LXXXIII.

De twee weken waren driemaal voorbij en de vijf dagen insgelijks,

maar de duivel kwam niet terug. Doch Katelijne wanhoopte niet.

Soetkin werkte niet meer; zij stond gedurig bij het vuur, gebogen

en kuchende. Nele gaf heur de beste en geurigste kruiden; maar dat

alles kon niet baten. Uilenspiegel ging de hut niet meer buiten,

uit vreeze dat Soetkin onderwijl stierf.

Vervolgens kon zij niet meer eten of drinken zonder over te geven. De

chirurgijn-baardemaker kwam en deed heur eene lating; en toen was zij

zoo zwak, dat zij van heure bank niet meer kon opstaan. Eindelijk,

uitgeteerd van verdriet en van smert, sprak zij op een avond:

--Klaas, mijn man! Thijl, mijn zoon! Dank, de Heere neemt mij tot zich!

En zij blies den laatsten ademtocht uit.

Katelijne dorst bij heur niet waken, daarom deden Uilenspiegel en

Nele het getweeën, en heel den nacht baden zij voor de arme ziele.

Bij de ochtendschemering vloog een zwaluw het open venster binnen.

--De vogel der zielen, sprak Nele, dat is een goed teeken: Soetkin

is in den hemel.

De zwaluw vloog driemaal rond de kamer en verdween met een schellen

kreet.

Vervolgens kwam een andere zwaluw binnen, grooter en zwarter dan de

eerste. Zij vloog rondom Uilenspiegel en deze sprak:

--Vader en moeder, de assche klopt op mijne borst, ik zal doen wat

gij vraagt.

En de tweede zwaluw vloog kwetterend heen als de eerste. De oosterkim

verbleekte. Uilenspiegel zag duizenden zwaluwen rakelings over de

weide vliegen, en de zonne rees op.

En Soetkin werd op het armenveld begraven.

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders · 第 90 / 195 题