Stikdonkere nacht, geen enkle ster.
Duister, gelijk het graf, zwart mijn gedachte
gelijk een nevel ondoordringbaar is mijn ziel
O kon ik mijn geest die klaarheid geven
tot wetenschap en poëzie doordringen
O! daal! op mij neer helderheid des geestes
Verscheur die wolk, die mij het genot der poëzie ontneemt.