II. Sprookjes, sagen en legenden

Sprookje, sage, legende. Het sprookje. De bakermat

der sprookjes. Grimm, Benfey, Cosquin, Bédier,

Bastian, Aarne. Sprookjesmotieven. De dierenwereld

in het sprookje. Het draakmotief. De dankbare

visch. De drie wenschen. Het dierensprookje. Het

verzamelmotief. Ethnologische motieven. Het

Polyfemusmotief. Het Klein-Duimpjesmotief. Het

verhaal van de Twee Broeders. Mythische motieven.

Verlossingsmotief. Vormveranderingen. Tooverij

en onwondbaarheid. Droommotieven. Wensch-,

vergeet- en raadselmotief. Karaktermotieven.

Asschepoester. Karakteristiek van het Nederlandsche

sprookje. Kwelsprookjes. De sage. Mythische

sagen. Spook- en tooversagen. Vogeltjes-,

tekst- en Matthusalemmotief. Volkssage en

kultuursage. Maresagen. Heksensagen. Natuursagen.

Christelijke sagen. Duivelssagen. Historische sagen

Heldensagen. Abasverus. Gewestelijke sagen. De

legenden. Marialegenden. Andere heiligenlegenden.

Nederlandsche Volkskunde · 第 50 / 117 题