M. A. Desen quaede moeren moeten afgedaen worden, en ander goede in
de plaedts gegeven worden. Is het dat gy in het begin van den somer
dit ondervyndt, als de byen noch swaermen, en gy nogh andere moeren
hebt, neemt se wegh; maer ondervyndt gy het niet eerder als ontryndt
Augustus, als de byen in het principaal honigh haelen syn, dan doet
gy beter en laet den bye syn moer behouden omdat de nieuw moer niet
kan baeten, want sulke bye draegt soowel honingh als eene andere,
jae somtyds beter; als het honing haelen ontrynt gedaen is, sluyt
en syegelt hy synnen honingh ook seer wel, en hy heeft geen jonge
byen te voeden en te onderhouden, gelyck een bye die eenen goede
moer heeft. Bemerkt dat sulke byen noydt konnen opgeset worden,
alhoewel dat hy het gewygt wel soude hebben. Niet alleen desen
moeten tot geen vasel-byen gebruykt worden, maer ock aen dewelke
gy eeninghsins twyeffelt, want de ondervynding leert dat de moeren,
die desen somer syn slegt geweest, ock in het toekomende jaer geheel
quaet syn en niets maeken.
Het vyftynde deel.
Van het korten der byen naer het swaermen.