Geen geluid in den omtrek—

Maar toch—een gesnurk, een zwaar en diep gesnurk, dat uit de hem

welbekende kamer van Dan Peperling tot hem doordrong.

Hoe nu? Sliep deze?

Was Raffles niet bij hem—was de rijke kerel alleen?

Ha! Misschien was er nog gauw wat te stelen, voordat Baxter en de

andere politiemannen kwamen.

Nog een oogenblik bleef Flinsch op dezelfde plek staan, daarna snelde

hij zoo geruischloos als een kat de gang door naar de kamerdeur.

Vlak daarbij stonden de beide antieke kasten, die een smallen doortocht

vormden, welken hij beslist moest passeeren.

Wantrouwend vertraagde hij, voordat hij deze had bereikt, zijn

schreden.

Hij luisterde nog eens—doch neen, behalve het gesnurk was er geen

geluid te hooren, dat hem verdacht voorkwam.

Verder dus! Hij riskeerde niets.

Toen, op hetzelfde oogenblik, dat hij tusschen de kasten doorsloop,

sprongen geluidloos met de behendigheid en snelheid van twee panters,

Raffles en Charly op hem toe. (Zie titelblad.)

Flinsch was zoo doodelijk geschrokken, dat de kreet, dien hij wilde

uitstooten, op zijn lippen bestierf.

Wezenloos keek hij naar de beide mannen, vooral naar Raffles.

Zijn knieën knikten en bewusteloos viel hij neer.

Hij had den persoon herkend, dien hij wilde vernietigen!

Dadelijk sleepten Raffles en Charly den bewustelooze naar de kamer,

namen hem zijn met de banknoten van Flora gevulde portefeuille uit den

zak en zetten hem daarna tegenover den nog steeds slapenden Peperling

in een leuningstoel.

„Ziezoo”, zei Raffles lachend, „nu vormen ze een mooie groep!

Inderdaad, nobile par fratrum!”

Hij had het laatste woord nauwelijks uitgesproken, of hij schrikte op,

daar buiten, op de gang, schreden hoorbaar werden.

Snel wenkte hij Charly en op het volgende oogenblik sloop hij met zijn

vriend door de geheime deur, die uitkwam op de smalle trap, welke naar

het kantoor van Peperling in de bovenste étage leidde.

Eenige seconden later hoorden zij, hoe een aantal menschen door de

geopende gangdeur de kamer binnenstormden.

Lord Lister No. 0044: Het briljanten halssnoer van Flora Palmerston · 第 20 / 25 题