In den tuin van het Paradijs, onder den boom der kennis, bloeide
een rozestruik. Hier, in de eerste roos, werd een vogel geboren:
zijn vleugels waren als de stralen des lichts, zijn kleur prachtig
en betooverend zijn gezang!
Maar toen Eva van de vrucht van den boom at en zij en Adam uit het
Paradijs verdreven werden, toen viel er van het vlammende zwaard van
den straffenden cherub een vonk in het nest van den vogel, zoodat
het vuur vatte. De vogel kwam in de vlammen om, maar uit het roode ei
steeg er een nieuwe, de eenige, de altijd eenige vogel Phoenix op. De
sage meldt, dat hij in Arabië zijn nest heeft, waar hij zich zelf om
de honderd jaren aan den dood in de vlammen opoffert; maar dan stijgt
er een nieuwe Phoenix, de eenige van de wereld, uit het roode ei op.
Ook om ons heen fladdert deze vogel, snel als het licht, heerlijk van
kleur en betooverend in zijn gezang. Wanneer de moeder bij de wieg van
haar kind zit, rust hij op het hoofdkussen en slaat met zijn vlerken
een stralenkrans om het hoofd van het kind. Hij vliegt door de zalen
der weelde en verspreidt daar zonneglans; hij gaat ook de nederige
stulp niet voorbij en vervult deze met den geur van viooltjes.
Maar de vogel Phoenix is niet alleen Arabië's vogel; hij fladdert in de
schemering van het noorderlicht over Laplands ijsvelden, hij huppelt
tusschen de gele bloemen in Groenlands korten zomer. Onder Faluns
koperbergen, in Engelands steenkolenmijnen zweeft hij als een stoffige
mug, boven het gezangboek, dat in de handen van den vromen arbeider
rust. Op het lotusblad glijdt hij de heilige wateren van den Ganges
af, en het oog van het Hindoe meisje fonkelt, wanneer zij hem ziet.
Kent ge dien vogel Phoenix niet,--dien vogel van het Paradijs,
den heiligen zwaan des gezangs? Op de Thespiskar zat hij als een
snappende raaf en sloeg met zijn zwarte vleugels; over IJslands
klinkende harp streek hij met den rooden snavel van den zwaan; op
Shakespeare's schouder zat hij als Odins raaf en fluisterde hem in
het oor: onsterfelijkheid! Hij fladderde door de ridderzaal van den
Wartburg bij den zangersstrijd.
Kent ge dien vogel Phoenix niet? Hij zong voor u de Marseillaise,
en ge kustet de veder, die aan zijn vleugels ontviel; hij kwam in
den glans van het Paradijs, en ge wenddet u misschien af en keerdet
u tot de musch, die daar zat met goudschuim op de vleugels.
Vogel Phoenix! Ge wordt om de eeuw verjongd, geboren in vlammen,
gestorven in vlammen. Uw beeltenis, in goud gezet, hangt in de zalen
der rijken; zelf vliegt ge vaak dolend en eenzaam rond--slechts als
een sage: «De vogel Phoenix in Arabië.»
In het Paradijs, toen ge onder den boom der kennis in de eerste roos
geboren werdt, kuste de Heer u en gaf u uw waren naam: _Poëzie_!