In den jaare 1796. kwam in twee deelen in groot quarto, te London
te voorschyn eene Reisbeschryving, onder deezen tytel: Narrative,
of a five years expedition, against the Revolted Negroes of Surinam,
in Guiana, on the Wild Coast of South America; from the year 1772,
to 1777: elucidating the History of that Country, and describing
its productions, viz. Quadrupedes, Birds, Fishes, Reptiles, Trees,
Shrubs, Fruits & Roots; with an account of the Indians of Guiana &
Negroes of Guinea: by Captain J. G. STEDMAN. Illustraded with 80
elegant Engravings, from drawings made by the Author.
De meer dan gewoone pracht en kostbaarheid, waar mede deeze Engelsche
uitgaaf is volvoert, doet reeds dadelyk iets groots van dit werk
verwagten: en in de daad de doorbladering van het zelve zal die
verwagting geenzints te leur stellen. Eene aanéénschakeling van
merkwaardige gebeurtenissen in eenen gemakkelyken en bevalligen styl
voorgestelt, maakt de leezing van dit werk aangenaam; en het onderwerp
is tevens belangryk. Meer dan één Schryver heeft wel ondernomen eene
beschryving der Surinaamsche Volkplanting te leveren; maar verder dan
dezelve door Europeaanen bebouwd en bewoond word, brengen zy het byna
nooit. De Zand-Woestynen of Savanen zyn de grenspaalen, welke deeze
Schryvers niet te buiten gaan. Maar vermits de Capitain STEDMAN,
door het bywoonen van eenen tocht tegen oproerige Negers, tot in
derzelver diepste schuilhoeken, door byna ontoegankelyke bosschen
en moerassen, is doorgedrongen, treffen wy hier byzonderheden aan,
die elders te vergeefs gezocht zouden worden, en des te meer opmerking
verdienen, om dat ze overal de kenmerken dragen van zuivere waarheid,
zonder opsmukking of vergrooting, waar door andere werken van dien
aart veelal bedorven worden, en hunne achting verliezen. Met recht
beschouwd men dit werk als het volledigst Tafereel der Volkplanting
van Surinamen, eene bezitting, voor meer dan ééne Europeesche Natie
van het grootste aanbelang.
Geen wonder derhalven, dat in verscheide tydschriften in Engeland,
in Frankryk, in Duitschland, met lof van dit werk gewaagd wierd. Geen
wonder, dat de Burger P. T. HENRY zig verledigde, om 'er eene Fransche
Vertaaling van te leveren, welke in den jaare 1798. in drie deelen
in 8VO. te Parys in 't licht verscheen. Geen wonder eindelyk, dat
men in Duitschland 'er in één Deel in 8VO. een zoort van uittrekzel
uit gemaakt heeft.
Alle deeze redenen bewoogen dan ook den Uitgever deezes, om dit
zoo bevallig, als nuttig werk in een Hollandsch kleed te steeken,
en den Nederlanderen ter leezing aan te bieden. Wat de uitvoering der
vertaaling betreft, men heeft de Engelsche uitgaave tot den grondslag
gelegt, maar ook tevens gemeend gebruik te moeten maken van de Fransche
vertaaling, waar aan de verëischten eener goede overzetting met recht
worden toegekend. Men heeft dit voornamelyk gedaan in tweërlei opzigt:
voor eerst door, even gelyk de Fransche Vertaaler gedaan heeft, weg te
laaten de hier en daar ingevlochtene plaatsen, uit Engelsche Dichters,
en andere uitweidingen, die geene andere verdiensten hebben, dan dat
ze eenen al te kostbaaren optooy aan het werk geven: en ten tweeden,
dat men de plaaten, die in de oorspronkelyke uitgaave tot een getal
van tachtig waaren aangewassen, in zoo verre vermindert heeft, dat
men de zulke, die in werken over de Natuurlyke Geschiedenis, en over
de kennis der Planten en Gewassen gemakkelyk genoeg te vinden zyn,
tot vermyding van te groote kostbaarheid heeft agter wegen gelaten,
en voorts die geene, welke geplaatst zyn geworden, tot op die maate
verkleind, dat ze voor eene uitgaave in 8vo. geschikt waaren--
De Vertaaler heeft 'er zig voorts op toegelegt, om in zuiver
Hollandsch, ontdaan van het taaleigen der Engelschen en Franschen, door
welk gebrek dikwerf zoo veele vertaalingen voor den Lezer ondraaglyk
worden, het werk van onzen STEDMAN over te gieten, en zig daar toe van
eenen styl te bedienen, die door deszelfs woordenschikking bevattelyk
en niet vermoeiend was. Hoe verre hy hier in geslaagd is, word aan het
bescheiden oordeel des Lezers overgelaaten: terwyl hy zig vermeent
te mogen vleijen met de hoop, dat de goedkeuring van deezen zynen
arbeid, en van de wyze van deszelfs uitvoering, hem zal aanmoedigen,
om met den meesten spoed denzelven te voltooijen.