II. Dorp en dorpsgebied

Allmende. Nederzettingen in

dorpen. Eschdorpen. Terpdorpen. Streekdorpen of

rijdorpen. Straatdorpen. Dijkdorpen. Duindorpen.

Groepdorpen. Afzonderlijke hoeven. Steden.

Nederlandsche Volkskunde · 第 31 / 117 题