I.

Stikdonkere nacht, geen enkle ster.

Duister, gelijk het graf, zwart mijn gedachte

gelijk een nevel ondoordringbaar is mijn ziel

O kon ik mijn geest die klaarheid geven

tot wetenschap en poëzie doordringen

O! daal! op mij neer helderheid des geestes

Verscheur die wolk, die mij het genot der poëzie ontneemt.

Kamertjeszonde · 第 52 / 77 题