D. Vr. Als het quaet weer is, moet ick de byen dan sterck voeren?

M. A. Eenige syn van gevoelen, dat in quaet weer de byen niet

veel moeten gevoert worden; sy geven als reden, dat de bye die te

sterk gevoert wordt, te veel vlyegt, en dan haer volck verspeeldt,

maer ick ben van contrarie gevoelen, dat de bye in quaet weer moet

gevoert worden. De reeden is, omdat de byen in quaet weer niet konnen

bydraegen om te wercken, en daerom wel moeten onderhouden worden. Laet

ons onderstellen (dat de byen sterk gevoert synde) meer vliegen, dan

syn sy ock sterker en vallen niet soo lygtelyk en ock niet soo veel,

als wanneer sy niet gevoert en magteloos syn. Verliest sy de een ofte

de ander, sy maekt soo veel te meer jonge byen; daerenboven leert de

ondervynding, dat, als de byen in quaet weer niet gevoert worden, dan

worden de motten meester en de broet bederft en in menigvuldigheydt,

door de aermoede, moet sy de broet uytwerpen. Maer heeft de bye nogh

honingh in het kaer, soo houde ick ock, dat gy de bye niet soo sterk

behoeft te voeren, ofte moet voeren.

Het tiende deel.

Van het korten in den lenten.

Het Geldersch Byenboek of pratyk der byen, langs den kant der Maes, Peel en Niers, in het overkwartier van Gelderland · 第 107 / 191 题