In Haarlem en Amsterdam is het nationale costume geheel verdwenen. Dat
neemt niet weg dat zelfs onder den rook van Amsterdam, aan de
Amstelveenschen Weg, onder Sloten, en aan den overkant van het
IJ, de Hollandsche hul toch nog vrij veel door de oorspronkelijke
boerenbevolking gedragen wordt. Het eenige, wat werkelijk oud is, wat
in de stad, in deze overbleef, nu zelfs ook de ouderwetsche bakers
niet meer bestaan, is het zoo beroemde costume van de Amsterdamsche
burgerweezen. Maar ook die dracht, hoe schilderachtig, hoe verfijnd
en hoe gracieus ook, zal misschien spoedig verdwijnen, daarmede nog
meer Amsterdam's eigen cachet ontnemend.
En niet ten onrechte is die dracht zeer bekend, want ze behoort tot
de mooiste die uit het verleden tot ons kwam. (Zie bl. 16, 17.)
Het costume voor de kinderen, de jongere meisjes, en de volwassenen
(17 jaar) is verschillend, hoofdzakelijk door de kap, die bij de
ouderen van doorzichtige tule of kant is, en het oorijzer (van zilver)
te zien geeft. Verder hebben de ouderen een omslagdoek, waarvan de
eigenaardige plooiïng en wijze van dragen, bijna volkomen overeenkomst
heeft met de doek van de Zeeuwsche drachten.
Als zoodanig kenmerkt dit costume zich dan ook als bij uitstek van
Hollandsch maaksel.
Tot voor kort droegen de meisjes merkwaardige kapjes en omslagdoeken,
die thans door meer moderne, maar minder fraaie capes vervangen
zijn. De kleinere meisjes dragen witte schorten, waarvan het model
in de laatste tijden ook verandering onderging. Die eigen-gereide
vervormingen zijn erger voor een nationale dracht, dan de totale
afschaffing. Daar komt bij, dat de meisjes zelf in de laatste jaren, in
de week, deze dracht niet met de noodige zorg dragen, en zich daardoor
minder aantrekkelijk voordoen dan ze zouden hebben kunnen zijn. Zij
ook hebben meegewerkt deze dracht in discrediet te brengen. De hoogst
onredelijke critiek van buitenstaanders over het "gevangenis-pak van
deze arme kinderen" heeft het andere gedaan. Tegen domheid vechten
zelfs de goden te vergeefs.
Mocht dit zoo bijzonder aantrekkelijke costume echter uit Amsterdam's
straten verdwijnen, dan zullen zij veel missen, die nooit, op een
mooie Zondagmorgen, dat rijtje rood-wit-zwarte meisjes in hun uiterst
aesthetische kleedij, dat typische poortje in dit stukje Oud-Amsterdam
hebben zien uitschreiden.
De jongens-dracht is, half zwart, half rood, door haar snit echter
weinig opmerkelijk.
Ook Haarlem heeft zijn burgerweezen, ook in een oude dracht, ook rood,
zwart en wit, maar ze is niet zoo fraai als de Amsterdamsche, ze is
ietwat stijver, vooral de muts en de omslag-doek van de meisjes. (Zie
bl. 15.)
Behalve het Burgerweeshuis heeft Amsterdam nog een paar andere
weeshuizen, de Oranje-appel, het Maagdenhuis enz., waar de dracht van
de verpleegden een zekere historische oorsprong heeft, maar thans te
veel ontsteld is.