D. Vr. Wat doen dese moeren?

M. A. Het geschiedt dat den bye wel een moer heeft, en evenwel niets

goeds uytwerckt. De reden is ten eersten omdat de moer laem is, dat

been of vluegel mankeert, vermiets dat desen verminkte moer haer saet

of nieten niet uytdelt als het behoert; daerom maekt sy weynig of

niets goeds. Ten tweede is de moer somtyds dol en werpt meer neeten

als één in de doppen, dese moeren maeken eenighe goede en eenighe

quaede broet. Ten derde is de moer onvrugtbaer, als sy niet en maekt,

nogh goede nogh quaede broet. Dese allen worden genoemt quaede moeren.

Het Geldersch Byenboek of pratyk der byen, langs den kant der Maes, Peel en Niers, in het overkwartier van Gelderland · 第 145 / 191 题