VAN MELIS STOKE, ADSPIRANT-VERLOFSOFFICIER.

En nu, goede lezer, gaat dit verhaal eindigen, zooals ieder zichzelf

respecteerend verhaal eindigen moet nl.:

Ze vinden elkaar!

Ja, lezer, we hebben elkaar gekregen, mijn militaire- en mijn

civiele-ik. Wij gaan ons vereenigen in één vorm, die van

verlofsofficier.

Zeer zeker, het is wel een mariage de raison, maar het zal een ideaal

huwelijk zijn ook!

Want wij zijn tesamen gekomen door een gemeenschappelijken drang, wat

goeds te doen.

Zooals in ieder huwelijk _de plicht_ een goede toekomst waarborgt, zoo

zál de plicht, iets goeds te doen voor den soldaat, ons huwelijk

vruchtbaar maken.

In ieder leven komt een oogenblik, dat de behoefte aan _actie_ den

levenden mensch zijn beschouwende houding doet opgeven.

Zoo gaat het ook in een militaire loopbaan als de mijne.

En zoo moet het ook zijn in den loopbaan van u allen,

landstormplichtigen, die nà mij zullen komen. Het heldere bewustzijn

van méér te zijn, dan uwe kameraden, geve u de kracht om éérst door

den zuren africhtingstijd heen te komen, en u vervolgens de moeiten

te getroosten van een studie voor verlofs-officieren.

Uwe ondervindingen in den troep zullen er toe bijdragen, een officier

van u te maken, die zijn mannen begrijpt, die de oorzaak voelt van

weerbarstigheid en die de goede gevolgen kent van een rechtvaardige

behandeling.

Ik hoop, dat in deze losse dagboekkrabbels iets te vinden is van den

Nederlandschen soldaat. Tracht ook gij dat te ontdekken; onder den

ruwen bolster zit vaak, voor wie het weet te vinden, een vertrouwend

en eerlijk hart.

En al ontbreekt het den verlofs-officier, door zijn korten

opleidingstijd, wellicht aan tactische kennis, in menschelijkheid en

paedagogie behoeft hij _nimmer_ onder te doen voor zijne

beroeps-collega's.

Dat blijve u voor oogen staan!

Het Nederlandsche leger vare er wèl bij.

AMSTERDAM, Maart 1916-'17.

+------------------------------------------------+

| |

| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |

| |

| De volgende correcties zijn in de tekst |

| aangebracht: |

| |

| Bron (B:) -- Correctie (C:) |

| |

| B: elkander bestemd zijn, Het kind |

| C: elkander bestemd zijn. Het kind |

| B: »_de kogel_«, De man naast |

| C: »_de kogel_«. De man naast |

| B: gretig naar mij uitgestrekt |

| C: gretig naar mij uitgestrekt. |

| B: _De »moffen«_ |

| C: _De »moffen«._ |

| B: ..een gaatje met |

| C: ...een gaatje met |

| B: eehter op één punt mank: het zal u n.l, |

| C: echter op één punt mank: het zal u n.l. |

| B: zonder daarvoor honorar um |

| C: zonder daarvoor honorarium |

| B: »Ik ben onschuldig zegt hij |

| C: »Ik ben onschuldig«, zegt hij |

| B: VI. |

| C: V. |

| B: _stechts twee of drie hunner |

| C: _slechts twee of drie hunner |

| B: V. |

| C: VI. |

| B: op den grond te slapen,.. |

| C: op den grond te slapen... |

| B: deutscher Wein.. |

| C: deutscher Wein... |

| B: was van »_de dood_«, _straf_«, |

| C: was van »_de dood_«, »_straf_«, |

| B: het oog te houde dat |

| C: het oog te houden dat |

| B: »pa, was de de meester |

| C: »pa, was de meester |

| B: wasch-lokaal--kijk es wat ik |

| C: wasch-lokaal--»kijk es wat ik |

| B: in mijn ziele draag. |

| C: in mijn ziele draag, |

| B: slot-gevecht op zee. |

| C: slot-gevecht op zee, |

| B: op mijn pen gekauwd, |

| C: op mijn pen gekauwd. |

| B: en dat zij barmtigheid |

| C: en dat zij barmhartigheid |

| B: aleenig met zen eige!...« |

| C: aleenig met zen eige!...« |

| B: belangstelling naarde feestrelazen |

| C: belangstelling naar de feestrelazen |

| B: .....e Reg.... en weer sprak |

| C: .....e Reg....« en weer sprak |

| B: maatschappelijke kronkelpasssen woei |

| C: maatschappelijke kronkelpassen woei |

| B: »Hei-je-veel-geld-meê-gebracht? |

| C: »Hei-je-veel-geld-meê-gebracht?« |

| B: »Kom _jij_ d'r es uit! deed |

| C: »Kom _jij_ d'r es uit!« deed |

| B: de bovenaardsche ver-verschijning. |

| C: de bovenaardsche verschijning. |

| B: óók 'n mensch!' |

| C: óók 'n mensch!« |

| B: morgenschemering den pomg-zwengel aanvat, |

| C: morgenschemering den pomp-zwengel aanvat, |

| B: zoete mestgeuren, die ot |

| C: zoete mestgeuren, die tot |

| B: schettert het appél-signaal. |

| C: schettert het appèl-signaal. |

| B: enz. Hoera! Hoera! |

| C: enz. Hoera! Hoera!« |

| B: IX |

| C: IX. |

| B: en kommedeere.. en 'n hoop |

| C: en kommedeere... en 'n hoop |

| B: maar assie zegt> vooruit, wees weg< |

| C: maar assie zegt >vooruit, wees weg< |

| B: maar assie zegt> dat mot |

| C: maar assie zegt >dat mot |

+------------------------------------------------+

Van Aardappel-mes tot Officiersdegen Uit het Dagboek van een Landstormplichtige. · 第 60 / 60 题