Aan het einde van de Onze-Lieve-Vrouwestraat stonden twee wilgeboomen
aan den boord van een diepe gracht.
Tusschen de twee wilgen spande Uilenspiegel eene koorde, waarop hij
op een Zondag na de vespers danste, zoo vlug, dat heel de menigte
van straatloopers in de handen kletste. Toen kwam hij beneden en ging
rond met zijn schaaltje, dat met geld gevuld werd, maar hij ledigde
het in de schorte van Soetkin, en hield elf duiten voor zich.
Den volgenden Zondag wilde hij weer op de koorde dansen, maar eenige
bengels, uit nijd over zijne behendigheid, hadden eene snee in de
koorde gegeven, zoodat zij na eenige sprongen brak en Uilenspiegel in
't water tuimelde.
Terwijl hij naar den oever zwom, riepen de kleine koordesnijders
hem toe:
--Hoe gaat het, Uilenspiegel-vlug? Gaat gij nu in den vijver den
karpers leeren dansen?
Uilenspiegel kwam uit het water en schudde zich af. En daar zij uit
angst voor een pak slaag wegliepen, riep hij hun toe:
--Vreest niets; komt Zondag terug, 'k zal U andere kunsten toonen en
gij zult uw deel in de winst hebben!
's Zondags nadien sneden de bengels de koorde niet door, doch hielden
er de wacht bij, opdat niemand ze aanraakte, want er waren toeschouwers
in groote menigte.
Uilenspiegel zei hun:
--Dat ieder mij een zijner schoenen geve, en 'k wed dat ik er mee dans,
zoowel met den grootsten als met den kleinsten.
--En wat betaalt gij, als gij verliest? vroegen zij hem.
--Veertien pinten bruinbier, antwoordde Uilenspiegel, maar gij betaalt
mij drie oortjes als ik win.
--Goed! riepen zij.
En zij gaven hem elk een hunner schoenen. Uilenspiegel legde ze alle
in het voorschoot dat hij aan had en, met dien last, danste hij op
de koorde, doch niet zonder moeite.
Van beneden riepen de koordesnijders:
--Gij hebt gezegd met elk onzer schoenen te zullen dansen; trek ze
aan en houd uwe wedding.
Uilenspiegel danste voort en antwoordde:
--Ik heb niet gezegd uwe schoenen aan te trekken, doch er mee te
dansen. Nu, ik dans, en alles danst mee in mijn voorschoot. Ziet gij
het niet met uwe paddenoogen? Betaalt mij mijn drie oortjes.
Doch zij jouwden hem uit en schreeuwden, dat zij hunne schoenen
moesten terughebben.
Uilenspiegel smeet ze alle te gelijk in een worp naar beneden. Een
woedend gevecht volgde, daar niemand zijn schoen dadelijk terugvinden
kon.
Uilenspiegel kwam naar beneden en begoot de vechters, maar niet met
klaar water.