferen

gehangen, onthalsd, verbrand door de beulen.

En de koning erfde.

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders · 第 123 / 195 题