[1] Ik heb de gelegenheid mij bij de vierde conclusie geboden,
aangegrepen om de vrouwen die zich op de studie der medische
wetenschappen toeleggen, te huldigen. Zij werden op het congres waardig
vertegenwoordigd door mejuffrouw Jacobs. Ik heb gezegd, dat het op den
weg der vrouwelijke doctoren ligt, hare zusters de wetten der hygiëne
te leeren kennen en haar te wijzen op de voornaamste, nog te vaak
verwaarloosde plichten te dien opzichte.
Men kan zich de wetenschap moeilijk onder een charmanter vorm
voorstellen dan die welke het aardige vijf en twintig jarige Jodinnetje
er aan gaf. Met een volmaakten tact en met den meest mogelijken ernst,
volgde zij de discussies, zelfs als daarbij de delicaatste onderwerpen
werden behandeld, en daarbij bleef zij steeds de gracieuse vrouw, ook
toen zij mij als blijk van erkentelijkheid, een geleerde verhandeling,
door haar zelf bewerkt, ten geschenke gaf.