[1] Daar een drijftol en een bal hier te lande beide tot het mannelijke
geslacht behooren en dus niet met elkaar kunnen trouwen, is de bal
in dit sprookje van een heer in een dame gemetamorphoseerd.
[2] Ole de Oogensluiter.
[3] Een oude en barbaarsche militaire straf.
[4] Kjöge, een stadje aan de Kjöge-baai. «Kjögekippen zien» noemt men,
de kinderen door het omvatten van het hoofd met beide handen in de
hoogte tillen. Bij Kjöge werd bij den overval der Engelschen in het
jaar 1807 tusschen dezen en de ongedisciplineerde Deensche landweer
een niet zeer roemrijke slag geleverd.
[5] Prästöe, een nog kleiner stadje. Omstreeks honderd schreden daar
van daan staat het adellijk kasteel Nysöe, waar Thorwaldsen zich
gedurende zijn verblijf in Denemarken gewoonlijk ophield en vele
onsterfelijke werken in het aanzijn riep.
[6] Wordingborg, onder koning Waldemar een aanzienlijke plaats,
thans een onbeteekenend stadje. Slechts een eenzaam staande toren en
eenige overblijfselen van muren wijzen aan, waar het kasteel vroeger
gestaan heeft.
[7] Korsöer, aan den Grooten Belt, vroeger, vóór het in zwang komen
der stoomvaart, toen de reizigers dikwijls een geruimen tijd op een
gunstigen wind moesten wachten, de vervelendste der steden genoemd
en door een geestige vaudeville van Heiberg tot het Deensche Schilda
gestempeld. Hier is de dichter Baggesen geboren.
[8] Roeskilde (Roesbron, verkeerdelijk Rothschild genoemd), vroeger de
hoofdstad van Denemarken. De stad heeft haar naam van koning Hroar en
de vele bronnen in den omtrek. In den prachtigen dom liggen de meeste
koningen en koninginnen van Denemarken begraven. Te Roeskilde kwamen
ook de Deensche stenden bij elkaar.
[9] Soröe, een zeer stil stadje, dat prachtig gelegen en door bosschen
en meren omgeven is. Denemarkens Molière, Holberg, stichtte hier
een ridderacademie. De dichters Hauch en Ingemann werden hier als
professoren aangesteld.
[10] Het woord _schim_ is hier, in strijd met den aard onzer taal,
maar in overeenstemming met den inhoud van dit sprookje, manlijk
genomen. Vert.
[11] De Deensche beeldhouwer Thorwaldsen.
[12] Tegenover het graf van Galilei bevindt zich dat van Michaele
Angelo. Op het monument is zijn buste aangebracht en bovendien drie
figuren: de beeldhouwkunst, de schilderkunst en de bouwkunst; dicht
daarnaast is het grafteeken van Dante (zijn lijk bevindt zich te
Ravenna); op het monument ziet men Italië, dat wijst op het kolossale
standbeeld van Dante; de poëzie weent over zijn verlies. Eenige
schreden verder ziet men het monument van Alfieri, dat met lauweren
versierd is; Italië weent boven zijn graf. Macchiavelli besluit hier
de rij der beroemde mannen.
[13] Deze wordt van kippen, rijst en kerrie klaargemaakt.
[14] Het Grieksche bijgeloof laat dit monster uit de onopengesneden
maag van geslachte schapen ontstaan, die op het veld geworpen worden.
[15] Een boer, die kan lezen, wordt dikwijls priester, en men noemt
hem dan «allerheiligste heer»: de geringere stand kust den grond,
dien hij betreden heeft.
[16] Als er zich in vroegere tijden een spook vertoonde, dan bande de
predikant het in den grond; als dit gebeurd was, heide men op deze
plaats een paal in. Te middernacht klonk dan het geschreeuw: «Laat
los!» De paal werd uit den grond gehaald, en de gebannen geest vloog
in de gedaante van een uil weg, met een gat in den linkervleugel. Deze
spookvogel werd nachtuil genoemd.
[17] Het is in Denemarken een volksbijgeloof, dat er onder iedere
kerk, die er gebouwd wordt, een levend paard begraven moet worden;
het spooksel daarvan is het doodenpaard, dat iederen nacht op drie
pooten naar het huis toe hinkt, waar iemand moet sterven. Onder
enkele kerken werd ook een levend varken begraven; het spooksel
daarvan heette het grafzwijn.
[18] Dit is in het oorspronkelijke dubbelzinnig, daar «gaal» in het
Deensch «krankzinnig» beteekent.
[19] Een kinderspeelgoed, van het been van een ganzeborst, een houtje
en pik vervaardigd.