III.

Even als de bloem die het zonnetje mint,

de vlinder fladdert als dartelend kind

even als de roos die heerlijk van geur

bezaaid door parelendauw schitrend van kleur

even als de vogel die hoog in de lucht

vriendelijk tjilpt met vroolijke vlucht,

bloemen en vogelen minnen de zon, wijl ’t al door haar bloeit

en alles in gouden glans gloeit...

Maar deze min komt in vergelijking nog niet

die ik mijn lieven Alfred aanbied.

Kamertjeszonde · 第 54 / 77 题