C. HET MARK-GRAAFSCHAP VAN BERGEN OP ZOOM

Ten slotte de mutsen in het land dat aan Zeeland en Zuid-Holland

grenst. De algemeene vorm is die van de Bredasche muts, maar zonder

de kroon, dus eenvoudiger, smaller, platter.

Verder is in deze streek de invloed van de Belgische en Zeeuwsche

drachten meer kenbaar, en vormt ze een overgangsgebied naar de

eigenlijke Hollandsche drachten. Vandaar dat men slechts weinig van

een eigen dracht in deze streek merkt, althans niet in de steden, De

plattelandsbevolking blijft het langst de "_boerendracht_" getrouw. De

meeste vrouwen dragen reeds hoeden, dat wil zeggen ouderwetsche

hoofddeksels, die tot geen land en geen tijd behooren, en, zooals

gewoonlijk bij dergelijke soort kleedij, zeer smakeloos zijn.

De Nederlandsche Nationale Kleederdrachten · 第 46 / 50 题