Ik kom aan de Hoogeschool.—Mijn ervaringen in en om de
Universiteit.—De voorloopige toestemming verandert in een
definitieve.—Candidaat in de wis- en natuurkundige
wetenschappen.—Met lof geslaagd voor het tweede examen.—De praktijk
van het leven.—De groote ontgoocheling.—Nieuwe hoop.—Voor ’t eerst
praktisch werkzaam.—Ik ga naar Amsterdam.—Het doel bereikt.—Uit
mijn plattelandspraktijk.—Mijn promotie.—Ik ga naar Londen. 26