Hesse antwoordde niet. Om de waarheid te zeggen, hij wist werkelijk
nog niet goed, op welke manier ze dat ridderspel moesten uitvoeren.
En géén van de vijf kon 'n bepaald plan aangeven--'t bleef bij vage
uitroepen en duistere verzinsels.
Ze spraken af, omdat ze voorloopig toch niet in den toren konden
komen, om 'n bijeenkomst te houden, waarin elk 't een of ander plan
moest ontvouwen....
In 't vuur van hun gesprek hadden ze niets bemerkt van Flip met z'n
volgers. Die hadden gezien, hoe de vijf afzonderlijk aan 't redeneeren
waren en naar allen schijn over 'n gewichtig onderwerp.
Flip waarschuwde z'n vrienden en even later sloop hij zelf naderbij,
terwijl de anderen op 'n afstand bleven wachten.
En zóó slim wist Flip dichterbij te komen, dat géén van de vijf erg
kregen in den spion, die 'n goed deel van 't gesprokene afluisterde.
Met 'n triomfblik in de oogen, kwam Flip bij de bende terug en 't
eerste wat hij zei was: "Zien jullie dien ouden toren? Zij willen er
'n ridderslot van maken!
"Moeten we dat dulden? Hebben wij niet even veel recht om er ons spel
te spelen?"
De hoofden gingen bij elkaar en ook dáár werd afgesproken, 'n
bijeenkomst te houden....
En die arme halve toren stond er weerloos bij waar twee troepen jonge
helden recht tegen elkaar in, over hem beschikten en hem wilden maken
tot 'n tooneel van den strijd.