IV. Bouwkunst en dekoratieve kunst

De volksbouwkunst. Stad en stadswoning. De

privaatwoning. Het moderne stadsbeeld. De landelijke

woning. De dekoratieve volkskunst. Vloer en

haard. Spinnewiel en bedsteden. Verdere meubileering.

Spreuken. Gevelspreuken. Uithangborden. Bidprentjes.

Huiszegen. Processievaantjes. Volksprenten. Jan

de Wasscher. Klein Duimpje. De volksprenten en het

feestelijke jaar. Het volkstooneel. Het poppenspel.

Nederlandsche Volkskunde · 第 52 / 117 题