DE BESTRIJDING DER VENERISCHE ZIEKTEN

De beteekenis der venerische ziekten.--De geschiedenis der

syphilis.--Het vraagstuk van den oorsprong ervan.--De groote

maatschappelijke beteekenis van de syphilis.--De maatschappelijke

gevaren van de gonorrhoe.--De moderne verandering der methoden ter

bestrijding van de venerische ziekten.--Oorzaken van het verval

van het systeem van politie-toezicht.--Noodzakelijkheid de feiten

onder de oogen te zien.--De onschuldige offers der venerische

ziekte.--Het zijn ziekten en geen misdaden.--Het principe

van aanmelding.--Het Scandinavische systeem.--Kostelooze

behandeling.--Straf op het overbrengen van venerische

ziekten.--Sexueele opvoeding met betrekking tot de venerische

ziekten.--Lezingen, enz.--Uiteenzettingen van de kwestie in romans

en op het tooneel.--Het "leelijke" is niet "immoreel".

Het kan misschien verwondering wekken, dat in de voorafgaande

bespreking van de prostitutie nauwelijks een woord gezegd is over

venerische ziekten. In de oogen van vele menschen is de kwestie

der prostitutie eenvoudig de kwestie van syphilis. Maar van het

psychologisch standpunt, dat ons hier direct aangaat, evenals van het

moreele, waarmee we indirect wel bekend moeten zijn, kan de kwestie der

ziekten, die verbonden kunnen zijn en ook zoo dikwijls verbonden zijn

met de prostitutie, niet in de eerste plaats van beteekenis zijn. De

twee kwesties zijn, hoe nauw ze ook met elkaar in verband mogen staan,

in hun grondslag verschillend. Niet alleen zouden venerische ziekten

blijven bestaan, al was de prostitutie volkomen verdwenen, maar, aan

den anderen kant, als we syphilis op dergelijke wijze aan contrôle

onderworpen hadden, als de eenigszins er mee verwante ziekte, lepra,

dan zou het probleem der prostitutie nog blijven bestaan.

Toch is het nauwelijks mogelijk, zelfs van het standpunt dat we hier

innemen, de kwestie der venerische ziekten buiten beschouwing te laten,

want de psychologische en moreele gezichtspunten van de prostitutie,

en zelfs de geheele kwestie der sexueele verhoudingen, ondervinden,

tot zekere hoogte, den invloed van het bestaan van de ernstige ziekten,

die vooral door sexueelen omgang verspreid worden.

Fournier, een van de leidende autoriteiten op dit gebied, heeft terecht

gezegd, dat syphilis, alcoholisme en tuberculose de drievoudige pest

is van den tegenwoordigen tijd. In een veel vroegeren tijd (1851)

had Schopenhauer in Parerga en Paralipomena de meening geuit, dat

de twee dingen, die het moderne maatschappelijk leven onderscheiden

van dat van de oudheid, het ridderlijk eergevoel en de venerische

ziekten zijn; te zamen, voegde hij er aan toe, hebben zij het leven

vergiftigd en een vijandig en zelfs duivelsch element ingevoerd in de

verhoudingen der seksen, dat indirect invloed heeft geoefend op alle

andere maatschappelijke verhoudingen [216]. Het is als een koopwaar,

zegt Havelburg van de syphilis, die de beschaving overal heen gevoerd

heeft, zoo dat maar zeer weinige afgelegen landen van den aardbol

(zooals Centraal Afrika en Centraal Brazilië) er tegenwoordig vrij

van zijn [217].

Het is ongetwijfeld waar, dat in de oudere beschaafde landen de

uitingen van syphilis, hoewel ze nog ernstig zijn en een oorzaak voor

de physieke ontaarding van het individu en het ras, minder ernstig

zijn dan ze waren, zelfs maar een generatie geleden [218]. Dit is

gedeeltelijk het resultaat van vroegere en betere behandeling, voor

een deel is het mogelijk het resultaat van het syphilitisch worden

van het ras, daar een zekere mate van immuniteit nu een geërfd bezit

geworden is, hoewel we toch in de herinnering moeten houden, dat een

aanval van syphilis niet noodzakelijk immuniteit met zich brengt tegen

den werkelijken aanval van de kwaal, zelfs bij hetzelfde individu. Maar

we moeten er aan toevoegen, dat, ook al is ze minder ernstig geworden,

de syphilis, in de meening van velen, toch nog bezig is zich uit te

breiden, zelfs in de voornaamste centra der beschaving; dit heeft

men evenzeer opgemerkt in Parijs als in Londen [219].

Volgens de meening, die tegenwoordig algemeen begint te heerschen, is

syphilis naar Europa overgebracht aan het einde van de vijftiende eeuw

door de eerste ontdekkers van Amerika. In Seville, de voornaamste

Europeesche haven voor Amerika, was ze bekend als de Indische

ziekte, maar toen Karel VIII en zijn leger ze in 1495 het eerst

naar Italië overbrachten, werd ze de Gallische ziekte genoemd,

hoewel deze connectie met de Franschen alleen maar toevallig was;

"een monsterachtige ziekte", zeide Cataneus, "die in vorige eeuwen

nooit gezien is en onbekend is in de geheele wereld".

De synoniemen voor syphilis waren eerst ontelbaar. Ferrara gaf in zijn

Latijnsche gedicht Syphilis sive Morbus Gallicus, geschreven vóór 1521,

en uitgegeven in Verona in 1530, eindelijk aan de ziekte den naam,

die er nu algemeen voor aangenomen is, waarbij hij ter verklaring

van de herkomst ervan een romantische sage uitvond.

Hoewel men tegenwoordig vrij algemeen schijnt te gelooven,

dat de syphilis uit Amerika naar Europa is overgebracht, bij de

ontdekking van de Nieuwe Wereld, is het eerst in de allerlaatste

jaren geweest, dat deze meening grond gewonnen heeft; het schijnt

zelfs nu niet eens zeker, dat, wat de Spanjaarden uit Amerika

mee terug brachten, werkelijk een ziekte was, die geheel nieuw

was in de Oude Wereld, en niet een krachtiger vorm van een oude

ziekte, waarvan de uitingen goedaardig geworden waren. Buret,

bij voorbeeld, (Le Syphilis Aujourd'hui et chez les Anciens,

1890), die eenige jaren geleden tot de diepe overtuiging kwam, dat

"syphilis dateert van de schepping van den mensch", en die uit

een nauwkeurige studie der klassieke schrijvers tot het geloof

gekomen was, dat syphilis in Rome al bestond onder de Caesars,

meende, dat ze op verschillende plaatsen en op verschillende

tijden uitgebroken was, en dat ze in epidemische uitbarstingen

verschillende combinaties vertoonde van haar verschillende

symptomen, zoo dat ze op gewone tijden voorkwam zonder opgemerkt

te worden en op de tijden van meer intense uiting beschouwd werd

als een tot dusverre onbekende ziekte. Zoo werd er in de klassieke

tijden gemeend, denkt hij, dat ze uit Egypte kwam, hoewel hij Azië

voor haar werkelijk tehuis hield. Leopold Glück heeft ook passages

aangehaald (Archiv für Dermatologie und Syphilis, January 1899)

uit de medische epigrammen van een dokter uit de zestiende eeuw,

Gabriel Ayala, die verklaart, dat syphilis niet werkelijk een

nieuwe ziekte is, hoewel er gewoonlijk gemeend wordt, dat ze dat

is, maar een oude ziekte, die met tot dusverre onbekende kracht

uitgebroken is. Er is echter geen enkele overtuigende reden,

om te gelooven, dat syphilis in de klassieke oudheid bekend

was. A. N. Notthaft ("Die Legende von der Althertums-syphilis",

in het Rindfleisch Festschrift, 1907, pp. 377-592) heeft critische

nasporingen gedaan naar passages in klassieke schrijvers, waarvan

Rosenbaum, Buret, Proksch en anderen meenden, dat ze sloegen op

syphilis. Het is volkomen waar, geeft Notthaft toe, dat vele van

deze passages misschien wel op syphilis zouden kunnen slaan, en

dat een of twee zelfs beter zouden passen op syphilis dan op eenige

andere ziekte. Maar over het geheel leveren zij in het geheel geen

bewijs en geen syphiloloog, besluit hij, is er ooit in geslaagd

te demonstreeren, dat syphilis in de oudheid bekend was. Dat

geloof is een mythe. Het meest verpletterende bewijs er tegen is,

zooals Notthaft zegt, het feit, dat, hoewel er in de oudheid groote

medici waren, die nauwkeurige waarnemers waren, niet een van hen

een beschrijving geeft van de primaire, secundaire, tertiaire en

aangeboren vormen van deze ziekte. China wordt dikwijls vermeld

als het oorspronkelijke tehuis van de syphilis, maar dit geloof

is geheel zonder grond, en de Japansche medicus, Okamura,

heeft aangetoond (Monatschrift für praktische Dermatologie,

deel XXVIII, blz. 296 et. seq.) dat Chineesche verhandelingen

niets over de syphilis melden vóor de zestiende eeuw. In de

Parijsche Academie voor Geneeskunde werden in 1900 door Fouquet

photografieën gedemonstreerd van menschelijke overblijfsels,

die dateeren van 2400 voor Christus, die veranderingen in het

beenderenstelsel vertoonen, die duidelijk syphilitisch schenen

te wezen; Fournier echter, een van de grootste autoriteiten,

meende, dat de diagnose van syphilis niet kon volgehouden worden,

voordat andere toestanden, die dergelijke veranderingen in het

beenderenstelsel hadden kunnen teweeg brengen, geëlimineerd waren

(British Medical Journal, September 29, 1900, p. 946). In Florida

en verschillende deelen van Centraal Amerika, op ongetwijfeld

vòor den tijd van Columbus stammende begraafplaatsen, zijn zieke

beenderen gevonden waarvan goede autoriteiten verklaard hebben,

dat ze niet anders dan syphilitisch konden zijn (b.v. British

Medical Journal, November 20, 1897, p. 1487), hoewel we kunnen

opmerken, dat nog kort geleden, in 1899, de voorzichtige Virchow

constateerde, dat de syphilis van vóor den tijd van Columbus

voor hem nog een open kwestie was (Zeitschrift für Ethnologie,

Deel 2 en 3, 1899 p. 216). Aan den anderen kant toont Seler, de

bekende autoriteit over de Mexikaansche oudheid aan, dat de oude

Mexikanen een ziekte kenden, die, zooals zij haar beschreven,

wel syphilis had kunnen wezen. Het blijkt echter duidelijk, dat,

terwijl de moeilijkheid om zieke beenderen te demonstreeren in

Amerika wel even groot is als in Europa, de demonstratie toch,

hoe volkomen ze ook zijn mag, niet voldoende zou zijn om aan te

toonen, dat de ziekte niet ook reeds bestond in de Oude Wereld. De

plausibele theorie van Ayala, dat de syphilis van de vijftiende

eeuw een hevig optreden was van een oude ziekte is in de meer

moderne tijden herhaaldelijk weer in het leven geroepen. Zoo denkt

J. Knott ("The Origin of Syphilis" New York Medical Journal,

October 31, 1908), dat hoewel ze niet nieuw was in het Europa

van de vijftiende eeuw, ze toen nieuw ingevoerd werd in een vorm,

die ernstiger geworden was doordat ze van een erotisch ras kwam,

zooals men meent, dat dikwijls het geval is.

Het was in de achttiende eeuw, dat Jean Astruc het geloof begon

te herstellen, dat syphilis werkelijk een betrekkelijk moderne

ziekte is van Amerikaanschen oorsprong, en sindsdien hebben vele

autoriteiten van gewicht hun instemming met dit gezichtspunt

betuigd. Aan de energie en de bekwaamheid van Dr. Iwan Bloch, uit

Berlijn (het eerste deel van zijn belangrijk werk, Der Ursprung

der Syphilis, werd uitgegeven in 1901) danken wij de volledige

samenstelling van het materiaal, dat het bewijs levert voor den

Amerikaanschen oorsprong van de syphilis. Bloch beschouwt Ruy Diaz

de Isla, een beroemd Spaansch medicus, als de voornaamste getuige

voor den Indischen oorsprong van de ziekte, en besluit, dat ze naar

Europa overgebracht werd door de mannen van Columbus, uit Midden

Amerika, meer speciaal van het eiland Haiti, naar Spanje in 1493

en 1494, en onmiddellijk daarna door de legers van Karel VIII als

epidemie verspreid werd over Italië en de andere landen van Europa.

We kunnen hieraan toevoegen, dat, zelfs als we de theorie moeten

aannemen, dat de centrale streken van Amerika de plaats zijn

van den oorsprong der Europeesche syphilis, we toch nog moeten

erkennen, dat de syphilis zich op het vasteland van Noord-Amerika

zeer veel langzamer verspreid heeft dan in Europa en ook meer

gedeeltelijk, en zelfs tegenwoordig zijn er Amerikaansche

Indiaansche stammen, onder wie ze onbekend is. Holder heeft op

grond van zijn eigen ervaringen onder Indianen en van informaties

door bemiddeling van verschillende medici een statistiek gemaakt

die aantoont, dat van ongeveer dertig stammen en groepen van

stammen, achttien bijna of geheel vrij waren van venerische

ziekten, terwijl onder dertien ze zeer veel voorkwamen. Bijna

zonder uitzondering weigeren de stammen, waar syphilis weinig

voorkomt of onbekend is, sexueelen omgang aan vreemdelingen,

terwijl zij, onder wie zulke omgang meer voorkomt, moreel laks

zijn. Het zijn de blanken, die de bron zijn van infectie onder

deze stammen (A. B. Holder, "Gynecic Notes Among the American

Indians", American Journal of Obstetrics 1892, No. 1).

Syphilis is een, maar zeker de belangrijkste, van een groep van drie

geheel verschillende "venerische ziekten", die eerst in den laatsten

tijd onderscheiden zijn, en wat hun juisten aard en oorzaak aangaat

inderdaad eerst nu beginnen begrepen te worden, hoewel twee er

van zeker in de oudheid bekend geweest zijn. Het is eerst zeventig

jaar geleden, dat Ricord, de groote Fransche syphiloloog, die na

Bassereau kwam, het eerst de volkomen onafhankelijkheid verkondigd

heeft van de syphilis, zoowel van gonorrhoe als van weeke schanker,

terwijl hij tevens duidelijk de drie stadiën uiteengezet heeft,

het primaire, het secundaire en het tertiaire, in welke de syphilis

meestal tot uiting komt, terwijl men van den vollen omvang van de

tertiaire symptomen der syphilis tegenwoordig bijna nog niet op de

hoogte is, en men eerst nu algemeen begint te beseffen, dat twee

van de meest voorkomende en ernstigste ziekten van de hersenen en

van het zenuwstelsel--algemeene verlamming en ruggemergstering of

locomotorische ataxie--hun voornaamste, hoewel niet uitsluitende

oorzaak vinden in het binnendringen van het vergif der syphilis vele

jaren vroeger. In 1879 begon een nieuw stadium van meer nauwkeurige

kennis van de venerische ziekten met de ontdekking van Neisser van den

gonococcus, die de eigenlijke oorzaak is van de gonorrhoe. Deze werd

een paar jaar later gevolgd door de ontdekking van Ducrey en Unna

van den bacil van den weeken schanker, de minst belangrijke van de

venerische ziekten, omdat de gevolgen ervan alleen maar plaatselijk

zijn. Ten slotte, in 1905, nadat Metchnikoff den weg bereid had,

toen hij er in slaagde syphilis over te brengen van mensch op aap,

en Lassar, door inenting, van aap op aap--deed Fritz Schaudinn zijn

groote ontdekking van de protozoïsche Spirochaeta pallida (sedertdien

soms genaamd Treponema pallidum), die nu algemeen beschouwd wordt als

de oorzaak van de syphilis; daardoor ontdekte hij de schuilplaats van

de gevaarlijkste en verraderlijkste vijanden van de menschheid [220].

Er is geen fijner vergif dan dat van de syphilis. Syphilis is niet,

als kinderpokken of typhus, een ziekte, die een korten, plotselingen

storm veroorzaakt, een hevigen strijd met de levenskrachten, waarin

ze, zelfs zonder behandeling, meestal het onderspit delft, mits het

organisme gezond is, terwijl ze weinig of geen sporen nalaat van haar

verwoestingen,--neen, zij dringt dieper en dieper in het organisme

door, ze leidt na verloop van tijd tot steeds nieuwe complicaties,

en geen weefsel is veilig voor haar aanvallen. En zoo fijn is dit

alles doordringende vergif, dat, hoewel de uitwendige verschijnselen

ervan vatbaar zijn voor langdurige behandeling, het dikwijls moeilijk

te zeggen is dat het vergif ten slotte volkomen gedood is [221].

Het enorme belang van de syphilis, en de voornaamste reden waarom het

noodig is ze hier te beschouwen, ligt in het feit, dat de gevolgen

ervan niet beperkt zijn tot het individu zelf, en zelfs ook niet tot de

menschen aan wie hij het kan overdragen door besmetting, door aanraking

in of buiten sexueele verhoudingen: ze tast de nakomelingschap aan en

ze tast de teelkracht zelf aan. Ze grijpt mannen en vrouwen aan in

de kracht van het leven, de voortbrengers van het komende geslacht,

en leidt òf tot steriliteit òf tot onrijpe en ziekelijke producten

van de conceptie. De vader alleen kan misschien syphilis op zijn

kind overbrengen, zelfs als de moeder aan de besmetting ontkomt,

en het kind, dat uit syphilitische ouders geboren is kan schijnbaar

gezond ter wereld komen, om zijn syphilitischen oorsprong eerst na een

periode van maanden of zelfs van jaren te openbaren. Zoo is syphilis

waarschijnlijk een hoofdoorzaak voor den achteruitgang van het ras

[222].

Zoowel bij het individu als bij zijn nakomelingschap vertoont de

syphilis haar vernielende gevolgen op alle organen, maar voornamelijk

op de hersenen en het zenuwstelsel. Er zijn, zooals Mott, een leidende

autoriteit in deze zaak [223], aangetoond heeft, vijf wijzen, waarop

syphilis de hersenen en het zenuwstelsel aantast: (1) door moreelen

schok; (2) door de gevolgen van het vergif in het teweegbrengen van

anaemie en algemeene voedingsstoornissen; (3) door het veroorzaken

van ontsteking van de vliezen en de weefsels van de hersenen; (4)

door het veroorzaken van degeneratie van de arterie, die aanleiding

geeft tot hersenverweeking, verlamming en dementia; (5) als een zeer

voorname oorzaak van de para-syphilitische aandoeningen van algemeene

verlamming en ruggemergsverlamming.

Het is eerst in de laatste jaren, dat de medici de overwegende

rol erkend hebben, die gespeeld wordt door verkregen of geërfde

syphilis, bij het veroorzaken van algemeene verlamming, die in zoo

ruime mate er toe medewerkt krankzinnigengestichten te vullen,

en ruggemergsverlamming, hetgeen de belangrijkste ziekte is van

het ruggemerg. Zelfs tegenwoordig kan men nauwelijks zeggen, dat er

volkomen overeenstemming is betreffende het hooge belang van syphilis

als factor in deze ziekten. Er kan echter weinig twijfel aan bestaan,

dat in tenminste ongeveer vijf en negentig percent gevallen van

algemeene paralyse syphilis aanwezig is [224].

Syphilis alleen is inderdaad geen voldoende oorzaak voor algemeene

paralyse, want onder vele natuurvolken is syphilis zeer gewoon, terwijl

algemeene paralyse zeer zeldzaam is. Het is, zooals Krafft-Ebing gewoon

was te zeggen, syphilisatie en civilisatie, die tezamen werkende

algemeene paralyse veroorzaken, misschien in sommige gevallen, naar

er reden is om te meenen, op een nerveuzen bodem, die tot zekere

hoogte erfelijk gedegenereerd is; dit blijkt uit het abnormaal veel

voorkomen van aangeboren teekenen van degeneratie, die bij algemeene

paralytici gevonden werden door Näcke en anderen. "Paralyticus nascitur

atque fit", volgens het gezegde van Obersteiner. Eens ondermijnd

door syphilis, zijn de ontaarde hersenen niet in staat weerstand te

bieden aan de rukken en den druk van het beschaafde leven, en het

gevolg is algemeene paralyse, die naar waarheid beschreven is als

"een van de vreeselijkste geesels van moderne tijden".

In 1902 nam de psychologische afdeeling van de British Medical

Association, die de meest bevoegde autoriteit over deze zaak is, met

algemeene stemmen een besluit, hetwelk beval, dat de aandacht van de

wetgeving en verschillende publieke lichamen gevestigd zou worden op

de noodzakelijkheid van onmiddellijk handelen, gezien het feit, dat

"algemeene paralyse een zeer ernstige en veel voorkomende vorm van

hersenziekte, mèt andere variëteiten van krankzinnigheid in ruime

mate voortkomt uit syphilis, en dus te voorkomen is". Toch is nog

geen enkele schrede in deze richting gedaan.

De gevaren van de syphilis liggen niet alleen in haar macht en haar

taaiheid, maar ook daarin, dat ze zooveel slachtoffers maakt. Het is

moeilijk te constateeren hoeveel syphilis inderdaad voorkomt; maar in

de verschillende landen zijn al veel gedeeltelijke nasporingen gedaan,

en het is waarschijnlijk dat vijf tot twintig percent van de bevolking

van Europa met syphilis besmet is, terwijl ongeveer vijftien percent

van de syphilitische personen sterft aan oorzaken, die direct of

indirect gevolgen van de ziekte zijn [225]. In Frankrijk heeft over

het algemeen, naar een taxatie van Fournier, zeventien percent van

de geheele bevolking syphilis gehad; in Toulouse constateert Andry,

dat achttien percent van al zijn patiënten syphilitisch zijn, en in

Kopenhagen, waar de aangifte verplicht is, zegt men, dat meer dan

vier percent van de bevolking aan syphilis lijdt. In Amerika heeft

een commissie van de Medical Society of New-York, als resultaat van

een grondig onderzoek naar deze zaken gerapporteerd, dat in de stad

New-York jaarlijks niet minder dan een kwart millioen gevallen van

venerische ziekten voorkomen, en een toonaangevende dermatoloog uit

New-York heeft geconstateerd, dat in de families van den beteren

stand, die hij nauwkeurig kent, minstens een derde van de zoons

syphilis gehad hebben. In Duitschland schat men, dat jaarlijks acht

honderd duizend gevallen van venerische ziekten voorkomen, en aan de

grootere universiteiten worden iederen collegetijd vijf en twintig

percent van de studenten geïnfecteerd; venerische ziekten komen

vooral onder studenten voor. Het jaarlijksch aantal mannen, dat in

het Duitsche leger aan venerische ziekten lijdt is een derde van het

geheele aantal, dat in den Fransch-Duitschen oorlog gewond is. Toch

staat het Duitsche leger, wat de venerische ziekten aangaat, vrij

hoog, vergeleken bij het Engelsche leger, dat meer syphilitisch is

dan eenig ander Europeesch leger [226]. Daar het Engelsche leger uit

beroepssoldaten bestaat en niet op algemeene dienstplicht berust,

geeft het niet zoo'n juist beeld van het volk als het leger in

landen, waar de een of andere vorm van dienstplicht bestaat. In een

der Londensche ziekenhuizen kon worden vastgesteld, dat tien percent

van de patiënten syphilis gehad had; dit beteekent waarschijnlijk

een werkelijke verhouding van ongeveer vijftien percent, een hoog,

hoewel niet een buitengewoon hoog aantal. Toch is het duidelijk, dat

zelfs als het aantal werkelijk lager is dan dit, het nationale verlies

in leven en gezondheid, in gebrekkig nageslacht en rasontaarding

enorm en feitelijk onberekenbaar moet zijn. Zelfs in geld kan men

het budget van venerische ziekten vergelijken met het algemeene

budget van een groote natie. Stritch berekent, dat de onkosten voor

de Engelsche natie aan venerische ziekten in het leger, de marine en

de administratie alleen, jaarlijks 3.000.000 pond sterling bedragen,

en als men pensioenen en ziekteverloven mederekent, die indirect

door deze ziekten veroorzaakt worden, hoewel zij als zoodanig niet

voorkomen op de officieele lijsten, dan wordt de juiste schatting van

de onkosten voor de natie gezegd te zijn 7.000.000 pond sterling. Het

nemen van eenvoudige, hygiënische maatregelen voor het voorkomen en

het spoedig genezen van venerische ziekten zal niet alleen indirect,

maar zelfs direct een bron zijn van enorme welvaart voor het land.

Syphilis is degene onder de venerische ziekten, die het duidelijkst

en het meest in het oog springend, schrik aanjaagt. Toch komt ze

minder voor en is in sommige opzichten minder arglistig dan de andere

venerische ziekte gonorrhoe [227]. Er was een tijd, toen de ernstige

aard van gonorrhoe, vooral bij vrouwen, weinig erkend werd. Mannen

namen ze aan met een luchtig hart als een voorval van geringe

beteekenis; vrouwen namen er geen notitie van. Dit niet inzien van den

ernst van de gonorrhoe, soms zelfs van de zijde van medici--zoodat ze

gewoonlijk, in Grandin's woorden, beschouwd werd alsof ze van weinig

meer beteekenis was dan een neusverkoudheid--heeft geleid tot een

reactie van de zijde van sommigen naar een tegenovergesteld uiterste,

en de gevaren van de gonorrhoe zijn zeer overdreven. Dit is vooral

het geval met betrekking tot de steriliteit. De ontstekingsgevolgen

van gonorrhoe zijn ongetwijfeld een machtige oorzaak van steriliteit

bij beide seksen; sommige autoriteiten hebben geconstateerd, dat niet

alleen tachtig percent van de sterfgevallen door ontstekingsziekten

van de organen in het bekken, en de meerderheid van de gevallen van

chronische invaliditeit bij vrouwen, maar tevens negentig percent

der niet gewilde onvruchtbare huwelijken, het gevolg zijn van

gonorrhoe. Neisser, een groote autoriteit, schrijft aan deze ziekte

ongetwijfeld vijftig percent van zulke huwelijken toe. Zelfs deze

taxatie is naar de ervaring van sommige medici te hoog. Het is ten

volle bewezen, dat de groote meerderheid der mannen, die gonorrhoe

gehad hebben, zelfs als zij niet trouwen vòor twee jaar nadat ze

geïnfecteerd werden, de kwaal niet overbrengen op hun vrouwen; en zelfs

van de vrouwen, die door haar mannen geïnfecteerd zijn, hebben meer

dan de helft kinderen. Dit is b.v. het resultaat van de onderzoekingen

van Erb, en Kisch spreekt nog met meer nadruk in denzelfden zin. Bumm,

die gonorrhoe beschouwt als een van de twee voornaamste oorzaken der

steriliteit bij vrouwen, vindt echter dat ze niet de meest voorkomende

oorzaak is, en dat ze alleen maar verantwoordelijk is voor ongeveer

een derde van de gevallen; de andere twee derden zijn het gevolg van

fouten in de ontwikkeling van de genitaliën. Dunning in Amerika heeft

resultaten verkregen, die tamelijk wel overeenkomen met die van Bumm.

Wat een ander van de vreeselijke gevolgen der gonorrhoe betreft, de

ongeneeslijke blindheid, die zij door infectie van de oogen bij de

geboorte te voorschijn roept, daaraan heeft langen tijd geenerlei

twijfel bestaan. De Commissie van de Ophthalmological Society in

1884, heeft gerapporteerd, dat dertig tot een en veertig percent

van de bewoners van vier blindeninstituten hun blindheid aan deze

oorzaak te wijten hebben [228]. In Duitsche instituten heeft Reinhard

gevonden, dat dertig percent hun gezicht door dezelfde oorzaak verloren

hebben. Het totale aantal personen, die blind zijn door infectie met

gonorrhoe door hun moeders bij hun geboorte is enorm. De Engelsche

koninklijke commissie, ingesteld tot onderzoek naar den toestand

van blinden taxeerde, dat er ongeveer zeven duizend personen in het

Vereenigd Koninkrijk alleen waren (of twee en twintig percent van de

blinden in het land), die blind werden als gevolg van deze kwaal,

en Mookerji constateerde in zijn toespraak over ophthalmologie op

het Indische Medische Congres van 1894, dat in Bengalen alleen er zes

honderd duizend totaal blinde bedelaars waren, van wie veertig percent

het gezicht verloren bij hun geboorte door gonorrhoe van de moeder;

en dit heeft alleen betrekking op de bedelaarsklasse.

Hoewel gonorrhoe vele en verschillende ellenden [229] te voorschijn

kan roepen, kan er geen twijfel aan zijn, dat de meerderheid van

met gonorrhoe besmette personen aan de gevaren der ziekte ontsnapt,

zoowel wat henzelf als wat het aanbrengen van eenig zeer ernstig

nadeel aan anderen betreft. De speciale reden, waarom gonorrhoe

een zoo bijzonder ernstige geesel geworden is, is de buitengewone

veelvuldigheid, waarmee ze voorkomt. Het is uiterst moeilijk het aantal

van de mannen en vrouwen, die gonorrhoe gehad hebben, te taxeeren,

en de taxaties varieeren binnen ruime grenzen. Dikwijls wordt het

te hoog gesteld. Erb, uit Heidelberg, die alle overdrijving over het

veelvuldig voorkomen van de gonorrhoe wenschte te voorkomen, ging in

zijn eigen praktijk de geschiedenissen na van twee duizend twee honderd

patienten (alle gasthuispatienten niet medegerekend) en vond, dat

het aantal van hen, die aan gonorrhoe geleden hadden 48.5 percent was.

Onder den werkmansstand komt de ziekte veel minder voor dan onder

menschen van hoogeren stand. In een ziekenkas in Berlijn hadden

jaarlijks 412 van de 10.000 mannen en 69 van de 10.000 vrouwen

gonorrhoe; gedurende een serie jaren vertoonde de statistiek een

voortdurende toename in het aantal mannen, en een afname in het aantal

vrouwen met venerische ziekten; dit schijnt er op te wijzen, dat de

werkmansklassen meer omgang beginnen te hebben met prostituées en

minder met fatsoenlijke meisjes [230]. In Amerika heeft Wood Ruggles

(evenals Noggerath al vroeger, voor New York), de veelvuldigheid

van gonorrhoe onder volwassen mannen geschat op 75 tot 80 percent;

Tenney stelt ze veel lager, 20 percent voor mannen en 5 percent voor

vrouwen. In Engeland heeft een schrijver in de Lancet, eenige jaren

geleden [231], bevonden, dat 75 percent der volwassen mannen, die

hij onderzocht, eens gonorrhoe gehad hebben, 40 percent tweemaal,

15 percent drie of meerdere malen. Volgens Dulberg komen 15 percent

nieuwe gevallen voor bij getrouwde mannen van goeden maatschappelijken

stand, terwijl de ziekte betrekkelijk zeldzaam is onder getrouwde

mannen van de werkende klasse in Engeland.

Gonorrhoe komt dus, wat het veel voorkomen aangaat, alleen nà mazelen

en naar den ernst van de gevolgen ervan, alleen na tuberculose. "En

toch", zooals Grandin opmerkt, als hij gonorrhoe met tuberculose

vergelijkt, "zie eens den energieken kruistocht, die tegen de laatste

is ondernomen en de misdadige apathie, die ten toon gespreid wordt

als het de eerste betreft" [232]. Het publiek moet leeren begrijpen,

merkt een ander schrijver op, dat "gonorrhoe een pest is, die zijn

hoogste belangen en zijn heiligste verhoudingen raakt, evenzeer als

pokken, cholera, diphterie en tuberculose" [233].

Men kan evenwel niet zeggen, dat er geen pogingen gedaan zijn

den stroom van venerische ziekten te keeren. Zulke pogingen zijn,

integendeel, al eeuwen lang gedaan. Maar zij hebben nooit resultaten

gehad [234]; zij zijn nooit gewijzigd naar veranderde omstandigheden;

nu nog zijn zij wanhopig onwetenschappelijk en niet in overeenstemming

met de maatschappelijke, evenmin als met de individueele eischen

van moderne volken. Op de verschillende conferenties, die in de

laatste jaren over deze kwestie gehouden zijn, is de eenige algemeene

conclusie, die er het resultaat van is, dat al de bestaande systemen

van tusschenbeide komen of van niet-tusschenbeide komen onvoldoende

zijn [235].

De aard van de prostitutie is veranderd en de wijzen van ze te

behandelen moeten daarmee veranderen. Bordeelen, en de systemen

van officieele reglementeering, die speciaal voor deze bordeelen

ontstonden, zijn evenzeer uit den tijd; zij hebben een middeleeuwsche

tint over zich, ze ademen een geest van antiekheid, die ze in onzen

tijd onaantrekkelijk en verdacht maken. Het openlijk als zoodanig

erkende bordeel komt in discrediet; het absoluut onder politie-contrôle

staande publieke meisje bestaat haast niet meer. De prostitutie

begint zich langzamerhand minder te concentreeren, zich nauwer met

het maatschappelijk leven over het algemeen te vermengen, minder

gemakkelijk onderscheiden te worden als een bepaald, afzonderlijk deel

van de maatschappij. Wij kunnen er tegenwoordig alleen maar invloed

op uitoefenen door methoden, die op onze maatschappelijke toestanden

als geheel werken.

De tegenzin tegen de reglementeering van de prostitutie

groeit nog maar langzaam aan, maar hij ontwikkelt zich toch

overal en kan evenzeer nagespoord worden in de opinie der

wetenschappelijke mannen als in die van het volk. In Frankrijk

hebben de gemeentebesturen van sommige van de grootste steden òf

het systeem der reglementeering geheel afgeschaft, òf ze hebben hun

afkeuring er over geuit, terwijl een onderzoek bij vele honderde

medici aangetoond heeft, dat minder dan een derde er vóor waren

de reglementeering te handhaven (Die Neue Generation, Juni 1909,

p. 244). In Duitschland, waar in sommige opzichten meer geduldige

verdraagzaamheid is voor hen, die inbreuk maken op de vrijheid van

het individu dan in Frankrijk, Engeland of Amerika, worden nog

steeds verschillende uitgebreide systemen voor het organiseeren

van de prostitutie en den strijd tegenover de venerische ziekte,

in stand gehouden, maar zij kunnen niet geheel in praktijk

gebracht worden, en er wordt algemeen toegegeven, dat zij in

ieder geval het beoogde doel niet kunnen bereiken. Zoo worden in

Saksen geen bordeelen officieel geduld, hoewel zij natuurlijk

toch bestaan. Hier zijn, evenals in vele andere deelen van

Duitschland, de meest nauwkeurige en uitgebreide reglementen

opgesteld voor het gedrag der prostituées. Zoo mogen zij in

Leipzig niet op de banken zitten op de publieke wandelplaatsen,

niet naar schilderijenmuseums gaan, of naar comedies, concerten of

restaurants, niet uit haar ramen kijken, niet rondkijken op straat,

niet glimlachen of wenken, enz. enz. Inderdaad, de prostituée,

die de heldhaftige zelfbeheersching bezit om al deze bevelen uit te

voeren, die officieel uitgevaardigd zijn om haar voor te lichten,

zou wel recht hebben op een levenslang pensioen van staatswege.

Twee methoden om de prostitutie te behandelen komen in Duitschland

het meest voor. In sommige steden worden publieke huizen der

prostitutie geduld (hoewel ze geen concessie hebben); in andere

steden is prostitutie "vrij", hoewel "geheim". Hamburg is de

voornaamste stad waar huizen der prostitutie geduld worden

in afzonderlijke deelen der stad. Maar er is geconstateerd,

dat "overal verreweg het grootste deel der prostituées tot de

zoogenaamde "geheime klasse" behoort". Alleen in Hamburg worden

verdachte mannen, als ze beschuldigd worden vrouwen geïnfecteerd

te hebben, officieel onderzocht; mannen van iedere klasse der

maatschappij moeten een oproep van deze soort gehoorzamen, die

in het geheim uitgevaardigd wordt en als ze ziek zijn, zijn zij

verplicht zich onder behandeling te stellen, zoo noodig onder

dwangbehandeling in het stedelijk ziekenhuis, totdat ze niet

langer gevaarlijk zijn voor de gemeenschap.

In Duitschland wordt een vrouw, als men herhaaldelijk waargenomen

heeft, dat ze op straat verdacht handelt, eerst rustig

gewaarschuwd; als de waarschuwing in den wind geslagen wordt,

wordt haar gevraagd aan de politie haar naam en haar adres op

te geven en dan wordt zij ondervraagd. Eerst als deze methoden

zonder resultaat blijven, wordt zij officieel als prostituée

ingeschreven. De ingeschreven vrouwen dragen, in sommige steden

ten minste, bij aan een ziekenfonds, dat haar onkosten betaalt

als ze in het ziekenhuis zijn. De aarzeling van de politie om een

vrouw op de officieele lijst in te schrijven is gerechtvaardigd en

onvermijdelijk, want geen andere gedragslijn zou geduld worden;

maar de meeste prostituées beginnen haar loopbaan zeer vroeg,

en daar ze gewoonlijk in het eerste begin van die loopbaan

geïnfecteerd worden, is het duidelijk, dat dit uitstel er toe

bijdraagt het systeem der reglementeering zonder succes te doen

zijn. In Berlijn, waar geen officieel erkende bordeelen zijn,

zijn ongeveer zes duizend ingeschreven prostituées, maar men heeft

getaxeerd, dat er meer dan zestig duizend prostituées zijn, die

niet ingeschreven zijn. (De voorafgaande feiten zijn genomen uit

een serie artikelen, die de persoonlijke nasporingen beschrijven

die in Duitschland gedaan zijn door Dr. F. Bierhoff, uit New-York,

"Police Methods for the Sanitary Control of Prostitution",

New York Medical Journal, August, 1907). De taxatie van de

clandestiene prostitutie kan natuurlijk nooit anders dan op

gissen berusten; precies hetzelfde getal van zestig duizend wordt

gewoonlijk genoemd als het waarschijnlijk aantal van prostituées,

niet alleen in Berlijn, maar ook in Londen en in New-York. Het is

absoluut onmogelijk te zeggen of het onder of boven het werkelijke

aantal is, want geheime prostitutie is geheel ontastbaar. Zelfs

als de feiten op wonderbaarlijke wijze geopenbaard werden, dan zou

nog de moeilijkheid blijven te beslissen wat prostitutie is en

wat niet. De erkende en publieke prostituée is in verschillende

graden verbonden aan de eene zijde met het fatsoenlijke meisje,

dat thuis woont en een kleine verlichting zoekt van den druk van

haar fatsoen, en aan den anderen kant aan de getrouwde vrouw, die

getrouwd is om een tehuis. In ieder geval echter is het volkomen

zeker, dat publieke prostituées, die geheel leven van de opbrengst

der prostitutie, maar een klein deel vormen van dat groote leger

van vrouwen, die in een ruimen zin van het woord gezegd kunnen

worden prostituées te zijn, d.i., die haar aantrekkelijkheden

gebruiken om van mannen te verkrijgen niet alleen liefde, maar

geld of goederen.

"De strijd tegen de syphilis is alleen mogelijk als wij het er over

eens zijn, dat de slachtoffers er van beschouwd moeten worden als

ongelukkig en niet als schuldig... Wij moeten het vooroordeel opgeven,

dat geleid heeft tot het ontstaan van den naam "schandelijke ziekten",

en dat verbiedt van dezen geesel van het gezin en der menschheid

te spreken". In deze woorden van Duclaux, de vermaarde opvolger van

Pasteur aan het Instituut Pasteur, in zijn edel en bewonderenswaardig

werk L'Hygiène Sociale zien wij ons den eenigen weg aangewezen, daar

ben ik van overtuigd, waarlangs we de rationeele en met goed gevolg

bekroonde behandeling kunnen naderen van het groote maatschappelijke

probleem der venerische ziekten.

Het hooge belang van dezen sleutel tot de oplossing van een

probleem, dat dikwijls onoplosbaar geschenen heeft, begint

tegenwoordig overal erkend te worden, in alle landen. Zoo zegt

een beroemd Duitsch autoriteit, Professor Finger (Geschlecht und

Gesellschaft, Bd. 1, Heft 5), dat venerische ziekte niet moet

beschouwd worden als een wel-verdiende straf voor een liederlijk

leven, maar als een ongelukkig toeval. Het schijnt echter in

Frankrijk geweest te zijn, dat deze waarheid met den meesten

moed en de meeste humaniteit verkondigd is en niet alleen door de

volgelingen van de wetenschap en de geneeskunde, maar door velen,

die zeer wel een verontschuldiging hadden kunnen vinden, waardoor

ze zich niet zouden behoeven te mengen in een zoo moeilijke

en ondankbare taak. Zoo hebben de broeders, Paul en Victor

Margueritte, die een schitterende en eervolle plaats innemen in

de tegenwoordige Fransche letterkunde, zich onderscheiden door

te pleiten voor een meer humane houding jegens de prostituées,

en voor een meer moderne methode bij het behandelen van de kwestie

der venerische ziekten. "De ware methode tot voorbehoeding is die

methode, die het duidelijk maakt aan allen, dat syphilis niet is

een geheimzinnig en vreeselijk iets, de straf voor de zonde van

het vleesch, een soort van schandelijk kwaad, dat gebrandmerkt

is door den vloek der Katholieken, maar een gewone ziekte,

die behandeld kan worden en genezen". We kunnen opmerken, dat de

tegenzin om te erkennen dat men lijdende is aan venerische ziekte,

in Frankrijk minstens even groot is als in eenig ander land;

"maladies honteuses" is een gesanctionneerde term in Frankrijk,

evenals "loathsome disease" in Engeland; "in het ziekenhuis",

zegt Landret, "kost het veel moeite een erkenning te verkrijgen

van gonorrhoe, en we mogen ons gelukkig rekenen als de patient

het feit erkent, dat hij syphilis gehad heeft".

Geen verkeerdheden kunnen bestreden worden, voordat zij erkend zijn,

eenvoudig en openlijk, en voordat ze eerlijk besproken zijn. Het

is een veelbeteekenend en zelfs symbolisch feit, dat de bacteriën

van een ziekte zelden tieren als zij blootgesteld zijn aan de

vrije stroomen van frissche lucht. Geheimzinnigheid, vermomming,

verborgenheid leveren de beste voorwaarden voor hun kracht en

verspreiding, en deze begunstigende voorwaarden hebben wij eeuwen

lang aan de venerische ziekten verschaft. Het is niet altijd zoo

geweest, zooals ook het overleven van het woord "venerisch" zelf in

dit verband, met zijn verwijzing naar een godin, alleen al voldoende

aantoont. Zelfs de naam "syphilis", genomen uit een romantisch gedicht,

waarin Fracastorus een mythologischen oorsprong vond voor de kwaal,

legt getuigenis af van hetzelfde feit. De romantische houding is

inderdaad evenzeer uit de mode als de houding van huichelachtige en

bedeesde geheimzinnigheid. We moeten deze ziekten onder de oogen zien

op dezelfde eenvoudige, directe en moedige wijze als reeds met goed

gevolg gedaan is in het geval van pokken, een ziekte, die de menschen,

van ouds op gelijken voet stelden met syphilis, en die werkelijk eens

bijna even vreeselijk was in haar verwoestingen.

Op dit punt ontmoeten we echter hen, die zeggen, dat het niet noodig is

een soort van erkenning te toonen voor venerische ziekten, en die het

immoreel vinden iets te doen, dat toegevendheid in zich zou sluiten

voor hen> die aan zulke ziekten lijden; zij hebben gekregen wat zij

verdienen en men kan ze rustig laten omkomen. Zij, die dit standpunt

innemen, plaatsen zich zoo ver buiten het gebied der beschaving--om

nog te zwijgen van moraal of godsdienst--dat ze wel buiten beschouwing

kunnen gelaten worden. De vooruitgang van het ras, de ontwikkeling

der menschelijkheid, in feiten en in gevoelens, hebben samengewerkt

om een houding uit de wereld te helpen, waarvan het een beleediging

is voor natuurvolken, haar de houding van een wilde te noemen. Toch is

het een houding, waar we rekening mee moeten houden, want ze heeft nog

waarde in de oogen van de menschen, die te zwak zijn om weerstand te

bieden aan hen, die met mooie moreele phrasen goochelen. Ik heb zelfs

in een medische omgeving de bewering gehoord, dat venerische ziekten

niet gelijkgesteld kunnen worden met andere infectieziekten, omdat ze

"het resultaat van een handeling van den wil" zijn. Maar al de ziekten,

ja, al de voorvallen en ongelukken van lijdende menschelijke wezens,

zijn evenzeer het onwillekeurige gevolg van handelingen van den

wil. De man, die overreden wordt, terwijl hij de straat oversteekt,

de familie, die vergiftigd wordt door ongezond voedsel, de moeder, die

de kwaal krijgt van het kind, dat zij oppast, deze allen lijden als

onwillekeurig gevolg van de handeling van den wil tot het bevredigen

van een of ander fundamenteel menschelijk instinct--het instinct

van werkzaamheid, het voedingsinstinct, het liefde-instinct. Het

sekse-instinct is even fundamenteel als ieder ander van deze, en de

onwillekeurige nadeelen, die kunnen volgen op de wilsdaad om ze te

bevredigen staan op precies hetzelfde niveau. Dit is het essentieele

feit: een menschelijk wezen is gestruikeld en gevallen bij het volgen

van de menschelijke instincten, die hem aangeboren zijn. Ieder mensch,

die dit essentieele feit niet ziet, maar alleen den een of anderen

ondergeschikten kant ervan, geeft blijk van een geest, die verdraaid

en verwrongen is; hij kan geen aanspraak op onze belangstelling maken.

Maar zelfs als we het standpunt innemen van den would-be moralist,

en overeenkomen, dat ieder maar moet lijden voor wat hij zelf

verdiend heeft, dan is het nog lang geen feit, dat al degenen,

die venerische ziekten opdoen, in eenigerlei beteekenis krijgen,

wat ze verdienen. In een groot aantal gevallen hebben zij de ziekte

op de meest onwillekeurige wijze opgeloopen. Dit is natuurlijk

waar bij het groote aantal kinderen, die bij de conceptie of bij de

geboorte geïnfecteerd worden. Maar het is ook waar op een nauwelijks

minder absolute wijze bij een groot aantal personen, die op lateren

leeftijd geïnfecteerd zijn. Men kan Syphilis insontium, of syphilis

van de onschuldigen, in vijf groepen verdeelen: (1) het groote heir

van syphilitisch geboren kinderen, die de ziekte erven van vader of

moeder; (2) de voortdurend weer voorkomende gevallen van syphilis,

door dokters, vroedvrouwen en minnen in hun beroep opgedaan; (3)

infectie als resultaat van liefde, zooals bij het eenvoudige kussen;

(4) toevallige infectie door contact of door het gemeenschappelijk

gebruik van voorwerpen en werktuigen van het dagelijksch leven, zooals

koppen, handdoeken, scheermessen, messen (zooals bij de besnijdenis),

enz.; (5) de infectie van vrouwen door haar mannen [236].

Erfelijk aangeboren syphilis behoort tot de gewone pathologie van

de kwaal en is een hoofdelement in het maatschappelijk gevaar ervan,

daar ze verantwoordelijk is voor een enorme kindersterfte [237]. De

gevaren van extra-genitale infectie bij de beroepswerkzaamheden

van dokters, vroedvrouwen en minnen worden ook algemeen erkend. In

het geval van minnen, die geïnfecteerd worden door de syphilitische

kinderen van haar werkgevers aan haar borst, is de straf, die aan de

onschuldigen opgelegd wordt al bijzonder hard en misplaatst. Vooral

de invloed van geïnfecteerde vroedvrouwen uit de lagere klassen is

gevaarlijk, want zij kunnen in haar onwetendheid het kwaad ver om

zich heen verspreiden; zoo wordt het geval vermeld van een vroedvrouw,

wier vinger geïnfecteerd raakte bij het uitoefenen van haar plichten,

en die direct of indirect honderd personen infecteerde. Kussen is een

bijzonder gewone bron van syphilisinfectie, en van al de extra-genitale

streken is de mond de plaats, waar syphilisgezwellen verreweg het

meest voorkomen. Het is waar, dat in sommige gevallen, vooral bij

prostituées dit het gevolg is van abnormale sexueele aanrakingen. Maar

in de meeste gevallen is het het gevolg van gewone en lichte kussen,

zooals tusschen jonge kinderen, tusschen ouders en kinderen, tusschen

minnenden, vrienden en bekenden. Typische voorbeelden, die ik vermeld

vond, zijn die van een kind, dat door een prostituée gekust was,

dat geïnfecteerd raakte en daarna zijn moeder en zijn grootmoeder

infecteerde; van een jonge, Fransche bruid, die op haar trouwdag besmet

werd door een van de gasten, die haar, volgens Fransche gewoonte,

na de plechtigheid op de wang kuste; van een Amerikaansch meisje,

dat, van een bal terugkomende, bij het afscheid, den jongen man,

die haar naar huis gebracht had kuste, en die zoo de ziekte kreeg,

die zij niet lang daarna op dezelfde wijze overbracht op haar moeder en

haar drie zusters. Zij, die dit alles niet weten en die niet nadenken,

zijn geneigd te lachen over hen, die wijzen op de ernstige gevaren van

kussen in het wilde. Maar het blijft toch waar, dat menschen, die niet

intiem genoeg zijn om den staat van elkaar's gezondheid te kennen,

ook niet intiem genoeg zijn om elkaar te kussen. Infectie door het

gebruik van huishoudelijke artikelen, linnen, enz. is, terwijl het

betrekkelijk zeldzaam is onder de betere klassen der maatschappij,

uiterst gewoon onder de lagere klassen en onder de minder beschaafde

volken; in Rusland zijn, volgens Tarnowsky, de voornaamste autoriteit,

zeventig percent van alle gevallen van syphilis in de landelijke

districten, het gevolg van deze oorzaak en van gewoon kussen, en een

speciale conferentie in St. Petersburg in 1897, ter overweging van de

methoden om venerische ziekten te behandelen, sprak dezelfde opinie

uit; hetzelfde schijnt waar te zijn voor Bosnië en verschillende deelen

van het Balkan schiereiland, waar syphilis onder de boeren bevolking

zeer veel voorkomt. Wat de laatste groep aangaat, krijgen, volgens

Bulkley in Amerika, gewoonlijk ongeveer vijftig percent vrouwen

syphilis onschuldig, voornamelijk van haar echtgenooten, terwijl

Fournier zegt, dat in Frankrijk vijf en zeventig percent getrouwde

vrouwen met syphilis geïnfecteerd zijn door haar mannen, meestal

(zeventig percent) door echtgenooten, die zelf vóor het huwelijk

geïnfecteerd werden en meenden, dat ze genezen waren. Onder mannen is

het aantal met syphilis besmetten, die bij toeval geïnfecteerd zijn,

hoewel kleiner dan bij vrouwen, toch nog zeer groot; men zegt, dat

het minstens tien percent is, en misschien is het een veel grooter

aantal gevallen. De nauwgezette moralist, die verlangt, dat ieder

zal hebben wat hij verdient, moet toch nog dringender wenschen te

voorkomen, dat onschuldigen lijden inplaats van de schuldigen. Maar

het is absoluut onmogelijk voor hem deze twee doeleinden te vereenigen;

syphilis kan niet terzelfder tijd vereeuwigd worden voor de schuldigen

en afgeschaft voor de onschuldigen.

Ik heb alleen van syphilis gesproken, maar bijna alles, wat

gezegd is over de toevallige infectie met syphilis, geldt

evenzeer of nog meer voor gonorrhoe, want ofschoon gonorrhoe

niet door zooveel kanalen in het lichaam dringt als syphilis,

is het een meer voorkomende, zoowel als een listiger en meer zich

verbergende ziekte.

De literatuur over de Syphilis Insontium is buitengewoon

omvangrijk. Er is een bibliographie aan het einde van Syphilis

in the Innocent van Duncan Bulkley, en een uitgebreid résumé over

de kwestie in een Leipziger inaugurale dissertatie door F. Mozes,

Zur Kasuistik der Extragenitalen Syphilis-infektion, 1904.

Maar zelfs, als we ter zijde stellen het groote aantal venerisch

geïnfecteerde menschen, waarvan we in den engsten en meest

conventioneelen moreelen zin kunnen zeggen, dat ze "onschuldige"

slachtoffers zijn van de ziekte, die ze opgeloopen hebben, dan blijft

er nog veel over deze kwestie te zeggen. Men moet zich herinneren, dat

de meerderheid van hen, die venerische ziekten opdoen door onwettigen,

sexueelen omgang, jong zijn. Zij zijn jongelingen, onwetend aangaande

het leven, eerst pas van huis gekomen, nog onontwikkeld, onvolledig

opgevoed en gemakkelijk door vrouwen te bedriegen; in vele gevallen

hebben zij, naar zij meenden, een "aardig" meisje ontmoet, wèl niet

strikt deugdzaam, maar, naar hun toescheen, boven iedere verdenking

van ziekte verheven, hoewel zij in werkelijkheid een clandestiene

prostituée was. Of zij zijn jonge meisjes, die wèl opgehouden hebben

volkomen kuisch te zijn, maar die niet al haar onschuld verloren

hebben, en die zichzelf niet beschouwen, en ook door anderen niet

beschouwd worden, als prostituées; dat is inderdaad een van de rotsen,

waarop het systeem der politie-contrôle zich te pletter loopt, want de

politie kan de prostituées niet vroeg genoeg te pakken krijgen. Van

de vrouwen, die syphilitisch zijn, zijn, volgens Fournier twintig

percent geïnfecteerd vóór zij negentien jaar oud waren. De leeftijd,

waarop infectie het meest voorkomt, is voor vrouwen twintig jaar (in

de landelijke districten achttien), en voor mannen drie en twintig

jaar. In Duitschland vindt Erb, dat vijf en tachtig percent mannen met

gonorrhoe de ziekte opgedaan hebben tusschen den leeftijd van zestien

en vijf en twintig, terwijl een zeer klein aantal geïnfecteerd wordt

na de dertig. Deze jonge wezens geraakten voor het meerendeel in een

val, die de Natuur met haar verleidelijkste lokaas voorzien had; zij

waren gewoonlijk onwetend; niet zelden werden zij bedrogen door een

aantrekkelijke persoonlijkheid; dikwijls waren zij door hartstocht

overweldigd; meermalen was alle voorzichtigheid en ingetogenheid

verloren geraakt in den roes van den wijn. Uit een waarlijk moreel

standpunt waren zij ternauwernood minder onschuldig dan kinderen.

"Ik vraag", zegt Duclaux, "als een jonge man of een jong meisje

zich overgeeft aan gevaarlijke liefkoozingen, of de maatschappij

dan genoeg gedaan heeft om ze te waarschuwen. Misschien zijn

haar bedoelingen goed geweest, maar toen precies weten noodig

werd, heeft een dwaze voorzichtigheid haar terug gehouden, en

ze heeft haar kinderen zonder reisgeld gelaten.... Ik wil zelfs

verder gaan, en zeggen, dat in een groot aantal gevallen de

echtgenooten, die hun vrouwen besmetten, onschuldig zijn. Geen

mensch is verantwoordelijk voor het kwaad, dat hij doet zonder

het te weten en zonder het te willen". Ik mag wel weer in de

herinnering brengen het veelbeteekenend feit, waar reeds op gewezen

is, dat de meeste echtgenooten, die hun vrouwen infecteeren,

de ziekte opdeden vóór het huwelijk. Zij traden het huwelijk in,

meenende, dat hun ziekte genezen was, en dat zij met hun verleden

gebroken hadden. Dokters hadden soms (en kwakzalvers dikwijls)

tot dit resultaat bijgedragen door een te sanguinisch taxeeren

van den tijd, noodig om het vergif te vernietigen. Een zoo

groot autoriteit als Fournier meende vroeger, dat de met syphilis

besmette persoon veilig verlof kon gegeven worden tot trouwen drie

of vier jaar na den datum van infectie, maar nu, met vermeerderde

ondervinding strekt hij den tijd uit tot vier of vijf jaar. Het

is ongetwijfeld waar, dat, vooral als de behandeling grondig

en stipt geweest is, de ziek geworden constitutie in de meeste

gevallen in een korter tijd dan deze onder volkomen contrôle kan

gebracht worden, maar er is altijd een zeker aantal gevallen,

waarin de infecteerende krachten nog jaren lang blijven bestaan,

en zelfs als de syphilitische echtgenoot niet meer in staat is

zijn vrouw te infecteeren, dan kan hij nog in een toestand zijn,

die een ongelukkigen invloed oefent op zijn nageslacht.

In bijna al deze gevallen bestond er min of meer onwetendheid--wat

maar een ander woord is voor onschuld, naar wat wij gewoonlijk onder

onschuld verstaan--en als dan eindelijk, na de gebeurtenis, de feiten

eenigszins openlijk aan het slachtoffer worden uitgelegd, dan roept

hij dikwijls uit: "Dat heeft niemand mij verteld!" Het is dit feit,

dat den pseudo-moralist veroordeelt. Als hij er voor gezorgd had,

dat moeders de sexueele feiten aan haar kleine jongens en meisjes

uitlegden van hun jeugd af aan, als hij (zooals Dr. Joseph Price met

nadruk verlangt) de gevaren der venerische ziekten op de Zondagsschool

onderwezen had, als hij openlijk van den kansel gepreekt had over de

verhoudingen van de seksen, als hij er voor gezorgd had, dat iedere

jongeling bij het begin van de puberteit eenige eenvoudige technische

kennis van den huisdokter kreeg over sexueele gezondheid en sexueele

ziekte--dan zou, al zou er nog behoefte zijn aan medelijden voor hen,

die afgedwaald zijn van een pad, dat altijd moeilijk te begaan zal

zijn, de vermeende moralist in ieder geval eeniger mate zonder schuld

uitgaan. Maar hij heeft zelden ook maar een vinger uitgestoken om

iets van deze dingen te doen.

Zelfs zij, die misschien niet een houding van persoonlijke moreele

onverdraagzaamheid jegens de slachtoffers van venerische ziekten

zullen willen laten varen, doen goed zich te herinneren, dat,

daar de openlijke uiting van hun onverdraagzaamheid kwaad sticht,

en op zijn best nutteloos is, het voor hen noodig is in het belang

van de maatschappij zich te onthouden van het uitspreken van hun

meening. Zij zouden niet minder vrij zijn hun eigen persoonlijk gedrag

in de striktste overeenstemming te brengen met hun superieure moreele

gestrengheid; en dat is voor hen tenslotte de hoofdzaak. Maar in het

belang van de maatschappij is het voor hen noodig datgene aan te nemen,

wat zij misschien beschouwen zullen als de conventie van een zuiver

hygiënische houding jegens deze ziekten. De dwalenden worden door een

houding van moreele afkeuring onvermijdelijk zóó afgeschrikt, dat zij

tot methoden van verbergen komen, en deze veroorzaken een eindelooze

keten van maatschappelijke nadeelen, die alleen door openlijkheid

uit den weg geruimd kunnen worden. Zooals Duclaux met zooveel ernst

gezegd heeft: het is onmogelijk met succes tegen de venerische ziekten

te strijden, als we er niet toe overgaan onze vooroordeelen, of zelfs

onze moraal en onzen godsdienst buiten beschouwing te laten, maar ze

zuiver en eenvoudig te behandelen als een gezondheidskwestie. En als

de pseudo-moralist nog moeite heeft mede te werken tot het genezen

van dit maatschappelijk kwaad, dan mag hij wel bedenken, dat hij

zelf--evenals wij allen, hoe weinig wij het ook weten--in de laatste

vier eeuwen zeker een groot aantal met syphilis en gonorrhoe besmette

voorouders gehad heeft. Wij zijn allen te zamen verbonden, en het is

dwaas, zoo niet onmenschelijk, ons eigen vleesch en bloed te verachten.

Ik heb de houding van hen, die de moraal opgeven als een reden

om geen notitie te nemen van de maatschappelijke noodzakelijkheid

van het bestrijden der venerische ziekten, nogal in bijzonderheden

besproken, omdat, al mogen er weinigen zijn, die ernstig en bewust

zoo'n tegen-maatschappelijke en onmenschlievende houding aannemen,

er zeker velen zijn, die blij zijn, dat er zoo'n mooi excuus bestaat

voor hun moreele onverschilligheid of hun geestelijke traagheid

[238]. Als zij in aanraking komen met dit groote en moeilijke

probleem, dan vinden zij het gemakkelijk het geneesmiddel te geven

der conventioneele moraal, hoewel zij er wel van overtuigd zijn,

dat dit geneesmiddel al lang op groote schaal zonder resultaat is

gebleken. Zij geven er met veel drukte de voorkeur aan het nuttelooze

dikke eind van de wig aan te wenden op een punt, waar alleen met veel

handigheid en voorzichtigheid het dunne einde kan ingebracht worden.

Het algemeen aannemen van het feit, dat syphilis en gonorrhoe ziekten

zijn en niet noodzakelijk misdaden of zonden, is de voorwaarde voor

iedere praktische poging deze kwestie te behandelen als een kwestie

van gezondheid in plaats van politie-toezicht. De Scandinavische

landen van Europa zijn de pioniers geweest in praktische moderne

hygiënische methoden van behandelen van de venerische ziekten. Er

zijn verschillende redenen, waarom dit gebeurd is. Al de sexueele

problemen--de sexueele liefde zoowel als de sexueele ziekten--hebben

in deze landen lang op den voorgrond gestaan, en een afwijzen van

preutsche huichelarij schijnt hier duidelijker uitgesproken te zijn

geweest dan ergens anders; wij zien dezen geest, bij voorbeeld,

krachtig belichaamd in de tooneelstukken van Ibsen, en tot zekere

hoogte in de werken van Björnson. Het moedige en energieke temperament

van het volk dwingt hen tot praktisch ingrijpen in sexueele

moeilijkheden, terwijl hun sterke onafhankelijkheidsinstincten

hen afkeerig maken van de bureaucratische politie-methoden, die in

Frankrijk en Duitschland gebloeid hebben. Zoo zijn de Scandinaviërs

de natuurlijke pioniers geweest van de methoden ter bestrijding der

venerische ziekten, waarvan men nu algemeen begint te erkennen dat zij

de methoden zijn van de toekomst, en zij hebben het eerst ten volle,

het systeem georganiseerd, dat venerische ziekten plaatst onder de

gewone wet en ze behandelt als andere besmettelijke ziekten.

De eerste schrede bij het behandelen van een venerische ziekte

is er de erkende beginselen van aangifte op toe te passen. Iedere

nieuwe toepassing van het principe stuit evenwel op tegenstand. Het

is zonder resultaat, het is een onverantwoordelijke inquisitie in

de zaken van het individu, het is een nieuwe belasting op den druk

bezetten praktiseerenden medicus, enz. Zeker zal aangifte op zich zelf

niet den voortgang van eenige besmettelijke ziekte tegengaan. Maar

ze is een essentieel element in iedere poging om het voorkomen van

de ziekte te bevorderen. Tenzij wij de juiste bijomstandigheden,

locale variaties, en tijdelijke zwenkingen van een ziekte precies

kennen, zijn wij geheel in het duister en kunnen we alleen maar in

het wilde om ons heen slaan. Alle vooruitgang in algemeene hygiëne

is vergezeld geweest door de vermeerderde aangifte van ziekte, en

de meeste autoriteiten zijn het er over eens, dat die aangifte nog

verder uitgestrekt moet worden, terwijl iedere kleine ongeriefelijkheid

die hierdoor aan individuen veroorzaakt wordt van gering belang is,

vergeleken bij de groote publieke belangen, die op het spel staan. Het

is waar, dat een zoo groote autoriteit als Neisser twijfel uitgesproken

heeft over den invloed van de aangifte bij gonorrhoe; de diagnose kan

niet onfeilbaar zijn en de patienten geven dikwijls valsche namen

op. Deze bezwaren zijn echter klein; een diagnose kan maar heel

zelden onfeilbaar zijn (hoewel op dit gebied niemand zooveel gedaan

heeft voor juiste diagnosen als Neisser zelf), en namen zijn niet

noodig voor de aangifte, en worden ook niet vereischt in den vorm

van gedwongen aangifte, die eenige jaren geleden in Noorwegen bestond.

Het principe der gedwongen aangifte van venerische ziekten schijnt

het eerst ingesteld te zijn in Pruisen, waar het dateert van 1835. Het

systeem is echter niet geheel doorgevoerd, daar het niet verplichtend

is in alle gevallen, maar alleen als naar de opinie van den dokter

geheimhouding schadelijk zou kunnen zijn voor den patient of voor de

gemeenschap; ze is alleen verplicht als de patient soldaat is. Deze

methode van aangifte staat inderdaad op een verkeerde basis, ze is

niet een deel van een uitgebreid gezondheidssysteem, maar alleen een

hulpmiddel voor politiemethoden om prostitutie te behandelen. Volgens

het Scandinavische systeem berust aangifte, hoewel ze niet een

essentieel deel van dit systeem is, op een totaal verschillende basis.

Het Scandinavische stelsel is in een gewijzigden vorm onlangs in

Denemarken ingevoerd. Dit kleine land, dat zoo dicht bij Duitschland

ligt, volgde eenigen tijd lang in deze zaak het voorbeeld van zijn

grooten nabuur en nam de politieregeling van de prostitutie en

der venerische ziekten aan. De andere verhoudingen van het dieper

in Scandinavië liggende Denemarken deden zich echter gelden, en in

1906 werd het systeem van contrôle afgeschaft en besloot Denemarken

zich geheel op de systematische doorvoering van het reeds aangenomen

gezondheidsprincipe te verlaten, hoewel er nog iets van den Duitschen

invloed bestaat in de strikte reglementeering van de straten, en de

straffen opgelegd aan de bordeelhouders, terwijl ze de prostitutie

zelf vrij laat. Het essentieele punt van het tegenwoordige systeem

is echter, dat de gezondheidsautoriteiten nu uitsluitend medici

zijn. Iedereen, wat zijn maatschappelijke of finantieele positie

ook is, heeft recht op vrije behandeling van venerische ziekten. Of

hij daar gebruik van maakt of niet, hij is in ieder geval verplicht

zich te laten behandelen. Ieder ziek persoon is dus, voor zoover dat

bereikt kan worden, onder dokter's handen. Alle dokters hebben over

zulke gevallen hun instructies; zij moeten niet alleen hun patiënten

meedeelen, dat zij niet trouwen kunnen zoolang er nog gevaren voor

infectie geacht worden te bestaan, maar ook, dat zij verantwoordelijk

zijn voor de onkosten van de behandeling, zoowel als voor de gevaren,

die geleden worden door personen, die ze misschien infecteeren. Hoewel

het niet mogelijk geweest is het systeem in alle opzichten geheel

werkzaam te doen zijn, wordt het algemeene succes ervan aangetoond

door het groote vertrouwen, dat er nu in gesteld wordt, en het

afschaffen van de politiecontrôle op de prostitutie. Een systeem,

dat veel geleek op dat van Denemarken, werd eenige jaren geleden in

Noorwegen ingesteld. Het principe van de behandeling van venerische

ziekten op algemeene kosten bestaat ook in Zweden zoowel als in

Finland, waar behandeling verplicht is [239].

Het kan nauwelijks gezegd worden, dat het principe van aangifte

tot dusverre op groote schaal op venerische ziekten behoorlijk is

toegepast. Maar het wordt voortdurend in ruimer kring voorgestaan,

meer speciaal in Engeland en de Vereenigde Staten [240], waar het

nationale temperament en de politieke tradities het systeem van

politiecontrôle op de prostitutie onmogelijk maken--zelfs als het

meer effect had dan het in de praktijk heeft--en waar het systeem

van de behandeling der venerische ziekten op de basis van algemeene

gezondheid erkend moet worden niet alleen als het beste, maar ook

als het eenig mogelijke systeem [241].

In verband hiermee is het noodig, zooals ook steeds in ruimer kring

erkend wordt, dat er de grootste faciliteiten moeten bestaan voor de

kostelooze behandeling van venerische ziekten; vooral het algemeen

oprichten van vrije, 's avonds geopende poliklinieken is noodig, want

velen kunnen alleen op dezen tijd hulp en raad zoeken. In ruime mate

wordt aan het systematisch invoeren van faciliteiten voor kostelooze

behandeling de enorme vermindering van venerische ziekten in Zweden,

Noorwegen en Bosnië toegeschreven. Het zijn de afwezigheid van deze

faciliteiten voor behandeling en het stilzwijgend erkende gevoel,

dat de slachtoffers van venerische ziekten geen lijders zijn, maar

alleen misdadigers, die geen recht hebben op verzorging, die in het

verleden zoo ongelukkig gewerkt hebben; deze twee invloeden zijn

mede oorzaak van het verspreiden van ziekten, die te voorkomen waren

geweest, of onder contrôle gebracht hadden kunnen worden.

Als wij afstand doen van de voorvaderlijke methoden van

politieregeling, als wij ons verlaten op de algemeene principes van

medische hygiëne, en als we voor de rest de verantwoordelijkheid voor

zijn eigen goede of slechte daden aan het individu zelf overlaten,

dan is er nog een verdere schrede te doen, die in principe reeds

ten volle erkend is. Wij moeten ieder mensch verantwoordelijk

stellen voor de venerische ziekten, die hij overbrengt. Zoolang wij

weigeren de venerische ziekten te erkennen op hetzelfde niveau als

andere besmettelijke ziekten, en zoolang wij geen volle en gunstige

faciliteiten bieden voor de behandeling ervan, is het onrechtvaardig

het individu verantwoordelijk te stellen voor het verspreiden der

ziekten. Maar als wij het gevaar van venerische ziekten openlijk

erkennen, en als we aan het individu vrijheid laten, dan moeten we

onvermijdelijk met Duclaux zeggen, dat iedere man of iedere vrouw

verantwoordelijk moet gesteld worden voor de ziekten, die hij of

zij verspreidt.

Volgens het Oldenburger strafwetboek van 1814 was het een strafbare

overtreding voor een venerisch ziek persoon om sexueelen omgang te

hebben met een gezond persoon, hetzij infectie het gevolg was of

niet. In Duitschland is tegenwoordig echter geen wet van deze soort,

hoewel eminente Duitsche wets-autoriteiten, vooral von Liszt, meenen,

dat een paragraaf aan het wetboek toegevoegd moest worden die zou

moeten bepalen, dat sexueele omgang van de zijde van een persoon,

die weet dat hij ziek is, gestraft moest worden met gevangenisstraf

van niet meer dan twee jaar; deze wet niet toe te passen op getrouwde

paren, tenzij op aanvrage van een van de partijen. Tegenwoordig is

in Duitschland het overbrengen van venerische ziekten alleen maar

strafbaar als een bijzonder geval van het toebrengen van lichamelijk

letsel [242]. In deze zaak is Duitschland achter bij de meeste

Scandinavische landen, waar persoonlijke verantwoordelijkheid voor

venerische ziekten wel erkend en in de praktijk doorgevoerd wordt.

In Frankrijk worden, hoewel de wet niet streng en bevredigend is,

aanklachten voor het overbrengen van syphilis met succes voor den

rechter gebracht. Men is er hier beslist meer vóor dit vergrijp

te straffen dan in Duitschland. In 1883 besprak Després de zaak en

overwoog de bezwaren. Weinigen zullen misschien van de wet profiteeren,

merkt hij op, maar allen zouden voorzichtiger worden door de vrees haar

te overtreden; terwijl de moeilijkheden voor het nasporen en bewijzen

van de infectie niet grooter zijn, zooals hij zegt, dan die van het

nasporen en bewijzen van het vaderschap in het geval van onwettige

kinderen. Després wenschte met gevangenisstraf van niet meer dan

twee jaar, iedere persoon te straffen, die, terwijl hij wist dat hij

ziek was, een venerische ziekte overbracht en hij wilde hen, die de

besmetting overbrachten door onvoorzichtigheid, terwijl ze niet wisten,

dat ze ziek waren, alleen beboeten [243]. De kwestie is niet lang

geleden besproken door Aurientis in een thèse de Paris. Hij zegt, dat

de tegenwoordige Fransche wet op het overbrengen van geslachtsziekten

aanleiding geeft tot twijfelen en moeilijk toe te passen is, maar

het is zeker rechtvaardig, dat zij, die besmet zijn geworden en op

deze wijze nadeel hebben ondervonden, gemakkelijk schadevergoeding

zullen kunnen krijgen. Hoewel het in principe toegegeven wordt, dat

het overbrengen van syphilis bij de gewone wet, een overtreding is,

is hij het eens met hen, die het als een speciale overtreding zouden

willen behandelen, en er een nieuwe en meer praktische wet voor

zouden willen maken [244]. Groote schadevergoedingen worden ook

in den tegenwoordigen tijd aan de Fransche rechtbanken verkregen

van mannen, die jonge vrouwen bij sexueelen omgang geïnfecteerd

hebben, en ook van de dokters en de moeders van met syphilis besmette

kinderen, die de minnen geïnfecteerd hebben, aan wie ze toevertrouwd

waren. Hoewel de Fransche strafwet in het algemeen het openbaar

maken van beroepsgeheimen verbiedt, is het toch de plicht van den

behandelenden medicus de min in zulk een geval te waarschuwen tegen

het gevaar, dat zij loopt, maar zonder de ziekte te noemen; als hij

deze waarschuwing nalaat, kan hij verantwoordelijk gesteld worden.

In Engeland, zoowel als in de Vereenigde Staten, is de wet meer

onbevredigend en meer ontoereikend, wat deze klasse van overtredingen

aangaat, dan in Frankrijk. De ongelukkige en barbaarsche opvatting,

waar we al over gesproken hebben, die een venerische ziekte beschouwt

als het resultaat van onwettigen omgang en waarbij ze geduld moet

worden als een rechtvaardige straf van God, schijnt in deze landen

nog met noodlottige hardnekkigheid te blijven voortbestaan. In

Engeland is het overbrengen van venerische ziekten door onwettigen

omgang geen onrecht, waarover men een aanklacht kan indienen, als

de geslachtsdaad uit vrije wil gedaan is, zelfs als de partij, die

de infectie overbrengt, haar ziekte met opzet verzwegen heeft. Ex

turpi causâ non oritur actio, heet het bondig; want er sluimert

veel deugd in een Latijnschen stelregel. Geen wettige overtreding is

begaan als een echtgenoot zijn vrouw besmet, of een vrouw haar man

[245]. De "vrijheid", die in deze zaak genoten wordt door Engeland en

de Vereenigde Staten wordt geïllustreerd door een Amerikaansch geval,

door Dr. Isidore Dyer uit New Orleans aangehaald, in zijn verslag op

de Brusselsche conferentie ter voorkoming van venerische ziekten, in

1899: "Een patiënt met primaire syphilis weigerde zelfs kostelooze

behandeling en had een speciaal schrift waarin zij boek hield van

het aantal mannen, dat zij geïnfecteerd had. Toen ik haar voor het

eerst zag verklaarde zij, dat het aantal twee honderd negentien was

geworden, en dat zij zich niet wilde laten behandelen, voordat zij

wraak had genomen op vijfhonderd mannen". In een gemeenschap, waar

ook maar de allereerste regels van rechtvaardigheid heerschten,

zouden faciliteiten bestaan om deze vrouw in staat te stellen

schadevergoeding te verkrijgen van den man, die haar nadeel toegebracht

had, en tevens te bewerken, dat hij veroordeeld werd tot een tijd

gevangenisstraf. Terwijl ze eenige schadevergoeding kreeg voor het

kwaad haar aangedaan, en de "wraak" kon genieten, waar ze naar snakte,

zou zij meteen aan de maatschappij een dienst bewezen hebben. Zij is

uitgesloten van iedere handeling jegens de persoon, die haar in het

verderf gestort heeft; maar als een soort van compensatie mag zij

een brandpunt worden van de ziekte, mag veel levens verkorten, veel

gevallen van dood veroorzaken, en onafzienbare schade aanrichten; en

dat alles kan zij doen binnen haar wettige rechten. Een gemeenschap,

die dezen stand van zaken aanmoedigt, is niet alleen immoreel,

maar dom.

Er schijnt echter, zoowel in Engeland als in de Vereenigde Staten

langzamerhand een opvatting op den voorgrond te komen, die het

overbrengen van venerische ziekten strafbaar stelt met zware boete

of met gevangenisstraf [246].

In ieder geval zou er in de wet geen nadruk op gelegd moeten worpen,

dat de infectie "met voorkennis" overgebracht is. Iedere formeele

beperking van deze soort is onnoodig, omdat in zulk een geval het hof

altijd de onwetendheid of zelfs maar de nalatigheid van dengene, die

het misdrijf doet, in aanmerking neemt, en ze is nadeelig, omdat ze

een verordening zonder resultaat kan maken en een premie kan stellen

op onwetendheid; de echtgenooten, die hun vrouwen met gonorrhoe

infecteeren onmiddellijk nà het huwelijk, hebben dat gewoonlijk

uit onwetendheid gedaan en het moest in elk geval noodig voor hen

zijn te bewijzen, dat zij in hun onwetendheid versterkt zijn door

medischen raad. Er wordt soms gezegd, dat de bestaande wet gebruikt

zou kunnen worden om processen van deze soort te doen voeren, en dat

er geen grootere faciliteiten gegeven moeten worden, uit vrees voor

toenemende pogingen tot afpersing. De nutteloosheid van de wet op

het oogenblik blijkt uit het feit, dat het zelden of nooit gebeurt,

dat er eenige poging gedaan wordt om haar te gebruiken, terwijl er

niet alleen een aantal bestaande strafbare overtredingen zijn, die het

onderwerp zijn van pogingen tot afpersing, maar afpersing kan zelfs

voorkomen in compromitteerende handelingen, die in het geheel niet

wettig strafbaar zijn. Bovendien is de poging om geld af te persen

op zichzelf een overtreding, die in de gerechtshoven altijd streng

behandeld wordt.

Er is een begin aan te wijzen van een erkenning, dat het overbrengen

van een venerische ziekte een zaak is, waarvan wettig nota kan genomen

worden in de Engelsche gerechtshoven. Het is nu een uitgemaakte zaak,

dat het infecteeren van een vrouw door haar echtgenoot beschouwd kan

worden als de wreedheid, die, volgens de tegenwoordige wet, bewezen

moet worden, gevoegd bij echtbreuk, voordat een vrouw echtscheiding van

haar echtgenoot kan verkrijgen. In 1777 stelde Restif de la Bretonne

voor in zijn Gynographes, dat het overbrengen van een venerische

ziekte op zichzelf een voldoende grond zou wezen voor echtscheiding;

dit wordt echter tegenwoordig niet algemeen aangenomen [247].

Er wordt soms gezegd, dat het zeer juist is het individu wettelijk

verantwoordelijk te stellen voor de venerische ziekte, die hij

overbrengt, maar dat de moeilijkheden om die verantwoordelijkheid

te doen aanvaarden toch zouden blijven bestaan. En zij, die

deze moeilijkheden toegeven, antwoorden dikwijls, dat wij in

het ergste geval een middel in handen moesten hebben om het

verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen; den man, die willens en

wetens het gevaar liep zulk een infectie over te brengen, zou men

moeten doen voelen, dat hij niet meer binnen zijn wettige rechten

was, maar dat hij een slechte daad gedaan had. Zoo komen wij tot wat

nu algemeen begint erkend te worden als de voornaamste en centrale

methode voor het bestrijden van venerische ziekten; wij moeten

aannemen, dat het principe van individueele verantwoordelijkheid

in deze levenssfeer heerscht. Georganiseerde sanitaire en medische

voorzorgen, en behoorlijke wettelijke bescherming voor hen, die

schade geleden hebben, hebben geen uitwerking zonder den opvoedenden

invloed van elementaire hygiënische voorlichting, gesteld in het

bezit van iederen jongen man en iedere jonge vrouw. In een sfeer, die

noodzakelijk zoo intiem is, kunnen medische organisatie en wettelijke

hulp nooit afdoende zijn; kennis is noodig bij iedere schrede van ieder

individu, om te leiden en zelfs te wekken dien zin van persoonlijke

moreele verantwoordelijkheid, die hier altijd heerschen moet. Overal,

waar het belang van deze kwesties duidelijk begint erkend te worden--en

vooral op de Congressen van de Duitsche Maatschappij ter Bestrijding

van Venerische Ziekten--lost het probleem zich voornamelijk op in

een van opvoeding [248]. En hoewel de publieke opinie en de praktijk

tegenwoordig in Duitschland meer geavanceerd zijn dan ergens anders,

begint de overtuiging van deze noodzakelijkheid nauwelijks minder

uitgesproken te worden in alle andere beschaafde landen, in Engeland

en Amerika evenzeer als in Frankrijk en de Scandinavische landen.

Een bekendheid met de gevaren van ziekte bij sexueelen omgang, zoowel

in als buiten het huwelijk--en ook geheel afgezien van sexueelen

omgang,--is een verder stadium van die sexueele opvoeding, die, zooals

wij reeds gezien hebben, wat de elementen aangaat, op een zeer jongen

leeftijd moet beginnen. Jonge mannen en jonge meisjes moesten leeren,

zooals de beroemde Oostenrijksche economist Anton von Menger, kort voor

zijn dood in zijn uitstekend boek Neue Sittenlehre schreef, dat het

voortbrengen van kinderen een misdaad is als de ouders syphilitisch

zijn of op andere wijze door chronische overerfelijke besmettelijke

ziekten niet geschikt. Inlichtingen over venerische ziekten moeten

echter niet gegeven worden voor het intreden van de puberteit. Het

is niet noodig en niet wenschelijk medische kennis te verstrekken aan

jonge jongens en meisjes en ze te waarschuwen tegen gevaren, waarvan

er nog weinig kans is, dat ze er aan blootgesteld zullen worden. Het

is als de leeftijd der sterke sexueele instincten begint, hetzij

deze werkelijk of alleen maar mogelijk zijn, dat de gevaren van het

toegeven aan de instincten onder sommige omstandigheden, duidelijk

voor den geest moeten gesteld worden. Niemand, die nadenkt over de

werkelijke feiten van het leven, behoeft er aan te twijfelen, dat

het in de hoogste mate wenschelijk is, dat iedere jonge man en ieder

jong meisje, dat den volwassen leeftijd nadert, eenige elementaire

kennis moest verkrijgen van algemeene feiten betreffende venerische

ziekten, tuberculose en alcoholisme. Deze drie "geesels der beschaving"

zijn zoo wijd verspreid, zoo fijn en menigvuldig in hun uitwerking,

dat iedereen in zijn leven er mee in aanraking komt, en dat ieder de

kans loopt te lijden, zelfs voordat hij er op verdacht is, misschien

hopeloos en voor altijd, door de gevolgen van deze aanraking. Vage

declamaties over immoraliteit en nog vagere waarschuwingen er tegen

hebben geen effect en hebben geen zin, terwijl rhetorische overdrijving

onnoodig is. Een zeer eenvoudige en beknopte uiteenzetting van de

werkelijke feiten der gevaren, die het leven bedreigen, is volkomen

voldoende. Deze behoefte voorbij te zien is alleen mogelijk voor hen,

die een gevaarlijk lichtzinnige levensbeschouwing hebben.

De jonge vrouw, evenzeer als de jonge man, heeft behoefte aan deze

voorlichting. Er zijn nog altijd menschen, die meenen, dat, hoewel

het noodig kan zijn den jongen man in te lichten, het 't beste is

zijn zuster rein te laten, zooals zij het noemen, onbekend met de

feiten van het leven. Dit is juist wat we niet moeten doen. Het is

inderdaad wenschelijk, dat allen bekend zullen zijn met de feiten,

die van zooveel belang zijn voor ieder mensch, zelfs als hij er

zelf niet persoonlijk mee in aanraking komt. Maar het meisje komt

er nog meer mee in aanraking dan de man. Een man heeft de zaak meer

in zijn macht, en als hij dat wenscht, kan hij al de grovere gevaren

van aanraking met venerische ziekten vermijden. Maar met de vrouw is

dat anders. Hoe rein zij zelf ook moge zijn, zij kan er niet zeker

van zijn, dat ze niet te waken zal hebben tegen de mogelijkheid

van ziekten in haar toekomstigen echtgenoot zoowel als in hen, aan

wie zij misschien het geluk van haar kind toevertrouwt. Het is een

mogelijkheid, die de vrouw van beschaving, wel verre van ervan vrij te

zijn, meer kans heeft te ontmoeten dan de vrouw uit den werkmansstand,

want venerische ziekten komen minder voor onder de armen, dan onder de

rijken [249]. De zorgvuldige medicus acht het zijn plicht, zelfs als

zijn patient een geestelijke is, te vragen of hij syphilis gehad heeft,

en de geestelijke van den meest streng correcten levenswandel erkent

de noodzakelijkheid van zulk een vraag; hij zal misschien glimlachen,

maar hij zal zich zelden beleedigd gevoelen. De verhouding tusschen man

en vrouw is nog veel intiemer en belangrijker dan die tusschen dokter

en patient, en een vrouw is niet ontheven van de noodzakelijkheid van

zulk een vraag aan haar toekomstigen echtgenoot door de overtuiging,

dat het antwoord zeker gunstig moet zijn. Bovendien kan het in sommige

gevallen zeer goed zijn, dat zij, als zij voldoende ingelicht is,

het middel kan worden om hem, eer het te laat is, te bewaren voor de

schuld van een te vroeg huwelijk en de noodlottige gevolgen daarvan,

en dat zij zoo zijn altijddurende dankbaarheid verdient. En zelfs

als zij er niet in slaagt die te verkrijgen, dan heeft ze toch nog

haar plicht jegens zichzelf en jegens het toekomstig geslacht, dat

haar kinderen zullen helpen vormen, te vervullen.

In de meeste landen begint men overtuigd te worden van de

noodzakelijkheid om jonge vrouwen, evenzeer als jonge mannen, met

betrekking tot de venerische ziekten in te lichten. Zoo vindt in

Duitschland Max Flesch, in zijn Prostitution und Frauenkrankheiten,

dat men alle meisjes aan het einde van haar schoolleven moest

inlichten omtrent de ernstige physieke en maatschappelijke gevaren,

waaraan vrouwen in het leven zijn blootgesteld. In Frankrijk

eischt Duclaux (in zijn L'Hygiène Sociale) met nadruk, dat

vrouwen niet langer onwetend moeten worden gehouden. "Reeds nu",

zegt hij, "kunnen dokters, die tegen hun wil door hun ambtsgeheim

medeschuldigen van den echtgenoot geworden zijn, u vertellen van

de ironische blikken, die zij somtijds ontmoeten, als zij trachten

een vrouw te misleiden aangaande de oorzaken van haar kwalen. De

dag van opstand tegen de maatschappelijke leugen, die zooveel

slachtoffers gemaakt heeft, begint te naderen, en dan zult ge

genoodzaakt zijn vrouwen te leeren wat zij moeten weten om zich

tegen u te beveiligen". Het gaat in Amerika precies zoo. Hervorming

op dit gebied, zegt Isidore Dyer, moet als devies voeren het motto,

"Kennis is Gezondheid", zoowel voor het lichaam als voor den

geest, voor vrouwen zoowel als voor mannen. In een discussie,

geopend door Denslow Lewis, op de jaarlijksche vergadering van

de American Medical Association in 1901 over de bestrijding van

de venerische ziekten (Medico-Legal Journal, Juni en September

1903), was men het er onder de sprekers tamelijk wel over eens,

dat de voornaamste methode de opvoeding was, de opvoeding van

vrouwen evenzeer als van mannen. "Opvoeding is de eenige weg

tot verbetering", verklaarde een van de sprekers (Seneca Egbert,

uit Philadelphia) "en we zullen nooit veel vooruitkomen, voordat

iedere jonge man en iedere jonge vrouw, zelfs vóór zij verliefd

worden en verloofd raken, weten wat venerische ziekten zijn, en wat

het zeggen wil als zij iemand trouwen, die er aan lijdt". "Voedt

vader en moeder op, en zij zullen hun zoons en dochters opvoeden",

roept Egbert Grandin uit, vooral met betrekking tot gonorrhoe

(Medical Record, May 26, 1906); "Ik leg den nadruk op de dochter,

omdat zij het meest zal lijden door de besmetting, en het is haar

recht te weten, dat zij op haar hoede moet zijn zoowel voor den

lijder aan gonorrhoe als voor den alcoholist".

Wij moeten ten volle het feit onder de oogen zien, dat de vrouw

zelf verantwoordelijk gesteld moet worden, evenzeer als de man,

voor het verzekeren van de juiste voorwaarden van een huwelijk

dat zij plan heeft aan te gaan. In de praktijk mag ongetwijfeld

die verantwoordelijkheid eerst worden toevertrouwd aan ouders of

voogden. Het is onredelijk, dat er aan een van beide zijden eenige

valsche schaamte zou gevoeld worden over deze zaak. Geldzaken en

kwesties van inkomen worden vóór het huwelijk besproken, en nu de

publieke opinie gezonder wordt zal niemand de noodzakelijkheid in

twijfel trekken van het bespreken van de nog ernstiger kwestie der

gezondheid, evenzeer die van den toekomstigen bruidegom als die van

de bruid. Een groote mate van ziekte en ongeluk in het huwelijk zou

voorkomen worden als, voordat een engagement geheel voor gesloten

verklaard werd, beide partijen zich door een dokter lieten onderzoeken

en hem het recht toekenden het resultaat van dat onderzoek aan

de andere partij mede te deelen. Zulk een onderzoek zou zich veel

verder dan de venerische ziekten uitstrekken. Als de noodzakelijkheid

ervan algemeen erkend werd, zou dat een einde maken aan veel bedrog,

dat nu bij het aangaan van het huwelijk gepleegd wordt. Het gebeurt

tegenwoordig voortdurend, dat de eene partij of de andere het bestaan

verbergt van de een of andere ernstige kwaal, die spoedig na het

huwelijk ontdekt wordt, soms met een pijnlijken en verontrustenden

schok--bv. wanneer een man zijn vrouw op den huwelijksavond in een

aanval van vallende ziekte vindt--en altijd met het bittere gevoel dat

men er in geloopen is. Er kan geen redelijken twijfel aan bestaan,

dat zulk verbergen een voldoende reden is tot echtscheiden. Sir

Thomas More trachtte ongetwijfeld tegen zulk bedrog te waken, waar

hij in zijn Utopia voorschreef, dat iedere partij voor het huwelijk

naakt aan de andere partij zou vertoond worden. De dwaze ceremonie,

die hij beschrijft, berustte op een verstandig idee, want het is

belachelijk, als het niet dikwijls in zijn gevolgen tragisch was, dat

eenig persoon zou genoodzaakt zijn in de meest intieme verhouding te

leven met iemand, van wie hij of zij maar een klein deel gezien heeft.

Het kan noodig zijn er op te wijzen, dat iedere stap in deze richting

de spontane handeling moet zijn van individuen, die hun leven

inrichten naar de regels van een verlicht geweten, en niet ingevoerd

kan worden door het bevel van de gemeenschap, die bij de wet haar

bevelen doorzet. In deze zaken kan de wet eerst komen aan het einde

en niet aan het begin. In de essentieele zaken van het huwelijk

en de voortplanting, worden de wetten eerst gemaakt in het brein

en het geweten van individuen als leiddraad voor henzelf. Zoolang

zulke wetten niet belichaamd zijn in de werkelijke praktijk van de

groote meerderheid der gemeenschap is het nutteloos voor regeeringen

om ze bij statuten te bepalen. Zij zullen geen uitwerking hebben

of anders zullen ze nog erger dan geen uitwerking hebben, doordat

ze verkeerdheden in het leven roepen, die niet bedoeld waren. Wij

kunnen alleen tot den wortel van de zaak komen door aan te dringen

op opvoeding in moreele verantwoordelijkheid en onderwijs in feiten.

De kwestie doet zich voor, wie de beste persoon is om dit onderwijs

te geven. Zooals we gezien hebben, kan er weinig twijfel aan zijn,

dat vóor de puberteit de ouders en voornamelijk de moeder, de juiste

leermeesters van hun kinderen zijn op sexueel gebied. Maar nà de

puberteit is de zaak veranderd. De jongen en het meisje worden minder

ontvankelijk voor den invloed der ouders, er ontstaat een zekere

beschroomdheid aan beide kanten, en de ouders bezitten maar zelden de

meer technische kennis, die nu vereischt wordt. Op dit stadium wordt

het wenschelijk, dat de hulp van den dokter, van den huisdokter,

als hij de juiste eigenschappen voor de taak bezit, moet worden

ingeroepen. De methode, die gewoonlijk aanbevolen wordt, en die reeds

nu in ruimen kring in praktijk gebracht wordt, is die van het houden

van lezingen, die de voornaamste feiten over venerische ziekten, de

gevaren ervan en de onderwerpen, die daarmee in verband staan uiteen

zetten [250]. Deze methode is uitstekend. Zulke lezingen moesten bij

tusschenpoozen door medici gehouden worden in alle groote steden,

in havenplaatsen, in onderwijs-inrichtingen en militaire centra,

waar een groot aantal jonge menschen te zamen zijn. Het moest de taak

van de opvoedkundige autoriteiten van genoemde centra zijn, hetzij de

lezingen zelf te organiseeren, hetzij aan hen, die gezag uitoefenen

over jonge menschen of ze in dienst hebben, den plicht op te dragen

voor zulke lezingen te zorgen. De lezingen moeten opengesteld worden

voor allen, die den leeftijd van zestien jaar bereikt hebben.

In Duitschland schijnt het principe van onderwijs door middel van

lezingen over venerische ziekten reeds doorgevoerd te zijn, in

ieder geval wat jonge mannen betreft, en van zulke lezingen wordt

voortdurend meer gebruik gemaakt. In 1907 richtte de Minister

van Onderwijs cursussen op over sexueele hygiëne en venerische

ziekten, die door dokters gehouden werden; het bijwonen ervan werd

evenwel niet verplichtend gesteld. De cursussen, die tegenwoordig

veelal door medici aan de hoogere klassen van de Duitsche lagere

scholen over de algemeene grondbeginselen van sexueele anatomie

en physiologie gegeven worden, omvatten bijna altijd sexueele

hygiëne met speciale verwijzing naar venerische ziekten (zie

bv, Sexualpädagogik, blz. 131-153). Ook in Oostenrijk worden

lezingen gehouden over persoonlijke hygiëne en de gevaren van

venerische ziekten worden aan de leerlingen, die op het punt

zijn het gymnasium te verlaten en naar de universiteit te gaan,

uiteengezet; de werkliedenclubs hebben cursussen ingesteld over

dezelfde onderwerpen, ook gehouden door medici. In Frankrijk

werken vele beroemde mannen, zoowel in als buiten de medische

wereld voor de zaak van het onderwijs aan jonge menschen in

sexueele hygiëne, hoewel zij tegen een meer hardnekkige mate

van vooroordeel en preutschheid te strijden hebben van de zijde

der middenklasse dan men in de Duitsche landen kan vinden. De

Commission Extraparlementaire du Régime des Moeurs, te zamen met

Augagneur, Alfred Fournier, Yves Guyot, Gide en andere beroemde

professoren, leeraars enz., heeft zich onlangs uitgesproken ten

gunste van het officieel instellen van onderwijs in de sexueele

hygiëne, te geven in de hoogste klassen van de lycées, of in

de eerste klassen van het eerste leerjaar van de universiteit;

zulk onderwijs, beweert men, zou niet alleen de noodige kennis

geven, maar het zou ook den zin voor moreele verantwoordelijkheid

aankweeken. Er is in Frankrijk ook een werkzame en beroemde Société

Française de Prophylaxie Sanitaire et Morale, die niet officieel

is en die openbare lezingen houdt over sexueele hygiëne. Fournier,

Pinard, Burlureaux en andere uitstekende medici hebben over dit

onderwerp vlugschriften geschreven om in het openbaar te doen

uitdeelen (zie bv. Le Progrès Médical van September 1907). In

Engeland en de Vereenigde Staten is nog heel weinig gedaan in

deze richting, maar in de Vereenigde Staten ten minste begint de

publieke opinie ten gunste van deze actie snel te veranderen (zie

bv. W. A. Funk, "The Venereal Peril", Medical Record, April 13,

1907). De "American Society of Sanitary and Moral Prophylaxis"

(gebaseerd op de maatschappij, die in 1900 in Parijs gesticht

werd door Fournier) werd in 1905 in New-York opgericht. Er zijn

meer dergelijke maatschappijen in Chicago en Philadelphia. Het

voornaamste doel is het bestudeeren van venerische ziekten en het

aansturen op controleering ervan van staatswege. Dokters en leeken,

zoowel mannen als vrouwen zijn lid. Lezingen en besprekingen

worden nu onder bescherming van deze genootschappen met toenemend

succes gehouden voor kleine groepen jonge vrouwen, die in

maatschappelijke betrekkingen werkzaam zijn, op andere wijzen;

de instelling der lezingen blijkt een uitstekende methode te zijn

om de jonge vrouwen van den werkmansstand te bereiken, Zoowel

mannelijke als vrouwelijke dokters nemen deel aan de lezingen

(Clement Cleveland, Presidential Address over "Prophylaxis of

Venereal Diseases", Transactions American Gynaecological Society,

Philadelphia, deel XXXII, 1907).

Een belangrijk hulpmiddel bij het uitvoeren van de taak der

sexueele hygiëne, en tevens voor het verspreiden van nuttige

kennis, wordt verschaft door het geven van een kaart ter

inlichting over hygiënische zaken aan iederen syphilitischen

patiënt in klinieken, waar zulke gevallen behandeld worden, mèt een

waarschuwing tegen de gevaren van een huwelijk binnen vier of vijf

jaar na de infectie, en in geen geval zonder medischen raad. Zulk

een gedrukte instructie in duidelijke, eenvoudige en scherpe taal

moest aan iederen syphilis-patiënt in handen gegeven worden als

een zaak van gewoonte, en het zou even goed zijn een daarmee

overeenkomende kaart te hebben voor gonorrhoe-patiënten. Dit

plan is reeds in sommige hospitalen ingevoerd, en het is een

zoo eenvoudige en goede voorzorgsmaatregel, dat ze zonder

twijfel algemeen aangenomen zal worden. In sommige landen

wordt deze maatregel op ruimer schaal toegepast. Zoo worden in

Oostenrijk, als het resultaat van de beweging, waarin verschillende

universiteitsprofessoren een werkzaam deel genomen hebben, blaadjes

en circulaires verspreid onder jonge werklieden, fabrieksarbeiders,

studenten en leerlingen, die de handelsscholen verlaten, waarin in

het kort de voornaamste symptomen uiteengezet worden van venerische

ziekten en die waarschuwen tegen kwakzalvers en geheime middelen.

In Frankrijk, waar groote maatschappelijke kwesties soms met

meer ridderlijken moed aangevat worden dan ergens anders, zijn

de gevaren van syphilis, en de maatschappelijke positie van de

prostituée, behalve door medici, ook door beroemde romanschrijvers

en dramatici behandeld. Huysmans riep deze beweging in het leven

met zijn eersten roman, Marthe, die onmiddellijk door de politie

werd onderdrukt. Kort daarna publiceerde Edmond de Goncourt La

Fille Elisa, de eerste belangrijke roman van deze soort door een

bekend schrijver. Deze was met veel terughouding geschreven en

was geen werk van hooge artistieke waarde, maar de schrijver zag

een groot maatschappelijk probleem moedig onder de oogen en zette

duidelijk de nadeelen van de gewone houding jegens de prostitutie

uiteen. De roman werd tot drama bewerkt en door Antoine gespeeld in

het Théâtre Libre, maar toen, in 1891, Antoine dit wilde opvoeren

op het Porte-Saint-Martintooneel, kwam de censor tusschenbeide en

verbood de opvoering om de "contexture générale" ervan. De Minister

van Opvoeding verdedigde dit besluit, op grond dat er veel in het

stuk was dat tegenzin en walging zou opwekken. "Afstooting is hier

moreeler dan aantrekking", riep Paul Déroulède uit, en de couranten

critiseerden een veroordeeling, die op het tooneel al de pikante

onfatsoenlijkheden, die de prostitutie begunstigen, duldt, maar die

geen aanval op de prostitutie verdragen kan. In later jaren hebben

de broeders Margueritte, zoowel in romans als in tijdschriften,

in ruime mate hun groote bekwaamheden en hun hooge literaire kunde

dienstbaar gesteld aan de moedige en verlichte voorspraak van vele

maatschappelijke hervormingen. Victor Margueritte heeft in zijn

Prostituée (1907)--een roman, die in ruimen kring de aandacht

getrokken heeft en in verschillende talen vertaald is--getracht

den toestand der vrouwen in onze bestaande maatschappij te

beschrijven, en meer speciaal den toestand van de prostituée onder

wat hij beschouwt als een hatelijk en onrechtvaardig systeem,

het systeem, dat nu nog bestaat. Het boek is een getrouw beeld

van de werkelijke feiten, dank zij de hulp, die de schrijver

ontving van de Parijsche Préfecture de Police, en voor een groot

deel om die reden is het een niet geheel bevredigend kunstwerk,

maar het geeft een levendig en scherp beeld van de wreedheid,

onverschilligheid en huichelachtigheid, die zoo dikwijls door

mannen aan vrouwen betoond wordt; het is een boek, dat om die

reden niet in tè ruimen kring gelezen kan worden. Een van de meest

bekende van de moderne tooneelstukken is Les Avariés van Brieux

(1902). Deze beroemde dramatist, zelf een medicus, draagt zijn stuk

op aan Fournier, den grootsten der syphilographen. "Ik denk met

u", schrijft hij hier, "dat syphilis veel van zijn gevaarlijkheid

zal verliezen, zoodra het mogelijk is openlijk te spreken van een

kwaad, dat nòch een schande nòch een straf is, en wanneer zij,

die er aan lijden, wetende welke ellenden zij misschien kunnen

verspreiden, beter hun plicht zullen begrijpen jegens anderen en

jegens zichzelf". De geschiedenis, die in het drama ontwikkeld

wordt, is de oude en typische geschiedenis van den jongen man,

die zijn jonggezellenleven doorleefd heeft op wat hij beschouwt

als een fatsoenlijke en regelmatige wijze, daar hij maar twee

meisjes gehad heeft, die geen van beide prostituée waren; maar

aan het einde van dezen tijd, bij een vroolijk souper, waar hij

afscheid neemt van zijn jonggezellenleven, vergeet hij zich en

wordt met syphilis geïnfecteerd; zijn huwelijk nadert en hij gaat

naar een beroemd specialist, die hem waarschuwt, dat behandeling

tijd kost en dat een huwelijk voor verscheidene jaren onmogelijk

is; hij vindt echter een kwakzalver, die het op zich neemt hem

in een half jaar te genezen; aan het einde van dezen tijd trouwt

hij; een syphilitisch kind wordt geboren; zijn vrouw ontdekt den

stand van zaken en verlaat het huis om naar haar ouders terug te

keeren; haar verontwaardigde vader, een lid van het Parlement,

komt in Parijs; het stuk eindigt bij den grooten specialist,

die eindelijk eenige vrede en hoop in de familie brengt. De

moraal van het stuk is in hoofdzaak deze, dat het de plicht is

van de ouders van de bruid vóor het huwelijk te informeeren naar

de gezondheid van den bruidegom; dat de bruidegom een attest van

den dokter moet overleggen; dat bij ieder huwelijk de rol van den

dokter minstens even belangrijk is als die van den notaris. Zelfs

als het een minder goed kunstwerk was, toch zou Les Avariés een

stuk blijven, dat uit een maatschappelijk en opvoedkundig oogpunt

alleen, door allen, die den jongelingsleeftijd bereikt hebben,

moest gezien worden.

Een andere zijde van hetzelfde probleem wordt beschreven in Plus

Fort que le Mal, een boek, dat in dramatischen vorm geschreven

is (niet als een goed samengesteld tooneelstuk, dat bedoeld is

voor het tooneel) door een beroemd Fransch medisch schrijver, die

hier den naam aanneemt van Espy de Metz. De schrijver (die echter

niet voor zijn eigen zaak pleit) vraagt om een meer sympathieke

houding jegens hen, die aan syphilis lijden, en hoewel hij met

veel minder dramatische vaardigheid schrijft dan Brieux, en zijn

moraal nauwelijks in een zoo duidelijken vorm weet te gieten, is

zijn werk een belangrijke bijdrage tot de dramatische literatuur

van de syphilis.

Het zal waarschijnlijk wel eenigen tijd duren eer deze kwesties,

belangrijk als zij zijn uit dramatisch en maatschappelijk oogpunt,

op het Engelsche of het Amerikaansche tooneel ingevoerd zijn. Het

is een opmerkelijk feit, dat, niettegenstaande het Puriteinsche

element, dat nog in de Angelsaksische gedachte en gevoel over het

algemeen bestaat, de Puriteinsche levensbeschouwing nooit hare

uitdrukking gevonden heeft in het Engelsche of Amerikaansche

drama. Op het Engelsche tooneel mag men zelfs niet zinspelen

op de tragische zijde der losbandigheid; de ondeugd moet altijd

verleidelijk gemaakt worden, zelfs als een deus ex machina toch

zorgt, dat ze op het eind haar loon krijgt. Zooals Mr. Bernard

Shaw gezegd heeft, bant het Engelsche tooneel geenszins de

ondeugd; alleen wil het, dat ze aantrekkelijk gemaakt zal worden;

de bekoringen ervan worden op den voorgrond gesteld, de straf

ervoor verborgen. "Nu is het nutteloos te beweren, dat het tooneel

niet de juiste plaats is voor het voorstellen en bespreken van

onwettige verbintenissen, bloedschande en venerische ziekten. Als

het tooneel de juiste plaats is voor het vertoonen en bespreken

van verleiding, echtbreuk, promiscuïteit en prostitutie, dan moet

het geopend worden voor het vertoonen van al de gevolgen van deze

dingen, anders zal het de natie demoraliseeren".

De impuls om te eischen, dat de ondeugd altijd aantrekkelijk moet

zijn, is werkelijk, wat de schijn ook moge wezen, geen slechte

impuls. Hij komt voort uit een geestelijke verwarring, een

gewone psychische neiging, die zich in het geheel niet beperkt

tot Angelsaksische landen, en zelfs meer in het oog springt

onder de beter opgevoede menschen. Er is hier een verwarring van

het aesthetische met het moreele, en wat walging opwekt, wordt

beschouwd als immoreel. In Frankrijk werd van de romans van Zola,

den grootsten voorvechter voor de moraal, langen tijd geloofd, dat

zij immoreel waren, omdat zij dikwijls walging opwekten. Hetzelfde

gevoelen is nog meer verspreid in Engeland. Als een prostituée

ten tooneele gebracht wordt, en als ze mooi is, goed-gekleed

en verleidelijk, dan kan ze het geheele stuk doorzeilen en

iedereen is tevreden. Maar als ze niet bijzonder mooi zou zijn,

goed-gekleed, of verleidelijk, als het duidelijk bleek, dat zij

ziek was en roekeloos anderen infecteerde met haar ziekte, als er

op gezinspeeld werd, dat zij nu en dan leelijke taal kon uitslaan,

als om kort te gaan, een beeld gegeven werd van het leven--dan

zouden we hooren, dat de ongelukkige dramatist iets gemaakt had,

dat "walgelijk" was en "immoreel". Walgelijk zou het kunnen zijn,

maar juist daarom zou het moreel zijn. Er is hier een onderscheid,

waarop de psycholoog niet te dikwijls kan wijzen, de moralist

niet te dikwijls den nadruk leggen kan.

Het ligt niet op den weg van den medicus zijn eigen taak als

leeraar gecompliceerd en verward te maken door ze te vermengen met

beschouwingen, die tot de geestelijke sfeer behooren. Maar terwijl

hij onpartijdig zijn speciale werk doet door de jonge menschen voor

te lichten, zal hij altijd goed doen zich te herinneren, dat er in

den geest van den jongeling, zooals we in een vorig hoofdstuk hebben

moeten aantoonen, een spontane kracht is, die werkt ten gunste

van de sexueele hygiëne. Zij, die gelooven, dat de geest van den

jongeling alleen maar uit is op zinnelijk toegeven, zijn er niet

minder naast en hebben niet minder nadeeligen invloed, dan zij, die

het voor mogelijk en wenschelijk houden, dat jonge menschen in volkomen

onwetendheid blijven over sexueele zaken. Hoe verborgen, onderdrukt, of

vervormd--gewoonlijk door de misplaatste en voorbarige ijver van dwaze

ouders en leeraren--er ontstaan in de puberteit ideale aandriften,

die, al wortelen zij ook in de sekse, toch in hun doel boven de sekse

uitkomen. Deze kunnen veel machtiger gidsen worden voor den physieken

sekse-impuls, dan zuiver materieele of zelfs hygiënische overwegingen.

Het is tijd deze beschouwing over het voorkomen van venerische

ziekten samen te vatten en te eindigen, welke ziekten, al mogen

ze aan den oppervlakkigen beschouwer alleen maar een medische en

gezondheidskwestie toeschijnen, buiten de sfeer van den psycholoog,

toch bij nauwkeuriger beschouwing blijken in nauw verband te

staan zelfs met de meest geestelijke opvatting van de sexueele

verhoudingen. Niet alleen zijn venerische ziekten de vijanden van

de fijnere ontwikkeling van het ras, maar wij kunnen niet komen tot

een gezonde en mooie beschouwing van de verhoudingen van de seksen,

zoo lang deze ieder oogenblik in hun oorsprong kunnen worden bedorven

en ondermijnd. Wij kunnen nog niet precies den tijd berekenen, die

moet verloopen eer, voor zoover Europa tenminste betreft, syphilis en

gonorrhoe heengezonden zijn naar dat vagevuur van monsterachtige oude

doode kwalen, waar pest en melaatschheid heengegaan zijn en waar de

pokken al dicht bij zijn. Maar de maatschappij begint te erkennen,

dat ook op dit gebied de wapenen licht en lucht moeten toegelaten

worden, het zwaard en het harnas, waarmee alleen alle ziekten kunnen

worden bestreden. Zooals we gezien hebben, zijn er vier methoden,

waarop in de meer verlichte landen venerische ziekten nu beginnen

bestreden te worden [251]. (1) Door openlijk te verklaren, dat de

venerische ziekten ziekten zijn evenals iedere andere ziekte, hoewel

ze arglistiger en vreeselijker zijn dan de meeste, die ieder kunnen

aanvallen van het ongeboren kind af tot zijn grootmoeder toe, en dat ze

niet, meer dan andere ziekten, de schandelijke, rechtvaardige straffen

zijn voor zonde, waarvoor alleen verlichting gezocht kan worden, zoo

ze al gezocht wordt, in het geheim, maar dat ze algemeen menschelijke

kwalen zijn; (2) door het aannemen van methoden voor het geven van

officieele voorlichting over de uitgebreidheid, de verdeeling en de

verscheidenheid der venerische ziekten door middel van de reeds erkende

methode van aangifte en op andere wijze, en door het verschaffen van

zulke faciliteiten voor de behandeling, vooral voor een kostelooze

behandeling, als noodig gevonden kunnen worden; (3) door het oefenen

van den individueelen zin voor moreele verantwoordelijkheid, zoodat

ieder lid van de gemeenschap zal erkennen, dat het besmetten van een

ander persoon met een ernstige ziekte, zelfs alleen als resultaat van

roekelooze nalatigheid, een ernstiger misdaad is, dan als hij of zij

als aanval een mes gebruikt had of een geweer of vergif, en dat het

noodig is in ieder land speciale wettige voorzorgen te nemen om er toe

bij te dragen de nadeelen van zulke schaden te herstellen en straffen

in te stellen door vrijheidsverlies of op andere wijze; (4) door

het verspreiden van hygiënische kennis, zoodat alle jonge menschen,

jonge mannen zoowel als jonge meisjes bij het begin van hun volwassen

leven mogen worden voorzien van de noodige kennis, die hen zal helpen

de grootere gevaren van besmetting te vermijden en hen in staat zal

stellen het gevaar in de eerste stadien te herkennen en te bestrijden.

Eenige jaren geleden, toen geen methode ter bestrijding van venerische

ziekten bekend was behalve het systeem van contrôle van politiewege,

dat nu in verval is, zou het onmogelijk geschenen hebben zulke

beschouwingen als deze te opperen; zij zouden een "utopie" geschenen

hebben. Tegenwoordig worden zij niet alleen erkend als praktisch,

maar zij worden feitelijk al in praktijk gebracht, hoewel met

zeer varieerende energie en verschillend inzicht in verschillende

landen. Toch is het wel zeker, dat in den wedstrijd der naties, zooals

Max Neissen gezegd heeft, "dat land het best de leiding zal nemen in

den loop van de beschaving, dat den profetischen blik heeft en den moed

om die eischen van sexueele hygiëne in te voeren en door te voeren,

die zoo'n ruime en veelbeteekenende betrekking hebben op zijn eigen

toekomst, en op die van het menschelijk ras in het algemeen" [252].

De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij · 第 54 / 71 题