AANTEEKENINGEN

[1] Cliënt, 't best te vertalen door ons hoorige.

[2] Rondtrekkende zangers.

[3] De Ilias en de Odussee van Homerus, in onze taal overgebracht

door Vosmaer.

[4] Reveil. Opwekking. In Nederland verstaat men onder "Het Reveil"

de herleefde belangstelling in den godsdienst, tusschen 1840 en 1850,

"een algemeene opwekking tot het zoeken van de zaligheid."

[5] De lichamen kunnen zich in deze toestanden vertoonen: vast,

vloeibaar, gasaardig, bijv. ijs, water en waterdamp. Deze heeten

de aggregaatstoestanden.

[6] Georg Wilh. Friedr. Hegel 1770-1831. Zie deel II.

[7] Ferd. Lassalle, 1825-'64, bekend sociaal-democraat, gaf den stoot

aan het stichten der Duitsche arbeidersvereenigingen.

[8] Eerst sedert 1822 stonden boeken, die de aswenteling der aarde

leerden, niet meer op den index. (Lijst v. verboden boeken).

[9] Men moet steeds bedenken, dat de Grieken nog altijd niet gekomen

zijn tot een scherpe scheiding van psychisch en physisch, maar de

ziel nog als een heel fijne stof denken, niet wezensverscheiden van

een andere stof.

[10] Deze toevoeging is gewenscht, omdat we ook Zeno den Stoïcijn

zullen leeren kennen.

[11] Compileeren is bijeenbrengen uit verschillende werken.

[12] Door Aristoteles komen deze 4 elementen in onzen gedachtenkring

en blijven, ook nadat de gedachte al verworpen is, voortleven in het

spraakgebruik. Vgl. ons "de woedende elementen."

[13] Men vindt deze woorden ook vertaald: liefde en haat.

[14] Langen tijd heb ik geaarzeld, waar ik dit hoofdstuk zou

plaatsen. Naar den inhoud sluit het zich gevoeglijk aan bij de

voorafgaande: echter is Democritus' leer gesteund door die van

Protagoras, die later bij de sophisten behandeld zal worden. Ook is er

reden Democritus gedeeltelijk naast, gedeeltelijk tegenover Plato te

stellen. Toch heb ik hem hier behandeld omdat het onwenschelijk scheen

Leucippus en Democritus te scheiden en de atomistiek de sophistiek

vooraf gaat.

[15] In het tweede deel komen we hierop herhaaldelijk terug.

[16] De dagelijksche ervaring leert ons, dat alle lichamen niet even

snel vallen. Vandaar, dat vele Grieksche denkers hun systeem mede

bouwden op het ongelijk snel vallen van de lichamen. Er kwam later de

overtuiging dat dit ongelijk snelle vallen berustte op den weerstand

der middenstof, b.v. de lucht, waardoor het vallende lichaam zich

bewoog en het bleek, dat in de ledige ruimten alle lichamen even

snel vallen.

[17] Als letterkundige voortbrengselen staan de Atheensche blijspelen

veel hooger.

[18] Hen, die zich voor vraagstukken van taalkundigen aard

interesseeren, verwijs ik naar Wundt's Völkerpsychologie en

naar Paul: Prinzipien zur Sprachgeschichte. Een ouder werk is

het door Prof. Beckering Vinckers in onze taal overgezet werk van

Withney. Jodl wijdt in zijn leerboek der zielkunde bijzondere aandacht

aan de taalkwesties, waar men ook zeer zorgvuldig bijeengebrachte

literatuuropgaven vindt.

[19] Lange: Geschichte des Materialismus.

[20] Gomperz: Griechische Denker.

[21] Het is bekend, dat tal van eminente geleerden, ook al hebben

ze groote gaven om college te geven, dat dikwijls gevoelen als iets

heel onaangenaams verbonden aan 't professoraat en dat uitstekende

onderwijskrachten wetenschappelijk minder beteekenen.

[22] Normatieve wetenschappen stellen een norm: zij zeggen niet,

hoe iets is, maar hoe iets behoort te zijn. Normatief kunnen zijn

zedeleer, rechtsleer, opvoedkunde. Zij geven voorschriften, die

opgevolgd moeten worden.

[23] Talrijke anecdoten over "professorale verstrooidheid" stelden

dit in een belachelijk licht. Maar het abstractie-vermogen, de gave

om al zijn aandacht te concentreeren op een bepaald punt is juist

een der kenmerken van het genie.

[24] Men leze bijv.: De Apologie (verdedigingsrede) en de

Phaedon. Verschenen in Van Looy's klassieke schrijvers. In de

Wereldbibliotheek komen ook vertalingen van Plato.

[25] Gymnasium is oorspronkelijk een plaats, waar gymnastiek wordt

beoefend. Hier traden later de wijsheidsleeraars op.

[26] De vraag naar het ontstaan van den godsdienst behoort tot het

gebied der wijsbegeerte van den godsdienst. In zijn Gifford-lectures

behandelde onze landgenoot Thiele deze vraag, evenals Rauwenhoff

in zijn "Wijsbegeerte van den godsdienst." In 't buitenland

o. a. Pfleiderer en Höffding.

[27] Centauren: fabelachtige wezens: half mensch, half paard.

[28] In de oudheid beteekende tyran een alleenheerscher, die zich

het oppergezag had aangematigd. Een tiran in onzen zin behoefde hij

nog niet te zijn.

[29] Duitsche "Reclam" vertaling. Hollandsche in de klassieke

schrijvers bij Van Looy.

[30] Nemen we het begrip vierhoek. Naast dit begrip staat vijfhoek,

zeshoek, achthoek enz. Dit zijn gecoördineerde begrippen. Samen vallen

ze onder één begrip: veelhoek, aan dit begrip zijn ze ondergeschikt,

gesubordineerd. Het begrip veelhoek heeft grooten omvang, er vallen

meer figuren onder dan onder dat van vierhoek. Maar het heeft minder

kenmerken, de inhoud is geringer.

[31] Misschien is dit zoo te verklaren:

De idee der leege ruimte kon Plato bij de atomisten vinden, die

haar aangenomen hadden, tegenover de Eleaten, die, alleen het zijnde

erkennende, de ledige ruimte geloochend hadden en haar als het niet

zijnde hadden gekwalificeerd. Daar de ideeën het werkelijk zijnde

waren voor Plato, kon hij als oorzaak, die tegen het zijnde werkte,

de ledige ruimte nemen.

[32] Een voorbeeld uit onzen tijd dat die vergeestelijking der aardsche

liefde toelicht is te vinden bij Perk:

Mathilde, ik ween van weelde bij 't beseffen,

Ik drukte in u het ideaal aan 't hart.

[33] Vergelijk ook de werken van Wells in de Wereldbibliotheek.

[34] Wij zijn gewoon geestelijk en niet-stoffelijk gelijk te stellen,

zoodat deze opmerking overbodig mag schijnen. Maar de erkenning,

dat b.v. de ideeën immaterieel waren, behoefde voor Plato niet te

beduiden, dat ze gelijk waren aan de geestelijke werkzaamheid. Ze

konden nog anders geaard zijn.

[35] Met een drastisch beeld zou men kunnen zeggen: zooals vele kranen

één vat vullen.

[36] Dus niet naar wat ieder mensch als zijn individueelen aard

beschouwt, maar naar wat den mensch als soort, als mensch typeert.

[37] Op het philologencongres te Groningen verdedigde Heymans de logica

en de methodenleer als geschiktste voorbereiding voor wijsgeerige

studie ook als onderrichtsvak op gymnasia.

[38] Zijn beschrijving van de zielkundige eigenaardigheden van den

jongelingsleeftijd b.v. is nog altijd onovertroffen.

[39] Het is beter, dit begrip niet te vertalen, daar het zooveel

elementen bevat.

[40] Met een modern beeld zouden we dit zoo iets kunnen verduidelijken:

de loop van een trein is vastgesteld, al vooruit geregeld. Maar

daarom heerscht er in zijn gang wel strenge causaliteit: de trein

beweegt door den stoom, die zich ontwikkelt uit het verhitte water;

volgens de wetten der mechanica gaat bij langs de rails. Zijn gang

is bepaald door den wisselstand.

[41] In het dagelijksch leven meent men dikwijls, dat met de ontkenning

van een eigenschap het toekennen der tegengestelde eigenschap gepaard

gaat. Dit behoeft niet steeds het geval te zijn. Als men zegt, dat iets

niet-wit is, is dit anders, dan wanneer men zegt, dat iets zwart is.

[42] Men wordt hier onwillekeurig herinnerd aan Pascal, die den raad

gaf, dat men, indien men vroom wil worden, maar beginnen moet de

ceremoniën van den godsdienst trouw na te komen. In deze raadgeving

zit een psychologische waarheid. Begint men met de bewegingsvormen

van een bepaalden gemoedstoestand uit te voeren, zoo ontstaat

soms de gemoedstoestand. Ongeciviliseerde volken plegen zich door

krijgsgeschreeuw en oorlogstooi in een oorlogzuchtige stemming

te brengen.

[43] Een Hollandsche vertaling bij Van Looy, van de hand van Frans

Erens.

[44] Voor ons echter is het merkwaardig, merkt Paulsen op, dat hij het

zich wel tot schuld rekent dat hij als kind de moederborst begeerde,

als knaap appels stal; maar van zijn voornemen om eene vrouw die hij

liefhad en bij wie hij kinderen had verwekt, op te geven, wijl hij

een huwelijk wou doen dat passend was voor zijn stand en vermogen,

vertelt hij, zonder er zich zelf zoo hard over te vallen.

[45] Het was in den strijd tegen de Jansenisten, over wie een enkel

woord bij de Cartesianen.

[46] Augustinus gaat, als de Grieksche denkers, uit van het standpunt

dat het bestaan behoort tot het wezen. Spreekt men dus van waarheid,

dan moet die ook ergens wezenlijk bestaan. Ontbrak dit bestaan er aan,

de waarheid ware geen waarheid.

[47] De Manicheeërs, een theologische secte, waaraan Augustinus een

tijdlang toebehoord heeft, leerden dat de zonde haar oorsprong vond

in de stof. De richting heet zoo naar Manie. (214-274).

[48] Een zeer geprezen overzicht van: "Die Philosophie im Islam"

geeft onze landgenoot prof. De Boer (Stuttgart).

[49] Vertalingen in 't Hollandsch van Dr. A. S. Kok; J. J. L. ten

Kate, Mr. Johan Bohl. Uit wijsgeerig oogpunt wordt de toelichting van

koning Johan van Saksen (Philatetes) bij zijn vertaling geprezen. De

Hel door Boeken (proza) Wereldbibliotheek.

[50] Vergel. Vondel's Lucifer.

[51] Het overzicht, in 't bovenstaande gegeven van den

universaliënstrijd is te schematisch. Dikwijls heeft de eene partij de

andere misverstaan en haar bedoelingen gechargeerd. Ook schijnen niet

alle denkers zich steeds gelijk uitgedrukt te hebben, maar al naarmate

van de tegenstanders die ze te bestrijden hadden, verschillende

standpunten op den voorgrond te hebben geschoven. Vandaar dat de

namen nominalist en realist niet steeds goed aangewend worden. Occam

b.v. is geen nominalist, hoewel hij zoo heet.

[52] Ontologisch, van ontologie-leer van het zijnde.

[53] Belgisch schrijver, auteur van "De schat des harten," "Wijsheid

en Levenslot."

[54] Men is nl. gewoon, de Mystiek in te deelen en zoo ook van de

Duitsche mystiek te spreken. Harnack verwerpt die indeeling zeer

beslist: "die Mystik ist immer dieselbe; sie ist vor allem nicht

national oder confessionell unterschieden" (Dogmen geschichte).

[55] Gesticht door Geert Groote († 1384).

[56] Voor de Wereld-Bibliotheek levert Kloos een vertaling van de

Imitatio.

[57] Vergilius, Romeinsch dichter (70 v. Chr.-19 n. Chr.) ook door

onzen Vondel zeer vereerd.

[58] Misschien heeft dit gemaakt, dat hij zich later zooveel gunstiger

heeft uitgelaten over 't Catholicisme dan over 't Protestantisme.

[59] Livius: beroemd Romeinsch schrijver, gaf de geschiedenis van Rome

"ab urbe condita" (vanaf de stichting der stad).

[60] Hollandsche vertaling in Van Looy's Internationale Bibliotheek.

[61] Aristoteles' logische geschriften heetten in de Middeleeuwen

Organon. Door den naam Novum organum gaf hij te kennen, een geheel

nieuwe richting te willen inslaan. (Novum = nieuw).

[62] Nauwkeurige onderzoekingen met uiterst gevoelige werktuigen

hebben thans geleerd, dat maan en sterren ons eenige, zij 't geringe,

warmte geven.

[63] Frederik van de Palz had in 1618 de kroon aanvaard, hem

opgedragen door de Bohemers, die zich van hun katholieken vorst wilden

losrukken. Hij verloor zijn nieuwe rijk in één slag bij Praag en heet

naar zijn kort bewind: Winterkoning.

[64] Het is minder gewenscht "cogitare" hier door denken te vertalen:

bij Descartes heeft 't een veel ruimer beteekenis dan bij ons denken.

[65] In courantenberichten, waarin de "levensgeesten" al of niet

opgewekt worden, al of niet geweken zijn, spelen zij nog een rol.

[66] Al was Nederland een republiek zoo mag men toch wel zeggen,

dat in de 17de eeuw de volksinvloed op de regeering niet meer bestond.

[67] Op grond van de onmogelijkheid der inwerking van de ziel op

de stof toonde hij aan, dat het heksen, etc. onmogelijk was. Bij de

anti-Cartesianen verwekte zijn geschrift hevige verontwaardiging en

zelfs professoren gingen het geloof aan spoken en heksen verdedigen!

[68] Oratorium--Priesterorde, in 1540 gesticht.

[69] Lehrbuch der Psychologie 1896.

[70] Uitgave in de klassieke schrijvers van Van Looy:

I. Godgeleerd Staatkundig Vertoog. Aanteekeningen daarop.

II. Ethica.

III. Brieven.

IV. Korte Verhandeling van God, den Mensch en deszelfs Welstand.

V. Staatkundig Vertoog.

[71] Het nadere daarover geven wij bij Locke, wiens leer, dat er geen

aangeboren voorstellingen zijn, Leibniz in zijn "Nouveaux Essays"

bestrijdt. (Zie blz. 294).

[72] Uit de vergelijking met bladz. 253 ziet men, dat Leibniz de

occasionalistische leer geen recht doet. Lang niet alle occasionalisten

hebben een telkens herhaald, gedurig ingrijpen der Godheid aangenomen.

[73] Zoo in zijn woordenboek onder het artikel over de Manicheeën

(vergelijk bladz. 178).

[74] Wij noemen:

Christendom niet geheimzinnig van Toland (1696).

Verhandeling over het vrije denken van Collins (1713).

Christendom zoo oud als de schepping van Tindal (1710).

Het ware Evangelie van Jezus Christus van den eerzamen werkman Chub.

Het woord vrijdenker schijnt het eerst gebruikt in een brief van

Molineux aan Locke en beteekent niet, als nu dikwijls, atheïst,

maar beduidde eenvoudig een voorstander van het vrije onderzoek.

[75] In deze vrees staat Mandeville niet alleen. De geschiedenis der

paedagogiek leert, dat telkens bij een streven naar meer verlichting of

milder tucht angstige stemmen gehoord werden, die bezorgd waren voor

't heil der maatschappij. Tot nu schijnt die vrees niet vervuld. Die

stemmen echter hoort men nog steeds.

[76] David Hume, Haarlem, Bohn, 1907.

[77] Men lette goed op dezen zin. Daaruit blijkt, dat Smith

tegen een heel andere staatsinmenging streed dan tegen de huidige

staatsbemoeiing, die zijn tijd niet zoo zeer kende.

[78] Hij ging hierbij zoover, dat hij dacht, een aap te kunnen leeren

spreken en menschelijke ontwikkeling deelachtig te doen worden! Vooral

de nieuw gevonden methode om doofstommen te leeren spreken, had hem

in dit denkbeeld versterkt.

[79] Vergelijk Salzmann's Mierenboekje met inleiding van

Dr. Gunning. Wereldbibliotheek.

[80] Er zijn thans trouwens zielkundigen, die het gevoel niet een

bewustzijnsverschijnsel van eigen aard achten, maar ook een soort

waarnemen, van niet scherp onderscheiden prikkels.

Uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het Menschelijk Denken, Deel 1 van 2 · 第 105 / 105 题