[1] Ik spreek hier natuurlijk niet van de kleeding der dames: dezen
kleeden zich thans wel geheel anders dan hare overgrootmoeders;
maar--maar als vanzelf spreekt--natuurlijk altijd even sierlijk.
[2] Over het voorkomen van Amsterdam in eene vorige eeuw.
[3] Het wapen, dat Wagenaar in zijne Beschr. v. Amst. opgeeft als
dat van Willem Eggert, is het zijne niet, maar dat van een lid van
zijn geslacht.
[4] Ik heb van deze dochter een der heldinnen gemaakt van mijne
Legende getiteld: "Jacoba en Bertha".
[5] Ik geef hier het grafschrift, zooals er behoorde te staan, zooals
er nog tot even na 1700 stond, en zooals het bij Fokkens en Le Long
is overgenomen. Maar voor 200 jaren vergiste zich Izaak Commelin in 't
overschrijven en liet de hier cursief geplaatste woorden weg, waardoor
Eggert en niet de Kapel gedoyteert werd. Dapper, Van Domselaar,
C. Commelin, Van Nidek, Wagenaar zelf, schreven de fout trouwhartig na,
en wat vreemder is, bij 't overschilderen der letters volgde men niet
den oorspronkelijken tekst van 't grafschrift, maar de verminkte kopie.
[6] De Burgemeesteren Klaas Meeuwiszoon en Jacob Gerrit Teeuwiszoon.
[7] "Wandeling in het midden der zeventiende eeuw, door Joannes
Aurelius." Amst. Gebr. Kraay, 1859.
[8] Ik voor mij heb althans, 't zij in 1831 België, 't zij later
de Krim of Italië het tooneel des oorlogs was, de krijgsoperatiën
nergens beter dan op de kaarten van Blaeu kunnen volgen.
[9] Vermakelijker zeker dan hetgeen Vondel hier zegt, en wel den
geest kenmerkende van den tijd, waarin zij geschreven werden, zijn
de uitdrukkingen, waarvan kok in zijn Vaderl. Woordenb. op 't artikel
Blaeu (Joan) zich bedient: "Al ware 't ook, dat de aanzienlijke rang
van een der zes en dertig Raaden van 't machtig Amsterdam te zijn,
zijnen naam niet vereeuwigde, zijn uitgegeven Atlas en Stedeboeken
zouden dien voor den roest des tijds genoeg beveiligd hebben."
[10] Zie deze meer omstandig vermeld in mijn Iets over D. P. Pers en
zijne werken, geplaatst in het tijdschrift Nederland. Jaargang 1853,
bl. 249-298.
[11] Vondel spreekt van dien wijngaard aldus:
De wijngaard aen de straet, geleyt van maegdenhand
Tot daer 't gehemelt deckt de nonneledikant,
Hingh swanger, in een nacht, van rijpe muskadellen.
Zie mijne uitgave Deel II, bladz. 192.
[12] D. i.: "huwelijksmaker" en niet heiligmaker zooals velen
zeggen--eene zeer bekende koeksoort.
[13] "Kameraadjes, vriendinnetjes," van cara: "dierbare, lieve."
[14] Betuttelen is: "critisch nazien," 't Fransche: mettre les points
sur les i.
[15] Baeren is hier "bruisen."
[16] "Blijf ik."
[17] Noch is: "neen."
[18] Versteen ick: "word ik onbeweeglijk en ga niet."
[19] De kortste gelegenheid om van Den Haag naar Amsterdam te komen,
was toen over 't Haarlemmermeer.
[20] Versta: "laat hen klappertanden, terwijl zij onder den schoorsteen
kruipen om zich te warmen."
[21] Is hier een woordspeling te zoeken, zooals de kapitale letter
schijnt aan te duiden, dan had wellicht de bruiloft in den Doel of
Doelen plaats.
[22] "Amsterdam, rijk aan ponden" (geld).
[23] De ooren van den Winter namelijk. Zie vers 1.
[24] Hij wil zeggen: "indien het te slecht weer is, dan zal ik over
't Sparen (d. i. over Haarlem), en zoo verder van daar naar Amsterdam
met rijtuig gaan."
[25] Adelaer is Allart Crombalgh zelf, die, als ik boven zeide, door
den zang van Tesselschade uit het "kerkgewelf" tot haar gelokt was.
[26] Glaukus is hier de Zuiderzee, waar de Vechtstroom zich bij Muiden
in uitstort, wat in deze regels dichterlijk wordt voorgesteld.
[27] Lees: "sta niet naar uw leven (begeef u niet roekeloos in gevaar),
vermits ik bevreesd ben dat gij mocht omkomen."
[28] Dat is: "zonder huif of kaper op 't hoofd." De huif was bepaald
de dracht der getrouwde vrouwen.
[29] Anna en Tesselschade:--diertje wordt hier voor "meisje" gezegd,
evenals dikwijls bij Cats.
[30] Het eerste onlangs staat hier in den zin van: "niet lang geleden,"
het ander in dien van "sedert kort."
[31] De toortsen van Cupido.
[32] Men herinnere zich, dat Machteld met laurieren gekapt was.
[33] Naam, dien hij aan de gelaurierde schoone geeft.
[34] Men store zich niet aan de wijze, waarop Hooft die namen geheel
verschillend spelt dan zij elders luiden. Men gaf in die dagen
volstrekt niets om de spelling van voor- of geslachtsnamen.
[35] Bij letterkeer voor Kampen. Hooft wil, evenals Huyghens gedaan
had, den naam verbloemen.
[36] Vastert of vasthart is eene overzetting van den naam Constantijn.
[37] "Cupido, de Minnegod."
[38] "Om menschen in zwijnen te veranderen," als Circe deed.
[39] "Aangewaaid."
[40] Darren is "durven," 't Eng. To dare.
[41] "Wilt gij, dat ik tot haar spreke als Alard tot mij deed?"--Het
slaat op 't verzoek, door Huyghens gedaan. Zie blz. 90, reg. 33
en volgg.
[42] "Hij voelt geen echte liefde, die er zoo luide over spreken kan."
[43] "Daar liefdebrand in woont."
[44] Zoo althans schijnt Brandt (Leven van De Ruyter, bl. 77) er over
te denken, waar hij zegt, dat door dit Grootburgerschap De Ruyter
in staat werd gesteld, "tot de hoogste ambten van Stadsregeeringe
te komen. Men vergete niet, dat in de hiërarchie van die dagen een
Regeeringslid, al was hij maar Commissaris, nog altijd een hooger
personage werd geacht, dan een dienaar der Regeering, al was hij ook
Veldmaarschalk of Admiraal.
[45] Zie dit breeder ontwikkeld in mijn verhaal, getiteld: de Twee
Admiralen.
[46] Leven van de Ruyter, blz. 741.
[47] Men weet, dat De Ruyter kort voor zijn overlijden door den Koning
van Spanje met den titel van Hertog was vereerd geworden, doch dat
Engel, op wien die bij zijns vaders dood overging, uit besef van de
wangunst en opspraak, die zoo geheel ongewoon eene benaming hier te
lande verwekken zou, den Koning verzocht, die te verwisselen tegen
die van Baron, als ten onzent meer gebruikelijk:--welk verzoek dan
ook door den Koning werd toegestaan.
[48] De aanhaling der zoo beroemde formule uit de bekende vertelling
der "Veertig roovers, door eene slavin verdelgd," brengt mij
onwillekeurig de voorstelling te binnen, welke ik eens in den
schouwburg bijwoonde van een drama--natuurlijk uit het Fransch
overgezet--hetwelk uit die vertelling getrokken was. Toen nu het
tooneel de spelonk verbeeldde, waarin de schatten der bandieten
verborgen waren, en hun hoofdman zich aan den ingang vertoonde,
riep hij met luider stemme:
"Sesamé, open u!"
De vertaler had gewis het Fransche woord Sésame voor een onvertaalbaar
tooverwoord of voor een eigen naam aangezien en daarom de moeite niet
genomen, een woordenboek in te zien, wanneer hij zou gevonden hebben,
dat Sésame (zeezaad) eene soort van oliezaad is, bij den Levantschen
handel zeer bekend. Maar hadden dan noch hij, noch de tooneeldirecteur,
noch de regisseur, noch de acteur, die de rol vervulde, of vroeger,
of althans ter dezer gelegenheid, de Arabische Nachtvertellingen
nageslagen?
[49] Woolwich.
[50] Hier Uilenburg, in 't vorige vers, reg. 3, Uylenburgh, en toch
zijn de twee gedichten terzelfder gelegenheid gemaakt. Waarschijnlijk
kwamen zij bij verschillende boekverkoopers uit, die verschillende
correctors bezigden; en in allen gevalle stoorde zich toen niemand aan
de wijze waarop een eigen naam, 't zij voor- of toenaam, gespeld werd.
[51] In zijn Amsterdam, VI Deel, III Boek.
[52] Thebe.
[53] Tesselschade:--hare vertaling is nimmer in druk verschenen en
het handschrift zoekgeraakt.
[54] Nagelbloem, giroflé.
[55] Nagelpoêr staat voor nagelpoeder, "fijngestampte kruidnagel."
[56] Maria van Medicis.
[57] Gaston van Frankrijk, broeder van Hendrik IV.
[58] Kosmo stamde van moeders zijde van de Duitsche keizers af.
[59] De tocht naar Chattam, onder 't beleid (zoo 't heette) van
Cornelis De Witt, Ruwaard van Putten, had kort te voren plaats gehad.
[60] "Die veler lieden zeden zag en steden."
[61] En niet ten vier ure, zooals door een abuis bij 't overschrijven,
drukken of corrigeeren verkeerdelijk op blz. 645 van 't IIIe deel
mijner uitgave van Vondel staat: tegen welke wanspelling van ure voor
uren achter 't getal, die eerst in de laatste jaren is opgekomen,
de Heer Te Winkel met recht zijne stem verheven heeft.
[62] Zie In Roemers Visscher, blz. 72 dezer Uitgaven.
[63] Tot recht verstand van dezen regel herinnere men zich, dat, in
die dagen, de tooneelspelers nog geen vaste jaarwedde genoten, maar
hun deel of belooning kregen bij den keer, voor 't spelen der rol,
hun toegedeeld.
[64] 't Was eerst in 1655, dat Smient van Burgemeesteren verlof kreeg
tot het uitgeven der Fransche Amsterdamsche Courant; wat hij echter
reeds eenigszins vroeger, door middel van zekeren Jan van Hilten, had
gedaan, en waarbij hij later de hulp had van Cornelis Jansz. Swoll. Hij
zelf bleef echter, door de uitgebreide correspondentie, die hij zich
had weten te verzekeren, voortdurend de ziel van de onderneming.
[65] Zie Vondels Leven en Werken, II. 224.
[66] Aldaar, II. 223.
[67] Aldaar, II. 223.
[68] Gij schrijft voor de eeuwigheid.
[69] Zie mijne vertelling, Cornelia Vossius, geplaatst in de
Romant. Werken, Dl. XIV.
[70] Izaak, de eenige van zijn kinderen, die hem overleefde, was bij
den dood zijns vaders uitlandig.
[71] Zie Wagenaar, Amst., IV. 416.
[72] Zie Wagenaar, Amst. (op 't jaar 1628).
[73] Bij de rolverdeeling, van Vondels hand geschreven, en voorkomende
in een exemplaar van "de Gebroeders," dat in mijn bezit is, komen
alléén mannen voor: en toch vermeldt de plaat, waar de platte grond
van den toenmaligen Schouwburg op is afgebeeld, eene Personenkamer
voor vrouwen.
[74] Bij den kastelein Punt werd al 't zilver weggeroofd, en de waarde
der juweelen, enz., op dien avond gestolen of vermist, werd op bijna
een millioen gulden begroot.
[75] Als een tegenhanger dier voorbeelden van zelfopoffering diene het
voorbeeld van zelfzucht, mij indertijd verhaald door wijlen mijn ouden
leermeester Prof. H. C. Cras. Deze was mede in den Schouwburg en had
zijn lijf niet dan met moeite gered, toen hij op het voorplein werd
aangehouden door een welgekleed heer, die volstrekt zijne medehulp
wenschte te hebben, om te zoeken naar zijn .... hoed.
[76] Het gedeelte van het gebouw naar de zijde der Keizersgracht
bleef staan: de kamers van den kastelein leden maar weinig, die van
de Regenten geheel niet van het vuur.
[77] De vlam was zoo sterk, dat die door geheel Holland, zelf op Texel,
gezien werd.
[78] Het getal der slachtoffers van den brand bedroeg niet meer dan
achttien, zijnde gevonden lijken van:
1. J. de Neufville Van Lennep. Allen Dinsdag
2. Cornelia Bierens, zijne vrouw. voormiddag.
3. Louis André.
4. Mw. Lubs, geb. Feitama.
5. Hare dochter.
6. De jonge François Van Oostveen.
7. De dochter van den waagdrager Wijland.
8. Abraham de Haes.
9. De kleêrmaker van den troep Van Neyts. Donderdag.
10. De tooneelmeester Brinkman. Vrijdag nam.
11. Mw. Teixeira de Mattos. Zat. morgen.
12. De machinist Teffers. Zondag morgen.
13. P. van Eik.
14. De knecht van Verhamme. Zondag morgen.
15. De Directeur Rauws.
16. Js. de Wolff.
Terwijl vertrapt en aan ontvangen kwetsing in zijn huis is overleden: