KONINGIN ELIZABETH. Bij niets,—ja, want dit is geen eed.
Uw George, ontwijd, verloor zijn heilige eer,
Uw kouseband, bevlekt, zijn ridderdeugd,
Uw kroon, geroofd, haar koninklijken glans.
Wilt gij een eed doen, die geloof verwerft,
Zoo zweer bij iets, nog niet door u gekrenkt.