Flip schreeuwde: "Die mannen óók!"

Hesse stootte boer Peggers aan, en deze riep: "Schiet maar op,

't is goed!"

Enkele minuten later verschenen de wolven en natuurlijk lieten ze

hen vrij uitgaan....

Geen tien tellen daarna of Hesse vloog de torentrap op en daar vond

hij Dodo en Rip, kermend van pijn en bloedend op 't platje liggen....

Hesse werd doodsbleek!

't Eerst nam hij 't aapje in z'n armen en toen pas liet hij 'n

vreeselijke gil los....

Wibbe was 't eerst boven!

In 'n ommezien overzag hij den toestand en dadelijk belastte hij zich

met de verzorging van Rip.

Ook de andere ridders verschenen en groot was de verontwaardiging

over de laffe daad van de wolven. Ze wilden zelfs in woeste drift de

wreedaards achterna rennen om ze te tuchtigen.... 't was te laat!

Hesse en Wibbe droegen hun beschermelingen naar huis, de drie andere

ridders bleven nog 'n poos op den toren.

Boer Peggers beloofde hun alle mogelijke steun als er soms 'n nieuwe

overval dreigde.

Flip en z'n helpers volgden den weg naar de stad. Ze voelden zich

verslagen en vonden maar weinig troost bij de gedachte, hoe ze hun

vijanden beet genomen hadden en in de vreugde over de woede van de

ridders als ze dien aap en dien hond half dood vonden.

"Toch zullen zij den toren óók niet hebben!" raasde Flip omdat hij

met z'n slechten aanleg den nederlaag niet kon verkroppen.

"Ik zal net zoolang denken tot ik 'n middel weet om ons te wreken."

De andere wolven, gewend om Flips bevelen altijd op te volgen,

verklaarden zich bereid om hem te helpen.

Werkelijk deed 't hoofd van de wolven de volgende dagen niet veel

anders dan plannen maken en--lezen.

Lezen is 'n mooi ding!

't Is maar de vraag wàt je leest.

Flip las boeken, die 'n slechten invloed op hem hadden! Gewone

jongensboeken vond hij flauw en kinderachtig. Hij las verhalen,

die niet eens voor grooten goed waren, verhalen, waar verstandige

menschen om lachten, al vonden ze 't lezen er van wel leuk.

Maar Flip vatte alles in die vreeselijke geschiedenissen als ernst op,

net als de verschrikkelijke voorvallen in de bioscoop, waar hij zoo

graag naar toe ging.

Hij droomde er 's nachts van en hij zou 't buitengewoon heerlijk

vinden om bij die moordpartijen, brandstichtingen, inbraken en zoo

meer tegenwoordig te zijn.

Hij vond misdadigers flinke dappere kerels en bedriegen, rooven en

dooden leek hem niet zoo verkeerd als je maar vrij liep.

Op allerlei manieren wist Flip aan die gevaarlijke boeken te komen

en die las hij stilletjes.

't Kwaad doen leek er zoo gewoon in, heelemaal niet erg en Flip

wilde later ook geweldige dingen doen: in auto's ontvluchten, op

'n trein springen, z'n vijand er uit gooien, met revolvers schieten,

hu! om te rillen!

Flips verbeelding begon te werken en omdat hij zich zoo vernederd

voelde door dien nederlaag, rijpte er in z'n hoofd 'n plan, 'n

gevaarlijk plan....

De ridders van den halven toren · 第 65 / 77 题