De betrekking tusschen de wetenschap der voortplanting en de
kunst van liefhebben.--Sexueele begeerte en sexueel genot als
de voorwaarden der conceptie.--De voortplanting was vroeger
overgelaten aan luim en begeerte.--Het vraagstuk der voortplanting
als een godsdienstkwestie.--Het geloof in eugeniek.--Ellen Key en
Francis Galton.--Onze schuld tegenover de nakomelingschap.--Het
vraagstuk natuurlijke keuze te vervangen.--De oorsprong en
de ontwikkeling der eugeniek.--Het algemeen aannemen van de
principes der eugeniek tegenwoordig.--De twee wegen, waarop de
principes der eugeniek in praktijk worden gebracht.--Het besef
van sexueele verantwoordelijkheid bij de vrouwen.--Verwerping van
het opgedrongen moederschap.--Het privilege van het vrijwillige
moederschap.--Oorzaken van het in minachting brengen van
het moederschap.--De beperking der conceptie.--Zij wordt
tegenwoordig door de meerderheid der bevolking in beschaafde
landen in praktijk gebracht.--De drogrede "zelfmoord van het
ras".--Zijn groote families een merkteeken van degeneratie?--Het
beperken van de voortplanting is het gevolg van natuurlijken en
beschaafden vooruitgang.--Het toenemen der Nieuw-Malthusiaansche
ideeën en gebruiken.--Facultatieve steriliteit onderscheiden van
Nieuw-Malthusianisme.--De medische en hygiënische noodzakelijkheid
van de beperking der conceptie.--Voorbehoedmiddelen.--Miskraam.--De
nieuwe leer van den plicht miskraam op te wekken.--In
hoeverre is dit te rechtvaardigen?--Castratie als methode
om de voortplanting te beperken.--Negatieve eugeniek en
positieve eugeniek.--De kwestie van getuigschriften voor het
huwelijk.--De ontoereikendheid van het vaststellen der eugeniek
door de wetgeving.--Het scherpen van het maatschappelijk
geweten met betrekking tot de erfelijkheid.--Beperking van
de geschiktheid voor het moederschap.--De voor de verwekking
gunstige voorwaarden.--Steriliteit.--De kwestie van kunstmatige
bevruchting.--De voor de voortplanting meest gunstige leeftijd.--De
kwestie van het vroege moederschap.--De beste tijd voor de
voortplanting.--De voleindiging van den goddelijken levenskring.