AANTEEKENINGEN.

[1] De scheldnaam "Koningsmoorders" werd door den Kommandeur Jan

Van Galen in 1653 aan de Engelschen gegeven. Daar het Nederlandsche

zeevolk echter zeer op het Engelsche geheten was, zoo is het wel

waarschijnlijk dat Van Galen geen nieuw scheldwoord verzon, maar dat

het al kort na de onthoofding van koning Karel I in 1649 hij onze

zeelieden in gebruik gekomen is.

[2] Tot 1636 was de voeding en het geheele onderhoud van de manschappen

op een oorlogsschip aan den kapitein toevertrouwd.--Niet zelden

gebeurde het nu dat een kapitein zich ten koste van den minderen man

wist te verrijken. Toen de klachten hierover algemeen werden beproefde

men een ander middel en men liet het geheele onderhoud van een schip

eenvoudig aanbesteden. Dit gaf nog meer stof tot ontevredenheid en

daarom keerde men in 1641 weer tot het oude gebruik terug. --Wie nu

een eerlijk kapitein had, trof het; maar wie dien niet had, klaagde

dikwijls, en niet ten onrechte, steen en been.--Hoe lang deze wijze

van handelen geduurd heeft, ben ik niet te weten kunnen komen; maar

dat is vast, dat in 1653 bij de Zeeuwsche Admiraliteit die gewoonte

nog bestond.

[3] In een der journalen van Tromp leest men van "Capteijn Fielding en

nog een andere Roôrok." De haat tegen al wat Engelschman was strekte

zich dus ook uit tot de Nederlandsche bevelhebbers.

[4] Straatvaarders waren schepen, die op de Walvischvangst uitgingen.

[5] Fiasciardo had eenigen tijd te voren op de hoogte van de

West-Indische eilanden zeven weerlooze zoutschepen genomen en de

bemanning op eene wreedaardige wijze om het leven laten brengen.

[6] Davids zijn de ijzeren standers aan de zijden van het achterschip,

waaraan de booten en sloepen hangen.

[7] Een duevekater was een soort van koek of gebak. Men zond het

elkander op sommige feestdagen tot een geschenk.

[8] Een driestreng, knuttel of knut is een touw waarmede de matrozen

geslagen worden, als ze straf verdiend hebben.

[9] Witte Cornelisz. De With liet zich in 1610 door den predikant

Leuwins van NIEUWENHOORN doopen. Zijn vader was reeds in 1602

overleden. Witte zelf bleef tot zijn 17de jaar aan wal en had in dien

tijd twaalf ambachten en dertien ongelukken.-- Toen ik tot zoover in

mijn verhaal gekomen was, wist ik niet dat Witte's vader al gestorven

was.--Zijne moeder overleed echter eerst in 1624.

[10] PORTUGAL was van 1580 tot 1640 met SPANJE vereenigd geweest. In

1640 echter werd PORTUGAL onder Johan IV, Hertog van Bragança, weer

een onafhankelijk koninkrijk en nu lag het op onzen weg de Portugeezen

tegen de Spanjaarden te helpen.

[11] Een fregat was een vaartuig dat vooral in dezen tijd veel

in gebruik kwam. Daar het niet zoo log gebouwd was als de groote

oorlogsschepen bewees het in de zeeoorlogen door zijne snelheid

van bewegingen, uitnemende diensten.--Een jacht was mede een

zeer snelzeilend vaartuig dat, òf tot den oorlog uitgerust werd

en dan oorlogsjacht heette, of mede genomen werd om brieven of

boodschappen over te brengen. Deze laatsten kregen den naam van

adviesjachten.--Galjoenen waren vaartuigen, die vooral door de

Spanjaarden als vrachtschepen gebezigd werden.--Koningsschepen

waren die groote oorlogsvaartuigen, die de hoofdmacht van de vloot

uitmaakten. Zij werden nergens anders toe gebruikt dan om oorlog te

voeren, terwijl de andere na afloop van den oorlog dikwijls ook weer

als koopvaarders in dienst werden gesteld.

[12] SINT MAARTENSDIJK een dorp op het eiland TOLEN heet in de

wandeling steeds SMEERDIEK.

[13] Jule is hetzelfde als weenen en meutje of moei de echte

Nederlandsche naam van tante.

[14] Aoist! is vooral op WALCHEREN een uitroep van buitengewone

blijdschap.

[15] Veel roemen beteekent velen roemen en een ijdel vat is een

ledig vat.

[16] Een kadraaier of kaaidraaier is een man, die met een roeivaartuig

bij de schepen komt om eetwaren te verkoopen.

[17] De beroemde Zweedsche vlootvoogd Carel Gustaaf Wrangel vertoefde

een jaar in ons land om de zeevaartkunde te bestudeeren; men zegt

zelfs, dat hij op onze vloot gediend heeft.--Nicolaas De Witte een

Deen, Oloff Steffers en Morgester zijn officieren in Nederlandschen

dienst geweest en Gustaaf Adolf koning van ZWEDEN had reeds twintig

jaren vroeger Nederlandsche officieren en onder-officieren uitgenoodigd

bij hem in dienst te treden.

[18] Een schobbejak was in de riddertijden het geschubde jak dat de

mindere man in den oorlog droeg. Later werd het een scheldnaam.

[19] De Kabeljauwschen droegen grauwe en de Hoekschen roode

mutsen.--Bonne fooi is eene verbastering van het Fransche bonne foi

en beteekent eigenlijk goede trouw. Zooals wij het gebruiken beteekent

het op goed geluk af.

[20] Meeren is het vastleggen van schepen aan palen of ringen.

[21] Die toespraak van Warmont moogt ge wel eens goed overlezen. Me

dunkt, dat zulk eene toespraak in den tegenwoordigen tijd ook niet

ongepast zou zijn. Veel lust tot den zeedienst bestaat er althans bij

onze knapen niet en dat is wel jammer; want er is veel van waar als

onze bekende kinderdichter Dr. J. P. Heije zegt: "Zout water geeft

het zoetste brood!"

[22] Niks is niets.

[23] "Zoo, ik docht ik dat er bie joe niks kon besannen," beteekent:

"zoo, ik dacht dat er bij u niets op aankwam!"

[24] "as de derdendaegsche koose" beteekent: dan de derdendaagsche

koorts.

[25] Blake was oorspronkelijk voor de letteren opgeleid en een

zeer geleerd man. Hij was een vurig aanhanger van Cromwell, die

zijne veelvuldige diensten, hem bewezen, beloonde met hem eene

aanstelling als generaal te geven. Later plaatste hij hem op de

vloot als opperbevelhebber. Onder hem stonden ook nog de generaals

George Monk en Richard Deane.--Cromwell, die zeer goed begreep, dat

een oorlog ter zee andere bekwaamheden vereischt dan een landoorlog,

stelde ook nog andere bevelhebbers aan, die volkomen met de zeezaken

bekend waren. De voornaamste dezer waren: George Ayscue, William

Penn en John Lawson.--Blake was niet te trotsch om gedurig met deze

laatsten te raadplegen en hieraan is het dan ook hoofdzakelijk toe te

schrijven, dat hij als bevelhebber der vloot zooveel roem inoogstte.--

Onze Admiralen waren over het algemeen zeer ongeletterd, zoodat er in

hunne brieven dikwijls heel veel fouten voorkomen, en men moeielijk

begrijpen kan, wat zij eigenlijk bedoelden.--Cornelis Tromp kan

hierop eene gunstige uitzondering gemaakt hebben.-- De beroemste

onzer vlootvoogden, Michiel Adriaensz. De Ruyter, schreef in 1641

aan de Admiraliteit van ZEELAND: "Ick sal mij als een heerlijck

(eerlijk) capiteijn in mijn harte gedraghen, in de hoope, dat Godt

het werck daer wij om uitgesonden zijn sal segenen tot heere (eere)

van ons lieve Vaderlandt."

Machgyl Adriaense De Ruyter.

[26] Een tros is een lijn, die uit drie of vier strengen gevlochten is.

[27] Willem Adriaense Warmont werd tot kapitein over het schip dat

hij had helpen behouden, benoemd, terwijl hij daarenboven nog een

gouden eerepenning kreeg. De moedige konstabel werd luitenant.

[28] Dat er reeds vroeger meisjes aan boord kwamen om dienst te doen,

als matroos, bewijst het oude liedeke: "Daar was laatst een meisje

loos."--Behalve van Adriana Lanoy lezen we in de geschiedenis ook

nog van eene Anna Jans van TESSEL.

[29] Een lans beteekent hier landsman.

Goede Vaêr Tromp of hoe de Vereenigde Provinciën eene zeemogendheid werden · 第 43 / 43 题