Misschien vindt gij deze wijze van u toe te spreken wel wat heel
familiaar; maar wanneer men eens mijnen leeftijd bereikt heeft,
aan jicht en rheumatiek lijdt, het vroeger blond der haren in
afschuwelijk muisvaal heeft zien veranderen, zonder nog van eene
menigte andere lastige voorboden des ouderdoms te gewagen, dan heeft
men er ten minste dit bij gewonnen, dat men weder, evenals op zijn
vijftiende jaar, zich jegens de schoone sekse wat meer gemeenzaamheid
veroorloven mag. Men is dan weder iemand sans consèquence geworden,
of gaat er althans voor door.
En dan, hoe zou ik u anders betitelen? Hadt gij liever: