II—MIJN STUDIETIJD

Ik kom aan de Hoogeschool.—Mijn ervaringen in en om de

Universiteit.—De voorloopige toestemming verandert in een

definitieve.—Candidaat in de wis- en natuurkundige

wetenschappen.—Met lof geslaagd voor het tweede examen.—De praktijk

van het leven.—De groote ontgoocheling.—Nieuwe hoop.—Voor ’t eerst

praktisch werkzaam.—Ik ga naar Amsterdam.—Het doel bereikt.—Uit

mijn plattelandspraktijk.—Mijn promotie.—Ik ga naar Londen. 26

Herinneringen van Dr. Aletta H. Jacobs · 第 35 / 47 题