Het zij mij vergund dit werkje door eenige bemerkingen bij ouders,
onderwijzers en al diegenen, welke voor de jeugd nuttige, aangename en
gezonde lectuur verlangen, in te leiden.
In de laatste veertig jaren heeft er een geheele ommekeer plaats gehad
in de lectuur voor de jeugd. De moraliseerende, vaak droge en weinig
aantrekkelijke kinderboeken, zooals de ouderen van dagen die in hunne
jeugd ter lezing kregen, hebben plaats gemaakt voor een genre, dat zeer
zeker veel meer in den smaak van het jonge volkje valt. De vroegere
kinderboeken, waarin bijna altijd een brave Hendrik ten tooneele werd
gevoerd en als navolgenswaardig voorbeeld werd aangeprezen, konden in
den regel niet bevallen en zij misten bovendien geheel en al het doel,
dat de schrijvers er mede beoogden. Het beeld, dat men der jeugd in die
werken voor oogen stelde, was een valsch beeld en in stede dat de knaap
zich aangetrokken gevoelde tot het idealistisch wezen, dat men hem
voortooverde, werkte zooveel deugd, zooveel volmaaktheid ontmoedigend.
Zelfs de stijl van die boeken toonde maar al te dikwijls aan, dat de
schrijvers, door het schilderen van onware en onbestaanbare personen,
zichzelven een dwang hadden opgelegd, die alle frischheid, alle
levendigheid van voorstelling uitsloot. Stijfheid, vervelendheid,
houterigheid waren dan ook bij die persproducten schering en inslag.
Langzamerhand kwam er evenwel in de kinderliteratuur eene gunstige
verandering. Het natuurlijke, het ongekunstelde kwamen in de plaats van
het onnatuurlijke en het gedwongene. Gouverneur en Dr. Heije brachten in
proza, zoowel als in poëzie, de kinderlectuur in geheel andere banen,
en ook het buitenland bracht in goed geslaagde vertalingen, een rijk
contingent van aangename uitspanning voor den geest aan.
Evenwel verviel men toch ook weer dikwijls tot het tegenovergesteld
uiterste. Het droge, ongenietbare werd maar al te veel vervangen door
het fantastische en evenzeer onware. Zoo werden bijv. de werken van
Gustave Aimard door duizenden en duizenden verslonden en brachten
misschien evenveel jeugdige hoofden in de war. De onmogelijke
heldenfeiten van de hoofdpersonen uit Aimard, werkten even nadeelig
op de jeugdige hersenen, als de rooverromans uit eene gelukkig
lang vervlogene periode het op de oudere hersenen deden, die hun
geestesvoedsel in de huur-leesbibliotheken zochten. Het zal steeds een
der grootste verdiensten van den Franschen uitgever en schrijver Hetzel
blijven, dat hij, zoowel door zijne pen als door zijne industrie,
waaraan hij de beste auteurs wist te verbinden, aan de jeugd van
zijn land in de naar hem genoemde Collection Hetzel, een rijken schat
van kinderliteratuur heeft geschonken, zooals geen ander land die
weet aan te wijzen. Aan zijn helder doorzicht, aan zijne nauwkeurige
kennis van de eischen des tijds, hebben wij vooral eene nieuwe soort
kinderliteratuur, de wetenschappelijke, te danken. Elk gebied van
wetenschap is bijv. in zijne collectie vertegenwoordigd, en wel in
zoo groote verscheidenheid, dat de jeugd van elken leeftijd daar iets
nuttigs, iets boeiends en tevens leerrijks kan vinden. Jean Macé,
met zijn _Geschiedenis van een hapje brood_; Viollet le Duc met de
_Geschiedenis van een huis_; Flammarion op het gebied der Hemelkennis,
Jules Verne met zijne wonderreizen, Van Bruijssel en andere op het
gebied van Natuurlijke Historie, en honderden anderen hebben hunne
kennis en hun talent dienstbaar gesteld aan de literatuur voor de jeugd.
Wetenschap en kunst, reizen en ontdekkingen, letterkunde en
geschiedenis, alles is op ruime schaal voorhanden.
Geen literatuur is dan ook, volgens mijne meening, beter voor de jeugd
geschikt dan deze. Genot en kennis, uitspanning en leering gaan daar
hand aan hand en terwijl de wonderen der vreemde landen, de verrassingen
der wetenschap voortdurend boeien en de belangstelling gaande houden,
wordt de kring der kennis steeds meer en meer uitgebreid en tevens de
geest op eene niet vermoeiende en uitputtende wijze bezig gehouden en
tot eene heilzame inspanning gedwongen.
Vooral wordt door dergelijke lectuur het groote kwaad vermeden wat,
volgens mij, in de werken als die van Aimard schuilde, nl. dit, dat,
om de ontknooping van een of ander tafereel of wel van het gansche
verhaal te weten, er met zulk eene zenuwachtige, koortsachtige haast
werd gelezen, neen werd verslonden, dat het langzaam, met nadenken lezen
eene onmogelijkheid werd en de knaap later maar al te zeer bleek niet
meer tot ernstige lectuur, tot studie, in staat te zijn.
Onder de reeds aangehaalde Fransche schrijvers voor de jeugd, neemt
Lucien Biart eene goede plaats in. Ik heb met veel genoegen kennis
gemaakt met het werk, waarvan ik hierbij de vertaling aanbied. Dat het
in Frankrijk reeds den twaalfden druk beleefde, bewijst wel hoezeer het
in den smaak van de jeugd van dat land viel.
In den aangenaamsten vorm, waar zoowel de meest vroolijke en
potsierlijke, als de ernstigste en gevaarlijkste avonturen elkander
afwisselen en de spanning gaande houden, leert de schrijver ons een
gedeelte van Mexico kennen. Bergen en vlakten, bosschen en prairieën,
de plantenwereld en het dierenrijk, de inwoners en hunne gewoonten, de
voortbrengselen van den grond en het klimaat, alles wat ons een land in
den uitgebreidsten zin des woords kan leeren kennen, weet de schrijver
op de meest bevattelijke en toch strikt wetenschappelijke wijze mede te
deelen, terwijl bovendien alles vermeden is, wat ook maar op eenigerlei
wijze aanstoot aan wien dan ook, zou kunnen geven. Werken als het
onderhavige kunnen dan ook niet genoeg aanbevolen worden. Zij bieden
naast uitspanning, voedsel voor den geest aan, vermeerderen de kennis,
verruimen den gezichteinder en brengen wezenlijk veel bij, om de studie
en de opvoeding gemakkelijk te maken. De inhoudstafel van dit boek,
die wij hier laten volgen, moge een denkbeeld geven van de rijke
afwisseling, die er in aangeboden wordt.
Moge het velen jongelieden eene aangename en nuttige uitspanning zijn.